Loading...

Voetnoten Hebreeën Herziene Statenvertaling - Johannes 3

Gemaakt: Aug 15 '13 Administrator: deBron

Iedereen die de liefde van onze Heiland wil delen is welkom bij de groep.

Jezus stierf voor ieder mens, Hij stierf aan het kruis om onze zonden te dragen. Jezus is de enige weg naar God. En het enigste wat de Almachtige God aan ons mensen vraagt is: Geloof in mijn Zoon. Het is zelfs een belofte van God zelf, we kunnen dat lezen in Johannes 3 : 16, waar staat: Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”.

 

 

deBron Mei 23 '14

Voetnoten Hebreeën Herziene Statenvertaling

deBron Mei 23 '14

Hebreeën 1

Hebreeën 1:2

a.Mattheüs 21:38 Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfenis voor onszelf houden.

b. Genesis 1:3 En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.

Psalmen 33:6 Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.

Johannes 1:3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.

Efeze 3:9 en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus,

Kolossenzen 1:16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

Hebreeën 1:3

c. 2 Korinthe 4:4 Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw  hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen.

Filippenzen 2:6 Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn,

Kolossenzen 1:15 Christus, Eerstgeborene van de schepping en Hoofd van Zijn gemeente Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.

Hebreeën 1:4

d. Filippenzen 2:9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,

Hebreeën 1:5

e. Psalmen 2:7 Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb U heden verwekt.

Handelingen 13:33 zoals ook in de tweede psalm geschreven staat: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.

Hebreeën 5:5 Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer gegeven om Hogepriester te worden, maar Hij Die tot Hem heeft gesproken: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.

f. 2 Samuel 7:14 Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn, watwil zeggen:  als hij zich misdraagt, zal Ik hem terechtwijzen met een stok als van mensen en met slagen als van mensenkinderen.

1 Kronieken 22:10 Hij is het die voor Mijn Naam een huis zal bouwen, en hij is het die Mij tot een zoon zal zijn, en Ik hem tot een Vader. En Ik zal de troon van zijn koninkrijk tot in eeuwigheid over Israël bevestigen.

Hebreeën 1:6

g. Psalmen 97:7 Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen en zich op de afgoden beroemen. Buig u voor Hem neer, alle goden.

Hebreeën 1:7

h. Psalmen 104:4 Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten, Zijn dienaren tot vlammend vuur.

Hebreeën 1:8

i. Psalmen 45:7 Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd; de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid.

Hebreeën 1:10

j. Psalmen 102:26 U hebt voorheen de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van Uw handen.

Hebreeën 1:11

k. Jesaja 51:6 Sla uw ogen op naar de hemel en aanschouw de aarde beneden, want de hemel zal verdwijnen als rook, de aarde zal verslijten als een kleed, evenzo zullen haar bewoners sterven. Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.

2 Petrus 3:7,10 Maar de hemelen die er nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen. 10 Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden.

Hebreeën 1:13

l. Psalmen 110:1 Belofte voor de Priesterkoning Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten.

Handelingen 2:34 David is immers niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand,

1 Korinthe 15:25 Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd.

Efeze 1:20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten,

Hebreeën 10:12 maar deze Priester is, nadat Hij één slachtoffer voor de zonden geofferd had, tot in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand van God.

 

deBron Mei 23 '14

Hebreeën 2

Hebreeën 2:2

a.Handelingen 7:53 U, die de wet ontvangen hebt door de dienst van engelen, hebt die niet in acht genomen!

Galaten 3:19 De wet onze leermeester tot Christus Waartoe dient dan de wet?  Zij is eraan toegevoegd omwille van de overtredingen, totdat het Nageslacht zou gekomen zijn aan Wie het beloofd was; en zij is  door engelen in de hand van  de middelaar beschikt.

b. Genesis 19:17,26 En het gebeurde, toen zij hen buiten de stad gebracht hadden, dat Hij zei: Vlucht voor uw leven, kijk niet achter u en blijf nergens op heel deze vlakte staan; vlucht naar het bergland, anders wordt u weggevaagd. 

26 Zijn vrouw, die achter hem liep, keek achter zich en werd een zoutpilaar.

Deuteronomium 27:26  Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet uitvoert door ze te houden! En heel het volk moet zeggen: Amen.

Hebreeën 2:3

c. Hebreeën 12:25  Let er dan op dat u Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt.

d. Mattheüs 4:17 Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen:  Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

Markus 1:14 De roeping van de eerste discipelen En nadat Johannes overgeleverd was, ging Jezus naar Galilea en predikte het Evangelie van het Koninkrijk van God,

Hebreeën 2:4

e. Markus 16:20  maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen.

Handelingen 14:3 Zij verbleven daar dan lange tijd en spraken vrijmoedig, in vertrouwen op de Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord van Zijn genade en tekenen en wonderen door hun hand liet gebeuren.

Handelingen 19:11 En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus,

Hebreeën 2:6

a.Psalmen 8:5 wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt, en het mensenkind, dat U naar hem omziet?

Hebreeën 2:8

b. Psalmen 8:7 U doet hem heersen over de werken van Uw handen, U hebt alles onder zijn voeten gelegd:

Mattheüs 28:18 En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

1 Korinthe 15:27 Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd.

Efeze 1:22 En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente,

Hebreeën 2:9

c. Handelingen 2:33 Hij dan, Die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort.

d. Filippenzen 2:7,8  maar Zichzelf ontledigd heeft  door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.

Hebreeën 2:11

e. Handelingen 17:26 En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op heel de aardbodem te wonen; en Hij heeft de hun van tevoren toegemeten tijden bepaald, en de grenzen van hun woongebied,

Hebreeën 2:12

f. Psalmen 22:23 Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in het midden van de gemeente zal ik U loven.

Hebreeën 2:13

g. Jesaja 8:17 Ik zal de HEERE verwachten, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob; op Hem zal ik hopen.

h. Jesaja 8:18 Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, dienen tot tekenen en wonderen in Israël, afkomstig van de HEERE van de legermachten, Die op de berg Sion woont.

Hebreeën 2:14

i.Johannes 1:14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond  (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.

Filippenzen 2:7 maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.

 

j. Jesaja 25:8 Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want de HEERE heeft gesproken.

Hosea 13:14 Ik zal hen verlossen uit de macht van het graf. Ik zal hen vrijkopen uit de dood. Dood, waar zijn uw pestziekten? Graf, waar is uw verderf? Berouw verbergt zich voor Mijn ogen!

1 Korinthe 15:54 En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning.

2 Timotheüs 1:10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus,  Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie,

Hebreeën 2:15

k. Romeinen 8:15 Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt,  maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

Hebreeën 2:17

l. Filippenzen 2:7 maar Zichzelf ontledigd heeft  door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.

Hebreeën 4:15 Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden,  maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde.

Hebreeën 2:18

m. Hebreeën 4:15,16 Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.

 

deBron Mei 29 '14

Hebreeën 3

Hebreeën 3:1

a.Hebreeën 4:14 Vrijmoedig naderen Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.

Hebreeën 6:20 Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.

Hebreeën 8:1 Christus Hogepriester van een beter verbond De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij,  Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

Hebreeën 9:11 De volmaaktheid van het offer van Christus Maar toen is Christus verschenen,  de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.

Hebreeën 3:2

b. Numeri 12:7 Maar zo doe Ik niet tegenover Mijn dienaar Mozes, die in Mijn hele huis trouw is,

Hebreeën 3:4

c. 2 Korinthe 5:17,18 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft.

