Loading...

Verhalen en Stories - Christelijke verhalen

Gemaakt: Sep 26 '13 Administrator: Siska

Hier kun je mooie christelijke verhalen lezen of plaatsen.

Pagina's: « 1 2 3 4 5 »
Siska Nov 8 '15

God kan ook jou gebruiken !

 

Op een dag hielden de gereedschappen van de meubelmaker een vergadering. De voorzitter was broeder Hamer. De vergadering had hem duidelijk gemaakt, dat hij maar beter kan vertrekken, omdat hij teveel lawaai maakte. Hij zei daarop: "Als ik deze timmermansplaats moet verlaten, dan moet broeder kleine Boor er ook uit! Hij is van zo weinig belang, dat niemand hem zal missen."

 

Daarop stond broeder kleine Boor op en zei: "Goed, maar dan moet broeder Schroevendraaier ook vertrekken. Je moet hem steeds ronddraaien wil hij tot enige prestatie komen."

 

Broeder Schroevendraaier zei toen: "Als je mij eruit wil hebben, dan zal broeder Schaaf er ook uit moeten. Al zijn werk is zo oppervlakkig, iedere diepte ontbreekt eraan."

 

Waarop broeder Schaaf antwoordde: "Dan gaat broeder Duimstok er ook uit, want hij legt iedereen de maatstaaf aan, alsof hij de enige is die gelijk heeft."

 

Broeder Duimstok deed toen zijn beklag over broeder Schuurpapier en zei: "Ik wil wel gaan, maar broeder Schuurpapier is ruwer dan nodig is en hij schuurt altijd de verkeerde kant op."

 

Op het heetst van de discussie kwam de Meubelmaker de werkplaats binnen, om aan zijn dagtaak te beginnen. Hij deed zijn overall aan en ging naar zijn werkbank, om een preekstoel te maken. Hij zocht het hout uit en gebruikte die dag, zoals alle andere dagen: De duimstok, de schaaf, de kleine boor en de grote boor, de hamer en de schroevendraaier, maar ook de beitel en het schuurpapier kwamen aan de beurt. Aan het einde van de dag, toen Hij alle gereedschappen wel één of meerdere keren gebruikt had, was de preekstoel klaar.

 

De Meubelmaker ging naar huis.

 

Toen stond broeder Zaag op en zei: "Broeders, ik zie, dat de Meubelmaker ons allemaal als Zijn werktuigen kan gebruiken, om Zijn doel te bereiken!"

 

Zo mogen wij, waar wij zijn en wie wij ook zijn toch deel uitmaken voor onze hemelse Vader als een bruikbaar instrument. Wij zijn werkzaam, als wij elkaar bemoedigen, opbouwen en positief met elkaar bezig zijn, want wij hebben elkaar nodig.

 

Siska Nov 8 '15

Gods Hoofdkwartier

 

Aan een jongen die het 'Onze Vader' bad vroeg iemand:

 

'Waarom zeggen we in dat gebed eigenlijk

'Onze Vader die in de hemel bent'

terwijl God toch overal is'?

 

De jongen dacht even na en zei:

'omdat dat zijn hoofdkwartier is'.

Siska Nov 8 '15

God spreekt

 

De man fluisterde: God, spreek tot me.

En een leeuwerik begon te zingen.

Maar de man hoorde het niet.

 

Dus de man riep: God, spreek tot me.

En er kwam onweer en weerlicht in de lucht.

Maar de man luisterde niet.

 

De man keek rond en zei: God, ik wil u zien.

En er verscheen een stralende ster aan de nachtelijke hemel.

Maar de man zag het niet.

 

En de man schreeuwde: God, laat me een wonder zien.

En een nieuw leven werd geboren.

Maar de man merkte het niet op.

 

Daarom riep de man wanhopig: God, raak me aan, opdat ik weet dat u bestaat.

Waarop God zicht uitstrekte en de man aanraakte.

Maar de man wuifde de vlinder weg en liep verder.

 

 

Siska Nov 8 '15

En God zei: 'Nee'

 

Ik vroeg aan God mijn trots weg te nemen.

En God zei "Nee" Hij zei, dat het niet aan Hem was het weg te nemen, maar aan mij om het op te geven.

 

Ik vroeg aan God mij geduld te garanderen.

En God zei "Nee" Hij zei, dat geduld een bijproduct is van verdrukking. Het wordt niet gegarandeerd, het wordt verdiend.

 

Ik vroeg aan God om me geluk te geven.

En God zei "Nee" Hij zei: "Ik geef jou zegeningen, het is aan jou er gelukkig mee te zijn."

 

Ik vroeg aan God om me pijn te besparen.

En God zei "Nee" Hij zei: "Lijden zet je apart van wereldse zorgen en brengt je dichter bij mij.

 

Ik vroeg aan God of Hij mijn geest wil doen groeien.

En God zei "Nee" Hij zei dat ik zelf moet groeien maar Hij zal me vruchtbaar maken.

 

Ik vroeg aan God of Hij van me houdt.

En God zei "Ja" Hij gaf me Zijn enige Zoon, die voor mij stierf en eens zal ik in de hemel zijn, omdat ik geloof.

 

Ik vroeg aan God om me te helpen van anderen te houden, net zo veel als Hij van mij houdt.

En God zei "Eindelijk begrijp je waar het om gaat."

 

Gelezen op: ROJ-online

Siska Nov 8 '15

God zoals wij ...

 

In de zaal die naar de troon van God leidde was het erg druk, mensen stond in groepen met elkaar te praten over het leven op aarde.

 

Ze vertelden elkaar hoe slecht ze het wel niet hadden gehad in hun leven op aarde en hoeveel ze wel niet geleden hadden. Een zwarte man zei: "Ik heb een zwaar leven gehad, kijk eens naar de touwen die om mijn nek hebben gezeten, en mij handen ... ik ben slaaf geweest". Een zwanger meisje antwoordde: "en ik dan ik heb er niet voor gekozen om zwanger te worden". Een jongen met 1 been antwoordde: "en ik dan, ik heb mij hele leven zo moeten leiden nog nooit heb ik normaal kunnen lopen.

 

Zo stonden er verschillende groepjes met elkaar te praten, en ze waren het er allen over eens dat God niet wist wat lijden was. Ze kozen uit elk groepje iemand uit die het zwaarste geleden had, en die mensen vormden samen een raad. Ze bespraken met elkaar wat ze tegen God zouden zeggen, en hoe ze hem zouden laten lijden.

 

En dit kwam er uit: We laten hem geboren worden in die koude mensenwereld, hij zal veracht worden, terwijl hij goed probeert te doen, we laten hem opgroeien, over God vertellen, en er zullen er weinig zijn die hem geloven, we zullen hem verraden en gevangen nemen, we zullen hem laten martelen, we zullen hem door een laffe rechter laten veroordelen en hem op een gruwelijk wijze ter dood laten brengen, dan pas zal God weten wat lijden is.

