Loading...

Verhalen en Stories - Christelijke verhalen

Gemaakt: Sep 26 '13 Administrator: Siska

Hier kun je mooie christelijke verhalen lezen of plaatsen.

Pagina's: « 1 2 3 4 5 »
Siska Nov 8 '15

De brugwachter

Het was in het jaar 1927 dat in de USA de grote crisis begon. Een jonge man, pas getrouwd, vertrok naar de stad om daar werk te gaan zoeken. Door de stad stroomde een rivier waarover een spoorbrug gebouwd was. Aan de ene zijde was een brugwachtershuisje gebouwd, waarin de brugwachter zat. Hij deed de brug open wanneer er schepen door moesten varen. De jonge man solliciteerde naar dit baantje en werd aangenomen.

 

Met veel liefde deed hij dit werk. Na enige tijd werd in het gezin van deze brugwachter een zoontje geboren die zij Gray noemden.

Toen Gray acht jaar was, nam zijn vader hem voor het eerst mee naar de brug en zei tegen hem: ”Ik wil je laten zien hoe de brug werkt.” Het was een grote belevenis voor de jongen om te zien hoe alles werkte. Voor ze in het wachthuisje waren, moesten ze over een smalle plank lopen, waaronder het mechanisme van de brug was. De hele morgen had Gray zitten kijken hoe de zeilschepen onder de brug doorvoeren en de treinen eroverheen reden.

 

De middagpauze kwam. Vader zei tegen hem: ”We gaan naar beneden om ons brood op te eten.” Terwijl ze zaten te eten, het was twaalf minuten voor twee, hoorde vader plotseling de fluit van de trein. De tijd was zo spoedig voorbij gegaan, samen met zijn zoon, dat hij de trein even vergeten was. Vader sprong op en zei tegen Gray: ”Blijf jij hier zitten, ik ren naar boven om de knop in te drukken zodat de brug naar beneden zakt en de trein erover heen kan gaan.” Hij had net de knop ingedrukt, waardoor de raderen in beweging kwamen en de brug naar beneden kwam, of hij hoorde een luide schreeuw van zijn zoon Gray: ”Vader, help mij!” Het was de brugwachter niet opgevallen dat de kleine Gray hem was nagelopen.

Toen de jongen over de smalle plank liep, was hij zijn evenwicht verloren en naar beneden gevallen. Hij was op het grote stalen kamrad gevallen, waarvan de raderen weer in een ander rad grepen. Vader zag hoe zijn kind steeds dichter bij de in elkaar grijpende tanden van de raderen kwam.

 

In een fractie overlegde hij wat te doen. Zijn zoon redden en de knop weer indrukken zodat de brug open bleef staan, of…Plotseling dacht hij aan de vierhonderd passagiers in de trein. Hij moest een beslissing nemen. Zijn zoon redden, of die vierhonderd mensen, die anders allemaal de dood zouden vinden in de rivier. Terwijl hij daarover dacht, hoorde hij weer een schreeuw van zijn zoon, maar de vader zei dat hij nu niet zijn vaderhart mocht laten spreken, omdat hij die mensen redden moest. Hoe vreselijk het ook was, maar hij moest zijn zoon laten sterven. Hij hoorde zijn zoon Gray schreeuwen toen hij gedood werd door de in elkaar grijpende tanden van de kamraderen.

 

Op dat moment stond de brug in goede positie voor de aansnellende trein. Het hart van de vader was verscheurd en hij schreeuwde het uit. Toen kwam de trein voorbij.

Hij zag de conducteur die op zijn horloge keek. Hij zag een man in de trein zitten die zijn pijpje rookte. Een ander las in zijn krant. In een volgende wagon zag hij mensen bij elkaar staan, zij maakten grappen en lachten. Sommigen aten een ijsje. En oh, hij ging bijna door de grond…hij zag een jongen die er precies zo uitzag als zijn eigen zoon. De vader had wel voor het raam willen gaan staan en uitroepen: ”Mensen, kinderen, beseffen jullie dan niet dat dit mijn eigen zoon zijn leven heeft gekost?” Maar zij hadden geen enkel vermoeden van wat daar beneden had plaatsgevonden. En daarom bewoog het hen helemaal niet. Daarom was ieder bezig met zijn eigen dingen.

 

De vader zei: ”O, hadden deze mensen er maar een voorstelling van hoeveel het mij gekost heeft om deze trein door te laten gaan en hun leven te redden.

 

Dit verhaal is waar gebeurd en ik hoor het u al zeggen: ”Dat is toch wel een wonderlijke liefde.” Nou, dat mogen we ook wel zeggen. Ieder die dit leest moet begrijpen hoe het hart van deze brugwachter heen en weer is geslingerd.

Met wat voor een gevoel hij al deze mensen heeft bekeken die er totaal geen weet van hadden hoe groot het offer was geweest dat die vader en die zoon gebracht hadden om die mensen te kunnen laten leven.

 

Maar u had het misschien al vermoed, dit verhaal staat niet op zichzelf. Het is niet alleen waar gebeurd, het is ook een prachtige verwijzing. Het doet ons namelijk denken aan hetgeen de apostel Johannes gezegd heeft: ”Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn enig geboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem (Joh. 4:9).

 

En de bekende tekst uit Johannes 3:16: ”Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderven, maar het eeuwige leven hebben.

 

Het is net als in het verhaal van de brugwachter. Al weet en beseft een mens helemaal niet dat er zo'n groot offer is gebracht (nl. dat God de Vader Zijn Zoon overgegeven heeft in de dood opdat wij zouden behouden worden), toch is dat offer wèl gebracht. Nu kun je voorbeelden natuurlijk nooit helemaal toepassen op de waarheid, maar een klemmende vraag wordt toch wel duidelijk voor deze geschiedenis: Wat is mijn houding jegens die Goddelijke Vader Die Zijn Eigen Zoon liet verbrijzelen tussen de raderen van het oordeel over de zonde opdat ik van de zonde verlost zou kunnen worden? Hoe zit dat met mij, met jou, met u?

Siska Nov 8 '15

Dagboek van een Bijbel (vakantie)

Dag 1

Vandaag ben ik opgepakt en bij de andere boeken en kleren op de tafel gelegd.

Ik kan wel een gat in de lucht springen: Ik ga op vakantie!

 

Dag 2

Iemand heeft me in een koffer gelegd. Het is hier wel erg donker en een beetje benauwd, maar dat zal niet lang duren. We gaan naar de zon!

 

Dag 3

Ik heb het niet best, want ik ben behoorlijk door elkaar geschud. De meest vreemde geluiden heb ik gehoord. Auto’s, bussen, een trein, stemmen via luidsprekers over tijden van vertrek. En toen hebben ze de koffer waar ik in zit op een band gegooid en daarna ben ik echt de kluts kwijtgeraakt. Nu hoor ik al uren lang een zacht gezoem; ik geloof dat ik vlieg!!

 

Dag 4

Oei, wat is het hier warm! Heerlijk! Ik lig hier echt te genieten op m’n plankje in de zon. En een mooie kamer! Te gek! Ze noemen zoiets een appartement geloof ik. Alles staat erin: tv, koelkast, bankstel en ga zo maar door. En een balkon op het zuiden, met uitzicht over een prachtige blauwe zee! Het lijkt wel een sprookje zo mooi. Het liefst zou ik nu een van die Psalmen willen zingen die zo ongeveer midden tussen mijn twee kaften staan: “O Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!?Nu ja, vanavond als ze terug zijn van het zwemmen, dan zullen ze wel een stukje uit mij lezen, om God te danken voor deze wonderlijke mooie dag ...

 

Dag 5

Vandaag ben ik een beetje verdrietig. Nee, niet vanwege het weer ofzo. Het is nog steeds stralend zomerweer. Maar omdat nog niemand mij van mijn plankje heeft gepakt. Niemand kijkt naar mij om. Ze laten me maar liggen. Ze lachen en don spelletjes en schrijven hele puzzelboeken vol, maar je moet niet denken dat er nu eens iemand een beetje aandacht voor mij heeft. Jammer nou!!

 

Dag 6

Vanmorgen dacht ik even: Hoera, van daag hebben ze me nodig: het is zondag en dan gaan ze vast en zeker naar die kerk beneden in het dorp. Ik hoorde al vroeg de klokken luiden! Maar nee hoor, niets daarvan. Ze bleven allemaal urenlang op hun bed liggen. Toen dacht ik: dan zullen ze vanmiddag wel bij het eten wat uit mij lezen! Maar nee, ook dat gebeurde niet. Het lijkt wel alsof ik hier helemaal niet nodig ben. Wat ik daarvan vind? Ik vind het ondankbaar! Hebben zij misschien de zon en de zee geschapen? Een mens kan toch alleen maar echt leven als hij Gods Woord binnenlaat in het huis van zijn hart??

 

Dag 7

Ik lig hier nog steeds. Er ligt stof op mijn kant.

 

Dag 8

Vanmorgen voelde ik me opeens heel gelukkig. Iemand nam me van m’n plank, blies het stof van me af, bladerde wat in me ... ik dacht: “Nu gaan ze me lezen!?Maar ik hoorde alleen een stem die zei: “Hier heb ik het: Amos, een profeet met vier letters en de eerste is een A.