Efeze 2:10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Hebreeën 3:5

d. Deuteronomium 18:15,18 Belofte van de profeet Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren,

18 Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven,  en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.

Hebreeën 3:6  

e. 1 Korinthe 3:16 Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?

1 Korinthe 6:19 Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?

2 Korinthe 6:16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.

1 Petrus 2:5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.

f. Romeinen 5:2 Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij  staan, en wij  roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.

Hebreeën 3:7

a.Psalmen 95:7 Want Hij is onze God en wij zijn het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand. Heden, indien u Zijn stem hoort,

Hebreeën 4:7  bepaalt Hij opnieuw een zekere dag, namelijk heden, wanneer Hij zo lange tijd daarna door David zegt (zoals al eerder gezegd is): Heden, als u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet.

Hebreeën 3:8

b. Exodus 17:2 En het volk kreeg onenigheid met Mozes en zei: Geeft u ons water, zodat wij kunnen drinken!  Mozes zei tegen hen: Waarom hebt u onenigheid met mij? Waarom stelt u de HEERE op de proef?

Hebreeën 3:11

c. Numeri 14:21 Echter, zo waar Ik leef, de hele aarde zal met de heerlijkheid van de HEERE vervuld worden!

Deuteronomium 1:34 Toen de HEERE uw woorden hoorde, werd Hij zeer toornig en zwoer:

Hebreeën 3:15

d. Vers 7

Hebreeën 3:17

e. Numeri 14:36 En de mannen die Mozes uitgestuurd had om het land te verkennen, en die, teruggekeerd, heel de gemeenschap tegen hem hadden doen morren door over het land een kwaad gerucht te laten uitgaan,

Psalmen 106:26 Daarom  hief Hij Zijn hand tegen hen op en zwoer dat Hij hen zou neervellen in de woestijn,

1 Korintiërs 10:10 En mor niet, zoals ook sommigen van hen gemord hebben en omgekomen zijn door de verderver.

Judas 1:5 Maar ik wil u eraan herinneren – u weet dit eens en voorgoed – dat de Heere, nadat Hij het volk uit het land Egypte verlost had, vervolgens hen die niet geloofden, te gronde heeft gericht.

Hebreeën 3:18

f. Deuteronomium 1:34 Toen de HEERE uw woorden hoorde, werd Hij zeer toornig en zwoer:

 

deBron Mei 29 '14

Hebreeën 4

Hebreeën 4:3

a. Psalmen 95:11 Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij nooit binnengaan!

Hebreeën 4:4

b. Genesis 2:2 Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

Exodus 20:11  Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.

Exodus 31:17 Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn,  want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt.

Hebreeën 4:7

c. Psalmen 95:7 Want Hij is onze God en wij zijn het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand. Heden, indien u Zijn stem hoort,

Hebreeën 3:7 Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: Heden, indien u Zijn stem hoort,

Hebreeën 4:12

d. Prediker 12:11 De woorden van wijzen zijn als prikkels en als spijkers, diep ingeslagen door meesters in het verzamelen. Zij zijn gegeven door één Herder.

Jesaja 49:2 Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard, in de schaduw van Zijn hand heeft Hij Mij verborgen. Hij heeft Mij gemaakt tot een puntige pijl, Hij heeft Mij in Zijn pijlkoker gestoken.

Efeziërs 6:17 En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

Hebreeën 4:13

e. Psalmen 33:13 De HEERE schouwt uit de hemel en ziet alle mensenkinderen.

Hebreeën 4:14

a.Hebreeën 3:1 Christus hoger dan Mozes Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en  Hogepriester van onze belijdenis: Christus Jezus.

Hebreeën 6:20 Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.

Hebreeën 8:1 Christus Hogepriester van een beter verbond De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

Hebreeën 9:11 De volmaaktheid van het offer van Christus Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.

Hebreeën 4:15

b. Hebreeën 2:18 Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen.

c. Filippenzen 2:7 maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.

d. Jesaja 53:9 Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond geweest is.

2 Korintiërs 5:21 Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.

1 Petrus 2:22 Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is;

1 Johannes 3:5 En u weet dat Hij geopenbaard is om onze zonden weg te nemen; en zonde is er in Hem niet.

Hebreeën 4:16

e. Romeinen 3:25 Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn gerechtigheid te bewijzen vanwege het voorbij laten gaan van de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.

 

deBron Mei 29 '14

Hebreeën 5

Hebreeën 5:3

a. Leviticus 9:7 Toen zei Mozes tegen Aäron: Kom naar voren, naar het altaar, en bereid je zondoffer en je brandoffer, en doe verzoening voor jou en voor het volk. Bereid dan de offergave van het volk, en doe verzoening voor hen, zoals de HEERE geboden heeft.

Leviticus 16:6 Dan moet Aäron de jonge stier aanbieden als zondoffer dat voor hem bestemd is, en voor zichzelf en zijn gezin verzoening doen.

Hebreeën 7:26 Want zo'n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven.

Hebreeën 5:4

b. 2 Kronieken 26:16 Maar toen hij sterk geworden was, werd zijn hart hoogmoedig, tot zijn eigen verderf. Hij werd ontrouw aan de HEERE, zijn God. Hij ging namelijk de tempel van de HEERE binnen om reukwerk in rook te laten opgaan op het reukofferaltaar.

C. Exodus 28:1 Wat u betreft, laat uw broer Aäron en zijn zonen die bij hem zijn, bij u komen uit het midden van de Israëlieten om Mij als priester te dienen: Aäron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aäron.

1 Kronieken 23:13 De zonen van Amram waren Aäron en Mozes. Aäron werd afgezonderd om de allerheiligste dingen tot in eeuwigheid te heiligen, hij en zijn zonen: om reukoffers te brengen voor het aangezicht van de HEERE, om Hem te dienen en in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.

Hebreeën 5:5

d. Psalmen 2:7 Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb U heden verwekt.

Handelingen 13:33 zoals ook in de tweede psalm geschreven staat: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.

Hebreeën 1:5 Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?

Hebreeën 5:6

e. Psalmen 110:4 De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.

Hebreeën 7:17 Hij getuigt immers: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Hebreeën 5:7

f. Mattheüs 26:39 En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.

Mattheüs 27:46,50 Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

Johannes 17:1 Het hogepriesterlijk gebed Dit sprak Jezus, en Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt,

Hebreeën 5:8

g. Filippenzen 2:6 Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn,

Hebreeën 5:12

a.1 Korinthe 3:1,2,3 Waarschuwing tegen verdeeldheid En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot mensen die geestelijk zijn, maar als tot mensen die nog vleselijk zijn, als tot jonge kinderen in Christus. Ik heb u met melk gevoed en niet met vast voedsel, want u kon dat nog niet verdragen; ja, u kunt dat ook nu nog niet, want u bent nog vleselijk. Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens?

 

deBron Jun 17 '14

Hebreeën 6

Hebreeën 6:3

b. Handelingen 18:21 Maar hij nam afscheid van hen en zei: Ik moet beslist het komende feest in Jeruzalem vieren, maar ik zal bij u terugkeren, als God het wil. En hij voer weg uit Efeze.

1 Korinthe 4:19 Maar ik zal spoedig naar u toe komen, zo de Heere wil. En ik zal dan van hen die zich zo gewichtig hebben voorgedaan, niet de woorden leren kennen, maar de kracht.