 

De voorzitters stapten naar God toe, en keken hem aan in zijn gezicht. Ze lachten terwijl ze het vonnis voor zijn troon neer legde. God keek hen bedroefd aan, en keek op zij. Daar zat Jezus. De mensen schrokken hevig, want deze God was voor hen gestorven. Deze God had littekens van de martelingen van alles wat je maar op aarde mee kon maken, hij was veracht bespot, vreselijk gegeseld Ze begrepen dat God alles al eens doorstaan had, en dat God als geen ander wist hoe het was om te lijden. Verschrikt gingen ze weg. Onze God, zeiden ze tegen elkaar. Onze God heeft littekens, hij is de enige God met littekens, de enige God die net als ons weet hoe het is om te moeten lijden ...

 

 

Geschreven door Corine Koelewijn

 

Siska Nov 8 '15

Heden overleden: "De Gemeente"

 

”Dit was de aanhef van een rouwbrief, die onlangs door een Engelse predikant aan al zijn gemeenteleden werd toegezonden. Hij heeft met en om zijn gemeente jarenlang geworsteld, in de nette wijk, die hem in zijn stad is toebedeeld.

 

Hij heeft gepreekt met al de warmte van zijn hart om de gemeente tot de vreugde en de zegen van een echte gemeente van Christus te lokken. Hij heeft gepleit en getuigd op huisbezoek en op de gemeenteavonden. Hij heeft gebeden, met taaie volharding, of zij elkaar toch eens mochten leren vinden als broeders en zusters in een levende gemeenschap met de ene Heere.

 

Het heeft alles niet mogen baten. Ds. Fox ploegde op de rotsen van een traditioneel, ongeïnteresseerd Christendom, dat als enige prestatie een half gevuld kerkje opbracht, een kille verzameling luisteraars, wier voornaamste beweging bestond in een stijf knikje naar deze en gene, maar vooral niet naar die of die.

 

Op een morgen, nadat hij weer eens zijn trouwe gebeden voor de gemeente had beëindigd, kwam er plotseling een idee. Ds. Fox nam een vulpen en schreef deze rouwbrief op: “Heden overleed, na een kalm en geduldig gedragen lijden, de gemeente. De rouwdienst zal plaats hebben op zaterdagmiddag a.s. in de kerk, waar gelegenheid is de overledene nog eenmaal te zien.

 

Vooral deze toevoeging deed het kerkje volstromen. Men vroeg zich af, wat de dominee voorhad. Men was niet gewend dat hij gekke dingen deed. Er moest iets ernstigs achter steken. Werd de kerk afgebroken? Werd de gemeente opgeheven? Onder de kansel stond inderdaad een kist. Ds. Fox besteeg de kansel en hield een korte toespraak. Hij herdacht in sobere woorden de overledene. Zij was aan een toenemende lusteloosheid en zwaarmoedigheid overleden. Dat zij geen pijn voelde had tragisch genoeg haar einde verhaast.

 

Zo was zij zacht en kalm en in zichzelf gekeerd, als zij sinds jaren was, overleden. Het enige, wat ons overblijft, is haar ziel in de oneindige barmhartigheid van God aanbevelen, aldus besloot Ds. Fox zijn toespraak, waarna hij nog aankondigde, dat er nu gelegenheid was langs de kist te defileren voor een laatste groet. Schuw en bevreemd bleef de gemeente aanvankelijk zitten. Maar Ds. Fox, die ernstig terzijde van de kist was komen staan, wenkte de kerkenraad om de rij te openen. De broeders traden aan en wierpen een voor een laatste blik in de kist waar volgens de dominee, de dode gemeente in lag. Weinige gezichten bleven onbewogen na de blik. Sommigen verbleekten plotseling, anderen schenen verschrokken, of wierpen een vragende of verontwaardigde blik op Ds. Fox, die nog altijd zwijgend, maar met een grote liefde voor de gemeente op zijn gelaat, terzijde stond. Langzaam volgde de gemeente het voorbeeld van de kerkenraad. In een diepere beklemming dan op welke begrafenis dan ook, schoven de gemeenteleden de rij zwijgend uit. Daarna zette iedereen zich weer neer in de bank, de hand voor de ogen. Een vrouw begon gedempt te snikken... in de kist lag een grote spiegel. Wie zichzelf over de dode gemeente boog, zag zichzelf in de ogen.

 

’s Avonds stonden ze op de stoep bij Ds. Fox: een ouderling en zeven gemeenteleden, waaronder twee vrouwen en twee jongeren. De ouderling, die het woord zou doen, had het er niet gemakkelijk mee. Hij zei: "Dominee... we hebben het allemaal begrepen... Maar we willen, niet meer dood zijn, we willen een levende gemeente van onze Heere zijn. Wilt u ons helpen om dat te worden? En eh... buiten staat de rest van de gemeente. Die hebben ons gestuurd."

 

 

Dit verhaal naar aanleiding van de vraag: "Hoe kunnen wij de persoonlijke verantwoordelijkheid en het eigen initiatief van de gemeenteleden bevorderen, zodat er binnen de gemeente meer wordt omgezien naar elkaar?"

 

Siska Nov 8 '15

Het grote huis

 

Pril geluk

Er was eens een echtpaar. Heel lang geleden. Ze leefden samen in een heel groot huis. Dat had een hele goede vriend voor hen gebouwd en ze mochten het beschouwen als hun eigendom. Het huis was voorzien van allemaal ramen en deuren die altijd open stonden. Dat kon, want er was totaal geen reden om ze dicht te doen. En zo kon je overdag de zon zien schijnen en de vele vogels horen fluiten of de geuren van de natuur door het huis laten wervelen. Ze waren daar heel gelukkig. En 's avonds maakten ze samen vaak een wandeling met hun beste vriend, die wat verderop woonde, maar altijd wel in de buurt leek te zijn. Het was goed toeven, zo met elkaar.

 

Vaak waren ze bezig om de mogelijkheden van hun huis te verkennen. Het had namelijk heel veel kamers, waar steeds wel weer iets nieuws te ontdekken viel. Maar het mooiste was toch wel het contact dat ze hadden met hun vriend. Daar verheugden ze zich elke dag op.

 

De verduistering

Op een dag, ze woonden nog niet zo lang in het grote huis, kwam er ineens een vreemdeling aan de deur. Hij vroeg met een smoesje de sleutels van het grote huis in bruikleen. Hij zou, zo vertelde hij een beetje geheimzinnig, nog wat verborgenheden laten zien, waar het echtpaar vast wel interesse in had. Ze wisten wel, dat ze eigenlijk die sleutels niet mochten afgeven: Hun vriend zou op zijn tijd alles ook wel laten zien. Maar het klonk best wel aantrekkelijk. En ze waren ook wel nieuwsgierig. En zo gaven ze hun sleutels af.

 

Toen gebeurde er iets vreemds: De zon betrok. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt. Het werd ineens een beetje kil in het grote huis en ze voelden zich wat alleen. En voor die verborgenheden hadden ze plots niet meer zoveel aandacht. Ze werden bang en trokken zich terug in een klein kamertje ergens in het grote huis. Wat was er gebeurd?

