Loading...

DeHoeksteen's weblog

Jezus bij de mensen brengen!

 

Er is in evangelisch Nederland veel gecommuniceerd dat we mensen moeten bereiken. Evangeliseren is een doel op zich geworden en een wet waar we aan moeten voldoen. Dit maakt getuigen zwaar en moeilijk. Als we een goed gesprek hebben, blijft het gevoel dat het niet voldoende was, want die ander is nog niet tot geloof gekomen. We zijn dan gericht op het doel en niet op de persoon. Alles wat we doen heeft een dubbele agenda. Namelijk, die ander moet tot geloof komen. Dat is ook vaak de reden, dat we aan mensen tijd en energie geven. Er zit zelfs iets egoïstisch in, want dan heb ik voldaan.

Het gaat dan niet meer om die ander, maar om het doel en om ons zelf. Dit stoot ongelovigen juist af!

 

We hoeven geen mensen tot Jezus te leiden, we moeten lief hebben. Lief hebben zonder bijbedoelingen. Zoals het in Rom 12 :9 staat: oprecht en echt. We horen lief te hebben, of die ander nou tot geloof komt of niet. De focus moet verschuiven van mensen tot Jezus leiden naar mensen liefhebben! Jezus had de mensen ook lief. Hij heeft velen genezen die niet in Hem zijn gaan geloven.

 

Zo mogen wij het gaan benaderen. Niet meer de kramp, ik moet die persoon naar Jezus leiden anders is het niet goed. Maar ik heb lief en wat die ander daar mee doet is zijn verantwoording. God had de wereld ook lief en liet Zijn zoon sterven, terwijl Hij wist dat velen Hem niet zouden aannemen. Daar zit een soort ontspanning in, IK geef, zonder voorbehoud, en jij bent verantwoordelijk wat je er mee doet.

Ik moet daarbij denken aan de vrede groet: waar je gastvrij ontvangen wordt, geef de vrede groet, word je niet ontvangen, neem het terug. ( Matt 10 :11-15) Dat is ontspannen! God wil dat we getuigen, maar dat kan alleen als we liefhebben! Welke dingen doe jij voor iemand die je lief hebt? Doe dat voor de mensen om je heen.

 

Jezus bemiddelde tussen God en mensen. Nu mogen wij dat doen. Wij zijn Gods priesters. (1Pet 2:9)

Wij kunnen o.a. bemiddelen door te vragen: heb je een nood, mag ik voor je bidden?

Laten we bidden met de mensen om ons heen, op ons werk, op school, op verjaardagsfeestjes, of in de bus. En als God het gebed verhoort, dan kan je getuigen, want dan komen er vragen. Zo deed Jezus het, Hij ging genezend en bevrijdend rond en er kwamen mensen tot geloof.

Dat is makkelijk en ontspannen! Je niet druk maken of het gebed verhoord wordt, dat moet God maar uitzoeken, dat is Zijn verantwoording. Ik wil bidden, dat is mijn verantwoording. Ik bid liever met iemand voor niks, dan dat ik niet bid en een kans mis dat God verhoort.

 

We zijn zo gewend dat we moeten praten, verdedigen en overtuigen. Ik kan niet overtuigen, dat kan alleen de Heilige Geest! Dus ik hoef ook niet te overtuigen! Als de Heilige Geest het niet doet, heeft wat ik zeg toch geen zin. Maar als God een gebed verhoort, overtuigt Hij zelf. De evangelie methode die Jezus had was, wonderen doen en God gebeden laten verhoren en daarna dingen uitleggen. Bidden met iemand en God het laten beantwoorden is veel makkelijker en beter. Dan hoef je niet meer te verdedigen of te overtuigen!

 

Iedereen kan met iemand bidden. Iedereen kan liefhebben. Ook als je niet zo slim bent en niet veel van de bijbel weet. Dat maakt dat het inderdaad voor eenvoudige mensen is. Want het klopt niet, al dat gediscussieer, dat is alleen weggelegd voor mensen die een hoog IQ hebben.

Dat is onbijbels! Daar komt nog bij, hoe geleerd de ongelovige ook is, tegen een verhoord gebed kan je niks inbrengen! God wil ons gebruiken, maar ik geloof dat Hij zich limiteert door onze gebeden.

 

Dan komt de vraag, hebben we daar geloof voor? Als dat niet zo is, kan dat groeien. Bid voor die dingen waar je geloof voor hebt. Je kan het uitbreiden, bijvoorbeeld door de gebedstrio`s. Ga bidden voor specifieke mensen, noem namen en problemen. Laat je leiden door de Heilige Geest, die kan jou ook laten bidden. Vraag God om personen om voor te bidden. Zo zal je geloof groeien, want je geloof groeit, wanneer je gebeden verhoord worden.     


Ruben de Vries

 

Real words of truth, sound like love!          Don’t just stand there, pray something (vanVisjePosters)

Jan 21 '17 · 0 reacties · Linken: bidden, evangeliseren, geloof

Er is geen weg tót Christus...

Tijdens een grote opwekking van het werk Gods liep een dienstknecht van de Heere langzaam het gangpad af van een goedgevuld gebouw. Toen hij een jonge man zag met betraande ogen en een gezicht waarop diepe droefheid zich aftekende, stopte hij even om met hem te spreken.
Meteen werd hem ernstig de vraag gesteld: "Kunt u mij de weg tot Christus vertellen?"
"Neen," luidde het met nadruk uitgesproken antwoord, "ik kan je de weg tot Christus niet vertellen."
"Neemt u mij niet kwalijk," zei de vraagsteller, "ik veronderstelde dat u een dienaar van het Evangelie was."
"Dat ben ik ook," was het antwoord.
"En u kunt mij niet de weg tot Christus vertellen?"
"Neen," antwoordde de predikant opnieuw, "ik kan je de weg tot Christus niet vertellen."
De blik van verbazing waarmee dit antwoord ontvangen werd, maakte al snel plaats voor een uitdrukking van droefheid en de jonge man boog zijn hoofd in stilte, alsof hij diep teleurgesteld was.
"Mijn vriend," sprak de predikant plechtig, "er is geen weg tot Christus.
Jij denkt over Hem alsof Hij daar in de verste hoek van deze zaal staat en je wilt weten hoe je door deze menigte en over deze zitplaatsen heen moet komen om Hem te bereiken. Maar jouw gedachten berusten niet op waarheid. Hij is afgedaald uit de hemel op het kruis om daar de zonde te niet te doen door Zijns Zelfs offerande. Dan komt Hij vervolgens niet slechts tot die hoek van de zaal daar, maar tot op exact deze plaats waar jij nu staat en teder legt Hij Zijn hand op je en spreekt, zoals Hij tot de geraakte sprak: "Mens, uw zonden zijn u vergeven" (Luk.5:20).
Jij denkt over Christus alsof Hij een halfvoltooide brug over een rivier zou zijn en trillend van paniek sta jij op de oever van die brede stroom en verlangt van mij dat ik je vertel hoe je de overkant moet bereiken en hoe je moet te ontkomen aan het vuur dat met grote snelheid op een verloren zondaar afkomt.
Maar jouw gedachten berusten niet op waarheid. Hij overbrugt de rivier niet slechts voor de helft, maar Hij overspant de gehele machtige kloof tussen jou en God en jij hoeft niets te doen dan meteen op Hem te vertrouwen voor de zaligheid, hier en nu, want "door Dezen wordt een iegelijk die gelooft, gerechtvaardigd" (Hand 13:39).

De volgende dag had de predikant het genoegen om te zien hoe de jonge man al zingend gezangenbundels liep uit te delen in het gebouw.
Toen Jezus zei:"Ik ben de Weg"(Joh.14:6) bedoelde Hij daar niet mee dat Hij de halve weg was of tweederde van de weg of zelfs negentiende van de weg, doch de GEHELE weg.
Hij heeft de GEHELE schuld, die wij hadden, betaald; Hij heeft de GEHELE straf, die de wet eiste als voldoening voor de zonde, gedragen; Hij heeft het GEHELE werk, dat naar Gods eis gedaan moest worden, volbracht, "opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene, die uit het geloof van Jezus is" (Rom.3:26). Liefde kan niet dieper bukken, want Hij is afgedaald in de diepten van menselijke schuld en rampspoed: "de HEERE heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen" (Joh.53:6).
Liefde kan ons niet hoger opheffen, want hierna zal Hij ons geven om met Hem te zitten in Zijn troon (Openb.3:21).


Hij is de GEHELE weg tussen deze uitersten en hoe zwart ook onze vlekken, hoe ver we ook zijn afgedwaald, hoe dood en verdorven en walgelijk wij ook zijn in zonden en misdaden: "Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben" (1Tim.1:15).


Daarom is het niet naar het Evangelie om tegen een ontwaakte zondaar te spreken alsof de Heiland Zich op een grote afstand van hem bevindt en hij zich wat moet opknappen door bidden en worstelen en beloven voordat hij de hoop kan koesteren dat hij zal worden aangenomen.

Er is nog minder afstand dan de dikte van het dunste draadje spinrag tussen de ziel en Jezus.

Degene die de aandacht van een zoekende ziel wijst op de kerk of op de middelen of wettisme of op het eigen ik (alsof dat ook maar iets zou kunnen helpen om verzoening te verkrijgen), is een blinde leidsman der blinden.

Vertel zo’n ziel van Christus’ volbrachte werk. Vertel hem, dat als loon op dit volbrachte werk God hem bidt om zich te laten verzoenen.

Vertel hem, dat vergeving en het eeuwige leven worden aangeboden zonder geld en zonder prijs. Vertel hem, dat nabij hem het Woord is, in zijn mond en in zijn hart. Daarom is er geen weg tot Christus want: "Zie, nu is het de welaangename tijd, zie nu is het de dag der zaligheid" (2 Kor.6:2).

Dec 5 '16 · 0 reacties · Linken: bemoediging, christus, christus

Dit mooie artikeltje stond in ons Gemeenteboekje


'Liefde en geloof merkbaar, naar de Heer en naar elkaar'.


"We horen over jouw liefde en trouw!" Wat mooi als mensen dat over ons zouden zeggen. Dit is nu precies wat Paulus zei in zijn brief aan zijn medewerker Filemon.

‘Ik dank mijn God, terwijl ik steeds in mijn gebeden aan u denk. Ik hoor namelijk over uw liefde tot en het geloof dat u in de Heere Jezus hebt, en over uw liefde voor alle heiligen’. Filemon 1 : 4-5.

Is onze liefde - voor de Heere Jezus en voor Zijn volgelingen - merkbaar? Is onze trouw naar Hem en hen die bij Hem horen zichtbaar?

Liefhebben is een werkwoord. De Heere Jezus zegt dat wie Hem liefheeft, doet wat Hij zegt (Johannes 14:21). Het is gehoorzaam zijn aan onze Heer en Verlosser. Het is het volgen van de Goede Herder.

Onze liefde voor de Heer en voor elkaar moet zichtbaar zijn. Het is zelfs de bedoeling dat alle mensen hieraan kunnen zien dat we discipelen zijn van onze Heere Jezus Christus, Johannes 13:35. Laat maar merken dat je van Hem houdt, en van elkaar! Dat hoort bij zijn discipelen.

Trouw is een vrucht die de Heilige Geest in ons leven uitwerkt Galaten 5:22. Tegelijkertijd zijn we er zelf verantwoordelijk voor dat we trouw zijn. Dat kunnen we doen door vol te houden, door te zetten en niet op te geven.                        

Dit mag zichtbaar zijn. In de derde brief van Johannes 1:5-6 wordt trouw aan elkaar in direct verband gebracht met zichtbare liefde. Ook onze trouw kan ertoe leiden dat mensen God vereren, omdat ze bijvoorbeeld gezegend worden wanneer wij trouw en liefdevol voor hen zijn.

Wanneer onze liefde en trouw merkbaar is voor anderen, dan wordt daarover gepraat. Daarbij gaat het niet om onze eer maar om die van de Vader in de hemel.                          

Dat is waarom de Heere Jezus zegt: "Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken." Mattheüs 5:16

Laat onze liefde en trouw merkbaar zijn naar elkaar, zodat God gedankt en geprezen wordt. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jan 17 '16 · 2 reacties · Linken: bijbelteksten, geloof, heere

Het Oude en Nieuwe Verbond


Het nieuwe Verbond is rijker dan het oude. Hebben we ons dat wel vol­doende eigen gemaakt? Beseffen we wel welke schatten (liefde, kracht, aanvaarding) er voor ons klaarliggen in het Nieuwe Verbond?                                                      

In het oude verbond werkte God vanaf buiten: de wet stond op stenen tafels. In het nieuwe Verbond wil God van binnenuit werken: de Geest legt de wet in ons hart, Christus leid ons. 

Er wordt wel gezegd dat er te weinig waardering is voor het oude Verbond. Oké… wij mogen leren van de beloften die in het oude Verbond staan opgeschreven.

Maar…  ken­nen we wel de volle rijkdom van het Nieuwe Verbond? Die juist de vervulling is van de rijke beloften die in het oude Verbond staan. Beseffen wij wel dat alles in het oude Verbond schaduwbeelden waren, die wezen naar Die Ene die de vervulling is van alles. 