Jakobus 4:15 In plaats daarvan zou u moeten zeggen: Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen.

Hebreeën 6:4

a.Mattheüs 12:31Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden.

Hebreeën 10:26 Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over,

1 Johannes 5:16 Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan moet hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden.

Hebreeën 6:10

a.Spreuken 14:31Wie een geringe onderdrukt, smaadt diens Maker, maar wie zich over een arme ontfermt, eert Hem.

Mattheüs 10:42 En wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen.

Mattheüs 25:40 En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.

Markus 9:41Want wie u een beker water te drinken zal geven in Mijn Naam omdat u discipelen van Christus bent, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen.

Johannes 13:20 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand hem ontvangt die Ik zal zenden, ontvangt hij Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft.

Hebreeën 6:14

a. Genesis 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

Genesis 17:4 Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken.

Genesis 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de HEERE: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,

Psalmen 105:9 aan het verbond dat Hij met Abraham gesloten heeft, en Zijn eed aan Izak.

Hebreeën 6:16

b. Exodus 22:11 dan moet de eed bij de HEERE tussen hen beiden beslissen, of hij zijn hand niet heeft uitgestoken naar de bezittingen van zijn naaste. De eigenaar daarvan is daaraan onderworpen en de ander hoeft het niet te vergoeden.

Hebreeën 6:20

c. Hebreeën 3:1 Christus hoger dan Mozes Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis: Christus Jezus.

Hebreeën 4:14 Vrijmoedig naderen Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.

Hebreeën 8:1 Christus Hogepriester van een beter verbond De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

Hebreeën 9:11 De volmaaktheid van het offer van Christus Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.

deBron Jun 28 '14

Hebreeën 7

Hebreeën 7:1

a.Genesis 14:18 Abram en Melchizedek En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij was een priester van God, de Allerhoogste.

Hebreeën 7:5

b. Numeri 18:21 En zie, aan de nakomelingen van Levi heb Ik alle tienden in Israël als erfelijk bezit gegeven, als vergoeding voor hun dienst, die zij verrichten, de dienst in de tent van ontmoeting.

Deuteronomium 18:1 Erfelijk bezit en het recht van de priesters De Levitische priesters, de hele stam Levi, mogen geen aandeel of erfbezit hebben samen met Israël; de vuuroffers van de HEERE en Zijn erfelijk bezit mogen zij eten.

Jozua 14:4 Immers, de nakomelingen van Jozef bestonden uit twee stammen, Manasse en Efraïm, maar aan de Levieten gaven zij geen deel van het land, maar steden om te bewonen, met hun weidegronden, voor hun vee en hun bezittingen.

2 Kronieken 31:5 Toen dat woord zich verspreidde, brachten de Israëlieten veel eerstelingen van koren, nieuwe wijn, olie, honing en van heel de opbrengst van het veld, en zij brachten de tienden van alles in overvloed.

Hebreeën 7:6

c. Genesis 14:20 En geloofd zij God, de Allerhoogste, Die overgeleverd heeft uw tegenstanders in uw hand! En hij gaf hem van alles een tiende deel.

Hebreeën 7:11

a. Galaten 2:21 Ik doe de genade van God niet teniet; want als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.

Hebreeën 7:14

b. Jesaja 11:1 De Messias en Zijn vrederijk Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.

Mattheüs 1:3 Juda verwekte Perez en Zerah bij Tamar; Perez verwekte Hezron, Hezron verwekte Aram;

Hebreeën 7:17

c. Psalmen 110:4 De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester  voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.

Hebreeën 5:6  Zoals Hij ook op een andere plaats zegt: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Hebreeën 7:19

d. Handelingen 13:39 en dat ieder die gelooft, door Hem gerechtvaardigd wordt van alles waarvan u door de wet van Mozes niet gerechtvaardigd kon worden.

Romeinen 3:28 Wij komen dus tot de slotsom dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder werken van de wet.

Romeinen 8:3 Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees  en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees,

Galaten 2:16 weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus. En ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet. Immers, uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd.

e. Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

Romeinen 3:21 Rechtvaardiging door het geloof Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de wet en de profeten is getuigd:

Hebreeën 7:21

f. Psalmen 110:4 De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester  voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.

Hebreeën 7:25

g. 1 Timotheüs 2:5 Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.

1 Johannes 2:1 Mijn lieve kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.

Hebreeën 7:27

h. Leviticus 9:7 Toen zei Mozes tegen Aäron: Kom naar voren, naar het altaar, en bereid je zondoffer en je brandoffer, en doe verzoening voor jou en voor het volk. Bereid dan de offergave van het volk, en doe verzoening voor hen, zoals de HEERE geboden heeft.

Leviticus 16:6 Dan moet Aäron de jonge stier aanbieden als zondoffer dat voor hem bestemd is, en  voor zichzelf en zijn gezin verzoening doen.

Hebreeën 5:3 En daarom moet hij, evenals voor het volk, ook voor zichzelf offeren vanwege de zonden.

deBron Jul 1 '14

Hebreeën 8:1

a. Hebreeën 3:1 Christus hoger dan Mozes Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis: Christus Jezus.

Hebreeën 4:14 Vrijmoedig naderen Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.

Hebreeën 6:20 Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.

Hebreeën 9:11 De volmaaktheid van het offer van Christus Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.

b. Efeze 1:20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten,

Kolossenzen 3:1 Zoeken wat boven is Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.

Hebreeën 12:2 terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.  Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.

Hebreeën 8:3

c. Efeze 5:2 en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

Hebreeën 8:5

d. Kolossenzen 2:17 Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.

Hebreeën 10:1 Want de wet, die slechts een schaduw heeft van de toekomstige heilsgoederen en niet het wezen van de dingen zelf, kan nooit met dezelfde offers, die zij jaar in jaar uit ononderbroken brengen, hen die naderen tot volmaaktheid brengen.

e. Exodus 25:40 Zie dan erop toe dat u het maakt naar zijn ontwerp, dat u op de berg getoond is.

Handelingen 7:44 Bij onze vaderen in de woestijn was de tent van de getuigenis, zoals Hij Die tot Mozes sprak, hem had opgedragen deze te maken overeenkomstig de afbeelding die hij gezien had.

Hebreeën 8:6

f. 2 Korinthe 3:6 Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

Hebreeën 8:8

g. Jeremia 31:31-34 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.

Hebreeën 8:10

h. Jeremia 31:33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun  tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.

i. Zacharia 8:8 Ik zal hen hierheen brengen, zij zullen midden in Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ík zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.

Hebreeën 8:11

j. Johannes 6:45 Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God onderwezen zijn. Ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.

Johannes 6:65 En Hij zei: Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is.

1 Johannes 2:27 En wat u betreft, de zalving die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u, en u hebt het niet nodig dat iemand u onderwijst; maar zoals deze zalving u onderwijst met betrekking tot alle dingen – en die zalving is waar en is geen leugen – en zoals ze u heeft onderwezen, zo moet u in Hem blijven.

deBron Jul 19 '14

Hebreeën 9

Hebreeën 9:2

a. Exodus 26:1 De tabernakel De tabernakel moet u vervolgens maken van tien tentkleden, van dubbeldraads fijn linnen en blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol. U moet ze maken met cherubs erop, werk van een kunstenaar.