 

Dag 9

Ik ben weer thuis. Ik lig onder de plakboeken op de televisie. Verder ligt iedereen op bed. Doodmoe van de reis. Ik kan wel huilen. Maar toch geef ik de moed niet op! NOOIT !! Want er komt een dag, waarop iemand zal ontdekken hoeveel moois er in mij verborgen zit ... !!!

 

 

Siska Nov 8 '15

Dagboek van een Bijbel

Januari:

Een drukke tijd voor mij, de meeste gezinsleden hebben het besluit genomen om mij dit jaar meer te lezen. De eerste twee weken ben ik dan aardig veel gebruikt, maar daarna hadden ze zogezegd geen tijd meer voor me.

 

Februari:

Deze maand was het schoonmaak. Gisteren hebben ze me afgestoft en weer op mijn plaats terug gezet. En vorige week heeft mijn eigenaar me een poosje gebruikt, omdat hij een meningsverschil had met zijn buurman en een paar teksten moest opzoeken om te bewijzen dat hij toch echt gelijk had.

 

Maart:

De eerste dag van deze maand heb ik het druk gehad: mijn eigenaar werd namelijk voorzitter van een vereniging en hij moest mij wel gebruiken om een toespraak voor te bereiden.

 

April:

Opa heeft ons deze maand een paar weken bezocht. Hij heeft mij elke dag uren op schoot gehad. Hij schijnt meer met mij op te hebben dan alle anderen van zijn familie. Ik vond het fijn.

 

Mei:

Ik heb een paar groene vlekken op mijn bladzijden gekregen. Ze zijn afkomstig van een paar voorjaarsbloemen die tussen mijn bladen te drogen werden gelegd?/font>

 

Juni:

Ik zie er uit als een verzamelalbum, want men heeft mij volgestopt met krantenknipsels, een van de meisjes gaat namelijk trouwen.

 

Juli:

Vandaag stopten ze me in de koffer. Ik denk dat ze op vakantie gaan. Wat zou ik graag thuis blijven! Ik weet uit ervaring dat ik minstens twee weken lang in dit donkere ding opgesloten zit.

 

Augustus:

Ik zit nog steeds in de koffer, ze zijn zeker vergeten mij eruit te halen.

 

September:

Eindelijk ben ik weer op mijn oude plekje gezet en ik heb gezelschap gekregen, boven op mij liggen twee damesbladen, een autokrant en een paar puzzelboeken en een stripboek. Ik zou wel willen dat ik evenveel gebruikt wordt als zij.

 

Oktober:

Van de week werd ik een paar keer even ingezien, een van de gezinsleden is namelijk ernstig ziek. Op dit moment lig ik midden op tafel. Ik denk dat de dominee straks nog op bezoek komt.

 

November:

Ik ben weer op mijn oude plaats terug gezet. Iemand vroeg aan de vrouw des huizes of ik een verzamelalbum was.

 

December:

Het gezin is volop bezig met het voorbereiden van kerstfeest. Straks zal ik weer open worden geslagen bij Lukas 2 en op oudejaarsavond ergens bij Psalm 90. Maar verder hebben ze geen belangstelling voor mij ...

 

Siska Nov 8 '15

Dat gaat zomaar niet!!

Ergens kwam een buitenkerkelijk meisje voor het eerst in de kerk. Zij ging zitten op de eerste de beste plaats die zij ontdekte. De duivels knarsetandden van spijt, maar gaven de moed nog niet op: Er zat een "christen" naast haar.

 

De engelen stemden hun violen al voor ´t feestconcert, toen de buurman van het meisje haar aansprak: "Dat gaat zomaar niet, juffrouw". Ze was op een gereserveerde plaats gaan zitten. De engelen lieten de bazuinen vallen, die zij al aan hun mond hadden gezet. Ze dachten: Als de dominee, toen deze man als klein kind naar het doopvont gebracht werd, nu ook eens gezegd had: "Dat gaat zomaar niet" - Neemt u me niet kwalijk, zei het meisje, Ik ben nog nooit in de kerk geweest. Ja zei de buurman, dat kan ik wel aan u zien!

 

Toen verborgen de engelen hun gelaat. Het meisje liep de kerk uit. Niemand liep haar achterna. Haar buurman boog zijn hoofd voor het stille gebed.

 

Feestconcert in de hel.

Siska Nov 8 '15

De 3 Zeven

Socrates, de Griekse wijsgeer, liep eens door de straten van Athene. Plotseling kwam een man opgewonden naar hem toe en zei: 'Socrates, ik moet je iets vertellen over je vriend die...'

 

'Ho eens even', onderbrak Socrates hem, 'heb je datgene wat je mij wil zeggen gezeefd door de drie zeven?' 'Wat drie zeven' vroeg de man verbaasd. 'Laten we het proberen' stelde Socrates voor.

 

'De EERSTE zeef is de WAARHEID.

Heb je onderzocht of alles wat je zeggen wilt waar is?' 'Nee, ik hoorde het vertellen en...'

 

'Ah juist! Dan is het toch zeker wel door de TWEEDE zeef gegaan? De zeef van het GOEDE? Is het iets goeds wat je over mijn vriend wilt vertellen?' Aarzelend antwoordde de man: 'Nee, dat niet, integendeel...'

 

'Hm, hm, zei de wijsgeer, 'laat ons dan de DERDE zeef gebruiken. Is het NOODZAKELIJK om mij te vertellen wat je zo opwindt?' 'Nee, niet direct noodzakelijk'.

 

'Welnu', zei Socrates glimlachend, 'als dat wat je vertellen wilt, niet waar is, niet goed is en niet noodzakelijk is, vergeet het dan en belast mij er niet mee.'

 

Siska Nov 8 '15

 De Goede Herder

Hoe kunnen soms Gods kind 'ren

meedogenloos en hard

de lammetjes toch hind 'ren

en brengen in de smart.

 

Het zijn volwassen schapen,

althans in eigen oog.

't Zijn van die grote knapen,

zo zelfbewust en hoog.

 

Als dan die kleinen dolen

en in het duister gaan,

ziet Jezus hen verscholen.

Hij spreekt hen teder aan:

 

"Ik ben de Goede Herder.

Al ben je nog niet groot,

Ik leid je zachtkens verder

en koeter j' in Mijn schoot

 

Ik draag je vol erbarmen

in zorgen en in pijn

steeds in Mijn sterke armen,

totdat j' een schaap zult zijn.

 

Ook dán wil Ik je leiden,

want daarin heb Ik lust.

Ik breng j' in groene weiden,

aan wateren der rust."

 

Zo spreekt Hij, zacht en teder,

verlost hen uit hun smart.

Hij breng Zijn kind 'ren weder

En troost hun angstig hart.

 

 

M.A. Groeneweg-de Reuver

Siska Nov 8 '15

 De Goudsmid

Enkele vrouwen van een bijbelstudiegroep lazen samen het boek Maleachi. In hoofdstuk drie lazen ze over een Goudsmid die het zilver reinigde.

 

Maleachi 3 vers 2 en 3

2 Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers.

3 En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid.

 

Ze vroegen zich af wat dit te betekenen had, juist ook als het gaat om het karakter van God.

 

Eén van de vrouwen zegde toe een Goudsmid op te zoeken. Ze maakte een afspraak en ging bij een Goudsmid op bezoek, zonder precies uit te leggen waar ze voor kwam, wat ze wilde weten en waarom.

 

Ze vroeg hem hoe hij het zilver zuiverde en of ze erbij mocht kijken. Terwijl ze toekeek legde hij uit dat het zilver op het heetste punt in het vuur moest komen om alle onreinheden eruit te branden. De vrouw dacht weer aan het bijbelgedeelte en vroeg zich af of God ons daarom in de hitte van de beproeving brengt om ons leven te reinigen en te zuiveren.

 

Toen vroeg ze of de Goudsmid erbij moest blijven zitten tijdens het reinigingsproces. "Ja", zei de man, "want ik moet er voortdurend mijn oog op houden, zodat het zilver niet te lang in de hitte is en verbrandt". Toen vroeg de vrouw hoe hij het moment wist dat zilver geheel gereinigd was.

 

De Goudsmid antwoordde: "O, dat is eenvoudig, als ik mijn eigen beeld weerspiegeld zie in het zilver".

 

Siska Nov 8 '15

De grote Schoonmaker

 

Een aantal jaren geleden heb ik de deur van m’n huis opengedaan voor de "grote schoonmaker". Hij heeft al een aantal keren aangeklopt. Iedereen vertelde me altijd dat het erg belangrijk was om hem binnen te laten in je huis. En ik heb hem daarom ook binnengelaten in m’n gang. En zonder dat ik het gevraagd had, poetste deze "grote schoonmaker" de hele gang! Het was er al snel helemaal schoon. Alles glom, en het rook er heerlijk naar allesreiniger!

 

Tot op een dag m’n buurman me vroeg of ik de "grote schoonmaker" wel eens had toegelaten in de rest van mijn huis. En ik dacht na? Het rook zo fris in m’n schoongemaakte gang... De schoonmaker was zo’n aardige man... En hij gaf me zo’n goed gevoel? Dus ik besloot op dat moment ook de andere deuren in mijn huis voor hem open te zetten. Onmiddellijk nadat ik dat gedaan had, ging hij m’n woonkamer eens grondig inspecteren. En daarna de keuken. En vervolgens de slaapkamers, de badkamer. En zelfs het toilet!

