Loading...

Gemaakt: Sep 26 '13 Administrator: Siska

Hier kun je mooie christelijke verhalen lezen of plaatsen.

Bestanden

Geen groep bestanden geupload

De muur

De muur

Log in om een reactie te plaatsen
Jan 14
Lieve Esther,dank je wel voor dit indrukwekkend verhaal.
Jan 7
De laatste held van de Titanic

Evangelist John Harper werd in 1872 geboren uit godvrezende, christelijke ouders en kwam op dertien jarige leeftijd tot bekering en heeft nooit in zonden geleefd. Toen hij achttien werd, wist hij dat God een speciale roeping voor hem had. Op zijn werk sprak hij over het evangelie met iedereen die naar hem wilde luisteren.
Na zijn werk stond hij dikwijls op de hoek van een straat om Christus bekend te maken. John werd verteerd door het Woord van God en was bezet met een diepe passie voor zielen. Zijn eerste gemeente te Glasgow in Schotland, groeide van slechts 25 naar meer dan 500 leden in een periode van 13 jaar, toen hij daarvandaan weg ging. Hij stond bekend om zijn intense gebedsleven. Sommige nachten zou hij biddend voor zijn gemeente doorbrengen. Dan liep hij aanhoudend heen en weer, terwijl hij de namen van de honderden leden opnoemde. Hij preekte zo eenvoudig mogelijk en zei dat hij alleen over Gods Woord wilde spreken.
Hij ontving een uitnodiging van de Moody Kerk te Chicago om een reeks diensten te komen houden. Het was een moeilijk besluit voor zijn gemeente in Londen, om hun voorganger drie maanden los te laten. Een zekere Robert English pleitte bij Harper om deze bootreis niet te maken en vertelde hem welk een akelig voorgevoel hij over een naderende ramp had gekregen, tijdens zijn stille tijd. Hij bood hem zelfs aan om een nieuwe ticket te kopen als Harper bereid was om deze reis uit te stellen, maar Harper voelde sterk gedrongen om toch te gaan.
Er was een tweede klas kajuit geboekt voor de prijs van £33 en Harper begon te pakken. Zijn zesjarige dochter Nina zou meegaan, vergezeld door mejuffrouw Jessie Leitch die kindermeisje voor Nina zou zijn. Zijn vrouw was overleden bij de geboorte van het kind. De overtocht over de oceaan zou per boot zijn, en dat nog wel met de eerste reis van het grootste passagiersschip ter wereld de Titanic, die op 10 april 1912 uit Southampton zou vertrekken.
Aan boord van deze luxueuze oceaanstomer waren vele rijke en beroemde mensen. Het was het grootste en mooiste schip van zijn tijd. Op zondagavond, de vierde dag van de reis, liep Harper met de meisjes op het dek om het avondrood van de zonsondergang in het Westen te bewonderen.
Jessie kon onthouden dat Mr. Harper zei: "Morgenochtend zal het prachtig weer zijn." Later die avond zagen ze hem nog in gesprek met een man, waarna ze naar bed gingen. Twintig minuten voor middernacht schrokken ze wakker toen de Titanic een grote ijsberg trof. Daardoor scheurden er vijf luchtkamers open en stroomde het zeewater naar binnen. Juffrouw Jessie Leitch uit London werd door John wakker gemaakt. Ze greep de slapende Nina uit haar kooi en nam haar mee naar boven, slechts gekleed in haar kleine nachtjapon en in een deken gewikkeld. Ze verteld over deze zondag, dat ze die morgen met elkaar nog een hoofdstuk hadden gelezen en gebeden. Later gingen ze naar de zondagmorgendienst en verder was het een rustige en plezierige dag geweest.
Toen zij en Nina, Mr. Harper om zes uur zochten voor het avondeten, stond hij in een diep gesprek gewikkeld met een jonge Engelsman, die hij tot Christus wilde leiden.