Exodus 36:1 De bouw van de tent van ontmoeting Toen deden Bezaleël en Aholiab, en ieder die vakkundig  was, in wie de HEERE wijsheid en inzicht gegeven had om te weten hoe zij al het werk ten dienste van het heiligdom moesten verrichten, overeenkomstig alles wat de HEERE geboden had.

b. Leviticus 24:5 Verder moet u meelbloem nemen en er twaalf koeken van bakken. Eén koek moet twee tiende efa zijn.

Hebreeën 9:4

c. Exodus 25:10 De ark Ook moeten zij een ark van acaciahout maken; zijn lengte moet tweeënhalve el zijn, zijn breedte anderhalve el en zijn hoogte anderhalve el.

d. Exodus 16:33 Ook zei Mozes tegen Aäron: Neem een kruik en doe daar een volle gomer manna in, en zet die voor het aangezicht van de HEERE om het te bewaren, al hun generaties door.

e. Numeri 17:10 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Breng de staf van Aäron terug vóór de getuigenis, om hem te bewaren, als teken voor de opstandigen. En u zult een einde maken aan hun gemor over Mij, opdat zij niet sterven.

f. Exodus 34:29 Het glanzende gezicht van Mozes En het gebeurde, toen Mozes van de berg Sinaï afdaalde – de twee tafelen van de getuigenis waren in Mozes' hand, toen hij van de berg afdaalde – dat Mozes niet wist dat de huid van zijn gezicht glansde, omdat de HEERE met hem gesproken had.

1 Koningen 8:9 Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij de Horeb daarin gelegd had, toen de HEERE een verbond gesloten had met de Israëlieten, toen zij uit het land Egypte waren vertrokken.

2 Kronieken 5:10 Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij de Horeb erin gelegd had, toen de HEERE een verbond gesloten had met de Israëlieten, toen zij uit Egypte waren vertrokken.

Hebreeën 9:5

g. Exodus 25:22 Dan zal Ik u daar ontmoeten en van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs, die zich op de ark van de getuigenis zullen bevinden, zal Ik met u spreken over alles wat Ik u voor de Israëlieten gebieden zal.

Hebreeën 9:6

h. Numeri 28:3 U moet tegen hen zeggen: Dit is het vuuroffer dat u de HEERE moet aanbieden: elke dag twee lammeren van een jaar oud, zonder enig gebrek, als een voortdurend brandoffer.

Hebreeën 9:7

i.Hebreeën 9: 25 en dat niet om Zichzelf dikwijls te offeren,  zoals de hogepriester elk jaar in het heiligdom binnengaat met bloed dat niet van hemzelf is.

Exodus 30:10 Aäron moet dan eenmaal per jaar aan de horens van het altaar verzoening doen met een deel van het bloed van het zondoffer ter verzoening. Eenmaal per jaar moet hij aan de horens verzoening doen, al uw generaties door; het is allerheiligst voor de HEERE.

Leviticus 16:2 De HEERE zei toen tegen Mozes: Spreek tot uw broer Aäron en zeg dat hij niet te allen tijde in het heiligdom binnen het voorhangsel mag komen, vóór het verzoendeksel dat op de ark ligt, opdat hij niet sterft, want Ik verschijn in de wolk op het verzoendeksel.

Leviticus 16:34 Dit is voor u tot een eeuwige verordening om voor de Israëlieten eenmaal per jaar verzoening te doen voor al hun zonden. En men deed zoals de HEERE Mozes geboden had.

Hebreeën 9:8

j. Johannes 14:6 Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Hebreeën 9:10

k. Leviticus 11:2 Spreek tot de Israëlieten: Dit zijn de dieren die u eten mag van alle dieren die op de aarde zijn.

l. Numeri 19:7 Dan moet de priester zijn kleding wassen, en zijn lichaam in het water wassen, en daarna het kamp in gaan, en de priester is tot de avond onrein. Enz

Hebreeën 9:11

a. Hebreeën 3:1 Christus hoger dan Mozes Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis: Christus Jezus.

Hebreeën 4:14 Vrijmoedig naderen Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.

Hebreeën 6:20 Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.

Hebreeën 8:1 Christus Hogepriester van een beter verbond De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

Hebreeën 9:12

b. Handelingen 20:28 Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

Efeze 1:7 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade,

Kolossenzen 1:14 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de zonden.

Hebreeën 10:10 Op grond van die wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, voor eens en altijd gebracht.

1 Petrus 1:19 maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

Openbaring 1:5 en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed,

Openbaring 5:9 En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.

Hebreeën 9:13

c. Leviticus 16:14 Hij moet dan een deel van het bloed van de jonge stier nemen, en met zijn vinger op het verzoendeksel sprenkelen, aan de kant naar het oosten toe. En vóór het verzoendeksel moet hij zeven keer met zijn vinger van dat bloed sprenkelen.

Numeri 19:4 En de priester Eleazar moet met zijn vinger een deel van haar bloed nemen, en hij moet een deel van haar bloed zeven keer in de richting van de voorkant van de tent van ontmoeting sprenkelen.

Hebreeën 10:4 Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneemt.

Hebreeën 9:14

d. 1 Johannes 1:7 Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Openbaring 1:5 en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed,

e. Galaten 1:4 Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, overeenkomstig de wil van onze God en Vader.

Efeze 5:2 en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

Titus 2:14 Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

f. Lukas 1:74 dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees,

Romeinen 6:13 En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid,  maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God.

Galaten 2:20 Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.

1 Petrus 4:2 om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.

Hebreeën 9:15

g. Romeinen 5:6 Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven.

1 Petrus 3:18 Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest,

Hebreeën 9:17

h. Galaten 3:15  Broeders, ik spreek op menselijke wijze: Zelfs een verbond van mensen dat rechtsgeldig is geworden, stelt niemand terzijde of voegt daar iets aan toe.

Hebreeën 9:20

i.Exodus 24:8 Toen nam Mozes het bloed, sprenkelde het op het volk en zei: Zie, dit is het bloed van het verbond dat de HEERE met u gesloten heeft op grond van al die woorden.

Mattheüs 26:28 want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

Hebreeën 9:25

j. Hebreeën 9:7 In het tweede deel  echter ging  alleen de hogepriester eenmaal per jaar binnen, niet zonder bloed, dat hij voor zichzelf offerde en voor de afdwalingen van het volk.

Exodus 30:10 Aäron moet dan eenmaal per jaar aan de horens van het altaar verzoening doen met een deel van het bloed van het zondoffer ter verzoening. Eenmaal per jaar moet hij aan de horens verzoening doen, al uw generaties door; het is allerheiligst voor de HEERE.

Leviticus 16:2 De HEERE zei toen tegen Mozes: Spreek tot uw broer Aäron en zeg dat hij niet te allen tijde in het heiligdom binnen het voorhangsel mag komen, vóór het verzoendeksel dat op de ark ligt, opdat hij niet sterft, want Ik verschijn in de wolk op het verzoendeksel.

Leviticus 16:34 Dit is voor u tot een eeuwige verordening om voor de Israëlieten eenmaal per jaar verzoening te doen voor al hun zonden. En men deed zoals de HEERE Mozes geboden had.

Hebreeën 9:28

k. Romeinen 5:6 Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven.

Romeinen 5: 8 God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.

1 Petrus 3:18 Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest,

deBron Aug 5 '14

Hebreeën 10

Hebreeën 10:1

l. Kolossenzen 2:17 Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.