 

Inmiddels is hij al heel ver gekomen. Al die vertrekken zijn grotendeels geboend en gesopt. Alhoewel het nooit af is, omdat het stof en de viezigheid van buiten toch altijd weer binnengelopen wordt. Maar, dan staat hij altijd snel weer met z’n stofdoek voor de deur klaar.

 

Sinds kort is "de grote schoonmaker" aan de zolder en de kelder begonnen. De zwaarste klus, bleek. Want wat een rommel komt daar vandaan! Ik heb nooit geweten hoeveel, en wat voor rommel daar lag. En bovenal, hoe het daar terecht is gekomen! Het is echt zwaar werk. Er liggen echt grote lagen met stof! En de zwaarste rommel tilt hij zomaar op! En brengt in een mum van tijd, naar de vuilnisbelt.

 

Het werk is nog steeds niet af. Het doet me soms pijn, om hem zo hard aan het werk te zien. En dan te bedenken, dat ik al die rommel heb binnengelaten. En hij vraagt er niks voor! En als ik hem dan vraag, waarom hij dit allemaal voor me doet... Dan spreidt hij zijn armen, zo ver als kan, en zegt hij: "Ik doe dit allemaal, mijn kind, niet omdat jij het verdiend hebt, maar omdat mijn vader het wilde... uit genade."

 

Siska Nov 8 '15

 De kamer

In de ruimte tussen dromen en waken, bemerkte ik dat ik me in een kamer bevond. Het bezat geen bijzondere kenmerken behalve dat de ene muur bedekt was met kaartenbakken vol met kleine kaartjes. Deze kaartenbakken, die zich uitstrekte van de grond tot aan het plafond, en schijnbaar eindeloos in elke richting , hadden erg uiteenlopende titels.

 

Terwijl ik op de bewuste muur afliep, was de eerste kaartenbak die mij opviel, een waarop stond "Meisjes die ik aardig vond". Ik opende het en bladerde door de kaartjes. Vlug sloot ik hem weer, geschokt omdat ik me realiseerde dat ik de namen herkende die op elk kaartje.

 

Deze levenloze kamer met z'n kleine kaartjes was een ruwe catalogus van mijn leven. Hier waren geschreven al mijn gebeurtenissen op elk moment, klein en groot, met een precisie dat m'n geheugen niet kon plaatsen.

 

Ik ervaarde een gevoel van verbazing en nieuwsgierigheid, maar ook angst, terwijl ik willekeurig kaartenbakken begon te openen en hun inhoud begon te bekijken. Sommige brachten me vreugde en mooie herinneringen, anderen een gevoel van schaamte en spijt zo intens dat ik over m'n schouder keek om te zien of niemand mee keek.

 

Een kaartenbak "Vrienden" stond naast eentje met de titel "Vrienden die ik heb bedrogen". De

titels liepen uiteen van gaaf tot krankzinnig. "Boeken die ik heb gelezen", "Leugens die ik heb verteld", "Troost die ik heb gegeven", "Moppen waar ik om gelachen heb". Sommigen waren hilarisch in hun precisie: "Dingen die ik naar m'n broers heb geschreeuwd" Andere kon ik niet om lachen: "Dingen die ik In mijn woede heb gedaan", "Dingen die ik tegen m'n ouders gemompeld heb".

 

Ik bleef maar verbaasd staan van de inhoud. Vaak waren er meer kaartjes dan ik verwacht had. Soms minder dan ik hoopte. Het was overweldigend hoe veel ik had meegemaakt. Zou het mogelijk zijn dat ik in al mijn dagen, genoeg tijd had om deze duizenden of zelfs miljoenen kaartjes te schrijven? Maar elk kaartje bevestigde deze waarheid. Elke was geschreven in mijn eigen handschrift. Elke was getekend met mijn handtekening.

 

Toen ik de kaartenbak pakte "Muziek waar ik naar geluisterd heb", zag ik dat de kaartjes dicht op elkaar gepakt zaten. Heel compact waren ze bij elkaar gepropt in deze bak, en toch had ik na 2 ?3 meter het einde ervan nog niet gevonden, ik schaamde me, niet zo zeer om de kwaliteit van de muziek, maar de eindeloze tijd die het inhield.

 

Toen ik bij een kaartenbak kwam "Wellustige gedachten", voelde ik de rillingen over m'n rug lopen. Ik trok de bak 1 cm naar me toe, om de grootte niet te hoeven zien, en trok er een kaart uit. Ik was geschokt door de gedetailleerde inhoud. Ik werd misselijk bij het idee dat zoiets genoteerd was. Een bijna beestachtige woede brak in me los. Ik kon nog maar een ding denken: "Niemand mag deze kaartjes ooit zien! Niemand mag deze kamer ooit zien! Ik moet ze vernietigen!"

 

In een krankzinnige razernij rukte ik de kaartenbak weg. De grootte maakte me nu niets meer uit. Ik moest hem legen en alle kaartjes verbranden. Maar toen ik de bak pakte en tegen de vloer sloeg, kwam er geen enkel kaartje los. Ik werd wanhopig en trok er een kaartje uit, maar ik bevond het zo sterk als staal toen ik het probeerde te verscheuren. Verslagen en totaal hulpeloos ,schoof ik de bak weer op z'n plaats. Terwijl ik met mijn hoofd tegen de muur leunde , liet ik een diepe zucht van zelfmedelijden.

 

En toen zag ik het. De titel was "Mensen die ik van het geloof verteld heb". Het handvat was lichter gekleurd dan de rest, nieuwer, bijna ongebruikt. Ik trok aan het handvat en zag een doosje van nauwelijks 6 centimeter lang. Ik kon de kaartjes die het bevatte op 1 hand tellen.

En toen kwamen de tranen. Ik begon te huilen. Met halen zo diep dat mijn maag er pijn van deed en ik door m'n hele lichaam schokte. Ik viel gewoon op m'n knieën en huilde. Ik huilde van schaamte, van de overweldigende schaamte van het alles. De rijen met bakken draaiden in mijn met tranen gevulde ogen. Niemand mag ooit van deze kamer horen. Ik moet hem op slot doen en de sleutel verstoppen.

 

Maar toen, terwijl ik mijn tranen weg veegde zag ik Hem. Nee, alsjeblieft niet hem. Niet hier.

Wie dan ook behalve Jezus. Ik keek hulpeloos toe terwijl hij elke kaartenbak opende en de inhoud las. Ik kon het niet aan Zijn reactie te moeten zien. En op de momenten waarop ik het even op kon opbrengen om naar Hem op te kijken, zag ik een dieper medelijden dan mijn eigen. Hij leek op intuïtie naar de ergste bakken te gaan. Waarom moest hij ze allemaal lezen? Eindelijk draaide Hij zich om en keek me aan. Hij keek me aan met medelijden in z'n ogen. Maar het was een medelijden dat me niet boos maakte. Ik liet mijn hoofd zakken, bedekte met m'n handen m'n gezicht, en begon weer te huilen. Hij liep naar me toe en sloeg Zijn arm om me hen. Hij had zoveel kunnen zeggen. Maar Hij zweeg. Hij huilde alleen maar met me mee.

 

Toen liep Hij weg, naar de muur met kaartenbakken. Beginnend aan een kant van de kamer, nam Hij elk kaartje er uit, een voor een, en begon Zijn naam te zetten op elk kaartje. "NEE!" schreeuwde ik terwijl ik op Hem af liep. Alles wat ik kon uitbrengen was "Nee, nee," terwijl ik een kaartje uit Zijn handen griste. Zijn naam hoort niet op die kaartjes te staan. Maar daar stond het, geschreven in rood zo rijk, zo donker, zo levendig. Jezus' naam bedekte de mijne. Het was geschreven met zijn bloed. Rustig pakte Hij het kaartje weer terug. Hij glimlachte bedroefd en begon alle kaartjes te tekenen. Ik denk niet dat ik ooit zal snappen hoe Hij het zo snel heeft gedaan, maar het leek alsof ik Hem het volgende moment de laatste kaartenbak hoorde sluiten, en Hem op me af zag lopen. Hij plaatste Zijn hand op mijn schouder en zei, "Het is volbracht." Ik stond op, en Hij leidde me uit de kamer. Er was geen slot op de deur. Er moesten nog steeds kaartjes geschreven worden.

 

Siska Nov 8 '15

De gebarsten Emmer

 

Een waterdrager in India had twee grote emmers; elke emmer hing aan één kant van een juk dat hij over zijn schouders droeg. Eén van de emmers had een barst en de andere emmer was in perfecte staat. Terwijl die tweede emmer aan het einde van de lange weg tussen de rivier en het huis van de meester een volle portie water afleverde was tegen die tijd de gebarsten emmer nog maar halfvol.

 

Dat ging zo twee volle jaren verder. De waterdrager leverde altijd maar anderhalve emmer water af in het huis van zijn meester. Natuurlijk was de goede emmer bijzonder trots op zijn prestaties omdat hij perfect voldeed voor het doel waarvoor hij gemaakt was. Maar de arme gebarsten emmer was beschaamd om zijn gebrek en voelde zich ellendig omdat hij maar de helft kon presteren van wat je van hem had mogen verwachten. Nadat hij zich zo twee jaar lang als een mislukking had beschouwd begon hij op een dag bij de rivier tegen de waterdrager te praten.

 

"Ik ben beschaamd over mezelf en ik wil me bij jou verontschuldigen."

 

"Waarom?", vroeg de waterdrager. "Waarom ben je beschaamd?"