 

Beter verbond

De Bijbel laat er geen misverstand over bestaan dat het nieuwe Verbond beter en zoveel rijker en heerlijker is dan het oude verbond (zie Heb. 8 en 2 Kor. 3). Als het oude Verbond perfect was geweest… had er ook geen beter, nieuw Verbond hoeven te komen.                                     

Het nieuwe Verbond is een eeuwigdurend Verbond. Het nieuwe Verbond zit in de eeuwige Christus.

Waarin zit dan dat betere?

- niet meer de letter ---- maar de Geest

- niet meer de wet ten dode ----- maar de wet ten leven

- niet meer de schaduw ----- maar de werkelijkheid

- niet meer de kindertijd ----- maar de volwassenheid

- niet meer van buiten naar binnen ----- maar van binnen naar buiten

- niet meer één volk ----- maar alle volken worden samen één volk, door het geloof in Jezus Christus

- niet meer de aardse ----- maar de hemelse zegen

Over de hemelse zegen is veel verschillen van denken. Veel gelovigen denken dat de landsbelofte voor Israël is. Eén van de mooiste voorbeelden is Hebreeën 3:1. Als we beseffen dat de brieven naar de gemeente in Hebreeën, bestaat uit gelovige Joden, dan lezen we in hfdst. 3:1 dat er gesproken wordt dat zij deelgenoten zijn aan een hemelse roeping… en geen aardse roeping.

Hebreeën is een geweldig Bijbelboek om te lezen, dat alle aards zinnebeeldig is naar het eeuwige.

Jezus’ bloed

Als Christus het avondmaal instelt, spreekt hij nadrukkelijk over het nieu­we Verbond in zijn bloed. Zijn bloedstor­ting aan het kruis is de grootste vervulling en werkelijk een nieuw begin en een nieuw Verbond. De overgang van het oude naar het nieu­we verbond is niet een geleidelijke: er is een volledige breuk. Het oude verbond is verdwenen, weg.

Bijzonder om te beseffen dat het Pascha, wat onder het Oude Verbond stond, een schaduwbeeld was naar Christus. En wat toepasselijk, dat Christus zélf én het Pascha hield met Zijn discipelen, én het liet overvloeien naar het nieuw ingestelde Avondmaal, wat onder het Nieuwe Verbond staat.

Wat een Goddelijke rijkdom lezen we hierin. Het brood en de wijn van het Pascha liet Jezus overvloeien naar het Avondmaal.

Het Pascha én het Avondmaal, het oude en nieuwe Verbond worden op één moment gezamenlijk gevierd, en juist ook nog door Die Persoon waar alles naar wees, om meteen voor altijd te scheiden van elkaar.  Mooi om Lukas 22:14-20 te lezen.

Daar lezen we dat Jezus zei: ‘…Ik heb er vurig naar verlangt dit Pascha met u te eten…” , en verderop lezen we dat daarna het Avondmaal wordt ingesteld door Jezus zelf.                         

Het Nieuwe Verbond werd bekrachtigt met de uitspraak van Jezus, Lukas 22: 20, “… deze beker IS het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt”.                                                              

Gelijk dat onder het Oude Verb. eerst de belofte gegeven werd en pas daarna de bloeduitstorting van een lam….                              

Ook zo met het Nieuwe Verb. eerst zegt Jezus  ‘… dit IS het N.V. “ om pas daarna te sterven. Diezelfde nacht werd Jezus gevangengenomen, om later op de dag te sterven aan het kruis.

Alles loopt synchroon, alles loopt parabel, al het aardse werd vervangen door het hemelse. Alles was zinnebeeldig tot de grootste vervulling van alles, in en door Jezus Christus.

Alles wat we lezen onder het oude Verbond, waren schaduwbeelden naar het eeuwige, hemelse.  Hebreeën is een uitmuntend boek om die schaduwbeelden aan te duiden.                

Een aardse tabernakel >> hemels tabernakel,                       

aardse ark >> hemelse ark,                                              

aardse tempel>> hemelse tempel,                                      

aardse landbelofte>> hemelse landbelofte,                        

een aards lam en een hemelse Lam, en dat is Christus.          

Zoals Paulus schrijft in 1 Kor. 5:7, “ …want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus”.

Alle kostbare beloften uit het oude verbond, de eeuwige beloften zijn in Christus. En niets anders dan in Jezus Christus alleen.  Alles in het oude verbond wees naar Hem. 

God wees steeds alleen naar Hem. Dat alleen is die eeuwigdurende belofte, wat God steeds beloofde… alles vind plaats in Christus, dat IS de Eeuwige… dus ieder in Christus, heeft de eeuwigdurende belofte die God door de hele geschiedenis beloofd heeft… in Jezus Christus.

Er is geen belofte van God buiten Jezus Christus om.

Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons.        2 Korinthiërs  1 : 20.


Door ds. Jos. D  en Es.




Sep 10 '15 · 0 reacties · Linken: avondmaal, pascha, nieuwe-verbond

Stille tijd... een moment met God de Vader en Jezus. Het kan gewoon alleen gebed zijn, soms met de Bijbel erbij, maar het gaat die kostbare momenten samen met God.
Wat horen wij best wel veel over stille tijd... maar ook hoor en lees ik dat velen daar toch wel moeite mee hebben.
Niet om de stille tijd zelf.. maar om een moment van rust en bezinning te houden.
Ik zelf heb er met regelmaat ook last van... we willen wel... maar hebben vaak zo'n druk programma dat het er zo vaak bij in schiet.

Het vreemde is, dat we vaak wel tijd hebben voor allerlei andere bezigheden... maar moeite hebben om stille tijd te houden.
Er zijn zelfs al cursussen om te leren om stille tijd te nemen... ik ga dat niet afkraken... maar vind het wel bijzonder dat men géén tijd heeft voor stille tijd... maar... wel tijd kan vinden om naar een cursus te gaan.

Waar zit dat toch in... ik persoonlijk denk dat het heeft te maken met aanvallen van de boze, van satan. Hij zal alles in het werk stellen om zelfs het moment van stille tijd bij ons weg te roven.
Als we wel tijd hebben om bij elkaar op de koffie te gaan, we hebben wel tijd voor zangdiensten, Bijbelstudies, praatgroepen, met van alles maar druk bezig zijn... maar... hebben vaak geen tijd voor stille tijd om een persoonlijk moment met God de Vader en Jezus te zijn, is het best wel goed om daar eens diep over na te denken.

Misschien is de Heere Jezus ons grootste voorbeeld. Jezus was altijd bezig met allerlei mensen, deed genezingen vertelt over het Koninkrijk van God... en toch lezen we een aantal keren dat HIJ de stille plaatsen opzocht om met Zijn Vader te bidden, te praten.
Jezus nam bewust de tijd met de omgang van Zijn Vader. Hij had die diepe omgang nodig, voor kracht, voor moed... Hij had die persoonlijke omgang met Zijn Vader zo hard nodig, Hij kon niet zonder.

Als ik en velen met mij, daar moeite mee hebben... is het iets om dat naar boven te brengen in gebed.
Vertel het aan God, en aan Jezus... Vertel gewoon eerlijk dat het een strijd is om die kostbare momenten met onze hemelse Vader en Jezus niet te nemen.
Vraag inzicht... en wacht op het antwoord van God. Hij overziet de dingen en situaties zo veel meer als wij dat kunnen.

Wij zouden moeten leren om prioriteiten te stellen... maar ook het besef gaan krijgen, dat er voor veel afspraken wél tijd gevonden kan worden... maar geen tijd voor stille tijd.

Wij hoeven het niet alleen te doen... en we mogen vragen of de Heere Jezus ons daar bij wilt helpen.
Tenslotte wil Hij dat we de hele dag met Hem bezig zijn... in onze gewone dagelijkse bezigheden.

Er zijn ook mensen die houden helemaal geen stille tijd... die zijn elk moment van de dag bewust van Hem, Jezus... en brengen alles naar Hem toe.

Een ieder kan vragen wat het beste is... elke situatie is verschillend, en ook de tijd is verschillend. Een moeder met een druk gezin... of iemand die alleen is en al sneller meer tijd over heeft.

Probeer ook om te zien dat elke stille tijd per persoon verschillend is in de belevenis ervan. U bent uniek dus ook uw manier om die stille momenten te houden is uniek.

Het besef van stille tijd is per persoon verschillend... laat je altijd leiden door Hem.
Maar probeer om er geen obsessie van te maken... want dan wordt "de stille tijd", een verplichting en verdwijnt de vreugde en blijdschap in de Heer.
En door op Hem te vertrouwen... wordt er ongemerkt ook tijd vrijgemaakt om dat bijzondere moment samen met de Heer te zijn.

Want... dan wordt het in ons gelegd... en is het niet meer onze eigen verdienste... of onze worsteling om stille tijd te houden... maar is het ZIJN verdienste, en krijgt onze hemelse Vader de grootste eer doormiddel van Jezus Christus.

Esther.


Jun 18 '15 · 0 reacties · Linken: heere-jezus, stille-tijd, strijd

Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult...spreekt de Heere Jezus.


Dat zijn best wel rake woorden die de Heere Jezus hier spreekt...Hoeveel mensen kunnen niet rondkomen, of weten niet hoe ze de dag of de week moet doorkomen.

Allemaal zorgen over de gewone dingen in het leven.

Toch spreekt Jezus deze woorden uit. Wees niet bezorgd...


Om ons deze woorden eigen te maken moeten we eerst leren om God onze hemelse Vader en Jezus te vertrouwen. Wij moeten zo'n vertrouwen in Hem krijgen...dat wij ons geen zorgen meer hoeven te maken.

Wat klinkt dat heerlijk...deze woorden...Wees niet bezorgd...

Geweldig als we daar zo over nadenken dat wij alles bij de God en Jezus mogen brengen.

Maar...geloven en vertrouwen wij Ze daar ook in?? Want dat is toch wel één van de grootste belemmeringen die wij zelf hebben.


Is het niet geweldig dat Jezus ook nog de woorden erbij zegt in vers 32b, Uw hemelse Vader wéét immers dat u al deze dingen nodig heeft.


Als God Zijn Zoon geeft om voor onze zonden te sterven...zou HIJ dan niet voor onze levensbehoefte zorgen, als wij moeite hebben om rond te komen.


Vertrouwen en geloven...Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.


Oooohh...dan moeten wij er dus wél iets voor doen. Zoek eerst de dingen van God...vertrouw Hem, en gelooft dat God je niet in de steek laat. De Heere Jezus wil niets liever dat wij een levende relatie met Hem hebben. Zodat Hij ons Zijn weg leert, maar ook dat wij alles bij Hem mogen brengen.


Dan moet ik vaak aan Petrus denken, dat hij Jezus tegemoet kwam over het water...en op het moment dat Petrus zijn blik afwende van Jezus en de wilde golven zag...werd hij bang en zonk.

Wat zegt Jezus tegen hem, als Hij Petrus weer omhoog haalt..."Kleingelovige, waarom hebt u getwijfeld? 


Is dat ook vaak niet net zo bij ons...wij twijfelen heel wat af...Hoe vaak zijn wij niet net als Petrus...kleingelovigen.

Om ons geen zorgen te maken...zullen wij eerst moeten leren onze Heer en Heiland Jezus volledig te geloven en te vertrouwen. Als we dat gaan doen...ben je met het Koninkrijk van God bezig, waar Jezus de Koning van is.

Dan leren we met Hem...om ons geen zorgen meer te maken.

Hij weet wat wij nodig hebben.


Esther









Nov 21 '14 · 0 reacties · Linken: gerechtigheid, god de vader, jezus

Dit mooie stukje vond ik terug. Geschreven door een broeder bij ons uit de gemeente. Erg bemoedigend.


Vreest niet...IK ben met jullie.


Ik moest daaraan denken toen ik een stukje las over Jezus. Jezus die rondging door het land, goed doende en mensen genezend. Rondging door het land. Jezus ging te voet door het land met zijn discipelen, als je dat zo leest is het net alsof ze alle tijd van de wereld hadden.
Nergens bespeur je ook maar enige haast of stress. Ja, Jaïrus had haast omdat zijn dochtertje ziek was, Jezus gaat op weg, maar laat zich niet haasten. Jezus neemt zelfs alle tijd voor de vrouw die Hem aanraakt.
Tenslotte de boodschap voor Jaïrus, je hoeft de Meester niet langer lastig te vallen, uw dochtertje is gestorven. Van Jezus uit geen stress of wat dan ook, alleen de geruststellende woorden: "Wees niet bevreesd, geloof alleen, en zij zal behouden worden".
Het lijkt erop uit dit verhaal, (denk ik) dat Jaïrus bij Jezus blijft, hij holt niet vooruit, en als ze bij het huis gekomen zijn staat er; laat Jezus maar enkele mensen toe om met Hem naar binnen te gaan.
Als Jaïrus inderdaad bij Jezus is gebleven op zijn tocht naar zijn huis, heeft hij inderdaad de woorden aangenomen die Jezus sprak: Weest niet bevreesd, geloof alleen!
Niet alleen de woorden aangenomen zou je zeggen, maar in z'n hart gesloten en zich aan de woorden van Jezus, dus aan Jezus, vastgehouden. Vertrouwen zou je zeggen.
Binnen evangelisch kringen wordt veel gesproken over genezing en waarom die wel en die niet, maar misschien moeten we ons eens veel meer verdiepen in "vertrouwen". Vertrouwen in Jezus.
"Ik ben met jullie, tot aan het einde der wereld!".