 

's Avonds kwam hun vriend langs. Hij stond buiten en riep of het echtpaar weer kwam wandelen. Een beetje angstig en schuchter riepen ze terug dat ze niet meer naar buiten durfden, omdat ze het koud hadden gekregen. De vriend zei dat hij toen wel begreep wat er was gebeurd: Ze waren geen baas meer in hun eigen huis. Dat vond hij heel spijtig, maar het was hun huis en hij kon er op dat moment niets meer aan doen. Wel gooide hij nog wat kleren naar binnen, zodat ze zich nog enigszins warm konden houden tijdens de winteravonden. En terwijl hij wegliep riep hij nog, dat hij voor hulp zou zorgen, maar dat ze wel geduld moesten hebben tot die hulp zou opdagen.

 

De misleiding

Intussen was de vreemdeling in geen velden of wegen meer te zien. Wel merkten ze dat hij in het grote huis rondsloop. Soms hoorde ze hem timmeren en zagen en dan wisten ze dat er weer iets aan het grote huis werd veranderd. Het was nooit een verbetering, want hun vroegere vriend had het huis perfect gebouwd. Maar zo langzamerhand werden alle ramen en deuren dichtgespijkerd en kon er helemaal geen licht meer van buitenaf in het huis komen. Maar ondanks het feit, dat ze zich enorm eenzaam voelden, moesten ze toch aan de toekomst denken. Ze werden per slot van rekening steeds ouder en alhoewel dat vroeger niet zo was, leek er nu ineens een einde te komen aan alles. Ze kregen kinderen en aan hen vertelden ze in welke situatie ze waren gekomen door hun eigen schuld.

 

Hoe zij en dus ook hun kinderen onder de heerschappij waren gekomen van de vreemdeling, die zich steeds vrijmoediger in het huis begon te bewegen. Maar steeds vertelden ze er ook bij, dat hun vriend had beloofd voor een oplossing te zorgen.

 

Gewenning

De jaren verstreken. En langzamerhand begon het gezin te wennen aan de situatie. De kinderen, die er geboren werden, wisten op den duur niet beter en zo nu en dan hielpen ze zelfs de vreemdeling met het verbouwen van het huis. Iedereen had zijn eigen kamer en steeds vaker gebeurde het dat ze onderling ruzie kregen. En bijna niemand rekende nog op de hulp, die ooit eens aan hun over-over-enz-grootouders was beloofd. De meesten vonden het eigenlijk wel best zo en liepen wat apathisch op de tast rond in het grote donkere huis. Velen anderen deden het af als een verhaal voor bij de open haard. Ze zaten dan somber voor zich uit te staren, terwijl iemand heel naïef het oude verhaal nog eens voorlas. Het sprankje hoop, dat op zo'n moment in hun hart omhoog kwam, deden ze af als kinderlijke nonsens. Daarna maakten ze weer ruzie en gunden elkaar het licht niet in de ogen.

 

En terwijl ze zo hun tijd voortkibbelden, gebeurde het op een goede dag dat de voordeur van het grote huis openging: dat was in eeuwen niet meer gebeurd. De meeste inwoners van het huis wisten niet eens, dat er een voordeur was en hadden er dus ook nooit naar gezocht. Maar daar scheen ineens licht van buiten naar binnen. En een stem riep, dat ze allemaal naar buiten mochten komen en dat het huis weer hun eigendom was geworden. Degenen die zich het dichtst bij de voordeur bevonden, liepen een beetje onwennig naar buiten. Oh ja het licht was veel te fel en ze moesten hun ogen nog wat beschermen, maar langzamerhand begonnen ze de schoonheid en de warmte te ontdekken, die hun omstraalde. Velen rolden van blijdschap over het gras, dat ze nog nooit hadden gezien of gevoeld. En anderen stonden ademloos te luisteren naar de vogels die hun lied zongen.

 

Oude glorie

De oude vriend had zijn woord gehouden: de hulp was gekomen. En hij had de sleutels weer teruggevorderd van de vreemdeling. Die was echter nog steeds in het huis. Niet meer legaal, maar toch. Iedereen was er zo aan gewend dat het nog steeds niet echt opviel. Maar zo langzamerhand gingen er weer mensen terug in het huis om te vertellen, dat iedereen naar buiten mocht komen, om kennis te maken met de hulp die de oude vriend had gestuurd. Ze mochten naar buiten komen om te genieten van het mooie weer en de warmte van de zon. Maar velen van degenen die in het huis waren vonden het maar flauwekul. Wat je hebt, weet je en wat je krijgt moet je maar afwachten, riepen ze dan en gingen weer door met elkaar het leven zuur te maken. Anderen lieten zich door de vreemdeling wijs maken, dat het helemaal niet waar was: er was helemaal niet iets buiten, dat mooi, warm en zonnig was. Nee, vertelde hij dan met veel overtuiging, in huis is het pas goed en een deur? Nee, dat was een fabeltje. En velen geloofden het.

 

Maar toch geeft de vriend het niet op, want hij heeft werkelijk een hart voor de zaak. Hij motiveert en mobiliseert al degenen die buiten zijn en vormt ze als het ware tot een leger. En met dat leger trekt hij rond in het grote huis om de vreemdeling uit het huis te krijgen en om te vertellen aan de bewoners dat hij de sleutel weer in zijn bezit heeft. En steeds meer bewoners laten zich overtuigen en voegen zich in het grote leger. Want 1 ding heeft hij in zijn hoofd gezet: het huis zal weer worden hersteld in zijn oude glorie. Alle deuren en ramen zullen eens weer openstaan en de zon zal weer in elk vertrek zijn warmte brengen, geuren zullen weer door het huis wervelen en de zang van de vogels wordt weer gehoord. En het belangrijkste: de bewoners zullen weer wandelen met hun vriend, hun oude eeuwige vriend, die het nooit heeft opgegeven.

 

 

Bron: MSNgroup In Gods Handen

 

Siska Nov 8 '15

Hij mag er niet in

 

Er was eens een zwarte man. Deze zwarte man had een ontmoeting met Jezus gehad en zich bekeerd tot Hem. Hij kreeg meer en meer honger naar het woord van God. Ook wilde hij graag in het gezelschap verkeren van mede broeders en zusters. Samen bouwen aan Gods Koninkrijk.

 

Bij hem in de buurt stond een kerkgebouw. Toen hij daar op zondagochtend aankwam, zag hij dat hij de enigste kleurling was daar. Hij mocht er niet in.....

 

Hoeveel pijn hem dat ook deed, hij probeerde het toen in een dorp verderop. Maar ook hier werd zijn zwarte persoonlijkheid niet op prijs gesteld.

 

Toen hij ten derde male afgewezen werd bij een andere gemeente liep hij naar een boom die voor die kerk stond, liet zich er tegenaan vallen en huilde bittere tranen.

 

Plotseling stond Jezus voor hem. "Wat is er aan de hand, mijn kind?" vroeg Jezus hem zacht. "Ik mag er niet in, dat doet zoveel pijn."

 

Jezus raakte hem zachtjes aan en zei:" Ik weet hoe je je voelt, mijn kind, ik weet hoeveel pijn je hebt. Ik mag er nl. zelf ook niet meer in ...

Siska Nov 8 '15

Hoe LIEFDE te installeren

 

HELP:

Goede morgen mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?

 

KLANT:

Ik heb er lang over nagedacht, maar ik wil nu LIEFDE gaan installeren. Kunt u me daar stap voor stap bij helpen?