 

"Omdat ik de laatste twee jaar slechts in staat ben geweest om maar een halve portie water af te leveren. Door die barst in mijn zijwand verlies ik voortdurend water onderweg naar het huis van je meester. Door mijn falen moet jij zo hard werken en krijg je niet het volle loon voor je inspanning", antwoordde de emmer.

 

De waterdrager kreeg echt medelijden met de oude gebarsten emmer; hij wilde hem troosten en zei: "Als we dadelijk teruggaan naar het huis van mijn meester moet je eens goed op die prachtige bloemen letten aan de kant van de weg".

 

En inderdaad: toen ze de heuvel opliepen zag de gebarsten emmer de prachtige wilde bloemen langs de kant van de weg en dat bracht hem toch een beetje troost. Maar aan het einde van de reis voelde hij zich toch weer ongelukkig omdat de helft van het water weer was weggelopen en hij verontschuldigde zich opnieuw bij de waterdrager omdat hij weer gefaald had.

 

De waterdrager bekeek de emmer en zei: "Heb je dan niet gezien dat er alleen maar bloemen groeien langs jouw kant van de weg en niet langs de kant van de andere emmer?

 

Dat komt omdat ik altijd al wist dat je een beetje lekte en ik heb daar mijn voordeel mee gedaan. Ik heb bloemzaadjes geplant aan jouw kant van de weg en elke keer we terugkwamen van de rivier heb jij ze water gegeven

 

En zo heb ik twee jaar lang telkens prachtige bloemen kunnen plukken om de tafel van mijn meester mee te versieren. Als jij niet zou zijn zoals je nu eenmaal bent dan zou zijn huis er nooit zo prachtig uitzien."

 

En zo heeft ieder van ons zijn eigen "lekken". We zijn allemaal gebarsten emmers. Maar als wij er open voor staan dan zal de Heer ons falen kunnen gebruiken om de tafel van Zijn Vader op te fleuren.

 

In Gods grote plan gaat er nooit iets verloren. Wanneer je dus een manier zoekt om elkaar te dienen en als God je voor een bepaalde taak heeft geroepen, maak je dan geen zorgen om je zwakke punten. Wees je er wel van bewust maar geef Hem de mogelijkheid om er Zijn voordeel mee te doen en zo kan jij ook meewerken aan schoonheid langs Zijn weg.

 

Ga dapper voort en weet dat we in onze zwakheid Zijn sterkte ervaren.

 

Siska Nov 8 '15

De Vreemdeling

Een paar maanden voor ik werd geboren ontmoette mijn vader in de plaats waar hij woonde een vreemdeling. Mijn vader raakte meteen geboeid door die vreemdeling en nodigde hem na een tijdje uit om bij hen thuis in te trekken. De vreemdeling voelde zich weldra thuis en was al helemaal ingeburgerd toen ik enkele maanden later geboren werd.

Ik groeide op en ik vroeg me nooit af wat hij eigenlijk deed in ons gezin. In mijn kinderlijke gedachtewereld had ieder zijn eigen plaats. Mijn broer, Bill, die vijf jaar ouder was dan ik, was mijn voorbeeld. Fran, mijn jongere zus, gaf mij de gelegenheid om zelf een "grote broer" te zijn en ontwikkelde in mij de kunst om te plagen. Mijn ouders vulden elkaar perfect aan: mama bracht mij de liefde bij voor Gods Woord en mijn vader leerde mij om het te gehoorzamen.

Maar de vreemdeling was onze verhaaltjesverteller. Hij kon de meest fantastische vertellingen opdissen. Avontuur, geheimzinnigheid, humor... het maakte allemaal deel uit van zijn dagelijks repertoire. Hij kon heel ons gezin elke avond uren geboeid houden.

 

En wanneer ik iets wilde weten over politiek, geschiedenis of wetenschap dan kon ik altijd bij hem terecht; hij wist alles. Hij kende het verleden, begreep het heden en hij leek soms de toekomst te kunnen voorspellen. De beelden die hij ophing waren zo levendig dat ik er de ene keer mee moest lachen en de andere keer bij kon huilen.

Hij was een vriend voor het hele gezin. Hij nam mijn vader, mijn broer Bill en mij mee naar onze eerste grote voetbalmatch. Hij moedigde ons aan om nieuwe films te gaan bekijken en zorgde er zelfs voor dat we verschillende filmsterren konden ontmoeten. Mijn broer en ik kwamen diep onder de indruk van sommigen van die persoonlijkheden.

De vreemdeling was zelfs een beetje opdringerig in onze gesprekken. Vader scheen dat niet zo te storen maar moeder stond soms op terwijl hij aan het vertellen was over allerlei vreemde plaatsen en ze trok zich dan terug op haar kamer om haar Bijbel te lezen en te bidden. Ik vraag me zelfs af of ze nooit in stilte bad dat die vreemdeling uit ons leven zou verdwijnen.

Want mijn vader probeerde ons allemaal wel bepaalde morele waarden bij te brengen maar onze vreemde gast scheen zich daar helemaal niet zo aan te storen. Vloeken werd in ons huis bijvoorbeeld niet getolereerd, niet voor ons, kinderen, niet voor vrienden, ook niet voor andere volwassen bezoekers. Maar onze vreemdeling liet regelmatig krachttermen horen die mijn oren deden tuiten en die mijn vader deden zuchten. Voor zover ik mij herinner werd de vreemdeling daar nooit voor terechtgewezen. Mijn vader was een geheelonthouder en er kwam bij ons geen druppel alcohol in huis, zelfs niet in de keuken. Maar de vreemdeling vond dat we alle dingen in het leven moesten leren smaken en hij prees ons bier en andere alcoholische dranken aan.

Hij zei dat sigaretten erg goed smaakten, dat een sigaar of een pijp mannelijk waren. Hij praatte vrijuit over seks. Zijn commentaren hierop spraken vaak sterk tot de verbeelding en waren soms wel vervelend. Ik weet dat mijn eerste ideeën over de relaties tussen mannen en vrouwen sterk beïnvloed waren door deze vreemdeling.

De vreemdeling begon ook vaker persoonlijke onderwerpen aan te snijden zonder zich te bekommeren om diegenen die eventueel meeluisterden. Hij hield er in zijn conversatie ook geen rekening mee dat we bijvoorbeeld zaten te eten; soms was het zelfs zo erg dat moeder van tafel weg liep.

Als ik er nu aan terugdenk dan geloof ik dat het door Gods genade was dat we niet nog meer door die vreemdeling werden beïnvloed. Keer op keer weerlegde hij de opvattingen en de waarden van mijn ouders. En toch werd hem nooit gevraagd om hiermee op te houden of om te vertrekken.

Het is nu al heel lang geleden dat die vreemdeling introk bij dat jonge gezin waar ik in opgroeide. Mijn vader is al lang niet meer zo geboeid door hem als in die eerste jaren. Maar wanneer ik vandaag bij mijn ouders op bezoek kom dan zit hij daar nog altijd op zijn vaste plaats te wachten op iemand die naar hem wil luisteren, aan wie hij zijn verhalen kwijt kan.

Hij heeft ook nooit verteld hoe hij heette.

Wij noemden hem altijd bij zijn initialen: T.V. 

Siska Nov 8 '15

De wereld anders gezien

 

Indien men de wereld vergelijkt met een dorp van 100 inwoners, rekening houdende met alle bestaande volkeren, dan zou dit dorp bestaan uit :

 

57 Aziaten

21 Europeanen

14 Amerikanen (Noord en Zuid)

8 Afrikanen

52 vrouwen - 48 mannen

70 niet-blanken - 30 blanken

70 niet-christenen - 30 christenen

89 hetero's - 11 homo's

6 personen zouden 59% van de totale wereldrijkdom bezitten

6 personen zouden de VS-nationaliteit hebben

80 zouden dakloos zijn

70 zouden analfabeet zijn

50 zouden afhankelijk zijn van iemand anders

1 zou sterven 2 zouden geboren worden

1 zou een PC hebben

1 zou een diploma hebben

 

Wanneer men de wereld op deze manier bekijkt word het duidelijk dat begrip, aanvaarding en studies noodzakelijk zijn.

 

Indien je deze morgen bent wakker geworden en je bent niet ziek, dan ben je gelukkiger dan 1 miljoen mensen die in de komende dagen zullen sterven.

 

Indien je nooit oorlog, eenzaamheid, honger of het lijden van de gewonden hebt meegemaakt, dan ben je gelukkiger dan 500 miljoen mensen in de wereld.

 

Indien je naar de kerk kan gaan zonder je bedreigd te voelen, zonder gearresteerd te worden of zonder dat je gedood wordt, dan ben je gelukkiger dan 3 miljard mensen in de wereld.

 

Indien je eten in de koelkast hebt liggen, je gekleed bent, je een dak en een bed hebt, dan ben je rijker dan 75% van de inwoners van de wereld.

 

Indien je een bankrekening hebt, een beetje geld in je portefeuille of een beetje kleingeld in een doosje, dan hoor je bij de 8% rijkste mensen van de wereld.

 

Indien je dit kan lezen, dan ben je dubbel gezegend, want :

1. Iemand heeft aan jou gedacht

2. Je hoort niet bij de 2 miljard mensen die niet kunnen lezen.

En .. je hebt een PC!