Niet zomaar een zin, maar een heel diepe betekenis als je daar goed over na denkt. "Wees niet bevreesd, geloof alleen!",
En dan nog ; "Ik ben met jullie, tot aan het einde der wereld!".
Misschien goed om deze twee teksten eens goed tot ons door te laten dringen en over na te denken, als wij ook ons deze woorden kunnen eigen maken, misschien dat er ook iets gaat veranderen in ons geloofsleven, want deze woorden zijn woorden van bemoediging en vertroosting.


Dus ook in moeilijke en verdrietige tijden, juist dan zijn de woorden van Jezus belangrijk om te herinneren:  Vreest niet! en Ik ben met jullie!
Hierover doordenkend terwijl ik dit schrijf wordt ik er blij van. Veel meer dan van allerlei discussies over waarom dit en waarom dat en waarom die wel en ik niet. Misschien ook het loslaten van allerlei visies en meningen en meer bezig zijn met Zijn woorden.

Vreest niet, Ik ben met jullie

!  Geweldig!
Gods zegen toegewenst.

P.K.


Nov 9 '14 · 0 reacties · Linken: jezus, vrees-niet, ik-ben-met-jullie

God de Vader is de Wijnboer en Jezus de Wijnstok

Het hele leven met God staat en valt met vertrouwen in Jezus. Vrucht dragen is net als de genadegaven, het hoort bij je wandel met Hem.

Jezus verteld ons in Johannes 15:1-17 de gelijkenis van de ware Wijnstok en de ranken. Jezus gebruikt dat beeld om ons uit te leggen hoe we met Hem kunnen leven en vrucht dragen. 

We zijn als wijnplantjes die geënt zijn op de grote Wijnstok. Zonder de Wijnstok zelf, dragen wij niet Zijn vruchten. We kunnen wel via een andere wijnstok vrucht dragen, maar we dragen dan niet Zijn vrucht.

En als we vrucht dragen, onder de Wijnstok Jezus, dan knipt God de Wijnboer ons bij en snoeien ons, alleen zo worden we mooier en mooier. We worden in de Wijnstok geënt door het horen en het aannemen van Jezus als onze spreekwoordelijke Wijnstok.

Maar alleen als we bij die Wijnstok blijven, dragen we vrucht en is niets voor ons onmogelijk.

Maar laten we ons verleiden tot een andere wijnstok of tot het idee komen, dat we zelf vruchten kunnen voorbrengen, dan onttrekken we ons van Hem en gaan we langzaam dood.

Dan pas komen de woorden van de Heere Jezus volledig tot zijn recht. Johannes 15 : 4-5, “ Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen”.

Wat toch een geweldige woorden, wij kunnen van alles wel proberen uit eigen kracht, maar het baat niets, wij kunnen alleen met Jezus vrucht dragen, want zonder Hem kunnen we niets.

Laten we altijd heel dicht bij Jezus blijven. 'Blijf in Mij, en Ik in u'. Dat is het diepste geheim om vrucht te dragen, ter eer van God de Vader in Jezus Christus.


Alleen zij die niet aan de Wijnstok blijven, zullen verdorren en zal geen vrucht meer kunnen geven en het eindigt dat God de verdorde ranken in het vuur gooit.


Esther






Sep 11 '14 · 0 reacties · Linken: god, jezus, ranken

De Noord-Koreaanse vluchtelinge Soon Ok Lee (56) werd in 1985 door de autoriteiten in haar land vals beschuldigd en vervolgens zeven jaar ‘heropgevoed’. In het strafkamp waar ze terechtkwam, leerde ze God kennen. Hoewel het haar grote moeite kost te vertellen over de vreselijke dingen die ze heeft gezien en meegemaakt, ziet ze het als haar taak te vertellen over ‘de dieren zonder staart’.

Op het eerste gezicht lijkt Lee een rustige, bijna emotieloze vrouw. Ze woont met haar zoon in de VS, waar ze asiel heeft aangevraagd. Haar toon is rustig en bijna monotoon. Terwijl haar zoon de vragen en antwoorden in het Engels vertaalt, kijkt ze enigszins verveeld om haar heen. Dat verandert zodra ze over haar leven in Noord-Korea begint te vertellen. Het kabbelende beekje dat haar woordenstroom eerst was, ontaardt in een stortvloed. Met glinsterend vocht in haar ogen blijft ze twintig minuten lang onafgebroken spreken. Ze vertelt over haar geloof in de Partij en de ‘Grote Leider’ Kim Il Sung, over de martelingen, haar onverwachte vrijlating, de vergeten mensen van Noord-Korea en haar ontmoeting met God.

Noord-Korea heeft tientallen strafkampen, blijkt uit een dit najaar uitgebracht rapport van het Amerikaanse Comité voor Mensenrechten in Noord-Korea. Op de vervolgingsindex van Open Doors, een stichting die zich inzet voor vervolgde christenen, neemt het land de eerste plaats in. Christenen kunnen zonder pardon naar de gevangenis worden gestuurd en tewerkgesteld.
‘Dieren zonder staart’. Zo noemt Soon Ok Lee de gevangenen in deze zogenaamde heropvoedingskampen van Noord-Korea. „De eerste woorden die ik hoorde in de gevangenis waren schokkend. De luitenant zei tegen mij: ‘Als je hier wilt overleven, moet je het idee dat je mens bent uit je hoofd zetten’. Ik was geen mens meer, maar een dier. Een dier zonder staart.“

Valse beschuldigingen
Soon Ok Lee was lid van een vooraanstaande familie en leidde een handelsdistributiecentrum. Ze was een toegewijd lid van de Communistische Partij. In 1985 werd ze als zondebok aangewezen in een corruptieschandaal en gearresteerd door de Openbare Veiligheidsdienst. „Ik vond het erg dat ik werd opgepakt, terwijl ik jarenlang trouwe dienst had verricht en niets had gedaan. Ik voelde me afgewezen. Veertien maanden lang probeerden ze me tot een valse bekentenis te dwingen. Ik onderging vreselijke martelingen en kreeg nauwelijks eten. Maar ik gaf niet toe, omdat ze dan ook mijn familie zouden straffen. Het is in Noord-Korea beleid om ook families van politieke dissidenten te straffen. Pas toen ze beloofden mijn man en zoon met rust te laten, heb ik de verklaring ondertekend.“
Volgens Lee trok ze tijdens het proces haar verklaring weer in, maar mocht ze verder geen weerwoord geven. Ze werd veroordeeld tot dertien jaar opsluiting in het heropvoedingskamp Khechen. Daar bleek dat de veertien maanden pijnlijke ondervraging slechts een voorproefje waren geweest. Opnieuw kreeg ze te maken met vreselijke martelingen. De gevangenen moesten 18 tot 20 uur per dag werken. Iedereen moest een bepaalde hoeveelheid productie halen. Wie zijn dagelijkse quotum niet bereikte, zag zijn voedselrantsoen gehalveerd tot vijftig gram per dag. Zwangere vrouwen mochten hun kinderen niet levend ter wereld brengen. Met pijnlijk gif wekten de gevangenbewaarders een miskraam op. Levende baby’s werden doodgetrapt. Veel gevangenen kwamen om door ‘schoktherapie’, waarbij ze met elektrische schokken werden doodgemarteld.
Met trillende stem vertelt Lee over haar ervaringen in de gevangenis. De film speelt opnieuw voor haar ogen. „Ik heb vrouwen gezien die waren opgesloten, alleen omdat ze voedsel wilden halen voor hun hongerige kinderen. Ze waren in het veld op zoek toen ze werden gesnapt door de politie. De moeders vroegen: ‘Hoe kunnen jullie onze kinderen laten verhongeren?’ Ze werden vervolgens opgesloten. In Noord-Korea moet iedereen gewoon gehoorzaam zijn.“

Ontmoeting met God
In het kamp had Soon Ok Lee haar eerste ontmoeting met God, al had ze dat toen zelf nog niet door. „Er was een groep van zo’n 140 psychisch gestoorde mensen. Tenminste, zo noemden de bewakers hen. Ze moesten de hele dag met gebogen rug lopen en mochten niet naar de hemel kijken. In Noord-Korea wordt niet over God gesproken, maar over de hemel. Deze mensen vereerden God in plaats van Kim Il Sung en waren daarom gevangen gezet. De christelijke gelovigen werden het hardst aangepakt, het zwaarst gemarteld en kregen de gevaarlijkste baantjes. Ik begreep deze mensen niet. Het leven was zo moeilijk daar en toch bleven ze goed gemutst. Bewakers werden aangemoedigd er alles aan te doen zodat ze hun geloof zouden opgeven. Toch verloochenden zij hun geloof niet. Nooit zeiden zij: ‘Jezus bestaat niet’. Zelfs met de dood in de ogen bleven zij hun Heer aanroepen. Ik heb zelfs gezien dat ze elkaars handen vastpakten en begonnen te zingen. Ik had in het kamp nog nooit mensen horen zingen. Er klonk zoveel vreugde uit. De bewakers stapten over deze mensen heen en trapten ze kapot. Dat tafereel zal ik nooit vergeten.“

Soon Ok Lee keek ook zelf de dood meerdere malen in de ogen. Enkele keren werd ze ziek, maar herstelde ze wonderbaarlijk. Zes jaar na haar aankomst in het kamp was niemand van haar begintijd nog in leven. In 1992 leek het leven van Lee ten einde. Alle zesduizend gevangenen van het kamp moesten voor appèl aantreden. Toen de naam van Lee werd omgeroepen, schoot door haar heen dat ze zou worden geëxecuteerd. „Ik dacht: wat heb ik gedaan dat ze mij nu vermoorden? Maar het liep anders. De directeur zei dat als alle gevangenen zo goed werkten als ik, ze ook vrijgelaten zouden worden. Kim Il Sung had mij als eerste gevangene in dertig jaar gratie verleend. Toen begreep ik niet waarom. Nu zie ik daar de hand van God in. Alle gevangenen keken mij aan. Inclusief de 140 christenen, die een zware straf konden krijgen als ze hun hoofd niet gebogen hadden. Hun ogen zeiden dat ik hun verhaal moest vertellen aan de wereld.“

Gevlucht
Na haar vrijlating overtuigde ze haar zoon Dong Chel ervan met haar te vluchten. Haar man was vermist en is vermoedelijk gestorven in een gevangenis. Dong Chel en zijn moeder luisterden ‘s nachts stiekem naar Zuid-Koreaanse radiostations. „We kwamen vaak bij een christelijke zender uit. Ik weet zeker dat God onze vingers stuurde op dat moment.“
Ze wachtten tot de grensrivier de Tumen tussen China en Noord-Korea was bevroren en staken die uiteindelijk over. De vlucht naar de vrijheid zat boordevol problemen en kleine wonderen. Vaak zaten ze zonder geld, onderdak en eten. Toch slaagden ze erin via een ambassade - welke wil Lee niet zeggen - naar Hongkong (toen nog in Britse handen) en vervolgens Zuid-Korea te vluchten. In 1995, één jaar en tien maanden nadat ze de Tumen overstaken, kwamen Soon Ok Lee en Dong Chel aan in Zuid-Korea.
Daar ontmoetten beide vluchtelingen verschillende christenen en kozen ze definitief voor Jezus. „Het leek wel alsof één van de voorgangers alleen tegen mij sprak toen hij zei: ‘Als je een goed leven wilt hebben, moet je in de Bijbel lezen’. Ik was nieuwsgierig en egoïstisch. Ik wilde een goed leven leiden en las bijna de hele dag in de Schrift. Pas toen voelde ik dat een macht buiten mij me voortdurend had gestuurd en beschermd. Eerst zocht ik naar materiële zegeningen. Later begreep ik beter wat werd bedoeld met een rijk leven hebben.“
Om haar getuigenis wereldwijd bekend te maken, schreef ze het boek Eyes of tailless animals, dat onlangs in Nederland is uitgebracht onder de titel Zij mogen de hemel niet zien. Aanvankelijk zou ze zelf 1 november het boek presenteren in Barneveld op de jaarlijkse Open Doors Dag. „Het speet me enorm dat ik daar niet bij kon zijn. Open Doors doet veel goed werk voor de christenen in mijn land.“

Soon Ok Lee kan de ‘dieren zonder staart’ niet vergeten. In 1994 overleed Kim Il Sung, maar het bewind van zijn zoon Kim Jong Il is minstens even erg. De christenvervolging is niet afgenomen. Ze roept alle christenen waar ook ter wereld op te bidden voor Noord-Korea. Ze grijpt elke gelegenheid aan over de situatie in haar land te vertellen. „Vooral in kerken. Veel mensen denken dat het Evangelie niet in Noord-Korea te brengen is. Dat kan wel. Door te bidden. Ik hoop dat in Nederland en andere plaatsen op de wereld veel gebedssamenkomsten worden gehouden voor de vergeten mensen van Noord-Korea. We moeten bidden voor de vrijlating van hen in de gevangenis, bidden dat God het hart van Kim Jong Il zal veranderen en bidden voor de vluchtelingen.“

Sep 5 '14 · 3 reacties · Linken: christen, gebed, god

Soms moet de computer weer opgeruimd worden. Allerlei bestanden, info, en oude artikelen, moeten met regelmaat verwijderd worden.