 

HELP:

Ja zeker kan ik dat. Bent u er klaar voor?

 

KLANT:

Tja, ik ben niet zo technisch, maar ik denk dat ik er wel klaar voor ben. Wat moet ik eerst doen?

 

HELP:

De eerste stap is het openen van uw HART. Weet u waar HART zit, mevrouw?

 

KLANT:

Ja, dat weet ik, maar er worden nu verschillende andere programma's uitgevoerd. Kunnen die tijdens het installeren blijven draaien?

 

HELP:

Welke programma's zijn dat, mevrouw?

 

KLANT:

Laat me eens kijken, op het ogenblik worden OUD-ZEER.EXE, LAGE-ZELFWAARDERING.EXE, WROK.EXE en WREVEL.COM uitgevoerd.

 

HELP:

Geen probleem. OUD-ZEER.EXE wordt geleidelijk wel door LIEFDE gewist uit uw huidige besturingssysteem. Het kan zijn dat het in het geheugen aanwezig blijft, maar dan laat het andere programma's ongemoeid. LAGE-ZELFWAARDERING.EXE wordt op den duur wel door een module van LIEFDE overschreven die HOGE-ZELFWAARDERING.EXE heet. Maar WROK.EXE en WREVEL.COM moet u wel helemaal afsluiten. Door deze programma's kan LIEFDE niet goed worden geïnstalleerd. Kunt u deze afsluiten, mevrouw?

 

KLANT:

Ik weet niet hoe dat moet. Kunt u me daarbij helpen?

 

HELP:

Met genoegen. Ga naar uw startmenu en klik op VERGEVING.EXE. Doe dat net zolang tot WROK.EXE en WREVEL.COM helemaal zijn gewist.

 

KLANT:

O.K., dat is gebeurd. Nu is LIEFDE vanzelf gestart. Is dat normaal?

 

HELP:

Ja hoor. U moet nu een melding krijgen dat het opnieuw wordt geïnstalleerd voor de levensduur van uw HART. Krijgt u die melding?

 

KLANT:

Ja, die zie ik. Is LIEFDE nu helemaal geïnstalleerd?

 

HELP:

Ja, maar denk eraan dat u nu alleen nog maar de basisprogramma's heeft. U moet de andere HARTEN aansluiten voor de programma-uitbreidingen.

 

KLANT:

Oei. Ik krijg al een foutmelding. Wat moet ik nu doen?

 

HELP:

Welke foutmelding?

 

KLANT:

Er staat "FOUT 412 - PROGRAMMA WORDT NIET UITGEVOERD OP INTERNE COMPONENTEN." Wat wil dat zeggen?

 

HELP:

Geen zorgen, mevrouw. Dat is een probleem dat wel vaker voorkomt.  Het wil zeggen dat LIEFDE is ingesteld om op externe HARTEN te worden uitgevoerd, maar dat het nog niet op uw eigen HART draait. Het ligt nogal ingewikkeld, maar in lekentermen wil het zeggen dat u pas aan "LIEFDE" voor anderen toekomt als u eerst "LIEFDE" voor uw eigen computer draait.

 

KLANT:

Wat moet ik dan doen?

 

HELP:

Kunt u de directory "ZELFAANVAARDING" openen?

 

KLANT:

Ja, die heb ik.

 

HELP:

Mooi zo. U wordt er echt goed in.

 

KLANT:

Dank u.

 

HELP:

Graag gedaan. Klik op de volgende bestanden en kopieer die naar de directory "MIJN-HART": VERGEEF-JE-ZELF.DOC, KEN-JE-WAARDE.TXT en ERKEN-JE BEPERKINGEN.DOC. De computer zal alle bestanden overschrijven die problemen geven en programma's met fouten verbeteren. U moet ook OVERDREVEN-ZELFKRITIEK.EXE uit alle directory's wissen en dan de prullenbak leegmaken zodat u zeker weet dat het programma voorgoed verdwenen is en nooit meer terug kan komen.

 

KLANT:

Zo, da's gebeurd. Hela! Mijn HART loopt vol met nieuwe bestanden. GLIMLACH.MPG draait nu op mijn beeldscherm en geeft aan dat VREDE.COM en TEVREDENHEID.COM in mijn HART worden overschreven. Is dat normaal?

 

HELP:

Dat gebeurt wel eens, ja. Voor sommigen duurt het een tijdje, maar  op den duur worden alle programma's geladen. Maar, alles op zijn tijd. Dus LIEFDE is nu geïnstalleerd en wordt uitgevoerd. Vanaf nu moet u het allemaal zelf aankunnen. Ik heb nog één ding voordat ik ophang.

 

KLANT:

Ja?

 

HELP:

LIEFDE is een gratis programma. Zorg ervoor dat u het programma en  de modules ervan geeft aan iedereen die u maar tegenkomt. Die geven het dan weer aan anderen en van hen krijgt u dan weer soortgelijke andere mooie modules.

 

KLANT:

Dat zal ik doen. Bedankt voor uw hulp. Hoe heet u trouwens?

 

HELP:

Noem me maar de Goddelijke Cardioloog, maar ik sta ook bekend als De Grote Heelmeester, maar de meeste mensen noemen me gewoon God. Men vindt dat een jaarlijkse controle voldoende is voor een gezond hart, maar de fabrikant (Ik dus) beveelt een dagelijkse onderhoudsbeurt aan, wil men optimaal functioneren. Anders gezegd, blijf contact houden...

 

Siska Nov 8 '15

Ik kan niet bidden!

 

Je kunt dit stukje het beste naast het "onze Vader" lezen

 

Ik kan niet zeggen onze,

als ik geen ruimte heb in mijn leven voor anderen en hun behoeftes.

 

Ik kan niet zeggen Vader,

als ik deze Relatie niet laat zien in mijn dagelijkse leven.

 

Ik kan niet zeggen die in de hemelen zijt,

als ik alleen maar met aardse dingen bezig ben.

 

Ik kan niet zeggen Uw Naam worde geheiligd,

als ik zelf alleen maar aan mijn eigen eer denk.

 

Ik kan niet zeggen Uw Koninkrijk kome,

als ik mijn eigen ik niet op wil geven en God accepteren als de bestuurder van mijn leven.

 

Ik kan niet zeggen Uw Wil geschiede,

als ik Gods wil niet accepteer in mijn leven.

 

Ik kan niet zeggen in de hemel alzo ook op de aarde,

alleen als ik echt klaar ben om mijzelf te geven voor Zijn Koninkrijk hier en nu.

 

Ik kan niet zeggen geef ons heden ons dagelijks brood,

zonder mij ervoor in te spannen, of de eerste levensbehoeften van anderen te negeren.

 

Ik kan niet zeggen vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,

als ik wrok blijf voelen voor iedereen.

 

Ik kan niet zeggen leid ons niet in verzoeking,

als ik doelbewust situaties opzoek waar ik de verleiding niet kan weerstaan.

 

Ik kan niet zeggen maar verlos ons van de boze,

als ik nog niet voorbereid ben om te vechten in Het Koninkrijk met het ultieme wapen: Het Gebed.