 

Ooit heeft iemand gezegd :

* werk - alsof je geen geld nodig hebt,

* dans - alsof niemand naar je kijkt,

* zing - alsof niemand naar je luistert,

* heb lief - alsof niemand je ooit heeft gekwetst,

* leef - alsof het Paradijs hier, op aarde, was.

Siska Nov 8 '15

Dubbel kompas

 

Een zekere David Devoir heeft in vroeger tijd eens het volgende verteld:

 

Toen ik de Atlantische Oceaan overstak ontdekte ik dat het schip was uitgerust met twee kompassen. Het ene was geplaatst op het dek en wel zo dat de man bij het roer erop kon kijken. Het andere kompas zat halverwege de mast. Vaak klom een matroos in de mast om op het kompas daar te kijken. Ik vroeg de kapitein : 'Waarom gebruikt u twee kompassen?'. Hij antwoordde: 'Dit schip is van ijzer en het kompas op het dek wordt soms beïnvloed door zijn omgeving. Dat is niet het geval met het kompas in de mast. Op dat kompas bepalen we in feite onze koers'.

 

Devoir geeft hier de volgende les bij: Op de levensreis hebben we ook twee kompassen. Het ene kompas kun je 'gevoel' noemen. Dat wordt vaak beïnvloed door onze omstandigheden. Het andere kompas kun je 'geloof' noemen. Dat kompas gaat uit boven de omstandigheden en geeft te midden van welk weertype ook de koers aan op de levenszee. Laten we op dat kompas varen!

 

Siska Nov 8 '15

De duivel op weg naar de kerk

 

Een zeker man die meerder zag

En hoorde, zo het scheen,

Dan menigeen,

Ging eens, op zeek´re sabbatdag,

Des morgens kerkwaarts heen.

 

Op d´oude weg en wandeling

Die naar het Godshuis lei,

Ontmoette hij,

De duivel, die ook kerkwaarts ging,

Zoals hij zelf hem zei.

 

Door die ontmoeting zeer verrast,

Sprak hij de satan aan:

´Gij kerkwaarts gaan?

Mij dunkt, dat is toch niet gepast!

Hoe moet ik dat verstaan?`

 

´Mag ik niet komen in de kerk?`

zo vraagt de satan weer,

´Waar ze immermeer

bestrijden mijn persoon en werk,

zo door gebed als leer?

 

Indien ik zelf daar niet verschijn,

Waar men te allen tijd

Mijn rijk bestrijdt,

Wie zal mijn advocaat dan zijn,

Die voor mijn zaken pleit?`

 

´Zeg mij,` zo vroeg de man toen, ´hoe

bepleit ge uw zaak en recht?`

De boze zegt:

´`k heb duizend middelen daartoe,

U liefst niet blootgelegd.

 

Al mijn geheimen wil ik nu

Niet mededelen; maar

´k zie geen gevaar,

al zeg ik iets daarvan aan u.

´k Hoop ´t wordt niet openbaar.

 

Hoor toe: ik tracht er voor te zorgen,

Dat ik reeds vroeg op de zondagmorgen,

Voor kerktijd in elks woning kom.

´k Zoek daar een kleine twist te stoken,

en – d´echte stemming is verbroken,

om op te gaan naar ´t Godsgebouw.

 

Een overhemd niet recht in orde;

Een handschoen kwijt en zoek geworden;

Een knoop gesprongen van de jas;

Een nette muts, die ´t hoofd moet tooien,

Valt van de stoel, verliest haar plooien;

Een laars die wringt, niet recht van pas.

 

Zie, met die opgenoemde zaken

Kan ik mij wonderwel vermaken,

Dat ik die gaarne zie en hoor,

Want weet, door al die kleine dingen

Wordt ´t hart der dwaze stervelingen

Vaak afgeleid van ´t rechte spoor.

 

Gelukt het mij niet, van te voren

De goede stemming te verstoren,

Waarmede and´ren kerkwaarts gaan

Dan zoek ik weer wat te ontdekken,

Dat in de kerk hen af kan trekken,

Zodat zij horen noch verstaan.

 

Zie daar dat meisje kerkwaarts wand ´len

Hoe zal ik, denkt gij, met haar hand ´len,

Wanneer zij zit in ´t bedehuis?

Ik trek haar ogen af terzijde,

Op buurmeids hoed en mantel beide,

En - ´t boeit haar meer dan Christus´kruis.

 

Sla ´t oog daar op dat tweetal heren,

Die kerkwaarts spoen – vaak kritiseren,

Ik weet, daar houden zij zo van;

Nu zorg ik, dat in ´s leraars rede,

Of voorgebed of zegenbede,

Iets zogenaamd hen erg´ren kan.

 

En als zij straks de kerk verlaten,

Dan hoort men hen aldoor maar praten

Van ´t stotend woord, en van niets meer.

Zo, zonder dat zij ´t zelve weten,

Is ´t goede van de preek vergeten,

En zonder vrucht was ´t kerkgaan weer.

 

Aanmerkt die kleine, bleke dame,

Zij vreest voor tocht door deur en ramen.

Zit ze in de kerk, ´k breng z´in de waan,

Dat ze een verkoudheid op zal lopen,

Want ´t raam dat staat een weinig open,

En – met haar aandacht is ´t gedaan.

 

Zie ginds twee brave burgermensen.

Zo ik kan slagen in mijn wensen

Dan maak ik aan die leiden wijs,

Dat al de zonden en gebreken,

Waarvan de leraar straks zal spreken,

Niet hen betreffen deze reis.

 

De prediking van deze ure,

Gaat hen niet aan, maar wel hun buren.

En vang ik hen in deze strik,

Gerust gaan zij dan huiswaarts henen:

Voor Freek is ´t goed, zal Jacob menen,

´t Geldt Jacob – zo denkt Frederik.

 

Daar komt een man, - wie zal ´t hem laken?

Hij leeft voor geld en handelszaken

Van ´s morgens vroeg tot ´s avonds laat.

Ook hij treedt ´t Huis des Heeren binnen,

En boei zijn hart en ziel en zinnen

Aan alles wat hij achterlaat.

 

Ik spoor hem aan om te bedenken,

Wat hem de meeste winst zal schenken

In deze aangevangen week.

Hoe hij moet hand´len en verkeren

Om zijn vermogen te vermeren;

En –zonder invloed blijft de preek.

 

Een moeder zit in ´t Godshuis neder,

Haar kroost verzorgt en mint zij teder,

Waaraan zij al haar krachten wijdt.

Zoveel ik nu maar ben bij machte,

Kweek ik onrustige gedachten

In ´t moederhart, - daar zij de meid

 

Niet streng genoeg op deze morgen

Bevolen heeft toch goed te zorgen

Voor ´t kleintje dat in ´t wiegje ligt,

En al is ze in de kerk aanwezig,

Z´is niet met ´t woord des Heeren bezig,

Maar immer met haar dierbaar wicht.

 

En kan ik in de kerk niets vinden,

Dat hunne ogen kan verblinden,

´t hart aftrekt van de prediking,

´k doe dan mijn best om na het horen

de goede indruk te verstoren,

die deez´of geen´in ´t hart ontving.

 

Wanneer zij naar hun woning treden,

Breng ik ´t gesprek op bezigheden,

Op landbouw, handel, visserij.

En als zij maar aan ´t spreken raken

Van werk en winst, geld en vermaken,

Dan gaat ´t gehoorde ras voorbij.

 

´t Verheugt mij daarom, ´k moet het zeggen,

als ze uit de kerk bezoek afleggen

bij deez´en geen´, ´t zij vriend of buur.

´t Gehoorde wordt meestal verzwegen,

men spreekt van droogte of van regen,

van ´t graan op ´t veld, van ´t vee in schuur.

 

Zie, al deez´dingen, sprak de boze,

Heb ik als middelen gekozen,

En kies die nog, om jong en oud

Voor mijn persoon en dienst te winnen

´k Ga zo te werk, ´k trek hart en zinnen

van Gods Woord af, hoe goed ontvouwd.

 

´k Kwam u dit in ´t geheim vertellen,

wil het niet elk voor ogen stellen.

Zo sprak de duivel en ging door.

Maar zie, de man nu, deelde ´t mede

Voor allen die nog kerkwaarts treden,

En fluisterde ´t ook mij in ´t oor.

 

Zo wij nu inderdaad geloven,

Dan satan onze ziel wil roven,

Aftrekt van Jezus en Zijn Woord,

Hoe nodig is het dan in deze,

Om biddend waakzaam toch te wezen,

En toe te zien, hoe dat men hoort.

 

En treedt ook satan in Gods tempel,

Dat wij dan, eer wij ´d oude drempel

Van ´t Huis des Heeren overschreen,

De Heiland toch ootmoedig smeken;

´Heer, wil des duivels werk verbreken

in mij en allen om mij heen

 

Wil mij niet in verzoeking leiden,

Van satans list mijn ziel bevrijden,

En geef mij toch een open oor,

En een opmerkzaam harte tevens,

Opdat de vrucht van ´t Woord des levens

Niet ganselijk voor mij ga teloor.`

 

Siska Nov 8 '15

 Etiketten plakken

 

Je kent dat wel. Op bepaalde artikelen plakt men bepaalde etiketten. Om aan te geven wat het is. Bij dat artikel hoort dat etiket. En op iets anders wordt weer een ander etiket geplakt. Bij veel dingen kun je zoiets vrij simpel doen. Zout is geen suiker. En zeep is heel iets anders dan chocolade.

