Loading...

Weblogs van leden

Zoekresultaten per link: "licht"

Een naam vol vreugde: God, Die met ons is,

Die naast je loopt; Hij Die Zich wil ontfermen,

al ga je door een dal vol duisternis,

Hij is erbij: Zijn arm zal je beschermen.

 

Immanuël: een naam vol warmte en licht,

een grote God, Die een klein mens kan wezen,

Die al zijn liefde op ons heeft gericht

om ons geschonden leven te genezen.

 

Immanuël: Hij is ons zeer nabij,

een mens als wij, Die onder ons wil wonen

en Zoon van God. Wie kan er, zoals Hij,

het beeld des Vaders beter aan ons tonen?

 

In Betlehem is ’t englenlied gehoord

dat zong van vrede, vreugde, welbehagen;

en nog weerklinkt dit lied in Jezus’ woord:

‘Vrees niet! Zie ik ben met u, alle dagen!’

 

Nel Benschop




 

Op de grens van licht en duister tussen zorgen en verdriet,

Kwam Hij zonder glans en Luister, met een ster in het verschiet.

Troost en liefde van de Vader, kwamen tot ons in een kind.

 

En geen mens staat ons ooit nader, dan de Zoon door God bemint.

Steeds weer tussen licht en duister, horen mensen groot en klein.

Door de wind het zacht gefluister, ook voor jou zal ik er zijn!



In het  Bijbelsdagboek die ik lees, staat deze week Klaagliederen centraal van Jeremia. Vanmorgen las ik deze mooie overdenking. Gods liefde en trouw word hier zo mooi in beschreven. Laten wij op Hem blijven hopen, ook in de stormen van ons leven, Siska

 

Nochtans

 

De Heere is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.  Klaagliederen 3:24

 

Tot nu toe zongen de klaagzangen alleen maar in mineur. En neerslachtig vraag je je af: Ís er geen enkel straaltje licht?

Onze dagtekst is een venster van hoop. In het donkere huis van ellende, waarin de dichter ronddoolt als in een gevangenis, is er plotseling een venster. Het biedt een hoopvol uitzicht. Het biedt uitzicht op God, die Heere is in onverbrekelijke trouw en genade.

Zelf in het bitterste uur zijn er van die trouw en genade de onmiskenbare tekenen. De dichter is er nog, het volk is er nog. Dat vindt toch alleen maar zijn grond in de goedertierenheden des Heeren.

Ze hadden zich een volslagen vernietiging waardig gemaakt. Toch is die niet gekomen. En de dichter kan alleen maar belijden: ‘Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn’. Door alles heen is de Heere trouw gebleven aan zijn woord, aan zijn verbond. Zo kan de dichter er zelf nog troost in vinden, dat de Heere zijn Deel is. Van Gods kant staat dat immers onomstotelijk vast. En wat is dat groot. Bij de in tocht in Kanaän had iedere stam, uitgezonderd die van Levi, zijn deel gekregen. Daarvan mocht je leven, daarin vond je je bestaan. Nu was dat deel verloren gegaan. De heidenen waren gekomen en hadden stout het erfland in genomen. Het volk was bedreigd tot in haar bestaansvoorwaarden. Hoe kon het nog leven?

Midden in deze onmogelijkheden klinkt de geweldige belijdenis: ‘De Heere is mijn Deel’. Hij zal voor mij, voor ons zorgen. We vinden onze bestaansgrond in Hem. We mogen van Hem leven. Hij is oneindig veel meer dan enig stuk land. Daarom hopen wij op Hem.

Als u er soms geen gat meer in inziet. Het liep allemaal zo anders. U verloor zoveel van wat u zekerheid en rust gaf. U denkt misschien wel alles kwijt te zijn. We mogen wijzen op de Heere. Hij wil ons Deel zijn. Onze enige Troost in leven en in sterven. Christus had tenslotte geen deel  meer over. Alles gaf Hij eraan. Zelfs zijn deel in God. Zo hing Hij arm en berooid aan het kruis. Daar is God het erfdeel geworden voor allen die Hem verwachten.

 

Lezen: Klaagl. 3:21-32

Zingen: Ps.42:5

 

Bron: Gods weg met de mensen.

           Drs. M. van Campen

 

 

Licht keert nooit terug.