En zo kom ik wel eens mooie stukjes/artikeltjes tegen, die ik dan toch wil bewaren.

Zo ook dit artikel, ik wens ieder veel leesplezier.


Het vogelnest.

Op een dag waren wegenbouwers  bezig op het platteland, ze waren een nieuwe hoofdweg aan het maken. Op de plek waar de weg zou komen stonden nog enkele bomen, deze moesten omgezaagd en verwijderd worden.  In één van de bomen hing een klein vogelnestje, in dat kleine nestje zaten moeder vogel en een paar jonge vogeltjes. De jonge vogeltjes konden nog niet vliegen, want dat hadden ze nog niet geleerd.                                                                                                                 


Een uitvoerder bepaalde welke bomen er omgezaagd moesten worden, gelukkig zag de uitvoerder dat in één van de bomen een vogelnestje hing, daarom hing hij een lint om deze boom en zei tegen de mannen: ‘Deze boom moet blijven staan’.

Enkele weken later kwam de uitvoerder terug om weer naar de boom te kijken. Hij liet zich in de bak van een hoogwerker de lucht in hijsen, zodat hij goed zou kunnen kijken in het nest. De vogeltjes waren allen uitgevlogen.

Het was duidelijk dat ze hadden leren vliegen.                                                                           


Nu gaf hij wél de opdracht om de boom om te zagen.
Toen de boom op de grond neersloeg, rolde het lege, gebruikte vogelnest over de grond en viel een gedeelte van het nestmateriaal, wat de vogels voor de bouw van het nest hadden verzameld, uit elkaar.                                                                                                                                               


Allerlei soorten materiaal waren gebruikt om het vogelnestje te bouwen. Uit het nest rolde ook een papiertje met een tekst erop, de uitvoerder pakte het papiertje op en las de woorden die erop stonden.     

Op het papiertje stond: ‘Hij zorgt voor u!’. Het papiertje kwam uit een zondagsschoolboekje van een kind.


“Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven”? Mattheüs 6: 26


Aug 26 '14 · 0 reacties · Linken: boom, vogelnest, mattheüs 6vers26

Vanavond hebben we weer een hele fijne Bijbelstudie gehad uit Hebreeën.

Wij, vier vrouwen, alle vier zusters in de Heer, zijn een paar maanden geleden begonnen met het Bijbelboek Hebreeën.


Er waren vragen over bepaalde onderwerpen over delen uit het Oude Testament.

Wat het oude volk Israël betreft, de verbonden, de beloften, de priesterdiensten, de offeranden enz. Ook het verschil tussen het oude Verbond en het nieuwe Verbond enz.


Maar ook is er verschil in denken over het aards Israël. Er kwamen gesprekken, vragen e.d. los, totdat één de zusters op het idee kwam om Hebreeën samen te bestuderen.

Wat een rijkdom is dat om gezamenlijk zo'n bijzonder Bijbelboek te bestuderen. Maar ook op veel vragen kwamen de antwoorden.

Het is een verrijking in je geloofsleven, om zo samen de antwoorden te vinden in Gods Woord.

Geen eigen filosofieën, geen eigen denkbeelden, gewoon wat God in de Bijbel leert.

En natuurlijk eerst het gebed, het is toch de Heere Jezus die ons wegwijst in het geschrevene van alles wat we lazen en bestudeerden.

Ja, het was weer een bijzondere avond.


 





Aug 19 '14 · 0 reacties · Linken: god, hebreeën, jezus-christus

De liefde van Christus

 

Nadenkend over de liefde van Christus, tot uiting gekomen toen Hij stierf voor ons, brengt ons tot stilte.

Beschaamd om onze zonden maar tegelijkertijd zo dankbaar ontvangen wij deze gift van genade.

En we ontvangen ook die onvoorwaardelijke liefde Gods, welke door de Heilige Geest in ons hart werd uitgestort toen we ons leven aan Hem toevertrouwden.

Niets en niemand kan ons scheiden van die Goddelijke liefde en ... wij mogen op onze beurt die liefde weer doorgeven aan anderen. Wij kunnen liefhebben met Gods liefde, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

" opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen." (Johannes 17:26)

"... en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harte uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is, zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, ten zijne tijd voor goddelozen gestorven is. Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven - maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven - God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is." (Romeinen 5:5-8)

"Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here."(Romeinen 8:38,39)


Esther

 

Jan 9 '14 · 2 reacties · Linken: blijdschap, genade, god

Strijd, het is een grote strijd onder gelovigen, als het over het aardse Israël gaat. Is het aardse Israël nog steeds Gods volk??? En die vraag, brengt erg veel strijd onder elkaar.

Ik persoonlijk geloofde al langere tijd, dat Gods volk bestaat uit gelovige Israëlieten en gelovige 'heidenen', door het geloof in Jezus Christus.

Romeinen 3 : 29-30. Ook Romeinen 4, het hele hoofdstuk is geweldig, dat Abraham de vader van de gelovigen is. Zowel de onbesnedene (heidenen)  als ook de besnedenen (Israël). Maar alleen door geloof. Romeinen 9 : 23-29, Gods volk bestaat uit Joden en heidenen, in Jezus Christus.

Ook in de Galatenbrief schrijft Paulus dat er geen onderscheid meer is tussen Jood en Griek, (heiden). Gal. 26-29. Hele hoofdstuk is mooi om te lezen.

Efeziërs 2 : 11-22 is geweldig om te lezen. Jezus haalde die vijandschap weg in Zijn eigen lichaam aan het kruis. Efeziërs 3 : 1-7, over het grote geheimenis, wat nooit eerder bekend is gemaakt, waar Paulus over spreekt, dat door het geloof in Christus de 'heidenen' mede-erfgenamen zijn in Christus. Wat eerst alleen voor Israël telde. Maar dat vond pas plaats door geloof in Jezus Christus.

Er zijn nog zoveel Bijbelteksten te vinden, dat God in Christus Jood/heiden, heeft samengevoegd, door het geloof in de Messias/Jezus Christus.


Vele mensen willen een leer brengen om de ware gelovige Jood/heiden weer los te zien van elkaar.

Dan horen we over de vervangingsleer!!!!!!!  het onderscheid tussen de Gemeente en over Israël. Opname gemeente, enz. Daar is een mooie duidelijke uitleg van, http://mijnvriendenenik.com/site/video/view/113 


De gemeente Gods bestaat juist alleen maar uit gelovige Joden/Israëlieten en...gelovigen uit de volken. En samen zijn deze broeders en zusters Gods volk, en Jezus Christus Gemeente. Er is géén  onderscheid meer.


Raar toch...terwijl de eerste gemeente bestond als alleen maar uit Joden. Handelingen. Maar...ook lezen we in Handelingen over de eerste vervolgingen, Jood tegen Jood. Tenminste...de ongelovige Joden, tegen de Joden die Jezus als hun Messias hadden aangenomen.

Profeteerde God niet steeds, in het O.T. over een rest/overblijfsel, van Israël.

Of zou men daar misschien overheen kijken??? Is het juist niet geweldig dat Gods belofte over de heilige Geest is uitgekomen op Pinksterdag. En is het niet geweldig dat Zacharia 2 : 11-12,  uitgekomen is, "Juich en verblijd u, dochter van Sion, want zie, IK kom, en zal in uw midden wonen, spreekt de Heere. Veel heidenvolken zullen op die dag bij de Heere gevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk zijn, en IK zal in hun midden wonen.".

Samen.



Maar nu...hoe denken de gelovige Joden/Israëlieten daar zelf over. Lees de getuigenissen, en zie hun strijd, en hun vragen. Ook bij velen lees je, dat ze ervanuit gingen dat zij de Messias Jezus niet nodig hebben. De naam Jezus mocht men niet uitspreken. Lees hun ervaringen.   Erg aangrijpend, maar ook erg bemoedigend.    

Als we de getuigenissen lezen, komt steeds de teksten uit Jesaja 53 naar voren.        


Het bijzondere van alles is...dat de Joodse broeders/zusters ons als 'niet Joden', wél zien in die eenheid door Jezus Christus.


Dat nog velen in Israël mogen toegevoegd worden, samen met de gelovigen uit de volken, aan het Lichaam van Christus Jezus de opgestane Heer.


http://www.jewishtestimonies.com/nl/gideon-levytam-hoe-ik-de-messias-van-israel-vond/


Jan 7 '14 · 2 reacties · Linken: gemeente, bijbel, belofte

Gelijkenissen over het koninkrijk van de hemel


http://www.voorleesbijbel.nl/bijbel/img/nix.gif ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien.  Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten.  Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen.  Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit.  Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed.  Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.  Laat wie oren heeft goed luisteren!’

 

Wat zouden wij hier uit kunnen leren?  Er wordt  gezaaid op allerhande plekken. Of het zaad wordt ‘opgegeten’. Maar, het eerste belangrijkste wat wij lezen is, ‘er wordt gezaaid’. Ongeacht of een hart er door aangeraakt wordt of niet.  Wij mogen zaaien, maar dat onzichtbare groeien, is aan God zelf. Hij geeft de groeikracht van het leven in geloof. Dat geheime proces is voor ons verborgen. Hij alleen kent het hart van de mens.  HIJ weet alle verborgen plaatsen van het menselijke hart. 

Wij zaaien, en de oogst, als eindresultaat, onder de handen van Jezus, mogen wij binnen halen. Niet alles komt tot volheid, zoals Jezus in de vergelijking ons al verteld.  Niet al het zaad wat wij zouden strooien, ontkiemd, of het zaad wordt weg geroofd, of opgegeten.  Hoe erg dat ook zou zijn, is dat geheimenis niet aan ons. Laten we ten alle tijden zaaien, het Evangelie van Jezus Christus, en God in Christus doet het wonderlijke, onzichtbare deel, ‘het groeien’. God is verantwoordelijk voor de groei. God zelf in Christus is verantwoordelijk om de harten week te maken om het zaad van het evangelie te laten ontkiemen. Laten wij zaaien en oogsten, dat is onze taak en onze verantwoordelijkheid.

Esther

 

 

 

Nov 2 '13 · 0 reacties · Linken: jezus, zaaien, god-de-vader

Ik kwam nog een mooi, bemoedigend stukje tegen op onze computer. Dat wou ik met jullie delen. Het is niet van mij, maar ben er wel door geraakt. Veel leesplezier.

 

Geen Wonder – wat is een wonder.

Door Evert Everts

|  1 januari 2008

 

Gebeuren er nog wonderen? Soms zijn we geneigd te zeggen: ‘vast wel, op het zendingsveld. Maar niet bij ons, hoor!’ Klopt dat eigenlijk wel?

De geschiedenis van huiskerken in China bevat veel wonderen. Het aantal gelovigen wordt geschat op 100 miljoen of veel meer. Een bezoeker uit Amerika woonde een conferentie van kerkelijke leiders bij. In een te kleine ruimte zaten de mensen dik opeen gepakt in rijen op de grond. Op een zeker moment begon een leider pagina’s uit een boek te scheuren en uit te delen aan de mensen op de grond.

Tot zijn schrik bleek het dat de man allemaal stukken uit een bijbel aan het scheuren was. Hij vroeg wat de reden was van deze vernieling van het Woord van God. Het antwoord sneed hem door het hart. ‘Er zijn hier ongeveer 150 dominees vandaag’, antwoordde de man, ‘en maar vijf van ons bezitten een bijbel.’ Nu scheuren we die bijbels in stukken, zodat iedereen met een deel van de bijbel naar huis kan terugkeren en hij tenminste een bijbelboek heeft om zijn gemeente te onderwijzen.

De bezoeker zag hoe de bijbelboeken van hand tot hand gingen. ‘Heb jij het al over Genesis gehad? Nog niet? Nu, hier heb ik ‘t’. Rats! ‘Is bij jou Lukas al aan de beurt geweest? Dit is Lukas,’ Rats! Het geluid van het scheuren van bladzijden vulde de ruimte.

Toen begonnen de leiders hun gast vragen te stellen. ‘Is Jezus al bekend geworden in andere landen, of kennen we Hem alleen nog maar in China?’ De man vertelde van de miljoenen gelovigen over heel de wereld. De kerkleiders slaakten kreten van vreugde. Ze waren zeer onder de indruk te horen van kerken die vrij waren om samen te komen wanneer ze maar wilden. Ze waren ondersteboven van het feit dat er personen waren die zelf meerdere bijbels in hun bezit hadden, en ook nog studieboeken.