 

Op bibliotheekboeken kun je gemakkelijk aangeven wat bij welke leeftijd hoort. Een stickertje met een bepaalde kleur is voldoende.

 

Bij sommige dingen ligt het een stuk moeilijker. En als je over mensen praat lijkt het helemaal onmogelijk te zijn.

 

Ja, maar, wie is nou zo dwaas om op mensen een etiket te plakken? Wie zo dwaas zijn? Jij en ik... Of doe jij er soms niet aan mee? Zelfs in het kerkelijk leven komt het voor. Of moet ik zeggen dat het juist in de kerk voorkomt?

 

We hebben etiketten genoeg in voorraad. Een willekeurige greep. Licht, zwaar, links, rechts, verwerpelijk, bevindelijk, enz.

 

Soms nog voorzien van het woordje "te".

 

Zo plakken we heel wat etiketten. Soms al na iemand één keer gezien of gehoord te hebben... Het wordt ons ook wel eens moeilijk gemaakt.

 

Dan hebben we iemand een bepaald etiketje toebedacht dat niet helemaal klopt. De toegekende vlag blijkt de lading niet te dekken. Etiketje eraf en een ander erop? Nee, dat doen we niet al te gauw. Wat dan? We wrikken net zolang tot het weer past. Een voorbeeld? Nou, iemand heeft iets gezegd dat niet bij z'n etiketje past. Oplossing: hij zal wel dat of dat bedoeld hebben. En "dat of dat" past precies bij zijn etiketje... Of: hij zegt dat wel, maar de vorige keer... Dus...

 

Zo kan het voor iemand heel moeilijk worden om nog iets goeds te doen of te zeggen. En een ander kan, al maakt hij de grootste brokken, niets verkeerds doen... 'k Weet het, etiketten plakken is de mens als het ware "ingebakken". Het is heel menselijk. Maar is al het menselijke vaak niet zondig? Juist omdat het zo menselijk is?!

 

Siska Nov 8 '15

 Een Derde Weg ?! (de rechterkant van de brede weg)

 

 

------------------

Beste vrienden/kennissen/...

 

Pasgeleden kreeg ik onderstaand verhaal via de mail binnen samen met het stukje wat je nu eerst leest. Ik vond het ingrijpend. Misschien hebt je het al een keer gelezen, lees het dan nog eens. Onderstaand stukje geeft weer de werkelijkheid waarin wij verkeren. Iedere keer als we weer een rouwadvertentie lezen, of lezen van een ongeluk, worden we weer stilgezet bij het leven. Je leven hier kan zo onverwachts over zijn.

 

Waar ben jij nu druk mee geweest? Waar ben je nu druk mee? Gaat het bij jou meer om de bijzaken dan om de Hoofdzaak? De hoofdvraag voor ons is in ieder geval: Is jouw paspoort getekend? Of ... ben je nog op de derde weg?

 

Onderstaand stuk is geschreven vanuit oprechte m.b.t. het gevaar dat onze aandacht van de godsdienst zelf wordt afgetrokken, dat we ons meer bezig gaan houden met de bijzaken, met de vormen. Dat dit levensgevaarlijk is heeft Jezus zelf gezegd in Mattheüs 15 (vooral vs 6-9), toen Hij sprak tegen godsdienstige mensen, die zich in uiterlijke zin keurig aan de geboden Gods hielden en zich geheel conformeerden aan de Traditie. In bepaald opzicht kan het onderstaande verhaal heel eenzijdig zijn, maar toch geloof ik dat u/jij bepaalde zaken zult herkennen.

------------------

Ik droomde eens over twee Wegen. Die wegen bevonden zich op de Aarde. Ze verbonden de eeuwigheid die achter lag met de eeuwigheid die komen zou.

 

De ene Weg was breed en makkelijk begaanbaar, de andere Weg daarentegen smal en moelijk te bewandelen. Op beide Wegen bevonden zich mensen, heel veel mensen, hoewel er zich op de Brede Weg veel meer bevonden dan op de Smalle Weg.

Ik zag dat beide Wegen bewandeld werden door allerlei soorten mensen: blanke en bruine, jonge en oude, begaafde en minder begaafde, rijke en arme. Al deze mensen vormden tezamen een ontelbare menigte, die zich allen voorwaarts spoedden.

 

Maar waarheen? vroeg ik me af. Wat is hun bestemming?

 

Toen ik de Wegen wat beter bekeek, verbleekte ik, want ineens zag ik waar die Brede Weg eindigde. O, daar zag ik een Poel, die brandde van vuur en sulfer. Ik hoorde daar geween en het knersen van tanden. Ook zag ik daar rook, afkomstig van gepijnigde mensen, die opging tot in de eeuwigheid.[1]

Ik zag de Eeuwige Verdoemenis.

 

Ik keek weer naar al die mensen die op de afschuwelijke, doodlopende Weg liepen. Zagen zij dan niet wáár ze zich heen spoedden?

Lang hoefde ik daar niet over te peinzen, want aan velen van hen was te zien dat ze inderdaad niet wisten waar deze Weg eindigde. De meesten bekommerden zich daarover ook totaal niet over. Ze genoten zo van al datgene wat aan weerszijden van de Brede Weg naar hun lonkte: rijkdom, plezier, macht, muziek, sex, drank en allerlei andere soorten van vermaak. Ik merkte dat verreweg de meeste van deze mensen maar één doel voor ogen hadden: laat ons eten, drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij!

 

Wanhopig vroeg ik me af of er dan niemand was die zich bekòmmerde om deze menigte, die onherroepelijk verloren zou gaan.

 

Toen zag ik ineens iets tussen de Brede en de Smalle Weg staan. Het was een houten Kruis.

En aan dat Kruis hing een Man. Een Man van smarten. Zijn handen waren doorboord. Zijn Bloed vloeide. Zijn gelaat was getekend door smartelijk lijden. Maar o, dat gelaat straalde tegelijkertijd zóveel bewogenheid uit, dat het me diep, ja zeer diep ontroerde.

Zijn blik ging over de zich naar het Verderf voortspoedende mensen. Toen hoorde ik dat deze Man iets naar hen riep, met luide stem: “Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer!”[2]

Toen begreep ik dat er wel Iemand was Die Zich bekommerde om verloren mensen. Het was het Lam Gods Zelf, Dat de zonden der wereld wegnam.

Door het Bloed dat vloeide uit de doorboorde handen van die Man was er dus wel een Weg ter ontkoming.

 

Mijn blik werd getrokken naar  die Weg, die Smalle Weg. Ik vroeg me af waar de mensen die op deze Weg liepen naar toe zouden gaan. Toch niet naar dezelfde Bestemming als die anderen?

 

Maar neen, wat ik daar, aan het eind van die Weg zag, was zo anders, zo onnoemelijk anders. Ik zag daar een Gouden Stad.

En iets in deze Stad gaf Licht, een Licht zo groot en zo wonderlijk schoon. Ook hoorde ik er gezang, wat zo vreugdevol en zo heilig klonk, ja zo geheel anders dan die wanhopige kreten uit die afschuwelijke Poel

Ik zag daar aanbidding, vreugde en geluk. Er was daar geen traan,  geen droefheid, geen berouw en geen pijn te bespeuren. [3]

Ik zag daar de Eeuwige Gelukzaligheid.

 

 

Haastig wendde ik me weer tot de menigte op de Brede Weg. De meesten zagen het Kruis niet. Ook hoorden ze de Stem van de Man der Smarten niet. Ze liepen maar door en door…

Geschokt, maar ook met een van blijdschap trillende stem riep ik hen toe: “Het Lam Gods heeft geen lust in uw dood, die u weliswaar verdient, maar daarin dat u zich bekeert en leve! O mensen, een ieder die in Hem gelooft tot vergeving van zonden zal niet verderven, maar eeuwig leven! Haast u en spoed u toch naar het Kruis. Die Man der smarten heeft gezorgd voor een Weg ter ontkoming. Haast u om uws levens wil.”[4]

Maar helaas, ook mijn stem ging grotendeels verloren in het rumoer en gedruis van de menigte.

O jawel, een enkeling keek vluchtig op, stond een ogenblik stil, maar werd al snel weer meegevoerd met de stroom van mensen. Anderen stonden wat langer stil, bewogen zich naar het Kruis, maar werden er toch weer vanaf gehouden door de verleidingen langs de Weg.[5]

En zo bleven de meesten zich voortspoeden, regelrecht naar het Verderf, regelrecht naar hun eeuwige ondergang.

-          -          -

 

Ineens zag ik dat er aan de rechterkant van de Brede Weg een soort afgebakend Paadje liep.

Op dat Paadje liepen ook mensen. Deze mensen gedroegen zich echter zo geheel anders dan die anderen op de Weg. Hun gezichten stonden ernstig. Ze deden niet mee met al die genietingen van de anderen, van de wereld.

Kennelijk wisten zij wèl waar deze Weg eindigde. En kennelijk wisten zij ook van het Kruis en die Smalle Weg ter ontkoming, want velen van hen bleven er stilstaan en keken er van een afstand naar. Terwijl ze daar stonden praatten ze druk met elkaar.

 

Maar waarover spraken zij dan? vroeg ik me af. En waarom bleven er zovelen op een afstand? De eeuwigheid komt toch ook voor hen steeds dichterbij?

 

Ik kwam naderbij en ging luisteren naar hun gesprekken.