Toen het duidelijk werd dat het schip zou gaan zinken, nam John Harper Nina en Jessie naar de reddingssloep om een plaatsje voor hen te krijgen. Voor hem als weduwnaar zou het eenvoudig geweest zijn om ook een plaatsje in de reddingsboot te krijgen, maar dit schijnt niet bij hem te zijn opgekomen. Hij reikte Nina aan Jessie over, kuste zijn lieve kleine meisje tot weerziens, keek haar in de ogen en zei dat zij elkaar op zekere dag weer zouden ontmoeten. Toen het schip zonk waren Jessie en Nina veilig in reddingsboot Nr. 11. Nina zat op schoot bij haar tante, die het kind in haar eigen kleren had gewikkeld en zelf dapper de kou verduurde tot er hulp kwam. Zij zouden pas in New York te horen komen dat John verdronken was.
Nog vele jaren heeft Nina niet kunnen spreken over deze nacht, maar voor haar sterven in 1986, vertelde ze hoe duidelijk zij zich kon herinneren dat de lichten van het schip uitgingen en hoe ze de stervende mensen had horen gillen. Men verteld dat Harper, toen het achterstuk van het schip reeds in de lucht stak, dat hij over het dek klauterde en riep: "Vrouwen, kinderen en onbekeerde mensen, ga in de reddingsboten!" Enkele minuten later begon het binnen in het kolossale schip gevaarlijk te kraken toen het enorme vaartuig letterlijk in tweeën brak. Op dat moment sprongen veel mensen in paniek overboord en kwamen in het ijskoude water, in de donkere nacht terecht en poogden weg te komen van het zinkende schip.
John Harper was één van de mensen die in het vriezende water tuimelde om in de bitter koude oceaan te verdrinken. In deze nacht kwamen 1523 mensen in het water terecht. John Harper trok zijn reddingsvest uit, gooide het naar een andere man en riep: "Hier, u hebt het harder nodig dan ik." Hij zwom als een opgejaagd dier door het ijskoude water, van de ene drenkeling naar de andere, om hen de redding van God nog aan te bieden en hen tot Christus te leiden, voordat de onderkoeling hen noodlottig zou worden. Overlevenden berichten dat hij tegen iedereen die het wilde horen had getuigd en zo was hij bijna een uur lang bezig geweest, drijvend op een plank en roepend tot de angstige drenkelingen om hen te troosten.

Vier jaren later, tijdens een bijeenkomst van de overlevenden, in een kerk te Hamilton in Canada, stond een jonge Schot op. Hij had de tranen in zijn ogen en vertelde hoe John Harper hem op het laatste ogenblik nog tot Christus had geleid.
Hij zei: "Ik was ook op de Titanic, in de nacht dat ze zonk. Ik kwam in het water terecht en kreeg het voor elkaar om mezelf aan een stuk hout vast te klampen om niet te verdrinken. Het water was verschrikkelijk koud. Ineens bracht een golf een man naar me toe. Dat was John Harper van Glasgow. Hij hield zich ook boven aan een stuk drijvend materiaal en riep: "Man, ben je gered?" "Nee, ik niet," riep ik terug. Hij schreeuwde: "Geloof dan in de Heere Jezus Christus en je zult gered zijn."
De golven zogen hem weer weg, maar een tijdje later spoelde hij opnieuw naar me toe. "Ben je nu gered?" vroeg hij weer. "Nee," antwoordde ik. "Geloof dan in de Heere Jezus Christus en je zult gered zijn." Daarna verloor hij de greep op het stuk hout en zonk onder water.
En daar, alleen in de nacht, met bijna vier kilometer water onder me, heb ik mezelf mogen toevertrouwen aan mijn Redder, de Heere Jezus Christus. Ik was de laatste bekeerling van John Harper."
Van de 1523 mensen die in het water lagen, zijn er slechts zes door de reddingsboten gered. Eén van hen was deze jongeman op het drijfhout, die tot bekering was gekomen door de laatste woorden van John Harper: "Geloof in de Heere Jezus Christus en je zult gered zijn." Deze knecht van God deed wat hij verplicht was om te doen.
Terwijl anderen alles deden om hun vege lijf te kunnen redden en een reddingsboot te kunnen bereiken, gaf Ds. John Harper zijn leven en verdronk, zodat anderen gered konden worden. Hij was werkelijk de held van de Titanic! "Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden." (Johannes 15:13)
Het oorspronkelijke Engelse verhaal: "John Harpers laatste bekeerling," werd verteld door Elesha Coffman.
"Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God... Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem." (Johannes 3:18-36)