Hebreeën 8:5 Deze priesters doen dienst in een afbeelding en schaduw van de hemelse dingen, overeenkomstig een aanwijzing van God die Mozes ontving bij het voltooien van de tabernakel. Want zie erop toe, zegt Hij, dat u alles maakt overeenkomstig het voorbeeld dat u op de berg getoond is.

Hebreeën 10:4

m. Leviticus 16:14 Hij moet dan een deel van het bloed van de jonge stier nemen, en met zijn vinger op het verzoendeksel sprenkelen, aan de kant naar het oosten toe. En vóór het verzoendeksel moet hij zeven keer met zijn vinger van dat bloed sprenkelen.

Numeri 19:4 En de priester Eleazar moet met zijn vinger een deel van haar bloed nemen, en hij moet een deel van haar bloed zeven keer in de richting van de voorkant van de tent van ontmoeting sprenkelen.

Hebreeën 9:13 Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees,

Hebreeën 10:5

n. Psalmen 40:7 U hebt geen vreugde gevonden in slachtoffer en graanoffer, U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt U niet geëist.

Jesaja 1:11 Waartoe dienen voor Mij uw vele offers? zegt de HEERE. Ik heb genoeg van de brandoffers van rammen en het vet van gemest vee; en in het bloed van jonge stieren, lammeren of bokken vind Ik geen vreugde.

Jeremia 6:20 Waarom zou voor Mij wierook uit Sjeba moeten komen en de beste kalmoes uit een ver land? Uw brandoffers zijn Mij niet welgevallig, en uw slachtoffers zijn Mij niet aangenaam.

Amos 5:21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten,

Hebreeën 10:10

o. Hebreeën 9:12 Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.

Hebreeën 10:12

p. Psalmen 110:1 Belofte voor de Priesterkoning Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten.

Handelingen 2:34 David is immers niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand,

1 Korinthe 15:25 Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd.

Efeze 1:20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten,

Kolossenzen 3:1 Zoeken wat boven is Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.

Hebreeën 1:13 En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?

Hebreeën 10:16

q. Jeremia 31:31-34 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.  Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.

Romeinen 11:27 En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.

Hebreeën 8:8 Want hen berispend zegt Hij tegen hen: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten,

Hebreeën 10:19

a. Johannes 10:9 Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.

Johannes 14:6 Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Romeinen 5:2 Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.

Efeze 2:13 Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen.

Efeze 3:12 In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem.

Hebreeën 10:22

b. Ezechiël 36:25 Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.

Hebreeën 10:26

c. Numeri 15:30 Maar de persoon die iets met opgeheven hand doet, van de ingezetenen of van de vreemdelingen, die lastert de HEERE: die persoon moet uit het midden van zijn volk uitgeroeid worden,

Mattheüs 12:31 Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden.

Hebreeën 6:4 Waarschuwing tegen afvalligheid Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest,

2 Petrus 2:20 Want als zij de besmettingen van de wereld ontvlucht zijn door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, maar daarin opnieuw verwikkeld raken en daardoor overwonnen worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste.

1 Johannes 5:16 Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan moet hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij moet bidden.

Hebreeën 10:28

d. Numeri 35:30 Wat betreft allen die iemand om het leven gebracht hebben: op grond van de verklaring van meerdere getuigen moet men degene die een doodslag begaan heeft, doodslaan. Er mag echter niet slechts één getuige tegen een persoon getuigen, zodat die zou moeten sterven.

Deuteronomium 17:6 Op de verklaring van twee of drie getuigen moet hij die dient te sterven, gedood worden; hij mag niet gedood worden op de verklaring van slechts één getuige.

Deuteronomium 19:15 Straf voor een vals getuigenis Eén enkele getuige mag tegen niemand opstaan met betrekking tot enige ongerechtigheid of tot enige zonde, bij elke zonde die men ook zou kunnen doen. Op de verklaring van twee getuigen of op de verklaring van drie getuigen staat de zaak vast.

Mattheüs 18:16 Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat.

Johannes 8:17 En er staat ook in uw wet geschreven dat het getuigenis van twee mensen waar is.

2 Korinthe 13:1 Laatste vermaningen Dit is de derde keer dat ik naar u toe kom. In de mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan.

Hebreeën 10:30

e. Deuteronomium 32:35 Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe, op het tijdstip dat hun voet wankelt. Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij, en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.

Romeinen 12:19 Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

f. Deuteronomium 32:36 Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen, Hij zal berouw hebben over Zijn dienaren. Want Hij zal zien dat hun kracht is vergaan, en dat het met de gebondene en de vrije gedaan is.

Hebreeën 10:34

g. Handelingen 21:33 Toen kwam de overste dichterbij, greep hem en gaf bevel hem met twee ketenen te boeien, en hij vroeg wie hij was en wat hij gedaan had.

h. Mattheüs 5:12 Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

Hebreeën 10:36

i. Lukas 21:19 Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen.

Hebreeën 10:37

j. Habakuk 2:3 Voorzeker, het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.

Hebreeën 10:38

k. Habakuk 2:4 Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

Romeinen 1:17 Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Galaten 3:11En dat door de wet niemand gerechtvaardigd wordt voor God, is duidelijk, want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

deBron Sep 21 '14

Hebreeën 11

Hebreeën 11:3

a.Genesis 1:1 De schepping In het begin schiep God de hemel en de aarde.

Psalmen 33:6 Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.

Johannes 1:10 Hij was in de wereld  en de wereld is door Hem ontstaan en de wereld heeft Hem niet gekend.

Efeze 3:9 en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus,

Kolossenzen 1:16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

b. Romeinen 4:17 zoals geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gemaakt. Dit was hij tegenover Hem in Wie hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij zijn.

Kolossenzen 1:16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

Hebreeën 11:4

c. Genesis 4:4 Ook Abel bracht een offer, van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer,

d. Mattheüs 23:35 opdat over u al het rechtvaardige bloed zal komen dat vergoten is op de aarde, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar.

Hebreeën 11:5

e. Genesis 5:24 Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.

Hebreeën 11:7

f. Genesis 6:13 Daarom zei God tegen Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen, want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik ga hen met de aarde te gronde richten.

Hebreeën 11:8

g. Genesis 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

Hebreeën 11:11

h. Genesis 17:19 God zei: Integendeel, uw vrouw Sara zal u een zoon baren en u moet hem de naam Izak geven. Ik zal Mijn verbond met hem maken, tot een eeuwig verbond voor zijn nageslacht na hem.

Genesis 21:2 Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had.

i.Lukas 1:36 En zie, uw nicht Elizabet is eveneens zwanger van een zoon, in haar ouderdom. Dit is de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar genoemd werd.

Hebreeën 11:12

j. Genesis 15:5 Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.

Genesis 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.

Hebreeën 11:13

k. Johannes 8:53 U bent toch niet meer dan onze vader Abraham, die ook gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Voor wie geeft U Zichzelf uit?

l. Genesis 23:4 Ik ben slechts een vreemdeling en bijwoner bij u, maar geef mij toch bij u een eigen graf zodat ik mijn dode kan uitdragen en begraven.

Genesis 47:9 Jakob zei tegen de farao: Het aantal van de jaren van mijn vreemdelingschap is honderddertig jaar. Weinig in getal en vol kwaad zijn mijn levensjaren geweest, en zij hebben het aantal van de levensjaren van mijn vaderen in de dagen van hun vreemdelingschap nog niet eens bereikt.