Ze spraken met elkaar over een weg, een weg naar het Kruis dat voor hen stond. Ze legden elkaar uit wat er eerst moest gebeuren voordat ze naar dat Kruis mochten gaan. Ze konden ook precies uitleggen hoe die Weg liep en hoe moeilijk begaanbaar die was.

Ze spraken zo vol overtuiging dat het net leek alsof ze er zelf geweest waren. Maar, hoorde ik ze eerlijk zeggen, dat was niet zo. Ze hadden dat gehoord en gelezen.

Ze discussieerden verder over allerlei zaken, zoals geopenbaarde en verborgen wil van God en aanbod van genade.

 

Ik liep naar een andere groep mensen die ook voor het Kruis stonden en er over spraken. Er waren, zo merkte ik, hele wijze mensen bij. Ze hadden allerlei dikke boeken bestudeerd en konden daaruit heel veel citeren. Zij wisten zodoende precies hoe God werkte. Daardoor konden ze aangeven wie wel en wie niet naar het Kruis mochten gaan.

Ze vroegen de mensen die hun zondelast bij het Kruis wilden neerwerpen of ze die last wel echt voelden en of zij er wel diep genoeg onder gebukt gingen.  Het ging zomaar niet,  zeiden ze.

 En vele mensen die naar hen luisterden liepen door, want ja, dat hadden ze nog niet beleefd. Weer schrok ik want zo hechtten ze meer waarde aan wat die mannen zeiden dan aan wat die Man aan het Kruis sprak.

 

Anderen vroegen zich af tot wie het Lam Gods nu eigenlijk sprak, daar aan het Kruis. Tot allen, zeiden sommigen, maar je hebt niet veel aan die Boodschap, vervolgden ze, als je niet aan jezelf ontdekt bent. Ze voegden er nog heel nadrukkelijk aan toe dat dat Gods werk is.

Toen zag ik dat ook velen die naar hen luisterden doorliepen, mismoedig, want God had hen nog niet aan hunzelf ontdekt. Ze begrepen dat niet echt, zo hoorde ik enkelen zeggen, want ze baden wel drie keer per dag om een Nieuw Hart en dat was hun nog steeds niet gegeven.

En zo liepen ze verder, geen acht slaande op de Stem die hun toeriep: Mijn zoon, geef Mij uw hart![6] Zij konden dat immers niet zelf?

 

Anderen zeiden dat de Boodschap maar voor enkelen op deze Weg was. Natuurlijk niet voor allemaal, dat leren de Lichten, zo hoorde ik, de mensen die zich zo graag laten bedriegen en die met een Ingebeelde Hemel naar de Hel zullen gaan.

Nee, zeiden ze, laten wij maar veilig hier blijven, laten wij onszelf niet bedriegen met een aangepraat geloof. En ze vervolgden ook hun weg, hun weg naar het Verderf.

 

Ik bemerkte dat al deze ernstige mensen zich ook met veel andere godsdienstige zaken bezig hielden, terwijl de Rampzaligheid met elke stap dichterbij kwam. Ze discussieerden over de schrijfwijze van een van de namen van de Zaligmaker, Here of Heere, over het wel of niet ritmisch zingen van Psalmen en over vele andere zaken die de Vorm en het Uiterlijk betroffen.

Ook werd er zeer afkeurend gesproken over die goddeloze wereld, die mensen die zich alleen maar bezig hielden met vermaak en over  zogenaamde christenen, die Juichende Christenen, mensen die Het zelf grepen en Het altijd bezaten.

Zijzelf waren zo heel anders, zij waren tenminste Eerlijk Onbekeerd.

 

En zo zag ik tot mijn grote ontsteltenis ook velen van deze mensen zich voortspoeden op de Brede Weg, weliswaar aan de rechterkant ervan, maar toch op weg naar dezelfde Bestemming, op weg naar een nimmer eindigende Eeuwigheid.

 

Geschokt riep ik hen toe: “Laat u toch met God verzoenen! Heden indien gij Zijn Stem hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden! O mensen, hoe zult gij ontvlieden indien ge op zo’n grote Zaligheid geen acht geeft?”[7]

De meeste mensen keken daar echter niet van op. Ze kenden deze woorden zo goed, want ze bezaten het Woord van God. Ze hadden dat al vaak gelezen.

Enkelen kwamen echter naar me toe en zeiden: “Meneer, die Nodiging is niet voor ons allemaal, die is alleen voor de Uitverkorenen en als we daarbij horen, dan zal God ons zelf wel trekken. Anders heeft het echt geen zin als we ons tot God wenden” en vervolgens liepen ze verder.

Dit had ik al eerder gehoord, toen ik luisterde naar hun gesprekken. Maar ik kon niet begrijpen dat dit er zo koud en zakelijk uitkwam. Wisten ze dan toch niet waar deze Weg eindigde? Ik riep ze achterna: “Maar mensen, in de Bijbel staat dat God met vlammend vuur wraak zal doen over degenen die het Evangelie van de Heere Jezus Christus ongehoorzaam zijn. En er staat ook dat Hij zal lachen en spotten in uw verderf, omdat u geweigerd hebt u zich tot Hem te keren![8] Zal God dan lachen, spotten en zich op u wreken  terwijl Hij zelf bepaald heeft dat u zou weigeren om op de nodiging in te gaan? Zou God zo onrechtvaardig zijn?

Een draaide zich nog om en zei: “U moet niet denken dat u het weet. Onze dominee zegt dit en ik voel gewoon dat dat de zuivere waarheid is.” Ook hij liep verder, het Verderf tegemoet.

 

Anderen zeiden: “Wat wij aan het Kruis horen is de uitwendige roeping. Zodra Hij ons inwendig roept, ja, dan kunnen we ons laten leiden. En weet u niet dat wij onszelf niet kunnen bekeren, dat God dat moet doen?” Ik antwoordde:”Ja dat is waar, maar God wìl het toch ook doen?[9] Ziet toch af van uzelf en uw ellendige bestaan en vertrouw geheel op Hem, dan zal u niet beschaamd uitkomen![10]O wendt u toch naar Hem, Die alles in u wil werken wat uzelf niet kunt!”

“Meneer”, zo zeiden ze, “dat kan alleen door de werking van de Heilige Geest en als Die gaat werken, nou, dan komt het allemaal vanzelf, want Die werkt onwederstandelijk!”

Ik antwoordde: “U heeft gelijk dat het de Heilige Geest is die harten wederbaart, maar dat ontslaat u toch niet van uw verantwoordelijkheid om u geheel aan de Heere Jezus over te geven? U kunt God toch straks niet verwijten dat u er niets aan kon doen dat u niet bekeerd bent, omdat de Heilige Geest het bij u niet wilde werken. Trouwens, weet u wel dat u het vermogen heeft om de Heilige Geest te wederstaan.. ?!”[11]

Doch ook zij draaiden zich om en vervolgden hun weg, hun weg richting de Eeuwige Rampzaligheid, zichzelf staande houdend met de gedachte dat ze het immers zelf niet konden.

 

Weer iemand anders riep me toe: “Zeg, dat gaat zomaar niet. Wat moet ik bij het Kruis doen? Ik moet eerst mijn zonde en onmacht echt beseffen, pas dan mag ik bij het Lam Gods komen. Onze dominee waarschuwt altijd voor mensen die zomaar naar de Heere Jezus gaan. Nee, eerst ellende, dan pas verlossing!”  En ook hij vervolgde zijn weg.

Ik riep hem nog achterna: “Maar meneer, het Woord van God geeft aan dat u ellendig bènt, of u het beseft of niet![12] U zult uw onwaardigheid vanuit uzelf nooit volledig beseffen! Spoed u toch naar het Kruis. Daar is Iemand die u uw ogen voor uw ellendigheid wil openen, maar Die u ook wil laten zien Wie Hijzelf is! Werp toch een blik op de Verlosser… het is nog Genadetijd!” Hij keerde zich nog een keer om en riep: “U dringt de mensen maar iets op… Een Jezus van vijf letters”, waarna ook hij zich verder voortspoedde, langs het Kruis, langs de Zalig-maker, op weg naar de Hel.

 

Keer op keer riep ik de mensen toe dat buiten de Heere Jezus geen leven is, maar een eeuwig zielsverderf en dat ze zich op weg naar de Eeuwige Rampzaligheid bevonden. Maar de meesten hadden hun argumenten om op de Brede Weg te blijven. En die argumenten klonken zo vroom, zo rechtzinnig. Ze gelóófden er echt in.

 

En zo merkte ik tot mijn grote ontsteltenis dat ook de meesten van déze mensen op dat Paadje aan de rechterzijde van de Brede Weg bléven lopen, langs het Kruis en de Smalle Weg, waar ze zo dicht bij waren.

Samen met die Anderen. Samen het Kruis voorbij. Samen geen acht slaand’ op die Stem. Samen naar het Verderf.

 

Aan het eind zag ik de Brede Weg en en het smalle Paadje aan de rechterkant ervan weer bij elkaar komen.

O, daar zag ik al die mensen verenigd. De serieuze èn de goddeloze  Goddelozen. Samen verenigd in die Poel die brandde van vuur en sulfer.

 

Toen bleek dat er in wezen toch geen verschil was tussen al die mensen. Of toch wel…? vroeg ik me af.