Dec 3 '17
Mooi Esther, dank je wel :-)
Nov 29 '17
Nieuwe kans in het hoge Noorden

Het was een week voor kerst. Het sneeuwde dikke vlokken. Het leek wel of de wind er krijgertje mee speelde. Er lag nog maar een dun laagje maar Mieke maakte zich zorgen. Peter was op sollicitatiegesprek in het hoge Noorden en zou vanmiddag nog de uitslag krijgen.
Mieke keek naar buiten. Er was nog meer sneeuw voorspeld. Ze was gaan strijken om haar gedachten wat rust te geven. Stel dat Peter deze baan nu eens wel zou krijgen. Ze werd uit haar gedachtegang opgeschrikt. Ze trok de stekker uit het stopcontact, zette de strijkbout op het ijzer en rende naar de telefoon.

Toen ze de telefoon neergelegd had zuchtte ze. Waarom kon ze nu niet blij zijn dat Peter de baan gekregen had. Hij had al zo lang gesolliciteerd en elke keer was er een bedankbrief gekomen met de mededeling dat de keus niet op hem gevallen was. Peter was er mismoedig van geworden. Uiteindelijk schreef hij uit balorigheid naar die vacature in het hoge Noorden. Mieke hoopte in haar hart dat hij die baan niet zou krijgen.
Ze pakte de strijkbout weer op en uitte haar opkomende verwarring op zijn overhemd toen de bekende stem van Anneke klonk vanuit de gang. “Joehoe, Mieke, “ een klop op de open deur, “Is er iets Mieke, je kijkt zo…. schrik je van me? Heb je die sneeuw gezien? Als je het mij vraagt komt er nog veel meer en kijk die lucht eens. Patrick zei dat er met die wind wel kans op duinvorming is, dat vind ik altijd zo mooi om te zien. Wat is er nu met je.”
Mieke draaide zich naar haar toe en keek in de meelevende ogen van haar gezellige buurvrouw die altijd optimistisch was. Wat zou ze haar missen.
Ze vertelde over de drukte op haar werk vanmorgen, de lange wachttijd bij het postkantoor, het leek wel of iedereen op het laatste moment nog decemberzegels moest halen.
Wat ze verzweeg was het telefoongesprek van zo-even dat haar nog het meest bezighield en of Peter in die sneeuw wel veilig thuis zou komen. Hij moest nog zeker 3 uur rijden en buiten werd het steeds grimmiger.
“Je komt toch wel op de Passageavond,” vroeg Anneke. “We kunnen je in ons zanggroepje niet missen hoor! Ik wilde je vragen of we dat moeilijke loopje van dat wiegelied nog even konden oefenen bij de piano maar ik zie dat je daar nu geen tijd voor hebt. Kan ik je ergens mee helpen? Dat loopje komen we vanavond wel uit met het inzingen. Enne, als je wilt praten, ik heb de tijd.”
Ze had het beleefd en ook een beetje beschaamd afgewimpeld omdat ze er nu nog niet over kon praten, eerst moest ze zelf aan het idee wennen. Het was nog zo vers. Ze moest dit eerst verwerken, nadenken wat het voor hen ging betekenen.

Fluitend stapte Peter in de auto. Zijn hart had een luchtsprong gemaakt op het moment dat hij hoorde dat ze voor hem gekozen hadden. Hij had een baan! Er viel een last van zijn schouders. Wat was de wereld mooi hier.
De sneeuw gaf het nog een extra feestelijk tintje. Hij ging nog niet meteen naar huis. Hij wilde hier in deze prachtige omgeving nog wat rondrijden in dit winters landschap. In sommige dorpen waren de bomen buiten met lampjes versierd. Niet alleen kerstbomen maar ook andere bomen. Wat een bijzondere plaatsnamen kwam hij tegen. Appingedam, Garrelsweer, Loppersum, typisch Gronings.