Plotseling barstten er enkelen in tranen uit. ‘Waarom, God, hebt u ons niet zo lief als de geloven in Europa en Amerika? Waarom kunnen wij niet zulke wonderen meemaken zoals U onder hen doet?’ De bezoeker kon zijn oren niet geloven. Hij vroeg waarom ze dit zeiden. Want wat er bij hen in China gebeurde leek toch zo op wat er in de tijd van de apostelen plaats vond. Er vonden wonderlijke genezingen plaats. Duizenden kwamen tot geloof in Jezus. Bijna de helft van de dominees hadden meerdere jaren in de gevangenis doorgebracht omdat ze hun geloof hadden uitgedragen, en vaak was er in de gevangenis een nieuwe kerk ontstaan. Hoe konden ze deze wonderen vergelijken met wat de bezoeker had verteld over de westerse wereld?

De Chinezen waren zeer verbaasd dat hun gast hen niet begreep. ‘Wat is wonderlijker?’, vroegen ze hem. ‘Dat wij onze bijbels verdelen, hoofdstuk voor hoofdstuk, –of dat jullie ze hebben per dozijn, en ook nog liedboeken en studiemateriaal? Wat is meer een wonder: dat chinezen genezen worden met honderden tegelijk en duizenden mensen kunnen getuigen dat Jezus hen genezen heeft, –of, dat jullie naar de dokter kunnen gaan wanneer jullie dat nodig hebben? Wat is wonderlijker? Dat wij van huis tot huis rondgaan om onze diensten te houden, steeds op verschillende dagen in de week en op wisselende tijdstippen op de dag, –of, dat jullie de hele dag naar de kerk kunnen gaan, elke dag, en dat niemand er aan denkt om jullie of jullie dominee te arresteren? Wat is meer een wonder? Dat wij de gevangenis als ons theologisch trainings instituut zien –of, dat jullie kunnen studeren in speciale scholen voor hen die geloven in Christus? Wat is wonderlijker?

Toen was het voor de bezoeker tijd voor tranen. Hij realiseerde zich dat, wat hij ‘gewoon’ had gevonden in zijn eigen land, gezien werd als het grootste wonder voor de meesten in de gelovige en vervolgde wereld.

We moeten maar voorzichtig te zijn om het woord ‘wonder’ te definiëren. Wat wij ‘gewoon’ vinden is niets minder dan het wonderlijke werk van God. Alleen als we dat zien, kunnen we dankbaar leven met God en de verantwoordelijkheid nemen die dit met zich meebrengt.

Nov 2 '13 · 1 reacties · Linken: bijbel, god, vrijheid

Geweldige lezing van Juan Carlos Ortiz. Deze lezing is opgenomen in het programma 'Hour of Power'.

Mocht u alleen de lezing willen beluisteren, kunt u het aanklikken welk fragment u bekijken wil.

Nederland ondertiteld. http://www.hourofpower.nl/video/22_februari_2009

Okt 19 '13 · 0 reacties · Linken: bemoediging, jezus, juan-carlos-ortiz

Het eeuwige zuigeling schap van de gelovige

 

Wij kennen tegenwoordig in de gemeente een verschijnsel dat ik ‘het eeuwige zuigeling schap van de gelovige’ noem.

Er zijn leden in onze gemeenten die, hoewel ze al jaren de boodschap hebben gehoord, nog steeds onveranderde mensen zijn. Voortdurend hebben zij een voorganger nodig om voor hen te zorgen: hij moet hun luiers verschonen, talkpoeder op hun billetjes doen en controleren of hun melk niet te heet is. De gemeente van Christus lijkt soms meer op een ziekenhuis dan op een leger.

Soms houden wij onszelf voor de gek, omdat wij in aantal toenemen. Wij menen dat dit groei is. Maar numerieke groei is niet hetzelfde als geestelijke groei.


Vaak merken we die situatie wel op, maar we weten niet wat we eraan moeten doen.

Wij zeggen tegen onze mensen: ‘U moet vrucht dragen voor Jezus. U moet meer van Gods goedheid ervaren. U moet meer liefde hebben, meer vrede.’ Maar van zuigelingen kun je zulke eigenschappen niet verwachten. Die tref je alleen aan bij volwassenen.

Dit was ook Paulus’ klacht, toen hij een gebrek aan geestelijke groei opmerkte in de gemeente van Korinte. ‘Jullie zijn nog steeds zuigelingen,’ zei hij.

 

Aan de Galaten schreef hij dat hij voor hen opnieuw de weeën van een geboorte moest meemaken.

En de mensen aan wie de Hebreeënbrief is gericht, behoorden al leermeesters te zijn, maar ze hadden nog steeds onderwijs in de basisprincipes van het christelijk geloof nodig. Zij konden alleen maar melk verdragen en geen vast voedsel.

Toen ik een jaar of acht was, kwam er in onze kerk een voorganger met een mooie baard op bezoek. In die dagen waren baarden niet zo ‘in’ als tegenwoordig. Ik vond die baard geweldig. In mijn ogen leek die man dan ook op een prins!

Dus begon ik de Heer om een baard te vragen. Ik herinner mij dat ik er zelfs een dag voor gevast heb.

Mijn moeder vroeg: ‘Juan, eet je vandaag niet?’

Ik antwoordde: ‘Nee, moeder, ik vast.’

‘Maar waarom vast je dan?’

‘Het is voor iets wat ik geheim wil houden,’ legde ik uit. De baard kwam niet, hoeveel ik ook bad en vastte. Maar toen ik zestien was, kreeg ik vanzelf een baard, als gevolg van natuurlijke groei en ontwikkeling. Ik hoefde er niet voor te bidden.

In de kerk/gemeente gaat het niet veel anders. Groei komt voort uit leven.

 

Als wij geestelijk leven, nemen wij toe in liefde, vreugde, vrede, volharding, zachtmoedigheid en de andere karaktereigenschappen van Christus. Ze zijn de natuurlijke vrucht van een geestelijk leven; geen enkele inspanning van ons kan daar iets aan toevoegen.

Een van de belangrijkste oorzaken waarom wij in de gemeente zo weinig groei zien, is dat wij ons concentreren op begrippen in plaats van op het leven, het leven in Christus.                                      


Wij zijn ons ervan bewust welke leerstellingen we aanhangen, tot welk theologisch systeem wij behoren en welke principes we in elk geval dienen vast te houden.

Wat bedoel ik nu precies, als ik zeg dat wij ‘begrip gericht’ zijn?

Stel dat u mij vraagt: ‘Broeder Ortiz, wilt u ons een Bijbelstudie geven over het begrip vreugde?’ dan zal ik dat uiteraard graag doen.

Ik ga naar mijn studeerkamer, neem een concordantie van de plank en zoek het woord ‘vreugde’ op. Ik noteer alle verzen waarin het woord vreugde voorkomt. Tjonge, wat zijn het er veel! Ik kies de teksten die het best passen bij de boodschap die ik wil brengen en laat de rest achterwege.

Ik heb mijn studie klaar. Bij de volgende bijeenkomst kom ik binnen en ik zeg: ‘Broeders, wij gaan het vandaag over vreugde hebben. Het woord vreugde heeft in het Grieks een andere betekenis dan in onze taal, omdat het Grieks rijker is.

Maar het Hebreeuws gaat nóg dieper dan het Grieks.

Abraham zei over vreugde… Jezus zei over vreugde…

Paulus zei over vreugde… Spurgeon zei over vreugde…’

En de mensen zeggen: ‘Wat een geweldige studie! Dank u wel, broeder.’

Dan merkt iemand op: ‘Deze boodschap over vreugde is geweldig, broeder Ortiz. Kunnen we uw notities niet krijgen?’ ‘Tuurlijk, we kunnen fotokopieën maken, die u mag hebben.’

Ze vouwen hun kopieën op, stoppen die in hun Bijbel en vergeten de boodschap.

Maar niemand hééft  die vreugde! Ze kennen nu wel het begrip vreugde, maar het léven van vreugde kennen ze niet.

Wat hebt u? Het begrip? Of Degene die het leven is?

 

Sommige mensen lijken te denken dat Petrus ons potlood en papier zal geven, als wij bij de hemelpoort aankomen.

‘Tien vragen. Als je er zeven goed hebt, ga je regelrecht de hemel in. Als je er tussen de vier en zeven goed hebt, ga je naar het vagevuur. Heb je er minder dan vier goed, dan verdwijn je direct naar de hel.

Eerste vraag. Welke visie heb je op de doop? Is het besprenkeling, onderdompeling, moet het gebeuren in de naam van de drie-enige God, of moet je drie keer onder water? Kruis het goede antwoord aan.’

Wat een probleem! Je kunt niet afkijken bij iemand naast je, want aan de ene kant staat iemand van het Leger des Heils en aan de andere kant een katholiek. En jij bent b.v.b. baptist. Jullie zullen dus alle drie verschillende antwoorden hebben!

Sommige mensen maken zich erg druk om dit soort zaken en dat brengt ook binnen de kerken verdeeldheid. 

Maar het gaat niet om de juiste manier van dopen. Het gaat er uiteindelijk om of Jezus in je hart leeft. In het Koninkrijk der hemelen bestaan zulke tentamens over de leer niet. Petrus zal daar niet staan met pen en papier. Hij heeft een stethoscoop waarmee hij je hart onderzoekt!

Misschien neem je al je dogmatische boeken wel mee, om goed voorbereid te zijn op de test.

‘Petrus, waar moet ik tentamen doen?’

Petrus haalt zijn stethoscoop uit zijn zak. ‘Tik, tik, tik, tik.’

‘Kom binnen.’

‘Maar hoe staat het dan met het tentamen?’ ‘Dat zit wel snor. Je hebt het leven; dus hoor je hier.’

Verlossing betekent dat je van de dood overgaat in het leven.

‘Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben’ (1 Joh. 3:13). Liefde is de uiting van leven. Maar als iemand niet precies gelooft zoals jij, groeit er vaak haat in plaats van liefde.

Ik ben niet tegen theologie. Ik beklemtoon alleen dat, als het leven niet in u is, u de best denkbare theologie kunt hebben en toch verloren zijn!

Leerstellingen hebben hun eigen plaats, maar bepaald niet de allereerste. Die plaats is alleen voor Jezus. ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven.’ Niet: ‘Wie de juiste dogma’s heeft, heeft het leven.’ Maar wie de juiste Persoon heeft!

Als wij Hem in ons hart hebben en van daaruit leven, beginnen we geestelijk te groeien.                  We gaan meer op Hem lijken.

Zijn leven in ons wordt steeds meer zichtbaar in de wijze

waarop we leven.                                                                                                                                                

Paulus zegt dat wij veranderen naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is      (2 Kor. 3:18).

Als uw vreugde wegsijpelt op het moment dat er problemen komen, moet u een vreugde krijgen die toeneemt tot ze overstroomt, een vreugde die niet weg geroofd kan worden.

Dan zult u geestelijk groeien, in liefde, vreugde, vrede en volharding.

Als u vandaag gemakkelijker kunt liefhebben dan gisteren, dan betekent het dat u gegroeid bent.

Niet dat u vandaag per se meer van de leer begrijpt dan gisteren; dat heeft alleen maar met uw verstand te maken.

 

Het oude volk Israël was anders dan andere volken, omdat het Gods volk was. Het was een koninkrijk van priesters, geleid door de Geest van God, door middel van profeten.

Maar het wilde zijn zoals andere volken, die koningen hadden om hen voor te gaan in oorlogen.

Het is verdrietig, maar de kerk is telkens opnieuw bezweken voor de verleiding om zo te worden als andere religies.

Wat is een religie?

Een religie heeft een stichter: Mohammed, Boeddha, Confucius, Zoroaster. Wat zo’n stichter heeft gezegd, wordt in een boek opgeschreven. Als de stichter sterft, laat hij het boek na. Zijn volgelingen proberen te doen wat erin staat.

De moslims hebben de Koran. Zij ontlenen hun leerstellingen aan dat boek.

 

Ons christendom heeft óók een stichter, Jezus Christus, die lang geleden is gestorven. Wat Hij onderwees, kwam in de Bijbel te staan. Nu ontlenen wij vaak leerstellingen aan de Bijbel op een manier alsof Hij net zo dood is als bijvoorbeeld Mohammed.

Daardoor hebben we christenen die geloven in een vrije wil én mensen die dat niet doen.

We hebben mensen die geloven in een duizendjarig rijk, en allerlei variaties daarop. Er zijn talloze verschillende opvattingen, allemaal binnen dezelfde kerk. We hebben onderlinge strijd en bekogelen elkaar met Bijbelteksten: ‘Lees dát maar eens, of dát.’

We doen vaak alsof onze ‘stichter’ net zo dood is als de stichters van andere godsdiensten. Op deze manier brengen wij Christus inderdaad terug tot hun niveau. Wij vinden het erg dat de moslims Jezus gelijkstellen met Mohammed, maar wij doen precies hetzelfde!                                                    Christus is voor ons toch vaak niet méér dan Mohammed voor de moslims? Wij zorgen er dus voor dat Jezus ons vandaag niets te zeggen heeft.

Hij kan vandaag niets doen. Hij is toch weg? We hebben zijn Boek en dat is het dan…                                                                                                                                                  Maar, prijs de Heer voor het Boek, omdat juist dat Boek, de Bijbel, ons zegt dat Hij leeft!