Hebreeën 11:16

m. Exodus 3:6 Hij zei verder: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes bedekte zijn gezicht, want hij was bevreesd God aan te kijken.

Mattheüs 22:32 Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? God is niet een God van doden, maar van levenden.

Handelingen 7:32 Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes begon erg te beven en durfde het niet te bekijken.

Hebreeën 11:17

n. Genesis 22:10 Toen strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten.

Hebreeën 11:18

o. Genesis 21:12 Maar God zei tegen Abraham: Laat deze zaak met betrekking tot de jongen en uw slavin niet kwalijk zijn in uw ogen. Bij alles wat Sara u zegt, luister naar haar stem, wantalleen het nageslacht van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.

Romeinen 9:7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.

Galaten 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

Hebreeën 11:20

p. Genesis 27:28 Moge God je geven van de dauw van de hemel, van de vruchtbare streken van de aarde: overvloed van koren en nieuwe wijn.

Genesis 27:39  Toen antwoordde zijn vader Izak en zei tegen hem: Zie, van de vruchtbare streken van de aarde zal je woongebied zijn, en van de dauw van de hemel van boven.

Hebreeën 11:21

q. Genesis 48:15 En hij zegende Jozef en zei: De God voor Wiens aangezicht mijn vaderen, Abraham en Izak, gewandeld hebben, de God Die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag,

r. Genesis 47:31 Hij zei: Zweer het mij. En hij zwoer het hem. Toen boog Israël zich neer aan het hoofdeinde van het bed.

Hebreeën 11:22

s. Genesis 50:24 En Jozef zei tegen zijn broers: Ik ga sterven, maar God zal zeker naar jullie omzien en jullie uit dit land laten trekken naar het land dat Hij gezworen heeft aan Abraham, Izak en Jakob.

Hebreeën 11:23

t. Exodus 2:2 De vrouw werd zwanger en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij mooi was, verborg zij hem drie maanden.

Handelingen 7:20 In die tijd werd Mozes geboren. Hij was bijzonder mooi. Hij werd drie maanden opgevoed in het huis van zijn vader.

Hebreeën 11:25

u. Psalmen 84:11 Want één dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid.

Hebreeën 11:28

v. Exodus 12:21 Toen riep Mozes al de oudsten van Israël bijeen en zei tegen hen: Kies uit, en neem voor uzelf kleinvee voor uw gezinnen, en slacht het paaslam.

Hebreeën 11:29

w. Exodus 14:22 Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur.

Hebreeën 11:30

x. Jozua 6:20 Het volk juichte, toen zij op de bazuinen bliezen. En het gebeurde, zodra het volk het bazuingeschal hoorde, dat het volk een luid gejuich aanhief. En de muur stortte in en het volk klom de stad in, ieder recht voor zich uit, en zij namen de stad in.

Hebreeën 11:31

y. Jozua 6:23 Toen gingen de jongemannen, de verkenners, naar binnen en brachten Rachab naar buiten, met haar vader, haar moeder, haar broers, en alles wat van haar was. Ook brachten zij al haar familieleden naar buiten en zij lieten hen buiten het kamp van Israël verblijven.

Jakobus 2:25 En is Rachab, de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?

z. Jozua 2:1 Rachab en de verkenners Daarna stuurde Jozua, de zoon van Nun, er vanuit Sittim in het geheim twee mannen als verkenners op uit, en zei: Ga op weg, bekijk het land en Jericho. Zij gingen en kwamen in het huis van een vrouw, een hoer, van wie de naam Rachab was, en zij sliepen daar.

Hebreeën 11:32

a.Richteren 6:11 Gideon tot richter geroepen Toen kwam een Engel van de HEERE. Hij nam plaats onder de eik die bij Ofra is, die aan de Abiëzriet Joas toebehoorde. En zijn zoon Gideon klopte tarwe uit in de wijnpers om die voor de Midianieten te verbergen.

b. Richteren 4:6 Zij stuurde een bode en liet Barak, de zoon van Abinoam, uit Kedes-Naftali, roepen en zei tegen hem: Heeft de HEERE, de God van Israël, niet geboden: Ga, trek op naar de berg Tabor en neem tienduizend man met u mee, van de nakomelingen van Naftali en van de nakomelingen van Zebulon?

c. Richteren 13:24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.

d. Richteren 11:1 De Gileadiet  Jefta nu was een strijdbare held, maar hij was het kind van een hoer. Gilead had Jefta echter verwekt.

Richteren 12:7 Jefta gaf zes jaar leiding aan Israël. En de Gileadiet Jefta stierf en werd begraven in een van de steden van Gilead.

e. 1 Samuel 17:45 Maar David zei tegen de Filistijn: U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een werpspies, maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt.

f. 1 Samuel 12:20 Toen zei Samuel tegen het volk: Wees niet bevreesd, u hebt al dit kwaad wel gedaan, maar wijk niet langer van achter de HEERE af, en dien de HEERE met uw hele hart.

Hebreeën 11:33

g. Richteren 14:6 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem, zodat hij hem uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt, zonder dat hij iets in zijn hand had. Maar hij vertelde zijn vader en moeder niet wat hij gedaan had.

1 Samuel 17:34 Toen zei David tegen Saul: Uw dienaar weidde de schapen van zijn vader, en kwam er een leeuw of een beer die een schaap van de kudde wegnam,

Daniël 6:23 Mijn God heeft Zijn engel gezonden en Hij heeft de muil van de leeuwen toegesloten. Ze hebben mij geen letsel toegebracht, omdat ik voor Hem onschuldig ben bevonden. Ook tegen u, o koning, heb ik geen misdaad begaan.

Hebreeën 11:34

h. Daniël 3:25 Hij antwoordde en zei: Zie, ik zie vier mannen midden in het vuur vrij rondlopen! Zij hebben geen letsel en de aanblik van de vierde lijkt op die van een zoon van de goden.

i. 1 Samuel 20:1 Verbond tussen David en Jonathan Toen vluchtte David uit Najoth bij Rama. Hij kwam bij Jonathan en zei: Wat heb ik gedaan, wat is mijn misdaad, en wat is mijn zonde tegenover je vader, dat hij mij naar het leven staat?

1 Koningen 19:3 Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.

2 Koningen 6:16 Hij zei: Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn.

j. Job 42:10 Het gezegend einde van Job En de HEERE bracht een omkeer in het levenslot van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden. De HEERE vermeerderde alles wat Job bezeten had tot het dubbele toe.

Psalmen 6:9 Ga weg van mij, u allen die onrecht bedrijft, want de HEERE heeft mijn luide geween gehoord.

Jesaja 38:21 Jesaja had namelijk gezegd: Laat men een klomp vijgen nemen en die als een pleister op de zweer leggen; dan zal hij genezen.

Hebreeën 11:35

k. 1 Koningen 17:23  Elia nam het kind op, bracht het vanuit het bovenvertrek naar beneden in huis, en gaf het aan zijn moeder. Toen zei Elia: Zie, uw zoon leeft.

2 Koningen 4:36 Hij riep Gehazi en zei: Roep deze vrouw uit Sunem. Hij riep haar en zij kwam bij hem; hij zei: Neem uw zoon op.

l. Handelingen 22:25 En terwijl zij hem met de riemen in gestrekte houding vastbonden, zei Paulus tegen de hoofdman over honderd die erbij stond: Is het u geoorloofd een Romein te geselen, en dat nog wel onveroordeeld?