 

Ik kan niet zeggen Uw is het Koninkrijk,

als ik zelf nog geen gehoorzaamheid toon voor U.

 

Ik kan niet zeggen Uw is de Kracht,

als ik bang ben voor wat mijn buren van mij kunnen zeggen of doen.

 

Ik kan niet zeggen tot in alle Eeuwigheid,

als ik te angstvallig bezig ben met de gebeurtenissen van iedere dag.

 

Ik kan niet zeggen AMEN,

zonder dat ik alles wat ik hiervoor gebeden heb oprecht meen en belijd.

 

 

Siska Nov 8 '15

Een man in de put


"Ik was in een diepe put gevallen en ondanks verwoede pogingen lukte het mij niet om er uit de komen. Confucius, een wijze leraar, kwam voorbij en zei: Mijn zoon, als je mijn lessen had gevolgd, zou je nu niet in die put zijn gevallen. Dat weet ik, antwoordde ik, maar daar heb ik nu niets aan. Help mij, dan zal ik uw voorschriften nakomen. Maar Confucius vervolgde zijn weg en liet hem in wanhoop achter.

 

Toen keek Boeddha over de rand van de put. Hij kruiste zijn armen en zei: mijn zoon, als u alleen maar uw armen kruist, uw ogen sluit en in een toestand van volmaakte rust en onderwerping komt, zult u het Nirwana bereiken. Als u onverschillig bent tegenover alle uiterlijke omstandigheden vindt u de eeuwige rust. Verlos mij, vader, zei ik, en ik zal doen wat u beveelt. Maar Boeddha draaide zich om en ging weg.

 

Met driftige stappen kwam vervolgens Mohammed dichterbij. Man, ga niet zo tekeer, riep hij. Je zit daar wel akelig. ben je soms bang? Niet bang zijn. het is de wil van Allah dat je in de put bent gevallen. Verzet je niet tegen zijn wil.bedenk dat goed! Zeg slechts: Allah is groot en Mohammed is zijn profeet. Blijf die belijdenis uitspreken totdat je mond voor eeuwig gesloten wordt. En ook Mohammed redde mij niet.

 

Toen klonk er een andere stem: Mijn zoon! Toen ik omhoog keek, zag ik de Heere Jezus. Zijn gezicht straalde vol liefde en tederheid. Geen verwijt kwam over Zijn lippen. Meteen daalde Hij in de put af, sloeg Zijn armen om mij heen, tilde mij uit de put omhoog en zetten mij op de grond. Hij trok mij mijn vuile kleren uit en kleedde mij met Zijn eigen kleed. Hij stilde mijn honger en zei tegen mij: Volg Mij en Ik zal je voortaan leiden en je voor vallen bewaren."

 

Siska Nov 8 '15

Een man in de put


Een man viel in een put en kon er zelf niet meer uitkomen.

 

Een MEELEVEND iemand kwam langs en zei: "Ik voel met je mee."

 

Een OBJECTIEF iemand kwam langs en zei: "Het is logisch dat iemand in zo'n put valt."

 

Een FARIZEEËR zei: "Alleen slechte mensen vallen in een put."

 

Een WISKUNDIGE berekende hoe hij precies in de put was gevallen.

 

Een VERSLAGGEVER wilde het exclusieve verhaal over zijn val in de put.

 

Een FUNDAMENTALIST zei: "Je verdient de put."

 

De FISCUS vroeg of hij wel zijn belasting voor de put betaalde.

 

Een KLAGEND iemand zei: "Je klaagt nu wel, maar wacht tot je MIJN PUT hebt gezien!"

 

Een CHARISMATISCH CHRISTEN zei: "Belijd dat je niet in de put zit."

 

Een OPTIMIST zei: "Het had veel erger kunnen zijn."

 

Een PESSIMIST zei: "Het zal nog veel erger worden!"

 

JEZUS zag de man, pakte hem bij de hand en trok HEM UIT DE PUT!

 

 

Siska Nov 8 '15

In wiens hand ...


Een basketbal in mijn handen is 19 dollar waard.

Maar als Michael Jordan een basketbal vasthoudt... is die ineens 33 miljoen dollar waard.

Het is maar net wie 'm vasthoudt.

 

Een honkbal in mijn handen is zes dollar waard.

Maar in de handen van Mark McGuire is die 19 miljoen waard.

Het is maar net wie 'm vasthoudt.

 

Ik kan niks uitrichten met een tennisracket.

Maar Pete Sampras wint er Wimbledon mee.

Het is maar net wie 'm vasthoudt.

 

Ik kan met een staf een wild dier wegslaan.

Maar Mozes liet met z'n staf de Rode Zee splijten.

Het is maar net wie 'm vasthoudt.

 

In mijn handen is een katapult een stuk speelgoed.

Voor David is het een krachtig wapen waarmee hij Goliath verslaat.

Het is maar net wie 'm vasthoudt.

 

Met twee vissen en vijf broden kan ik een paar broodjes vis maken.

Maar God kan er duizenden mensen mee voeden.

Het is maar net in wiens handen ze zijn.

 

Met spijkers kan ik een vogelhuisje timmeren.

Maar spijkers door de handen van Jezus Christus ... kan redding brengen ... voor de gehele zondige wereld.

Het is maar net in Wiens handen ze zijn.

 

Ga voor jezelf na in wiens handen jij op dit moment je leven hebt gelegd.

Leg je leven in handen van Jezus Christus.

Neem een besluit.

Ga niet in discussie. Het is geen discussiepunt.

Het is een besluit.

Leg vervolgens je zorgen, angsten, hoop, dromen, je zonden, missers, fouten, schaamte, je familiebanden en relaties, ... eg alles wat je bent, wie je ook bent ... in de handen van Jezus Christus.

 

En wat is je leven dan veel waard.

 

 

Siska Nov 8 '15

Is dit jouw leven?

 

4 jaar - veel te jong om aan God te denken

 

7 jaar - veel te speels om aan God te denken

 

18 jaar - veel te overmoedig om aan God te denken

 

Trouwdag - veel te gelukkig om aan God te denken

 

Gezin - veel te druk om aan God te denken

 

Ziekte - veel te ziek om aan God te denken

 

Werk - veel teveel zorgen om aan God te denken

 

Oude dag - veel te oud om aan God te denken

 

DOOD - te laat om aan God te denken

Siska Nov 8 '15

Je bent pas cool als je anders bent!

 

Maar gij geheel anders; gij hebt Christus leren kennen (Efeze 4:20)

 

 

Het is al tegen twaalven als ik samen met een goede vriend aan een tafeltje wat zit te drinken. We zijn gezellig aan het kletsen als 2 bekenden van hem aanschuiven.

 

Enthousiast vertellen ze over concerten die zij organiseren voor randkerkelijke jongeren, als een van de twee opeens een vulgaire grap maakt over een of andere Christelijke band.

 

Even is het stil ?. niemand lacht.

 

"Vind je 'm dan niet grappig," probeert de ene nog. "Nee, ik vind 'm niet kunnen," zegt degene met wie ik gekomen ben. "Wauw!" denk ik, terwijl ik me nog afvraag wat er met die grap bedoeld zou zijn. "Dit is pas echt cool!"