Het grote verschil tussen ons en de aanhangers van andere godsdiensten is dat onze ‘grondlegger’ nog leeft en het hoofd van de kerk is.                                                                                                                                                                       Het probleem is alleen dat we Hem niet veel laten doen. Ook al wéten we dat Hij het hoofd van de kerk is, de realiteit is dat Hij weinig te zeggen heeft, omdat alles geregeld wordt door onze commissies.

 

De kerk/gemeente  weet niet wat er moet gebeuren wanneer de Geest Zich roert. ‘Wat is dit toch?’ vragen wij ons af. ‘We moeten wel voorzichtig zijn, hoor.’ Er is paniek en er zijn problemen.

Er komt verdeeldheid. Waarom? Omdat de structuren van de kerk maar al te vaak een belemmering vormen voor de levende Christus.

Als je een kerkdienst bijwoont, wordt er vaak gesproken over de Samaritaanse vrouw, of Zacheüs, of de tien melaatsen, of de vervloeking van de vijgenboom, of Christus die de storm op het meer van Galilea stilt, of de blinde Bartimeüs, of de vermenigvuldiging van de broden en de vissen; of alweer over de Samaritaanse vrouw en Zacheüs en de tien melaatsen; en voor de afwisseling de Samaritaanse vrouw en Zacheüs… alsof Jezus, sinds Hij stierf, niets meer heeft gedaan!

Ik denk dat Hij Zich soms knap verveelt als Hij naar onze preken luistert. Ze doen denken aan begrafenissen, want op begrafenissen hebben we het ook over wat de overledene heeft gedaan toen hij nog leefde.

Een student die in onze kerk tot geloof gekomen was, zei eens tegen mij: ‘Broeder Ortiz, de eerste zes maanden heb ik in de gemeente veel geleerd. Na zes maanden merkte ik dat ik evenveel wist als alle anderen. Ik wist bijvoorbeeld alles over de wederkomst van Jezus, de grote verdrukking, de wedergeboorte en de drie-eenheid. Vanaf dat moment is mijn kennis op hetzelfde peil gebleven.’

Talloze mensen gaan niet meer naar kerkdiensten, omdat ze zich daar vervelen. Niet omdat de diensten slecht zijn, maar omdat er zo weinig verandering is. Dezelfde gezangen, dezelfde boodschap, dezelfde liturgie.

Je moet nogal wat kunnen verdragen om telkens weer naar dit soort samenkomsten toe te gaan. Dat geldt ook voor God.

Veel mensen richten zich op de activiteiten die een gemeente of een kerk ontplooit en niet op Jezus Christus. We gaan naar een samenkomst, vervolgens naar een Bijbelstudie- avond, en aansluitend naar een gebedsbijeenkomst.

Ons leven bestaat zowat uit samenkomsten. Wij meten ons geestelijk welzijn zelfs af aan het aantal samenkomsten dat we bezoeken. Iemand die alle samenkomsten bezoekt, geldt als zeer geestelijk. ‘O, hij is een goed christen. Hij ontbreekt op geen enkele samenkomst.’

Maar als iemand één of twee zondagen niet komt, zeggen we: ‘Hij glijdt af.’

Ik ben niet tegen samenkomsten, maar ik vraag me wel af wat er met ons zou gebeuren, als alle kerken vandaag dichtgingen.

Hoe zou het met ons christendom gesteld zijn? Nee, de kern van ons christenleven moet Christus zélf zijn, en niet de samenkomst.

Als wij ons zo concentreren op ideeën en begrippen, in plaats van op de levende Christus, is het dan verwonderlijk dat we niet méér groei zien bij Gods volk?

 

Maar goddank, er zijn over de hele wereld mensen die geen genoegen nemen met deze gang van zaken. Ze zijn het moe om te proberen zoals Jezus te leven en zich voortdurend mislukkelingen te voelen. Ze weten dat ze te weinig liefde en vreugde hebben, en ze verlangen ernaar Hem beter te leren kennen, opdat ze levende brieven van Christus zouden mogen worden.

We hebben een nieuwe generatie christenen nodig, die weet dat de kerk zich richt op een Persóón die in haar midden woont. Jezus heeft ons niet achtergelaten met een boek en de woorden: ‘Hier heb je de Bijbel. Probeer erachter te komen wat erin staat, maar gebruik wel je concordantie en

commentaren. Het beste ermee!’

Nee, dat heeft Hij niet gezegd.

‘Zie, waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden’ (Mat. 18:20). Hij heeft ons niet als wezen achtergelaten. Hijzelf is in ons. ‘Ik laat je niet in een troosteloze eenzaamheid achter. Ik zelf zal bij je komen. Ik laat niet alleen een boek achter. Ik ben er zelf, in je hart.’

 

Paulus bad dat de kinderen van God zouden weten dat Christus door het geloof in hun hart leefde en dat de ‘inwendige mens’ door de Heilige Geest gesterkt mocht worden. Ook nu moeten we weten dat Christus in ons woont.

Wij moeten weten dat we niet langer ons eigen leven leiden, maar dat Christus ons leven is. We moeten erkennen dat Hij in ons woont, en dat onze oude mens met Hem gekruisigd is.

Omdat Hij ons leven is, hebben we deel aan zijn karakter.

We hoeven niet te proberen in eigen kracht na te volgen wat de Bijbel over zijn manier van leven zegt. We hoeven niet te vasten en te bidden voor meer van zijn liefde, vreugde en vrede. We hoeven alleen maar te weten dat de Auteur van het boek ín ons woont, en dat Hij ons alles is.

Als wij dat weten, komt de groei vanzelf. Ons leven verandert, omdat er steeds meer van Christus zichtbaar wordt.

Alleen deze openbaring – dat Christus in ons is – kan geestelijke vrucht voortbrengen.

Wij zingen wel eens: ‘Richt uw oog slechts op Jezus.’ In dit boek gaan we ons oog richten op Hem: Jezus, onze Verlosser, ons leven. Dat geldt voor ons persoonlijk en voor de gemeente/kerk.

Hij moet het kloppende hart van de gemeente zijn; van Hem moet haar leven komen.

‘Jezus, wij richten ons oog op U, opdat wij mogen weten dat wij uw leven in ons dragen en wij dat leven leiden door geloof.’

 

Door Juan Carlos Ortiz

 

 

 

Okt 19 '13 · 0 reacties · Linken: christus, christus , leven

Zingt Hem ter eer!

 

Zingt een loflied voor de Heer!

Hij, zo groot en hoog verheven,

Hij, de Redder van ons leven –

Hem komt toe de lof en eer!

Zingt een danklied voor de Heer!

Zingt met opgeheven hoofden.

Hij zal dóén, wat Hij beloofde:

Hij komt naar de aarde weer!

Zingt en prijst Hem, want de Heer

geeft het leven zin en waarde.

God van hemel, zee en aarde,

heeft Zich naar ons toegekeerd.

Zingt een loflied voor de Heer!

Zingt met blijde jubeltonen.

Hij, de Heer, wil bij ons wonen!

Zingt een loflied, Hem ter eer!

Van: Jelly Verwaal

Okt 11 '13 · 0 reacties · Linken: danklied, heere, loflied

Lukas 23: 40-43, het bekende verhaal van de misdadiger die naast Jezus ook aan het kruis hangt. Zoals we in de andere evangeliën kunnen lezen, deed deze misdadiger eerst ook mee om Jezus te overladen met hoon en bespotting. Totdat er iets in hem gebeurd. In zijn hart. Er is ineens een ommekeer in zijn gedrag.

 

Hij bestraft de andere misdadiger, "Vreest zelfs u God niet, nu u hetzelfde vonnis ondergaat?  En wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan".

Door de eerste zin laat hij zien dat hij in God gelooft, maar ook vreest, zoals hij al uitroept naar de ander.  En dan zegt hij tegen Jezus: "Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent".

Wat een ommekeer. Hij laat hier vijf grote punten zien. 1ste, hij gelooft en vreest God, 2de hij beseft zijn zonden, 3de hij gelooft in Jezus, 4de, hij gelooft in een opstanding, en als 5de hij geloofd in Jezus Koninkrijk.

In dit korte stukje staan de fundamenten van het ware geloof. En dan het antwoord van Jezus: "Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn".

Wat toch geweldig, om zo'n antwoord te horen. Het zou mij niet verbazen dat deze misdadiger, ondanks zijn miserabele toestand aan het kruis, de gelukkigste mens is op dat moment.

 

Geweldige bemoediging. Ooit zal Gods Hemelse stad Jeruzalem neer dalen op de nieuwe aarde. Zo komen hemel en aarde heel dicht bij elkaar. Om bij Jezus te horen, en ooit bij Hem te zijn in eeuwigheid, is toch het paradijs.

Okt 5 '13 · 0 reacties · Linken: jezus, koninkrijk, paradijs

Psalm 23

1 De HEER is mijn herder

.  Wat een relatie!

het ontbreekt mij aan niets.

  Wat een verzorging

2 Hij laat mij rusten in groene weiden

  Wat een vrede

en voert mij naar vredig water,

  Wat een verfrissing

3 Hij geeft mij nieuwe kracht

  Wat een genezing

en leidt mij langs veilige paden

  Wat een leiding

tot eer van zijn naam.

  Wat een doel

4 Al gaat mijn weg

door een donker dal,  Wat een beproeving

ik vrees geen gevaar,

  Wat een zekerheid

want u bent bij mij,

  Wat een trouw

uw stok en uw staf,

zij geven mij moed.  Wat een schuilplaats

5 U nodigt mij aan tafel

voor het oog van de vijand,  Wat een rust

u zalft mijn hoofd met olie,

  Wat een heiliging

mijn beker vloeit over.

  Wat een overvloed

6 Geluk en genade volgen mij

Wat een zegen

alle dagen van mijn leven,

Wat een tijd

7 Ik keer terug in het huis van de HEER

tot in lengte van dagen.

Wat een belofte 

 

 

Okt 4 '13 · 0 reacties · Linken: genade, groene-weiden, heere

Leven uit en met God  

                                                            (gebed naar Romeinen 12:9-21)

 

HEER, help me alstublieft om U oprecht lief te hebben,

mijn medemensen te achten en te eren,

in liefde met hen verbonden te zijn en help me

om het kwade te haten en het goede aan te nemen.

 

HEER, doordring me met Uw geest,

opdat ik standvastig ben en U steeds trouw blijf,

in blijde hoop Uw komst verwacht en

en ik mij door niets van het gebed laat afbrengen.

 

HEER, help me om gastvrij, hulpvaardig en

vredelievend te zijn, dat ik niemand iets slechts

toe wens en voor mijn vijanden bid en ieder

persoonlijk in Uw naam kan zegenen.

 

HEER, geef me een nederig hart, opdat ik

niet denk dat ik wijs ben, of trots en ingebeeld

aan zelfoverschatting en betweterigheid lijdt

en dat ik me voor kleine dingen niet te goed voel.

 

HEER, laat me blij zijn met de blijden en met

verdrietige mensen huilen, onrecht nooit met nieuw

onrecht vergelden, maar erop bedacht zijn om het goede

te doen en voor zover het aan mij ligt, vrede te bewaren.

 

HEER, herinner me er steeds aan dat het Uw zaak is

om me recht te verschaffen en geef me de kracht

om me nooit door het kwade te laten overwinnen, maar

al het kwaad in Uw genade met goedheid te overwinnen.

 

Karl-Heinz Gries     

 

Okt 2 '13 · 1 reacties · Linken: gods-trouw, vredelievend, liefde

Gods Boek de Bijbel, Zijn woorden, beloften, zegeningen, wijzen allemaal naar Jezus Christus, die de vervulling is van Gods  beloften en het einddoel van ons geloof.

Wij lezen in de Bijbel over onze zonden, daarom heeft ieder mens Gods oordeel nodig. Maar...ook van herstel en Genade door Gods Zoon, Jezus Christus.

Veel wat we lezen in de Bijbel, kunnen wij niet begrijpen, alleen door Gods Heilige Geest krijgen we steeds meer inzicht in het geweldigste Boek, de Bijbel.

We gaan steeds meer zien, wat God en Jezus Christus ons duidelijk willen maken.

De woorden in de Bijbel zijn Gods eigen woorden, Zijn plan met de mensheid, en met u persoonlijk. Over de grootste Redding door Zijn Zoon Jezus Christus, Zijn sterven en opstanding voor de mensheid.

Wij hebben altijd Gods Heilige Geest nodig voor uitleg, en alles wat wij lezen.

Wij worden niet voor niets steeds weer gewaarschuwd voor dwaalleren, die overal om ons heen zijn. Veel zelfbedachte theorieën die de wereld rondgaan. Waardoor de wonderlijke woorden uit Gods Woord, totaal uitgehold worden, en van hun Kracht worden beroofd.

Laten we ons leiden door de Geest van Christus, als wij de Bijbel lezen.

 

Soms moeten we wachten op antwoorden op vraagstukken. Maar wees niet bang, God zelf op Zijn tijd zal het antwoord geven. Soms zijn we er nog niet klaar voor. Gods Woord, Christus Woord omvat zo veel, dat Hijzelf ons er in leid.