 

Toen ik wat beter naar de Poel keek, merkte ik dat de wroeging voor die serieuze Goddelozen onverdraaglijker was dan voor die wereldse Goddelozen, en ik begreep waarom.[13]

Die ernstige Goddelozen wisten van de Smalle Weg, maar hadden die niet bewandeld.[14]

 

Hoe dan ook, nu was het voor hen allen te laat, voor eeuwig te laat… Al die mensen moesten voor eeuwig op die afgrijselijke Plaats blijven. Ja, al degenen die niet gewild hadden dat het Lam Gods Koning over hen zou zijn en Hem verworpen hadden.[15]

Jawel, sommigen op een vrome manier, anderen op een goddeloze manier. Maar toch, beiden niet gewild …verworpen…

 

Ik zag ook dat op die Plaats inderdaad géén Weg ter ontkoming meer was. Er was daar geen Man, geen Man van Smarten meer, die riep: Wend u naar Mij toe en wordt behouden.

 

Er klonken wel andere stemmen, wanhopige stemmen: Had ik maar.., had ik maar..

Maar het was voor hen te laat, voor eeuwig te laat.

 

De Genadetijd was over.

 

 

Toen ontwaakte ik.

 

 

-          -          -

 

 

 

 

 

O lezer, “had ik maar…, had ik maar…”; vult u zelf de rest in en breng dat nù in praktijk, voordat het ook voor u te laat is!

 

HEDEN, INDIEN GIJ ZIJN STEM HOORT, VERHARDT UW HARTEN NIET!!!

                                                                                                                           (Hebr. 4:7)

 

 

[1] Mattheus 25:30,46; Openbaring 20:15, 21:8

[2] Jesaja 45:22

[3] Openbaring 21

[4] Ezechiel 18:21-23,32; 33:11;  Johannes 3:15-18,36; 5:24; 1 Johannes 5:10-13

[5] Mattheus 13

[6] Spreuken 23:26a

[7] 2 Korinthe 5:20; Hebreen 4:7; 2:3

[8] 2 Thessalonisenzen 1:8; Speuken 1:20-33

[9] Jesaja 55:8; Ezechiel 18:21-23,32; 33:11

[10] Jesaja 50:10; Psalm 2:12; 17:7; 18:31; 31:20,25; 32:10; 33:18; 34:9,23; 36:8; 37:5,40; 40:5 enz.

[11] Johannes 3:3-8; Handelingen 7:51

[12] Romeinen 3:9-19, 1 Kor.16:22;

[13] Mattheus 11:20-24

[14] Hebreën 3:18-4:11

[15] Lukas 10:16, 19:27; Johannes 12:48

Siska Nov 8 '15

Het gebed dat verhoord werd!

 

Ik vroeg om kracht

en God gaf me moeilijkheden om me sterk te maken.

 

Ik vroeg om wijsheid

en God gaf me problemen om te leren ze op te lossen.

 

Ik vroeg om voorspoed

en God gaf me verstand en spierkracht om mee te werken.

 

Ik vroeg om moed

en God gaf me gevaren om te overwinnen.

 

Ik vroeg om liefde

en God gaf me mensen om te helpen.

 

Ik vroeg om gunsten

en Gods gaf me kansen.

 

Ik ontving niets van wat ik vroeg.

Ik ontving alles wat ik nodig had."

 

Siska Nov 8 '15

Gebed der Gebeden (onze Vader)

 

Je kunt dit stukje het beste naast het "onze Vader" lezen

 

Zeg niet onze,

als je slechts aan jezelf denkt.

 

Zeg niet Vader,

als je geen kind kunt zijn.

 

Zeg niet Hemelen,

als je slechts aardse zaken verlangt.

 

Zeg niet Uw Naam worde geheiligd,

als je voortdurend je eigen eer zoekt.

 

Zeg niet Uw Rijk kome,

als je hoopt er zelf beter van te worden.

 

Zeg niet Uw Wil geschiede,

als je geen tegenslag kunt dragen.

 

Bid niet voor het brood van vandaag,

als je niet voor de armen wilt opkomen.

 

Bid niet voor vergeving van schulden,

als je in wrok leeft met familie of buren.

 

Bid niet voor een leven zonder bekoringen,

als je voortdurend met het kwaad omgaat.

 

Bid niet voor een leven zonder kwaad,

als je niet op zoek bent naar het goede.

 

Zeg niet amen en zo zij het,

als je dit gebed niet ter harte neemt.

 

 

 

Siska Nov 8 '15

Geen tijd voor Jezus

 

Beste vriend,

 

Toen je vanochtend opstond keek ik naar je en ik hoopte dat je iets tegen me zou zeggen, al waren het maar een paar woorden. Even vragen naar mijn mening, een bedankje voor iets goeds dat je gister overkwam, maar ik zag dat je het te druk had met het uitzoeken van de kleren die je vandaag aan moest hebben, dus ik wachtte.

 

Toen je door het huis holde, bezig om alles klaar te krijgen, wist ik dat er een paar minuutjes vrij zouden zijn om even te stoppen en met te groeten, maar je was te druk. Op een gegeven moment moest je vijftien minuten wachten en had je niets anders te doen dan een beetje op een stoel te zitten.

 

Toen zag ik je opspringen en dacht dat je wat tegen me zou gaan zeggen, maar nee, je rende naar de telefoon en belde een vriend voor de laatste roddeltjes.

 

Ik zag je vertrekken naar voor je dagelijkse werkzaamheden en wachtte de hele dag geduldig af. Met al je bezigheden had je het denk ik te druk om ook maar iets tegen me te  zeggen.

 

Ik zag dat je voor de lunch om je heen keek. Misschien voelde je je voor gek zitten als je met me praatte, daarom boog je je hoofd natuurlijk niet. Je keek drie of vier tafels verder en zag een paar van je vrienden kort met mij praten voor ze gingen eten, maar jij deed het niet. Dat geeft niet, er is nog steeds tijd over en ik heb nog steeds hoop dat je nog met me zult praten.

 

Je ging naar huis en het leek erop dat je nog veel dingen te doen had. Na een paar daarvan stopte je en zette de televisie aan. Ik weet niet of je de TV leuk vind of niet, maar er komt van alles op en je zit er heel wat uurtjes voor. Meestal denk je nergens aan en laat je de beelden op je af komen. Ik wachtte geduldig af terwijl je TV keek en je eten op at, maar je praatte alweer niet met me.

 

Toen je je met de rest van je huishoudelijke klusjes bezig was wachtte ik opnieuw terwijl jij deed wat je moest doen. Tegen bedtijd was je denk ik te moe. Nadat je je huisgenoten welterusten had gewenst dook je in bed en viel je bijna meteen in slaap. Dat geeft niet want je beseft misschien niet dat ik er de hele tijd voor je ben.

 

Ik heb meer geduld dan jij ooit zult beseffen. Ik wil je zelfs leren hoe je geduldig met anderen kunt zijn. Omdat ik zoveel van je hou, verliet ik lang geleden een prachtige plaats genaamd hemel en kwam naar de aarde. Ik gaf dat mooie op om bespot en uitgelachen te worden. Ik stierf zelfs, zodat jij nooit mijn lijden hoeft te lijden.

 

Ik hou zoveel van je dat ik iedere dag wacht op een gebaar, een gebed, een gedachte of een dankbaar stukje van je hart.

 

Het is moeilijk om een eenzijdig gesprek te hebben. En nu sta je weer op en opnieuw zal ik wachten met niets dan liefde voor jou, hopend dat je vandaag wat tijd voor me zult hebben.

 

Nog een goede dag toegewenst!!!

 

Je vriend, Jezus.

 

Siska Nov 8 '15

Gevoel versus Jezus

 

Gevoel zegt: Kijk eens om je heen

Jezus zegt: Zie op Mij

 

Gevoel zegt: Hier kom je nooit uit

Jezus zegt: Ik maak je vrij

 

Gevoel zegt: Je struikelt telkens weer

Jezus zegt: Ik hou je vast

 

Gevoel zegt: Je hebt ook zoveel zorgen

Jezus zegt: Geef Mij dan je last

 

Gevoel zegt: Jij schiet altijd te kort

Jezus zegt: In Mij ben je volmaakt

 

Gevoel zegt: Je woorden zijn zonder kracht

Jezus zegt: Ik ben het die harten raakt

 

Gevoel zegt: Jij kan allen maar huilen

Jezus zegt: Verblijdt je ten alle tijden

 

Gevoel zegt: Trek maar een muur op

Jezus zegt: Niets kan je van Mij liefde scheiden

 

Gevoel zegt: Je bent onzeker en angstig

Jezus zegt: Vrees niet je bent van Mij

 

Gevoel zegt: De mensen mogen mij niet

Jezus zegt: Ik ben voor jou ,wie zal tegen je zijn

 

Gevoel zegt: Je bent zo minderwaardig

Jezus zegt: Je bent kostbaar in Mijn ogen

 

Gevoel zegt: Ga maar heel diep gebukt

Jezus zegt: Hef je hoofd omhoog

 

Gevoel zegt: Jij bent zo zwak

Jezus zegt: Zo openbaar je Mijn kracht

 

Gevoel zegt: Hoe kun je nu volhouden

Jezus zegt: Als je Mij maar verwacht

 

Gevoel zegt: Je hebt weer te weinig gebeden

Jezus zegt: Slaap nu maar, Rust maar in mijn vrede

 

Pagina's: « 1 2 3 4 5 »
Je moet een groepslid zijn om een bericht te kunnen plaatsen.

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer. -- Efeziers 2:19-21
    18 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17