Jammer dat Mieke juist vanmorgen moest werken. Wat zou ze het hier mooi gevonden hebben. Hij kwam een boer tegen die naar hem knikte en hem nakeek. Hij zwaaide, hij had een geweldig humeur. In de verte zag hij een vrachtwagen aankomen. De wegen waren hier smal en de sneeuw hoopte zich op, door de wind hadden zich hier en daar sneeuwduinen gevormd. Peter kon de passeerhaventjes niet goed onderscheiden. Hij moest maar proberen de auto aan de kant te zetten, de vrachtwagen was al dichtbij gekomen. Zo goed en zo kwaad als het ging zette hij de auto aan de kant.
Hij voelde de luchtdruk van het zware voertuig dat langs hem schoof, zette de versnelling in de 1 en wilde wegrijden. Er kwam geen beweging in. De wielen draaiden maar de auto kwam niet van zijn plaats. Hoe hij ook probeerde, hij zat vast.
Hij keek of hij een plank of iets dergelijks zag die hij voor zijn wiel kon schuiven maar nergens was iets te bekennen. Wacht eens, als hij het met zijn rubberen automat probeerde. Hij keek nog eens om zich heen en zag toen de boer die nog zo vriendelijk naar hem geknikt had. Die gebaarde naar hem en liep toen zijn erf op.
Even later kwam hij er in een tractor aanrijden. Hij had een touw bij zich, gooide het naar Peter en riep “vang! Hoal hom moar deur t oog, den zet ik hom der veur.”

Mieke had al meerdere keren naar buiten gekeken om te zien of Peter al kwam. Er hadden zich overal sneeuwheuveltjes gevormd. Hij had toch al lang thuis kunnen zijn. Ze keek op haar horloge, dan weer door het raam. Het eten begon al aardig te verpieteren.
Ze slaakte een zucht van opluchting toen ze het bekende geluid van de volkswagen hoorde. Peter kwam met een stralend gezicht binnen. Klopte de sneeuw van zijn jas, stampte de sneeuw van zijn voeten, “Mieke, is het geen prachtige dag, wat ruikt het hier lekker, ik heb reuze trek”. Hij pakte haar bij de schouders, keek haar aan: “Ben je niet blij Mieke dat ze me die kans geboden hebben op mijn leeftijd? Ik heb daar nog even rondgereden en gekeken wat er zoal te koop staat. De huizen zijn daar veel goedkoper als hier. We zouden daar een eigen huis kunnen kopen. Ik zag prachtige vrijstaande huizen met overal groentetuinen, dat wilde je toch altijd zo graag? Mieke, wat is er nou, moet je daar nu om huilen?”
Ze voelde Peter’s armen en kon zich niet meer goed houden.
Met horten en stoten vertelde ze hem hoe ze in zorg had gezeten of hij veilig thuis zou komen, hoe moeilijk ze afscheid kon nemen van haar leven hier.
Wat ze allemaal op zou moeten geven, haar parttime baantje, haar vriendinnen, het koor, de mensen van de kerk, de leeskring, de Passage, haar vrijwilligerswerk, de buren en het allerergste, hoe ver ze straks van hun dochter af zouden wonen die over een maand een baby kreeg en haar zo nodig zou hebben, juist nu. Met grote uithalen kwam het eruit waar ze zich zo druk om gemaakt had vanmiddag.

Stil zat ze ‘s avonds naast Anneke. Ze hadden gezongen, naar mooie muziek geluisterd en nu luisterde ze naar de meditatie.
Ze zag voor zich hoe Maria met Jozef door Bethlehem liep en bedacht hoe zij zich zouden hebben gevoeld. Maria hoogzwanger, Jozef die zich verantwoordelijk voelde, zoekend naar een onderkomen, overal nul op het rekest, - Peter had ook overal nul op het rekest gekregen -, overal mensen die riepen dat het vol was, ze voelde bijna de weeën van Maria, de moeheid van de lange reis, alles vreemd, geen bekenden die een helpende hand konden bieden, toch was Maria dapper met haar man meegegaan, zij had ook geen keus, zij schikte zich in de omstandigheden, zij had ook alles moeten verlaten en nog wel in hoogzwangere toestand.