 

Houd vast aan Jezus onze Heer, Verlosser en Koning, en het zal gegeven worden. Laten we onze ogen altijd gericht houden op Hem, Jezus Christus.

Psalm 32 : 8, geweldige bemoediging, "Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; Mijn oog is op u".

Dat mogen wij ons ook eigen maken. In ons leven als ook in het Bijbellezen.

 

Esther

 

 

 

 

Sep 29 '13 · 0 reacties · Linken: redding, jezus, heilige-geest

DEEL 2, Vervolg. Hoe verloren zijn de tien stammen?   door David Baron


Over de 10 stammen van Israël, die in de Assyrische ballingschap terecht kwamen, doen heel wat theorieën de ronde. Ze worden aangeduid als ‘de verloren 10 stammen’, maar hoe verloren zijn ze eigenlijk en maakt het Nieuwe Testament onderscheid tussen de begrippen ‘Joden’, als aanduiding voor de twee en ‘Israël’ als aanduiding voor de tien stammen? Hier volgt deel twee over dit onderwerp van de bekende Joodse bijbelleraar David Baron (1857-1926
 

De algemene situatie in de tijd van Christus

Al sinds het gedeeltelijk herstel in de dagen van Cyrus en zijn opvolgers, zo’n zes eeuwen voor Christus, stonden de nakomelingen van Abraham niet meer bekend als afzonderlijke stammen, maar als één volk. Dat neemt niet weg dat de stammen- en geslachtsregisters, met name van de inwoners van het land tot aan de verwoesting van de tweede Tempel, grotendeels bewaard waren gebleven.
De overgrote meerderheid bevond zich echter nog in de diaspora, waar zij talrijke gemeenschappen vormden. Maar waar ze ook verstrooid waren en tot welke stam ze ook behoorden, Jeruzalem was en bleef voor hen het nationale centrum. Met uitzondering van diegenen die geassimileerd waren, ervoer de rest van de verstrooiden zich één met hun broeders in het Heilige Land. Ze kwamen immers uit hetzelfde nest, hadden hetzelfde fundament, koesterden dezelfde herinneringen en zagen uit naar dezelfde toekomst. Tijdens de Opgangsfeesten (Pesach, Pinksteren en het Loofhuttenfeest, red.) maakten velen van hen een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Zo kon Philo aan de Romeinse Keizer Caligula meedelen dat ‘Jeruzalem niet alleen als hoofdstad van Judea beschouwd moest worden, maar als het centrum van een natie, verspreid over oneindig veel plaatsen, die hem bekwame versterking kon leveren voor zijn verdediging’. Onder de gebieden waar Joden verbleven, rekende hij de eilanden Cyprus en Kandia, Egypte, Macedonië en Bythinië, alsmede het rijk van de Perzen en de steden in het Oosten, met uitzondering van Babylon, van waaruit ze toen deels verdreven waren. Zo wordt bijvoorbeeld in Handelingen 2 meegedeeld dat op de Pinksterdag (en ongetwijfeld ook op het voorafgaande Paasfeest toen de kruisiging plaatsvond), vertegenwoordigers uit de diaspora in Jeruzalem aanwezig waren. Lukas, de auteur van het boek Handelingen, schrijft: “Parthen, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Capadocië, Pontus en Asia, Phrygië en Pamphylië, Egypte en de streken van Lybië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Cretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken” (Hand. 2:9-11).
In het bonte gezelschap van deze kosmopolitische Joden, bevonden zich vertegenwoordigers van Israëlitische nederzettingen in gebieden waar naartoe ze zeven eeuwen tevoren door de Assyriërs en Babyloniërs waren weggevoerd. Toch worden zij allen Joden genoemd en beschouwden zij Jeruzalem als hun nationale hoofdstad.

Jood en Israëliet

De namen ‘Jood’ en ‘Israëliet’ zijn dan ook synoniem sinds de tijd van de ballingschap. Het is on-Bijbels te veronderstellen dat de aanduiding ‘Jood’ alleen op een biologische afstammeling van Juda betrekking heeft. Met ‘Jood’ werd iedere nakomeling van Jacob aangeduid die zichzelf rekende (of gerekend werd) tot het theocratisch Koninkrijk van Juda. Althans, zij verwachtten de vestiging daarvan door de beloofde ‘Zoon van David’, de Leeuw uit de stam van Juda. Zijn heerschappij zou zich uitstrekken over ‘alle stammen des lands’ en ‘van zee tot zee en van de rivier tot het einde der aarde’ (Zach. 9:10).
Doordat de tien stammen niet langer politiek onafhankelijk waren, werd ‘Jood’ de gebruikelijke naam voor alle Israëlieten die hun identiteit wilden bewaren. Een identiteit die nauw verbonden was met het koninkrijk van Juda en het huis van David. De bewering dat leden van de tien stammen nooit Joden genoemd werden en dat Joden geen Israëlieten zijn, is onjuist. In onze vorige aflevering zagen we reeds dat niet alleen de ballingen van het zuidelijke koninkrijk van Juda uit Babel terugkeerden en de naam ‘Joden’ droegen. In het boek Ezra wordt het overblijfsel slechts acht keer aangeduid als ‘Joden’ en niet minder dan veertig keer als ‘Israël’. In het boek Nehemia worden ze 11 keer ‘Joden’ genoemd en 22 keer ‘Israël’. In het boek Esther, waar we de periode beschreven vinden die volgt op die van het gedeeltelijke herstel onder Zerubbabel en Jozua, worden degenen die in 127 provincies van het Perzische Rijk (inclusief de gebieden van het oude Assyrië) achterbleven, 45 keer ‘Joden’ genoemd en niet één keer ‘Israël’.

In het Nieuwe Testament wordt hetzelfde volk 174 keer als ‘Joden’ aangeduid en niet minder dan 75 keer met ‘Israël’.
Aanhangers van bijvoorbeeld de Brits-Israël beweging beweren dat alleen afstammelingen van de stam Juda Joden zijn. Paulus daarentegen noemt zichzelf de ene keer ‘een Jood’ en de andere keer ‘een Israëliet’ (Hand. 21:39; Rom. 11:1; 2 Cor. 11:22; Fil.3:5).
Onze Heere was uit het geslacht van David en wat het vlees betreft uit de stam Juda, ‘een Jood’. Toch staat er dat uit hen (Israëlieten) de Christus is, “Die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid!” (Rom. 9:4, 5). Zo was de gelovige Anna een Jodin in Jeruzalem, maar tegelijk ‘uit de stam Aser’, die behoorde tot het noordelijke tienstammenrijk (Luk. 2:36).

                                         ************************************

De dwaling is groot, vooral als men een  geschiedenis van het volk Israël, die al ver achter ons ligt, willen verplaatsen naar de toekomst.

Es.

 

 

Sep 21 '13 · 0 reacties · Linken: god, israel, israël

door David Baron

Over de 10 stammen van Israël, die in de Assyrische ballingschap terecht kwamen, doen heel wat theorieën de ronde. Ze worden aangeduid als ‘de verloren 10 stammen’, maar hoe verloren zijn ze eigenlijk en maakt het Nieuwe Testament onderscheid tussen de begrippen ‘Joden’, als aanduiding voor de twee stammen en ‘Israël’ als aanduiding voor de tien stammen? Een studie in twee afleveringen van de bekende Joodse bijbelleraar David Baron (1857-1926).
 Een apart koninkrijk

In 975 v. Chr. werd onder koning Jerobeam een apart koninkrijk, bestaande uit tien van de twaalf stammen, opgericht. Haar 250-jarige bestaansgeschiedenis is, op incidentele oplevingen na, een lange, trieste opsomming van onrechtmatige machtsovernames, anarchie en geloofsafval. Na veel waarschuwingen en oordelen wordt het tienstammenrijk uiteindelijk in 721 v. Chr. omvergeworpen. De hoofdstad Samaria wordt verwoest en een deel van de bevolking wordt weggevoerd door de Assyriërs en gedwongen te gaan wonen in “Chalach, aan de Chabor, de rivier van Gozan en in de steden der Meden” (2 Kon. 17:6 en 1 Kron. 5:26). We zetten een aantal feiten op een rij.

1. Na de scheuring bestond het koninkrijk van Juda niet alleen uit Juda en Benjamin, maar ook uit Levieten die trouw waren gebleven aan het huis van David en aan het godsdienstige centrum in Jeruzalem. Zelfs de Levieten die in de noordelijke delen van het land woonden, lieten alles achter om naar Jeruzalem te komen zoals we kunnen lezen in 2 Kronieken 11:14: “Rechabeam woonde te Jeruzalem, en hij bouwde in Juda vestingsteden … de priesters en de Levieten echter uit geheel Israël voegden zich uit hun gehele gebied bij hem, want de Levieten verlieten hun weidegronden en hun bezittingen en gingen naar Juda en Jeruzalem, omdat Jerobeam en zijn zonen het hun onmogelijk maakten voor de Here het priesterambt te bekleden”.

2. Behalve Juda, Benjamin en Levi waren er ook velen uit het tienstammenrijk, die trouw bleven aan de Heere en aan de enige plek die Hij voor aanbidding op aarde had aangewezen . Onmiddellijk na de opstand kunnen we lezen dat er “na hen” (d.w.z. naar het voorbeeld van de Levieten) “uit al de stammen van Israël, zij die hun hart erop gezet hadden de HERE, de God van Israël, te zoeken, te Jeruzalem zijn gekomen, om aan de HERE, de God hunner vaderen, te offeren. Zij versterkten het koninkrijk Juda” (2 Kron. 11:16, 17)NBG.
Gedurende de hele periode van het koninkrijk van Israël hebben gelovige Israëlieten uit de tien stammen zich afgescheiden en aangesloten bij ‘Juda’. Dit was voornamelijk het geval tijdens perioden van nationale opleving in het zuidelijk koninkrijk en tijdens de regeringen van koningen die de Heere vreesden en zochten (zie 2 Kron. 15:9-15).

3. Zoals we al zagen, vond de uiteindelijke omverwerping van het noordelijk koninkrijk plaats in 721 v. Chr. Wanneer we lezen dat ‘de koning van Assur Samaria innam en Israël in ballingschap voerde naar Assur’, moeten we bedenken dat hij niet het hele volk met zich meevoerde, maar vooral de notabelen en invloedrijken van de natie. Ongetwijfeld bleven velen in het land achter, zoals ook later het geval was na de omverwerping van het zuidelijk koninkrijk door de Babyloniërs (zie 2 Kon. 25:12). Als historisch bewijs hiervoor geldt, dat zo’n 100 jaar na de val van Samaria, tijdens de regering van koning Josia, een gedeelte van Manasse en Efraïm en ‘een overblijfsel vanuit geheel Israël’ zich in het land bevinden en bijdragen aan de inzameling door de Levieten voor de wederopbouw van de Tempel. Ook vierden zij het Pascha mee tijdens het 18e jaar van de regering van deze veelbelovende, jonge koning (2 Kron. 35:18). Tegen deze achtergrond moeten we het zuidelijk koninkrijk van ‘Juda’ zien wanneer ook zij het punt bereiken dat er, vanwege hun afgoderij en geloofsafval van de levende God, geen herstel meer mogelijk is (2 Kron. 36:16). Het zuidelijk koninkrijk bestaat op dat moment dus uit Juda, Benjamin, Levi en ‘een overblijfsel’ uit de andere tien stammen van Israël. Jeruzalem wordt uiteindelijk in 588 voor Christus door Nebukadnezar ingenomen, slechts 133 jaar na de verovering van Samaria door de Assyriërs.                                                                                                                                                              Ondertussen wordt het Assyrische Rijk opgevolgd door het Babylonische Rijk. Babel, dat bij tijden reeds als hoofdstad van het koninkrijk fungeerde, nam de plaats in van Ninevé. Toch was de regio waar Nebukadnezar nu over regeerde dezelfde als waarover Salmanezer en Sargon regeerden, zij het met een iets uitgebreider territorium (zie 2 Kon. 23:29, waar de koning van Babel de koning van Assur wordt genoemd).

De stammen tijdens de ballingschap weer bijeen

De exacte verblijfplaats van de ballingen uit het zuidelijke koninkrijk wordt niet genoemd. De Schrift verklaart dat de drie verschillende groepen van ballingen door Nebukadnezar worden meegenomen ‘naar Babel’. De eerste groep tijdens de regering van Jojakim in 606 v. Chr., de tweede tijdens de regering van Joachin in 599 voor Christus en de derde groep bij de uiteindelijke omverwerping van Jeruzalem tijdens de regering van koning Zedekia in 588 v. Chr. (zie 2 Kon. 24 en 25; Dan. 1).                                                                                         Babel staat niet alleen voor de stad Babel, maar ook voor het hele land waartoe de grondgebieden van het Assyrische Rijk behoorden alsmede de koloniën van ballingen, die vanuit het noordelijk koninkrijk van ‘Israël’ kwamen. Zo zien we bijvoorbeeld Ezechiël, als één van de 10.000 ballingen, die door Nebukadnezar tezamen met Joachin was meegenomen, bij de rivier Chabor in Gozan. Dat is één van de gebieden waar de ballingen van de tien stammen meer dan een eeuw geleden door de Assyriërs waren gebracht. Met de gevangenneming kwam er een einde aan de verdeeldheid en rivaliteit tussen ‘Juda’ en ‘Israël’. Leden van alle stammen zagen gezamenlijk uit naar het beloofde nationale herstel onder het huis van David en met Sion als geestelijk centrum. Joël, Amos, Hosea en de andere profeten tot aan de val van Samaria hadden hen die hoop voorgehouden.                       Die lotsverbondenheid en hoop bevorderde de eenheid onder het volk. De Geschriften van Jeremia, Ezechiël en Daniël, die profeteerden tijdens de ballingschap, geven ons een indruk van de gezamenlijke hoop die onder de leden van de twee koninkrijken leefde. De meest treffende profetie hierover vinden we in Ezechiël 37:15-28.