Hebreeën 11:36

m. Jeremia 20:2 liet Pashur de profeet Jeremia slaan en zette hem in het blok dat in de bovenste Benjaminpoort aan het huis van de HEERE was.

Hebreeën 11:37

n. 1 Koningen 21:13 Toen kwamen er twee mannen, verdorven lieden, tegenover hem zitten, en die verdorven lieden getuigden tegen hem, tegen Naboth, ten overstaan van het volk: Naboth heeft God en de koning vaarwel gezegd. Daarop brachten zij hem buiten de stad en stenigden hem met stenen, zodat hij stierf.

o. 2 Koningen 1:8 Zij zeiden tegen hem: Het was een man met een haren mantel en een leren gordel om zijn middel gebonden. Toen zei hij: Dat is Elia, de Tisbiet.

Mattheüs 3:4 Deze Johannes had kleding van kameelhaar en een leren gordel om zijn middel; zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing.

deBron Sep 21 '14

Hebreeën 12

Hebreeën 12:1

a.Romeinen 6:4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen.

Efeze 4:22 namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens  aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten,

Kolossenzen 3:8 Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.

1 Petrus 2:1,2 De levende steen en het heilige volk Leg dan af alle slechtheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij. En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien,

b. Romeinen 12:12 Verblijd u in de hoop.  Wees geduldig in de verdrukking.  Volhard in het gebed.

Hebreeën 10:36 Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen.

c. 1 Korinthe 9:24 Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt.

Hebreeën 12:2

d. Lukas 24:26 Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?

Filippenzen 2:8 En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.

Filippenzen 2:9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,

1 Petrus 1:11 Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou, en ook van de heerlijkheid daarna.

e. Hebreeën 1:3 Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.

Hebreeën 8:1 Christus Hogepriester van een beter verbond De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

Hebreeën 12:4

f. 1 Korinthe 10:13Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen.  En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die  te kunnen doorstaan.

Hebreeën 12:5

g. Job 5:17 Zie, welzalig is de sterveling die door God gestraft wordt; verwerp daarom de bestraffing van de Almachtige niet.

Spreuken 3:11 Mijn zoon, verwerp de vermaning van de HEERE niet en heb geen afkeer van Zijn bestraffing.

Openbaring 3:19 Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u.

Hebreeën 12:12

h. Jesaja 35:3 Versterk de slappe handen, verstevig de wankele knieën;

Hebreeën 12:14

i.Romeinen 12:18 Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen.

2 Timotheüs 2:22 Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd. Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en  vrede na, samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart.

j. Mattheüs 5:8 Zalig zijn  de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Hebreeën 12:15

k. 2 Korinthe 6:1 Paulus' verdrukkingen En als medearbeiders van God  roepen wij u er ook toe op de genade van God niet tevergeefs ontvangen te hebben.

l. Deuteronomium 29:18 Laat onder u geen man of vrouw, gezin of stam zijn die zijn hart heden van de HEERE, onze God, afkeert, om de goden van deze volken te gaan dienen. Laat onder u geen  wortel zijn die gal en alsem voortbrengt.

m. Handelingen 17:13 Maar toen de Joden van Thessalonica te weten gekomen waren dat het Woord van God door Paulus ook in Berea verkondigd werd, kwamen zij ook daar de menigten in verwarring brengen.

Galaten 5:12 Lieten zij die u opruien, zich maar afsnijden!

Hebreeën 12:16

n. Efeze 5:3 Maar ontucht en alle onreinheid of hebzucht, laten die  onder u beslist niet genoemd worden, zoals het heiligen past,

Kolossenzen 3:5 De oude en de nieuwe mens Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.

1 Thessalonicenzen 4:3 Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht,

o. Genesis 25:33 Toen zei Jakob: Zweer het mij eerst. En hij zwoer het hem. Zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob.

Hebreeën 12:17

p. Genesis 27:36 Hij zei daarop: Wordt hij niet terecht Jakob genoemd, omdat hij mij nu twee keer bedrogen heeft?  Mijn eerstgeboorterecht heeft hij mij  afgenomen, en zie, nu heeft hij mij mijn zegen afgenomen. Verder zei hij: Hebt u dan geen zegen voor mij overgehouden?

Hebreeën 12:18

a.Exodus 19:10 En de HEERE zei tegen Mozes: Ga naar het volk toe, en heilig hen vandaag en morgen, en laten zij hun kleren wassen

b. Exodus 19:16  En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde.

Deuteronomium 5:22 Deze woorden sprak de HEERE tot heel uw gemeente, op de berg, vanuit het midden van het vuur, de donkere wolken, met luide stem; Hij voegde er niets aan toe. Hij schreef ze op twee stenen tafelen en gaf ze aan mij.

Hebreeën 12:19

c. Exodus 20:19 Zij zeiden tegen Mozes: Spreekt ú met ons, dan zullen wij luisteren, maar laat God niet met ons spreken, anders sterven wij.

Deuteronomium 5:25 Maar nu, waarom zouden wij sterven? Want dit grote vuur zou ons verteren; als wij de stem van de HEERE, onze God, nog langer zouden horen, zouden wij sterven.

Deuteronomium 18:16 overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag dat u daar  bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven.

Hebreeën 12:20

d. Exodus 19:13 Geen hand mag hem aanraken, want hij zal zeker gestenigd of met pijlen  doorschoten worden. Of het nu een dier of een mens is, hij mag niet blijven leven. Pas  als de ramshoorn een langgerekte toon laat horen, mogen zíj de berg beklimmen.

Hebreeën 12:22

e. Galaten 4:26 Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen.

Openbaring 3:12 Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam.

Openbaring 21:10 En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en liet mij de grote stad zien, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan.

Hebreeën 12:23

f. Lukas 10:20 Verblijd u echter niet daarover dat de geesten aan u onderworpen zijn, maar verblijd u erover dat uw namen opgeschreven zijn in de hemel.

Hebreeën 12:24

g. Hebreeën 10:22 laten wij tot Hem  naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water.

1 Petrus 1:2 uitverkoren overeenkomstig de voorkennis van God de Vader, door de heiliging van de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenkeling met het bloed van Jezus Christus: moge genade en vrede voor u vermeerderd worden.

h. Genesis 4:10 En Hij zei: Wat hebt u gedaan! Er is een stem van het bloed van uw broer, dat van de aardbodem tot Mij roept.

Hebreeën 11:4 Door het geloof heeft Abel God een beter offer gebracht dan Kaïn. Daardoor kreeg hij getuigenis dat hij rechtvaardig was; dit heeft God met het oog op zijn gaven getuigd. En door dit geloof  spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.

Hebreeën 12:25

i.Hebreeën 2:3 hoe zullen wij dan  ontvluchten, als wij zo'n grote zaligheid veronachtzamen, die in het begin door de Heere is verkondigd, en die  aan ons is bevestigd door hen die Hem  gehoord hebben.

Hebreeën 12:26

j. Haggaï 2:7 Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nog één ogenblik, en  dat is een korte tijd,  dan zal Ik de hemel, de aarde, de zee en het droge doen beven.

Hebreeën 12:28

k. 1 Petrus 2:5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot  een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.

Hebreeën 12:29

l. Deuteronomium 4:24 Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig God.

 

deBron Sep 21 '14

Hebreeën 13

Hebreeën 13:1

a.Romeinen 12:10 Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde. Ga elkaar voor in eerbetoon.