Hoe kwam ze nu zomaar aan deze gedachten, de intense rust die over haar kwam, ze voelde alle zorg en moeite uit zich wegebben.
Als Maria haar weg zo moedig kon gaan, dan zou zij het toch ook kunnen? Arme Peter, ze had alleen maar aan zichzelf gedacht en was niet eens blij voor hem geweest.

Peter was nog even met een door Mieke gecreëerd kerststukje naar zijn vader gegaan. Die was vast heel benieuwd hoe het vanmiddag afgelopen was. Hij had hem met lichtende ogen aangetroffen. Wat was hij blij voor Peter geweest. Natuurlijk zou hij het wekelijks bezoekje wel missen maar hij wist hoe belangrijk het voor Peter was om weer een baan te hebben, hoe nutteloos hij zich had gevoeld.
Peter had hem ook verteld dat Mieke er zo’n moeite mee had. Dat kon zijn vader heel goed begrijpen. Mieke had zich hier zo thuis gevoeld in deze gemeenschap, ze had zich voor zoveel vrijwilligerswerk ingezet en werd door iedereen zo gewaardeerd, het zou voor Mieke nog het moeilijkste zijn.
Wat had dit bezoek aan zijn vader hem goed gedaan.

Mieke liep met haar buurvrouw door de sneeuw naar huis, napratend over de mooie avond. Thuisgekomen wenste ze Anneke welterusten, draaide de sleutel in het slot. Toen ze de kamer binnenkwam zag ze de onrust in Peters ogen.
Hij stond op, trok haar naar zich toe en fluisterde: “Lieverd, ik heb steeds aan mezelf gedacht, ik was zo blij dat ik die kans gekregen had, ik zag het helemaal voor me, wij samen in dat rustige Noorden, lekker fietsen langs het wad, een vrijstaand huis met een tuin, maar ik heb veel te weinig aan jou gedacht en wat jij hier hebt opgebouwd en allemaal los moet laten. Ik ging er helemaal aan voorbij, ik…”
Mieke voelde haar keel dik worden. Ze slikte een paar keer voor ze uitbracht: “Peter, ik heb ook te veel aan mezelf gedacht. Je had al zo vaak gesolliciteerd en nu net die ene keer dat je zo ver weg moest en ik er eigenlijk op hoopte dat je die baan niet zou krijgen besefte ik na je telefoontje opeens wat het voor ons zou betekenen,” ze zocht haar zakdoek, snoot haar neus.
Toen keek ze Peter aan, “Maar ik heb ook nagedacht” en ze vertelde wat er door haar heen was gegaan tijdens de meditatie vanavond en hoe ze tot rust was gekomen bij die gedachten, dat haar hart zich had geopend en dat er een lichtstraal naar binnen was gekomen. Hoe ze opeens hele mooie gedachten had gekregen.

Als nieuw ingekomen leden in een andere kerk zouden ze nieuwe mensen ontmoeten, dat had ook weer iets moois; misschien kon ze zich daar ook wel nuttig maken; er zou vast ook een Passageafdeling zijn en een leeskring, misschien ook wel een koor waar ze in mee kon zingen en overal zijn vrijwilligers nodig en een moestuin is natuurlijk heerlijk, alleen Jantien, ze zou zoveel verder van Jantien zijn en van zijn vader.
“Maar Mieke, dát hoeft toch geen probleem te zijn, we gaan de wereld niet uit, we kunnen toch regelmatig deze kant opgaan en we kunnen een logeerkamertje inrichten en een babybedje kopen.
Het zal voor de kleine toch heerlijk zijn in de tuin te kunnen spelen en volop van de frisse lucht te kunnen ademen. De lucht is daar zoveel schoner als hier.
En dat heb ik je nog niet eens verteld, de mensen zijn daar ook heel aardig, heel behulpzaam en ze hebben zo’n grappig dialect, ik zat vast in de sneeuw en een boer kwam me met zijn tractor lostrekken, ik snapte er niets van wat hij zei maar we hebben er zo om gelachen en hij had me zo lös zoals hij dat zei, echt, je zult het daar heerlijk vinden.”