 

"We leven voor God,"Zeggen we braaf, maar in wezen leven we voor onszelf. Wat als ik dit doe? Wat als ik dat doe? Wat zouden ze dan zeggen? Als ik mijn handen in de lucht steek tijdens de dienst kom ik dan niet al te heilig over? Als ik niet mee doe met dat geklier tijdens de preek, ben ik dan saai?

 

 

 

Maar weet je......

 

Je bent pas cool als je je grenzen kent.

 

Je bent pas cool als je iemand erop aan durft te spreken als hij of zij roddelt.

 

Je bent pas cool als je met diegene bidt die zijn hart bij jou heeft uitgestort.

 

Je bent pas cool als je, zelfs als iedereen moppert, dankbaar blijft.

 

Je bent pas cool als je met je vrienden besluit een avondje voor elkaar te bidden in plaats van te hartenjagen.

 

EIGENLIJK BEN JE PAS COOL ALS JE ANDERS DURFT TE ZIJN

 

Siska Nov 8 '15

Je Vader

 

GOEDEMORGEN

 

Hier spreekt je Vader...

 

Vanmiddag neem Ik al je problemen voor mijn rekening. Onthoud alsjeblieft goed dat Ik daarbij je hulp niet nodig heb.

 

Mocht de duivel je toevallig opzadelen met een situatie die je niet aankunt, probeer dan niet die toch zelf op te lossen. Doe hem maar gewoon in de KVJ (klussen Voor Jezus) - postbak. Hij zal behandeld worden op Mijn tijd, niet de jouwe.

 

Ligt het probleem eenmaal in deze bak, laat het dan daar en probeer niet het er weer uit te halen. Vasthouden of eruit halen vertraagt de oplossing van je probleem. Als het een situatie is die je wèl aankunt, vraag Mij dan om raad. Dit om zeker te weten dat je de juiste oplossing hebt gekozen.

 

Omdat ik sluimer noch slaap, hoef jij verder niet wakker te liggen. Ontspan dus maar, Mijn kind. En als je me nodig hebt, dan ben Ik maar één gebed bij je vandaan....

 

Prettige dag!

 

Ik hou van je,

 

GOD

 

 

Vertaling: Ivar van der Sterre

Siska Nov 8 '15

Jezus liefde voor ons


Er waren eens 2 schoolvrienden die allebei rechten gingen studeren. De ene vriend had het fijn op school en haalde goede resultaten. De andere vriend had het minder. Hij zakte voor school en viel terug in de drank en criminaliteit.

 

Op een gegeven moment werd hij gearresteerd en voor de rechter gebracht. De rechter bleek echter zijn oude schoolvriend te zijn. Iedereen wachtte gespannen af wat de rechter zou doen. Zou hij in voordeel van zijn vriend recht spreken of zou hij zijn vriendschap vergeten en zijn vriend keihard laten straffen?

 

Even later kwam de rechter tot een uitspraak. Hij gaf zijn vriend een paar maanden celstraf, de rechtvaardige straf, maar zat hem zelf uit.

 

Dat is ook liefde.

De rechter offerde zichzelf op uit liefde voor zijn vriend.

Zo is het ook met Jezus

Siska Nov 8 '15

JEZUS en de (menselijke)wetenschap


"Laat me eens uitleggen welke problemen de wetenschap heeft met Jezus Christus."

 

De Atheïstische professor in filosofie pauzeert even terwijl hij de klas in kijkt en vraagt dan aan één van zijn nieuwe studenten om op te staan.

 

"Je bent een christen, of niet jongen?"

"Jazeker meneer!"

 

"Dus je gelooft in God?"

"Absoluut!"

 

"Is God goed?"

"Natuurlijk is God goed."

 

"Is God oppermachtig? Kan God alles?"

"Ja."

 

"Ben jij goed of slecht?"

"De bijbel zegt dat de mens slecht is."

 

De professor grijnst. "Aahh! DE BIJBEL!" Hij wacht even. "Nu heb ik een vraag voor je. Stel je voor dat er hier een persoon aanwezig is die ziek is. En jij kunt hem genezen. Je kunt het! Zou je hem helpen? Zou je het proberen?"

"Ja meneer, dat zou ik doen"

 

"Dus ben je goed...!"

"Dat wil ik niet zeggen"

 

"Waarom niet? Je zou een zieke of gewonde man helpen als je kon... Eigenlijk zouden we dat allemaal doen als we zouden kunnen... God niet."

[Geen antwoord]

 

"Hij zou dat niet doen, of wel? Mijn broer was een christen en is gestorven aan kanker ook al heeft hij gebeden tot Jezus om hem te genezen. Hoe kan deze Jezus goed zijn? Hmmm? Kun je hier een antwoord op geven?"

[Geen antwoord]

 

De oudere professor zegt gemaakt sympathiek: "Nee, daar heb je geen antwoord op h?" Langzaam neemt hij een slokje water van een glas op zijn bureau om de student even tijd te gunnen zich te ontspannen.

 

In filosofie moet je niet al te hard zijn voor beginners! "Laten we opnieuw beginnen, jongeman." "Is God goed?"

"Eh.... Ja."

 

"Is de duivel goed?"

"Nee."

 

"Waar komt de duivel vandaan?"

De student stottert: "Van God"

 

"Dat klopt. God maakte Satan, of niet?" De oude man strijkt met zijn bottige vingers door zijn dunne grijze haar en keert zich tot het grijnzende publiek. "Ik denk dat wij een heel leuk semester krijgen dames en heren." Dan keert hij zich weer tot de Christen.

"Vertel me eens jongen, is er kwaad in de wereld?"

"Ja meneer."

 

"Het kwaad is overal, of niet? Heeft God alles gemaakt?"

"Ja."

 

"Wie heeft dus 'het kwaad' gemaakt?"

[Geen antwoord]

 

"Is er ziekte in de wereld? Zedeloosheid? Haat? Pijn en verdriet? Al deze verschrikkelijke dingen - bestaan die in deze wereld?"

De student knijpt zijn tenen samen en zegt: "Ja".

 

"Wie heeft die gemaakt?"

[Geen antwoord]

 

De professor schreeuwt plotseling tegen de student: "WIE HEEFT ZE GEMAAKT? ZEG HET ME ALSJEBLIEFT!" De professor komt steeds dichter in de buurt van de student en kijkt diep in de ogen van de Christen. Dan met een hele zachte stem fluistert de professor: "God heeft al het kwaad gemaakt. is het niet?"

[Geen antwoord]

 

De student probeert zijn gezicht strak en in de plooi te houden maar het lukt hem niet. Opeens draait de leraar zich naar de klas. De klas is een en al aandacht. "Vertel me eens," gaat hij verder, "Hoe kan het dat deze God goed is terwijl Hij al het kwaad heeft gemaakt vanaf het begin der tijden?" De professor zwaait met zijn arm in de rondte om de slechtheid van de wereld aan te geven. "Al die haat, de grofheid, de pijn, de martelingen, en al die doden, het verdriet en het lijden, gemaakt door deze goede God, overal in de hele wereld, of niet soms jongeman?" [Geen antwoord]

 

"Je ziet het overal? Toch?"