De gezamenlijke terugkeer naar het land

Sinds de eerste groep ballingen in het jaar 606 v.Chr. door Nebukadnezar naar Babylon waren weggevoerd, waren er precies 70 jaren verlopen. We lezen in Ezra 1:1-3: “In het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië, wekte de HERE … de geest van Kores, de koning van Perzië, op, om door zijn gehele koninkrijk (!), ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan: Zo zegt Kores, de koning van Perzië: alle koninkrijken der aarde heeft de HERE, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort (!) - zijn God zij met hem, hij trekke op naar Jeruzalem, in Juda, en bouwe het huis van de HERE, de God van Israël, dat is de God, die in Jeruzalem woont”NBG.
                                                                                                                                                              Deze bekendmaking had betrekking op het gehele volk in het gehele koninkrijk. Het decreet werd uitgevaardigd in het jaar 536 v. Chr, twee jaar na de verovering van Babel door Kores. Dit ‘gehele koninkrijk’ omvatte ruimschoots het gebied waarover Nebukadnezar en zijn opvolgers regeerden. Het koninkrijk van Babel was trouwens identiek aan dat van Assur, waar het tienstammenrijk naar was afgevoerd. Kores en Darius I worden bijvoorbeeld onafhankelijk van elkaar aangeduid met de titels ‘Koning van Perzië’ (Ezra 4:5), ‘Koning van Babel’ (Ezra 5:13) en ‘Koning van Assur’ (Ezra 6:22).
De oproep van Kores bracht een karavaan naar het beloofde land op de been van: “tweeënveertigduizend driehonderd zestig, behalve hun knechten en hun maagden, die waren zevenduizend driehonderd zevenendertig, en zij hadden tweehonderd zangers en zangeressen” (Ezra 2:64, 65).                                                                                                                                                    Onder leiding van Zerubbabel (afstammeling uit het koningshuis van David), gingen zij van Babel op weg naar Jeruzalem. De leiders van de teruggekeerde ballingen waren “de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, en de priesters en de Levieten”.                                                                            Maar onder hun leiding reisden ook ballingen uit de andere stammen, nl. “een ieder, wiens geest God verwekte, dat zij optrokken om te bouwen het huis des HEEREN, die te Jeruzalem woont” (Ezra 1:6). Ze werden alleen niet langer genoemd naar de stam waartoe zij behoorden, maar naar hun families en naar hun steden waar zij ooit gewoond hadden. Het is daardoor moeilijk vast te stellen hoeveel er tot Juda en hoeveel er tot Israël behoorden. Maar dat er zich in het gezelschap velen uit het noordelijke rijk bevonden, is duidelijk. Zo wordt er gesproken over 223 mannen van Bethel en Ai (Ezra 2:28). Bethel was het centrum van aanbidding van oude heidense goden ingesteld door Jerobeam. Hoewel Bethel op de grens van Benjamin lag, behoorde het tot Efraïm.

Tweede terugkeer

Naar aanleiding van het besluit van Artaxerxes Longimanus in het jaar 458 v. Chr. komt Ezra met nog een groep uit Babel. Een gedeelte van dit koninklijke besluit luidt: “Door mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israël, en van zijn priesters en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga”. Gevolg: “Deze Ezra trok op uit Babel ... ook sommigen van de kinderen Israëls, en van de priesters en de Levieten en de zangers, en de poortwachters, en de Nethinim (tempelhorigen), trokken op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van de koning Arthahsasta1” (Ezra 7:7). Deze groep bestond uit ongeveer 1800 families, de priesters, de Levieten en de tempelhorigen niet meegerekend. Het waren ‘de kinderen Israëls’ ongeacht uit welke stam. Zij kwamen uit alle delen van het Assyrische of Babylonische rijk dat inmiddels terecht was gekomen onder de heerschappij van de Meden en Perzen.
Het volk in Israël groeide en groeide tot de tijd van de Maccabeeën, zo’n 150 jaar later.                                                                                                                                                               Nog eens 150 jaar later, bevinden we ons in de tijd van de HEERE Jezus en is de Joodse populatie in Palestina uitgegroeid tot enkele miljoenen. Vanaf het verval van het Perzische rijk, horen we weinig over de Israëlitische ballingschap in het oude Assur of Babel. Door de verovering van Alexander de Grote kwamen de streken van Babylonië en Media dichterbij. Er werd zelfs een hoofdweg gebaand tussen het oosten en het westen. Vanaf die tijd ontstonden nederzettingen van Joden in Klein-Azië, Cyprus, Kreta en aan de kusten en op de eilanden van de Egeïsche Zee, in Macedonië en in andere delen van Zuid-Europa, in Egypte en in de gehele noordelijke kust van Afrika. Zelfs vonden zij hun weg verder oostwaarts tot in India en China aan toe. Zonder enige twijfel werden veel van deze nederzettingen in de diaspora gevormd door degenen die nooit uit de ballingschap naar het land der vaderen waren teruggekeerd. Dat zij echter tot alle twaalf stammen behoorden, blijkt wel o.a. uit het feit dat Jacobus zijn brief richt aan de twaalf stammen die in de verstrooiing (letterlijk ‘diaspora’ red.) zijn (Jac. 1:1). Twaalf stammen en dus geen verloren stammen!

 

Sep 21 '13 · 0 reacties · Linken: bijbel, god, israel
Licht keert nooit terug.

 

Er zijn van die dingen in het leven die indruk blijven maken, hoe vaak je er ook naar kijkt. Als ik bijvoorbeeld zo nu en dan 's nachts mijn blik weer naar boven richt en in verwondering die donkere peilloze diepte inkijk die wij “het heelal” plegen te noemen blijft het me verbazen dat, ondanks de vele lichtbronnen die zich in het, ons bekende, heelal bevinden die peilloze diepte grotendeels een inktzwart niets is. Wat we wel zien zijn de vele lichtbronnen die licht uitstralen en de hemellichamen die dat licht reflecteren. Daartussen bevindt zich slechts duisternis. Deze zelfde natuurwet kunnen we ook in werking zien wanneer we een film bekijken die door een projector op een scherm wordt geprojecteerd. Het licht dat de projectorlamp uitstraalt zien we alleen in de projectorlamp achter ons en op het scherm voor ons. Wat daartussen soms wel te zien is, is het stof dat in de lucht zweeft en daardoor het projectorlicht weerkaatst. In dit geval wordt het licht onbedoeld gereflecteerd door het stof. Zou de projectieruimte echter volkomen stofvrij (of luchtledig) zijn dan is de lichtstraal tussen projectorlamp en scherm slechts duisternis en vindt er in de ruimte tussen lamp en scherm geen terugkaatsing plaats. Het uitgestraalde licht is dan tussen de lichtbron en het lichtontvangende voorwerp niet zichtbaar, ook al is het er wel degelijk.
Licht heeft als eigenschap dat het zich in het luchtledige rechtlijnig voortbeweegt en nooit uit zichzelf van richting zal veranderen. En dus ook nooit terug zal keren naar de lichtbron. Alleen wanneer het uitgestraalde licht een voorwerp (bijv. een hemellichaam) op zijn weg vindt zal het licht worden gereflecteerd. Zolang het licht niets op zijn weg vindt en er dus ook niets wordt verlicht én er als gevolg daarvan geen reflectie plaatsvindt is het resultaat slechts duisternis.

Deze natuurwet overpeinzende zag ik opeens de overeenkomst met de geestelijke werkelijkheid. In de geestelijke wereld is er slechts één lichtbron en dat is God en daarmee doel ik op zowel de Vader als op de Zoon die de Vader vertegenwoordigt. Jezus liet ons over Zichzelf namelijk weten in Joh. 8:12: “Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben”. De apostel Johannes schreef over Jezus in Joh. 1:9: “Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld”, terwijl ver daarvoor de profeet Jesaja al over de komst van de Messias profeteerde: “Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht” (Jesaja 9:2).

Wie niet meer in de geestelijke duisternis wandelt wordt verlicht door het Licht der wereld. Het licht dat van God uitgaat is Zijn liefde en die liefde bestraalt ons. De overeenkomst met het natuurlijke licht is nu dat Gods licht, Zijn liefde, nooit naar Hem terugkeert. In 1 Cor. 13:5 schreef Paulus over de liefde namelijk: “....zij zoekt zichzelf niet.....” Gods liefde (die zichzelf niet zoekt) is altijd op de ander gericht. Zij gaat van God uit en keert nooit terug. Tenzij.... Zijn liefde een mens op zijn weg vindt en vervolgens wordt teruggekaatst naar de hemelse Lichtbron: God zelf. Liefde die niet terugkeert omdat ze niet wordt teruggekaatst is verspilde liefde die voorgoed in het eindeloze niets verdwijnt. Omdat dit beslist niet is wat God wil zien gebeuren schiep Hij ons. Johannes schreef hier al over met de woorden: “het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht”. Wat God van de mens verwacht is (samengevat) dan ook niets anders dan dat de mens Zijn liefde reflecteert en dus terugkaatst naar de Schepper. Er zijn veel mensen die dat zeer bewust niet doen. Die mensen blijven daarom onzichtbaar voor God want waar Zijn liefde niet teruggekaatst wordt ziet Hij slechts een (geestelijke) inktzwarte duisternis. Een zelfde inktzwarte duisternis zoals we die in het eindeloze heelal op die plaatsen aantreffen waar al het aanwezige licht voorgoed in de eindeloze verte verdwijnt en nooit terugkeert. Natuurlijk zijn het bestaan en de daden van deze in duisternis levende mensen niet voor God verborgen want Hij is als hemelse Rechter van alles op de hoogte. Toch zijn ze voor God “onzichtbaar” omdat Hij niets van Zichzelf in hen terugvindt.

Here, Here, hebben wij niet in uw naam....

Onder deze in de duisternis levende mensen zijn er zelfs die als verdediging voor hun goddeloosheid menen te kunnen aanvoeren wat Jezus verwoordde in Matth. 7:22-23: “Velen(!!) zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid”. Jezus antwoordt hen hier zelfs dat Hij hen nooit heeft gekend. Waarom? Omdat ze onzichtbaar voor Hem zijn gebleven doordat Zijn liefde (die ieder mens verlicht) nooit door hen teruggekaatst werd. Anders gezegd: Zijn liefde werd door deze huichelaars nooit beantwoord.

Binnen het christendom bevinden zich nogal wat van dergelijke toneelspelers, die in de ogen van veel mensen doorgaan voor “mannen Gods”. Hun zorgvuldig opgebouwde reputatie kunnen ze overeind houden omdat massa's (met geestelijke blindheid geslagen) kinderen Gods domweg niet in staat zijn om hun huichelachtigheid vanuit de bijbel aan te tonen. De realiteit is echter dat voor deze, aan het evangelie ongehoorzame, schijnapostelen geldt wat Jezus over hen zei in Joh. 3:19: “Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos”. Konden deze dienaren van de duisternis tijdens hun leven nog hun schijnheiligheid overeind houden, zodra ze tegenover de hemelse Rechter komen te staan wordt dat een compleet ander verhaal. Dat lazen we al in Matth. 7:22-23.
Deze wolven in schapenvacht hebben dan ook absoluut niet in Jezus' Naam gehandeld maar in naam van hun opdrachtgever: de satan. Het resultaat van hun vergeefse uitvluchten bracht Jezus onder woorden in Matth. 8:11-12: “Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaäk en Jacob in het Koninkrijk der hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars”. Vanuit de duisternis waar ze (door hun ongehoorzaamheid aan het evangelie) al in leefden zullen ze in de buitenste duisternis terechtkomen en dat zal hun eeuwige bestemming zijn. Een bestemming van waaruit geen terugkeer mogelijk is. Want wie het licht van God, Zijn liefde, niet laat terugkeren naar de Schepper en dus Zijn liefde niet beantwoordt zal uiteindelijk zelf nooit meer terugkeren uit de duisternis die hij/zij heeft liefgehad, met alle ellendige gevolgen van dien.

Aug 19 '13 · 0 reacties · Linken: god, jezus, licht

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen. -- Efeziers 3:20-21
    18 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17
Versleten schoenen Ik heb me vanmorgen... Meer
Siska Jul 9 '16