De volgende morgen trof Anneke een opgewekte buurvrouw op de stoep.
“Anneke, ik wil je iets vertellen, Peter heeft een nieuwe baan en nu gaan we binnenkort verhuizen. Daarom was ik gisteren niet helemaal mezelf, je had het goed gezien. Ik had er zo’n moeite mee om alles hier los te laten maar na de meditatie gisteravond is er zo’n vrede in mijn hart gekomen. Toen ik aan Maria dacht hoe zij alles los moest laten om naar Bethlehem te gaan brak er iets in mij en kwam er ruimte.”
Ze vertelde Anneke wat haar zo beziggehouden had en dat er nu nieuwe gedachten in haar waren gekomen, hele mooie gedachten waar vreugde doorheen liep en een toekomstperspectief.
Anneke zette haar kopje op tafel, keek haar vol bewondering aan, boog zich naar Mieke over en zei: “Mieke, ik zie aan je dat er iets bijzonders met je is gebeurd. Zoals ik je gistermiddag aantrof achter die strijkplank met die behuilde ogen, en zoals je hier nu tegenover me zit met een stralend gezicht en een zachte glans, iemand die zo ontvankelijk is zal in dat hoge Noorden zeker een plek vinden!”

Coby Poelman – Duisterwinkel

Mei 6 '17
Dec 28 '14
'Men-ah', dit betekend 'Volg mij'.

In Syrië zag een reiziger eens hoe drie herders hun kudden schapen lieten drinken aan dezelfde waterbron.
Het leek wel één hele grote kudde...alles friemelde en liep door elkaar en de reiziger vroeg zich toch wel verbaast af hoe na het drinken elk schaap weer bij de juiste eigenaar/herder zou komen.

Hij dacht dat dit wel op een grote verwarring zou uitlopen.
Maar...dat viel enorm mee.

Toen alle schapen gedronken hadden, hoorde hij één van de herders roepen: 'Men-ah', dit is het Arabisch voor; 'Volg mij'.
Direct na deze roep zonderen zich een dertigtal schapen af en volgden de herder die geroepen had.
De tweede herder deed precies zo, 'Men-ah', ook hij kreeg zijn schapen weer achter zich.
De schapen die over waren hoorden bij de derde herder.

Maar nu wilde de reiziger een proef nemen, hij was er van onder de indruk, wat hij had gezien.

Hij vroeg het aan de eerste herder, en kreeg zijn mantel om, zijn hoed en zijn staf. Toen riep de reiziger ook 'Men-ah, Men-ah'.
Er waren wel enkele schapen die hem nieuwsgierig aankeken...maar géén enkel schaap dacht er over om die vreemde herder te volgen.

'Volgen zij nooit een ander dan u?' vroeg de reiziger.

'Jawel' zei de herder, 'maar dat doen ze alleen als ze ziek zijn.
Gezonde schapen volgen onder geen beding een vreemde, omdat zij de stem van die vreemde niet kennen'.

Jezus heeft gezegd: 'Mijn schapen horen Mijn stem en ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef ze eeuwig leven. Hij roept Zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze uit. En de schapen volgen Hem omdat zij Zijn stem kennen. Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen voor hem vluchten omdat zij de stem van de vreemde niet kennen'. Johannes 10







Dec 19 '14
Onverwachts kwam het: kleine Gasper van zeven jaar moest plotseling worden opgenomen in het ziekenhuis. Als zovelen moest ook bij hem de blinde darm verwijderd worden.