[Stilte]

 

"Of niet?" De professor leunt weer dichter naar de student en fluistert in zijn gezicht: "Is God goed?"

[Geen antwoord]

 

"Geloof jij in Jezus Christus, jongen?"

Met een gebroken stem zegt de student. "Ja, professor ik geloof in Jezus Christus."

 

De oude man schudt verdrietig met zijn hoofd. "De wetenschap toont aan dat de mens vijf zintuigen heeft om de wereld om je heen te herkennen en te observeren. Heb jij Hem ooit gezien?"

"Nee meneer, ik heb Hem nog nooit gezien."

 

"Vertel ons dan eens, heb jij jouw Jezus ooit gehoord?"

"Nee meneer, dat heb ik niet."

 

"Heb je jouw Jezus ooit gevoeld, geproefd of geroken.... Met andere woorden, heb jij ooit iets met je zintuigen waargenomen in wat voor zin dan ook?"

[Geen antwoord]

 

"Antwoord mij alsjeblieft"

"Nee meneer, ik ben bang van niet."

 

"Je bent BANG....van niet?"

"Inderdaad"

 

"Toch, geloof jij nog steeds in Hem?"

"...ja..."

 

"Daar heb je GELOOF voor nodig" De wijze professor glimlacht naar de student. "Volgens het reglement van het proefondervindelijke, testbare, aanwijsbare protocol, zegt de wetenschap dat jouw God niet bestaat. Wat heb je daarop te zeggen jongen? Waar is jouw God nu?"

De student geeft geen antwoord en kijkt verslagen naar de grond.

 

"Je mag gaan zitten"

De Christen gaat terug naar zijn plek. Dan steekt een andere christen zijn hand op. "Professor, mag ik de klas toespreken?" De professor kijkt op en grijnst. "Ah, nog een christen aan het front! Kom, kom, jongeman. Spreek wat wijze woorden naar de menigte."

 

De christen loopt naar voren en kijkt even de klas door "U heeft wat interessante punten genoemd meneer. Nu heb ik alleen een vraag voor u. Bestaat hitte?"

"Ja," zegt de professor, "hitte bestaat".

 

"Bestaat kou?"

"Ja jongen, kou bestaat ook."

 

"Nee meneer dat bestaat niet."

De grijns van de professor verdwijnt. Er valt een ijzige stilte.

De tweede christen vervolgt: "Wat is warmte? Je hebt heel veel dingen die je warmte noemt; warmte, zelfs nog meer dan warmte, superwarm, megawarm, witheet, een beetje warm, of niet warm. Maar we hebben niets wat is genaamd kou! We kunnen 458 graden onder nul. Het absolute nul punt. Maar verder dan dat kunnen we niet gaan. Er bestaat dus niet iets wat heet kou anders zouden we verder kunnen gaan dan 458 graden onder nul. Je ziet nu meneer dat 'kou' is alleen maar een woord om de afwezigheid van hitte aan te geven. Je kunt kou niet meten. Wanneer is iets kou? Warmte kun je meten in thermische eenheden omdat warmte energie is. Kou is dus niet het tegenovergestelde van warmte maar de afwezigheid daarvan."

[Doodse stilte]

 

"Bestaat donker, professor?"

"Dat is een domme vraag jongen. Wat is nacht als het niet donker zou zijn? Waar wil je nou precies naar toe...?"

"Dus u zegt dat er iets bestaat wat we noemen: donker"

"Ja....."

 

"U hebt het weer fout meneer! Donker is niet iets. Het is de afwezigheid van iets. Je kunt gedimd licht hebben, normaal licht, fel licht, knipperend licht, maar als er absoluut geen licht aanwezig is dan noemen we dat donker, of niet? Het is de betekenis die we aan het woord geven. In werkelijkheid is donker niets. Als het 'iets' was dan zouden we donker donkerder kunnen maken. Kan dat? Geef me eens een potje donkerdere donker professor?"

 

Tegen zijn wil in glimlachte de professor naar deze vrijpostige, jonge moedige student. "Dit wordt inderdaad een goed semester. Zou je zo vriendelijk willen zijn om ons te vertellen waar je naar toe wil?"

"Jazeker professor. Wat ik wil zeggen is, uw filosofische veronderstellingen waar uw conclusie op gebaseerd is, falen..."

De professor reageert als door een mug gestoken. "Falen...? Hoe durf je...!"

 

"Meneer, zal ik uitleggen wat ik bedoel?"

[De klas wordt rumoerig]

 

"Leg dat maar eens uit!" De professor doet een heuse poging de controle weer terug te krijgen en zwaait met zijn hand om de klas tot stilte te manen om de student zijn uitleg te laten geven.

"U veronderstellingen zijn tweevoudig." Legt de christelijke student uit. "Als voorbeeld stelt u dat er leven is en dood, een goede God en een slechte. U ziet het begrip God als iets wat een eind heeft. Iets wat we kunnen meten. Meneer, de wetenschap kan niet eens een gedachte uitleggen. Zij gebruikt elektriciteit en magnetisme maar heeft het begrip gedachtes nog nooit gezien noch uit kunnen leggen. Als we dood als het tegenovergestelde van leven zien dan is dat onkundig omdat 'dood' niet bestaat als zijnde een ding! Dood is niet het tegenovergestelde van leven maar de afwezigheid ervan." De jongeman houdt een krant omhoog die hij zojuist van een schoolbank af heeft gepakt "Dit is één van de verzamelingen van afschuwelijke berichten van dit land en daarbuiten professor. Bestaat er onzedelijkheid?" "Natuurlijk bestaat onzedelijkheid, luister nu eens goed...."

 

"Dat is weer onjuist meneer, ziet u, onzedelijkheid is slechts de afwezigheid van zedelijkheid. Bestaat onrecht? Nee, onrechtvaardigheid is de afwezigheid van rechtvaardigheid. Bestaat het kwaad?" De student wacht even. "Is het kwaad niet de afwezigheid van het goede?" Het gezicht van de professor is rood aangelopen. Hij is zo boos dat hij geen woord kan uitbrengen.

 

De christelijke student gaat door. "Als er kwaad in de wereld is professor, en we zijn het er allemaal over eens dat dat zo is, dan moet God wel bezig zijn met een werk te verrichten ondanks de aanwezigheid van het kwaad. Wat is dat werk dan? De bijbel vertelt ons dat elke persoon op aarde zal moeten kiezen voor goed of slecht."

 

De professor reageert vijandig: "Als een filosofische wetenschapper zie ik niet dat dit iets te maken heeft met wat voor keuze dan ook; realistisch gezien herken ik absoluut niet het begrip God of welk ander theologisch begrip dan ook wat invloed zou hebben op het goede of het kwade van deze wereld omdat God niet is waar te nemen.

 

"Ik zou toch denken dat de afwezigheid van de wetten van God in de wereld een van de meest waar te nemen verschijningen is die er zijn." Antwoordt de student. "De kranten staan er bol van.

 

Professor, leert u uw studenten dat ze van de apen afstammen?"

"Als je refereert aan de evolutie theorie jongeman, dan is mijn antwoord, ja natuurlijk doe ik dat."