Efeze 4:3 en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede:

1 Petrus 1:22 Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar dan vurig lief uit een rein hart,

1 Petrus 2:17 Houd iedereen in ere; heb al uw  broeders lief; vrees God; eer de koning.

1 Petrus 4:8 Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.

Hebreeën 13:2

b. Romeinen 12:13 Wees deelgenoot in de noden van de heiligen. Leg u toe op de gastvrijheid.

1 Petrus 4:9 Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.

c. Genesis 18:1 God verschijnt aan Abraham bij Mamre Daarna verscheen de HEERE aan hem bij de eiken van Mamre, toen hij in de ingang van de tent zat en de dag heet werd.

Genesis 19:1 Verwoesting van Sodom en Gomorra De twee engelen kwamen 's avonds in Sodom aan, terwijl Lot in de poort van Sodom zat. Toen Lot hen  zag, stond hij op om hun tegemoet te gaan, en boog hij zich met zijn  gezicht ter aarde.

Hebreeën 13:3

d. Mattheüs 25:36 Ik was  naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.

Hebreeën 13:5

e. Exodus 23:8 U mag geen geschenk aannemen, want het geschenk maakt zienden blind en verdraait de woorden van de rechtvaardigen.

Deuteronomium 16:19 U mag het recht niet buigen. U mag niet partijdig zijn en geen geschenk aannemen, want een geschenk verblindt de ogen van wijzen en verdraait de woorden van rechtvaardigen.

Spreuken 15:16 Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat met verwarring erbij.

f. Filippenzen 4:11 Niet dat ik dit  zeg vanwege gebrek, want ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden  waarin ik verkeer.

1 Timotheüs 6:6 Maar de godsvrucht is inderdaad  een bron van grote winst, vergezeld  van tevredenheid.

1 Timotheüs 6:8 Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.

g. Deuteronomium 31:6,8

6 Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en schrik niet voor hen terug, want het is de HEERE, uw God, Die met u meegaat. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.

8 De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.  Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.

Jozua 1:5 Niemand zal tegenover u standhouden al de dagen van uw leven. Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten.

1 Kronieken 28:20 Vervolgens zei David tegen zijn zoon Salomo: Wees sterk en moedig, en doe het; wees niet bevreesd en wees niet ontsteld, want de HEERE God, mijn God, zal met je zijn. Hij zal je niet loslaten en Hij zal je niet verlaten, totdat je heel het werk voor de dienst van het huis van de HEERE zult voltooid hebben.

Hebreeën 13:6

h. Psalmen 56:5 In God prijs ik Zijn woord, op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een schepsel mij kunnen doen?

Psalmen 118:6 De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd. Wat kan een mens mij doen?

Hebreeën 13:7

i.Hebreeën 13:17 Gehoorzaam uw voorgangers en wees hun onderdanig, want zij waken over uw zielen  omdat zij rekenschap moeten afleggen, opdat zij dat mogen doen met vreugde en niet al zuchtend. Dat heeft immers voor u geen nut.

Hebreeën 13:9

a.Jeremia 29:8 Want zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Laten uw profeten die in uw midden zijn, en uw waarzeggers u niet bedriegen. Luister niet naar uw dromers die u laat dromen,

Mattheüs 24:4 En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Pas op dat niemand u misleidt.

Romeinen 16:17 En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen, en keer u van hen af.

Efeze 4:14 opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn, heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden,

Efeze 5:6 Laat niemand u misleiden met inhoudsloze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid.

Kolossenzen 2:16 De dwaasheid van menselijke bepalingen Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten.

2 Thessalonicenzen 2:2 dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting  van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn.

2 Timotheüs 4:3 Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat  het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten.

1 Johannes 4:1 De geesten beproeven Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.

b. Johannes 6:27 Werk niet om  het voedsel dat vergaat, maar om  het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.

Romeinen 14:17 Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest.

Hebreeën 13:11

c. Exodus 29:14 Maar het vlees van de jonge stier, zijn huid en zijn mest moet u buiten het kamp met vuur verbranden: het is een zondoffer.

Leviticus 4:21 Vervolgens moet hij de jonge stier naar buiten brengen, tot buiten het kamp, en hem verbranden, net zoals hij de eerste jonge stier verbrand heeft. Het is een zondoffer van de gemeente.

Leviticus 6:30 Maar men mag geen zondoffer eten waarvan een deel van  het bloed in de tent van ontmoeting gebracht wordt om in het heiligdom verzoening te doen. Het moet in het vuur verbrand worden.

Leviticus 16:27 De jonge stier voor het zondoffer en de bok voor het zondoffer, waarvan het bloed in het heiligdom is binnengebracht om verzoening te doen, moet men tot buiten het kamp brengen. Hun huiden, hun vlees en hun mest moeten zij met vuur verbranden.

Numeri 19:3 U moet die aan de priester Eleazar geven, en men moet haar buiten brengen, tot buiten het kamp, en haar voor zijn ogen  slachten.

Hebreeën 13:12

d. Johannes 19:17-18 De kruisiging En terwijl Hij Zijn kruis droeg, ging Hij op weg naar de plaats  die Schedelplaats genoemd wordt en  in het Hebreeuws Golgotha. Daar kruisigden zij Hem en met Hem twee anderen, aan elke kant één, en Jezus in het midden.

Hebreeën 13:14

e. Filippenzen 3:20 Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk  de Heere Jezus Christus,

Hebreeën 13:15

f. Hosea 14:3 Neem deze woorden met u mee, bekeer u tot de HEERE. Zeg tegen Hem: Neem alle ongerechtigheid weg, neem het goede aan. Dan zullen wij de offers van onze lippen nakomen.

Hebreeën 13:16

g. Filippenzen 4:18 Maar ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed; ik ben geheel voorzien, nu ik door middel van Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was, als  een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God.

Hebreeën 13:17

h. Filippenzen 2:29 Ontvang hem dan in de Heere, met alle blijdschap, en houd zulke mensen  in ere.

1 Thessalonicenzen 5:12 Opwekkingen tot geestelijk leven En wij vragen u, broeders, hen te erkennen die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heere en u terechtwijzen,

1 Timotheüs 5:17 De tucht over ouderlingen Laat ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral aan hen die arbeiden in het Woord en in de leer.

i. Ezechiël 3:18 Als Ik tegen de goddeloze zeg: U zult zeker sterven, en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt niet gesproken om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te behouden: die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen.

Ezechiël 33:8 Als Ik tegen de goddeloze zeg: Goddeloze, u zult zeker sterven, en u hebt niet gesproken om de goddeloze te waarschuwen voor zijn weg, dan  zal die goddeloze in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.

Hebreeën 13:20

j. Jesaja 40:11 Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden: Hij zal de lammetjes in Zijn armen  bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

Ezechiël 34:23 Ik zal over hen één Herder doen opstaan en Die zal ze weiden: Mijn Knecht David. Híj zal ze weiden en Híj zal een Herder voor ze zijn.

Johannes 10:11 Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen.

1 Petrus 5:4 En als de Opperherder verschijnt, dan zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen.

Hebreeën 13:21

k. 2 Korinthe 3:5 Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het  uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God.

Filippenzen 2:13 want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn  welbehagen.

Je moet een groepslid zijn om een bericht te kunnen plaatsen.

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. -- 1 Korintiers 13:12-13
    Gisteren, 00:07

Christelijk Nieuws

Geen inhoud

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17