Toen hij de operatiezaal binnengereden werd, keek hij met angstige ogen rond. Met de openheid van een kind vroeg hij aan de chirurg: “Wat gaat u met mij doen?” “We zullen die pijn uit je buikje eens even wegnemen”, zei de dokter vriendelijk. “Maar ik heb helemaal geen pijn”, zei Gasper. “Neen, maar als we er niets aan doen, komt de pijn morgen weer terug en word je ziek.” “Hoe gaat u de pijn wegnemen, dokter?” Je gaat gewoon slapen, Gasper, en als je wakker wordt is alles gebeurd en dan ben je gauw weer beter.” “Ik heb helemaal geen slaap.” “Dat komt wel, ik ga je in slaap maken, hoor, je voelt er niets van.” “Ga ik werkelijk slapen, dokter?” “Ja Gasper, werkelijk.” ” Maar dan moet ik eerst bidden”, zei Gasper.

Voor iemand er op verdacht was gleed hij op de grond; hij knielde en legde zijn handjes gevouwen op de rand van de brancard.
Het was doodstil in de zaal. De chirurg, de beide assistenten, de zusters, niemand bewoog zich.
Allen keken naar dat kleine figuurtje in het midden van de zaal. Helder en zuiver klonk zijn kinderstem:

Ik ga slapen, ik ben moe.
k Sluit mijn beide oogjes toe.
Heere, houd ook deze nacht
Over mij getrouw de wacht.

‘t Boze dat ik heb gedaan
Zie het, Heere, toch niet aan
Schoon mijn zonden vele zijn,
Maak om Jezus’ wil mij rein.

Dit kinderlijk gebed van Gasper is het keerpunt geworden in het leven van de chirurg. Het liet hem niet meer los. Hij is die avond neergeknield voor God en heeft precies hetzelfde gevraagd: “Schoon mijn zonden vele zijn, maak om Jezus’ wil mij rein.

Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt gelijk een kindeke, die zal in hetzelve geenszins ingaan.
Aug 16 '14
De problemenboom

De loodgieter die me hielp bij het opknappen van een oude hoeve, had op zijn eerste dag een lekke band die hem een uur werk kostte, zijn elektrische boor hield ermee op en zijn antieke truck wilde niet starten.

Toen ik hem naar huis bracht, zei hij onderweg geen stom woord. Toen we er waren, vroeg hij of ik nog even kennis wilde maken met zijn vrouw en kinderen. Toen we naar de voordeur liepen, bleef hij even staan bij een kleine boom en raakte hij met beide handen de uiteinden van de takken aan. Eenmaal binnen, leek hij een totaal ander mens. Op zijn gebruinde gezicht prijkte een brede glimlach. Hij gaf zijn kinderen een knuffel en zijn vrouw een zoen. Na afloop liep hij mee naar mijn auto. We kwamen langs de boom en ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Ik vroeg: 'Wat deed je nou bij die boom?' 'O, dat is mijn problemenboom', antwoordde hij. 'Problemen op het werk zijn onvermijdelijk, maar die problemen hebben niets te zoeken in mijn huis bij mijn vrouw en kinderen. Dus als ik 's avonds thuiskom, hang ik ze aan deze boom en geef ik ze in gebed aan God. En ’s ochtends haal ik ze er weer vanaf. Het grappige is', zei hij met een glimlach, 'als ik ze er 's ochtends af haal, zijn het er voor mijn gevoel veel minder dan ik er had op gehangen.'
Mei 7 '14
Paasfeest op het kerkhof
Mooi verhaal geschreven door Coby Poelman-Duisterwinkel.
Apr 26 '14
Pagina's: 1 2 3 »

Over ons

Welkom op mijn vrienden en ik. Maak vrienden en organiseer een evenement, of maak een foto album of videoreportage. veel mogelijkheden dus.

Word lid!

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart. -- 1 Petrus 1:13
    4 uur geleden

Forum Onderwerpen

Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17
Versleten schoenen Ik heb me vanmorgen... Meer
Siska Jul 9 '16
Beautiful Birds  slideshow... Meer
DeHoeksteen Nov 27 '14