 

"Heeft u ooit de evolutie waargenomen met uw eigen ogen meneer?"

De professor laat wat valse lucht door zijn tanden gaan en kijkt de student aan met een starende blik. "Professor, omdat nog niemand ooit de evolutie met hun eigen ogen heeft waargenomen en zelfs is het niet bewezen dat de evolutie nog steeds zijn voortgang vindt, leert u dan niet uw 'mening' aan uw studenten?

 

Bent u dan misschien geen wetenschapper maar een priester?"

"Ik zal je jouw onbeschoftheid in het kader van dit filosofische gesprek niet kwalijk nemen maar ben je nu eindelijk klaar?" Sist de professor.

 

"Dus u accepteert Gods wetten om te doen wat rechtvaardig is niet?"

"Ik geloof in wat er 'is', dat is wetenschap."

 

"Aahh WETENSCHAP!" De student krijgt een grijns om zijn mond. "Meneer, u stelt dat de wetenschap de studie is van het waarneembare verschijnsel. Dan is wetenschap ook een overtuiging die faalt...."

 

"DE WETENSCHAP FAALT?!" brult de professor

[De klas is in oproer]

 

De christelijke student blijft rustig staan en wacht tot de commotie enigszins bedaard is. "Om door te gaan op het punt wat u eerder maakte tegen de student voor mij, kan ik een voorbeeld geven van wat ik bedoel."

 

De professor wacht wijselijk en geduldig af. De student kijkt de klas in en vraagt: "Is er iemand in de klas die ooit de hersenen van de professor heeft gezien?

"[Iedereen barst in lachen uit]

 

De student wijst naar de oudere professor. "Is er iemand in de klas die ooit de hersenen van de professor heeft gehoord? ....Gevoeld? ....Aangeraakt of geroken?" Niemand heeft dat natuurlijk gedaan. De student schudt verdrietig met zijn hoofd. "Het blijkt dat niemand hier ook maar enige zintuiglijke waarnemingen heeft van de hersenen van de professor. Volgens de regels van het proefondervindelijke, testbare, aanwijsbare protocol wetenschap VERKLAAR IK dat professor geen hersenen heeft!"

[De klas is in chaos!]

 

 

 

Conclusie:

 

Jezus bestaat dus wel degelijk!!!

 

Siska Nov 8 '15

Kijken

 

Ik kijk niet terug.

Ik moet niet te veel terugkijken en steeds denken aan dingen in mijn leven die fout zijn gegaan. Ik moet niet steeds denken aan mijn zonden, aan mijn zwakheden, aan alle uren die verloren zijn gegaan. Dit alles laat ik over aan God, die mij een Redder heeft gegeven.

 

Ik kijk niet vooruit.

Ik moet niet steeds denken aan dingen die kunnen gebeuren. God kent mijn toekomst, God weet of mijn weg naar het Vaderhuis kort of lang zal zijn. De Heere Jezus zal bij mij zijn in iedere beproeving en in iedere nood. Hij zal de last dragen die voor mij te zwaar is.

 

Ik kijk niet om me heen.

Als ik te veel om me heen kijk, word ik ongelukkig. De belofte van geluk, blijdschap en vrede die de wereld de mensen voorhoudt, kan niet vervuld worden. Ik moet mijn vertrouwen niet op mensen of iets anders stellen. Ook niet op betrouwbare mensen.

 

Ik kijk niet naar mezelf.

Het is niet goed te veel met mezelf bezig te zijn. Dan word ik ongelukkig, want er is niets in mij waarop ik mijn hoop kan gronden. Ik zie allerlei fouten en misstappen en val mezelf steeds meer tegen.

 

Ik kijk naar de Heere Jezus.

Ik wil mijn blik op de Heere Jezus gericht houden. Bij Hem vindt mijn hart echte rust en vrede. Bij Hem verdwijnt mijn vrees. Bij Hem vind ik echte blijdschap en liefde. Zijn Goddelijk licht doet de duisternis verdwijnen. Hij geeft me een geweldige hoop voor de toekomst.

 

 


Siska Nov 8 '15

Komen zoals je bent


Kent u het verhaal van die schilder? Een nog jonge schilder maakt een schilderij van de terugkeer van de verloren zoon. U kent die gelijkenis wel. Het schilderij is bijna klaar, je ziet het huis, je ziet de vader op de uitkijk staan, je ziet in de verte de oudste zoon op het land.

 

Er is nog één grauwe plek op het schilderij. Daar moet de belangrijkste persoon komen: de verloren zoon. Daar zoekt de schilder nog een model voor, iemand die als voorbeeld kan dienen. Dat moet natuurlijk een haveloze, vieze persoon zijn. Op een dag loopt de schilder door de achterbuurten van de grote stad en ziet plotseling een zwerver die hij goed zou kunnen gebruiken: nog half een jongen, die er toch al wat ouder uit ziet, ruig haar, stoppelige baard, smerig en in lompen gehuld.

 

Als de zwerver het geld ziet dat de schilder hem wil geven als hij voor hem model wil staan, is het vlug geregeld: de volgende middag om klokslag drie uur moet hij bij de schilder zijn. Hij krijgt het visitekaartje en een behoorlijk bedrag als vooruitbetaling. De volgende dag om drie uur wordt er bij de schilder aangebeld. Daar zul je hem hebben, denkt de schilder en snel doet hij de deur open. Maar wat een teleurstelling, als daar een keurige, vreemde man op de stoep staat. En net als de schilder hem wil vertellen dat hij nu geen tijd voor hem heeft omdat hij iemand anders verwacht en z'n schilderij af moet maken, haalt de vreemdeling een visitekaartje uit zijn zak met de naam en het adres van de schilder. Dan ziet hij het. Daar staat de zwerver!

Onherkenbaar! Van het geld, als vooruitbetaling, was de zwerver naar de kapper geweest, had nieuwe kleren gekocht, had zich gewassen en geschoren.

 

En zo had hij in zijn onwetendheid alles verknoeid. Hij had zichzelf wat opgeknapt en zich mooier voor willen doen dan hij was. Maar de deur ging voor hem dicht. Want zo kon de schilder hem niet gebruiken. Hij had moeten komen zoals hij was.

 

En zo kan de Heere God ons ook niet gebruiken, als we ons mooier voordoen dan we zijn. We mogen, nee, we moeten komen zoals wij zijn. En met al onze zonden en ellenden, tot Hem ons ter genezing wenden. Hen maakt Hij beter. Hen maakt Hij – hier – écht gelukkig. Voor zulke mensen zal de deur straks wijd open gaan en het zal klinken: "Ga in, in de vreugde uws Heeren."

Pagina's: « 1 2 3 4 5 »
Je moet een groepslid zijn om een bericht te kunnen plaatsen.

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Van het einde der aarde roep ik u aan, want mijn hart bezwijkt. Breng mij op de rots hoog boven mij, u bent altijd mijn schuilplaats geweest, een toren te sterk voor de vijand. Laat mij altijd wonen in uw tent, veilig verscholen onder uw vleugels, sela -- Psalmen 61:3-5
    22 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17
Versleten schoenen Ik heb me vanmorgen... Meer
Siska Jul 9 '16