 

Er zijn van die dingen in het leven die indruk blijven maken, hoe vaak je er ook naar kijkt. Als ik bijvoorbeeld zo nu en dan 's nachts mijn blik weer naar boven richt en in verwondering die donkere peilloze diepte inkijk die wij “het heelal” plegen te noemen blijft het me verbazen dat, ondanks de vele lichtbronnen die zich in het, ons bekende, heelal bevinden die peilloze diepte grotendeels een inktzwart niets is. Wat we wel zien zijn de vele lichtbronnen die licht uitstralen en de hemellichamen die dat licht reflecteren. Daartussen bevindt zich slechts duisternis. Deze zelfde natuurwet kunnen we ook in werking zien wanneer we een film bekijken die door een projector op een scherm wordt geprojecteerd. Het licht dat de projectorlamp uitstraalt zien we alleen in de projectorlamp achter ons en op het scherm voor ons. Wat daartussen soms wel te zien is, is het stof dat in de lucht zweeft en daardoor het projectorlicht weerkaatst. In dit geval wordt het licht onbedoeld gereflecteerd door het stof. Zou de projectieruimte echter volkomen stofvrij (of luchtledig) zijn dan is de lichtstraal tussen projectorlamp en scherm slechts duisternis en vindt er in de ruimte tussen lamp en scherm geen terugkaatsing plaats. Het uitgestraalde licht is dan tussen de lichtbron en het lichtontvangende voorwerp niet zichtbaar, ook al is het er wel degelijk.
Licht heeft als eigenschap dat het zich in het luchtledige rechtlijnig voortbeweegt en nooit uit zichzelf van richting zal veranderen. En dus ook nooit terug zal keren naar de lichtbron. Alleen wanneer het uitgestraalde licht een voorwerp (bijv. een hemellichaam) op zijn weg vindt zal het licht worden gereflecteerd. Zolang het licht niets op zijn weg vindt en er dus ook niets wordt verlicht én er als gevolg daarvan geen reflectie plaatsvindt is het resultaat slechts duisternis.

Deze natuurwet overpeinzende zag ik opeens de overeenkomst met de geestelijke werkelijkheid. In de geestelijke wereld is er slechts één lichtbron en dat is God en daarmee doel ik op zowel de Vader als op de Zoon die de Vader vertegenwoordigt. Jezus liet ons over Zichzelf namelijk weten in Joh. 8:12: “Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben”. De apostel Johannes schreef over Jezus in Joh. 1:9: “Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld”, terwijl ver daarvoor de profeet Jesaja al over de komst van de Messias profeteerde: “Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht” (Jesaja 9:2).

Wie niet meer in de geestelijke duisternis wandelt wordt verlicht door het Licht der wereld. Het licht dat van God uitgaat is Zijn liefde en die liefde bestraalt ons. De overeenkomst met het natuurlijke licht is nu dat Gods licht, Zijn liefde, nooit naar Hem terugkeert. In 1 Cor. 13:5 schreef Paulus over de liefde namelijk: “....zij zoekt zichzelf niet.....” Gods liefde (die zichzelf niet zoekt) is altijd op de ander gericht. Zij gaat van God uit en keert nooit terug. Tenzij.... Zijn liefde een mens op zijn weg vindt en vervolgens wordt teruggekaatst naar de hemelse Lichtbron: God zelf. Liefde die niet terugkeert omdat ze niet wordt teruggekaatst is verspilde liefde die voorgoed in het eindeloze niets verdwijnt. Omdat dit beslist niet is wat God wil zien gebeuren schiep Hij ons. Johannes schreef hier al over met de woorden: “het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht”. Wat God van de mens verwacht is (samengevat) dan ook niets anders dan dat de mens Zijn liefde reflecteert en dus terugkaatst naar de Schepper. Er zijn veel mensen die dat zeer bewust niet doen. Die mensen blijven daarom onzichtbaar voor God want waar Zijn liefde niet teruggekaatst wordt ziet Hij slechts een (geestelijke) inktzwarte duisternis. Een zelfde inktzwarte duisternis zoals we die in het eindeloze heelal op die plaatsen aantreffen waar al het aanwezige licht voorgoed in de eindeloze verte verdwijnt en nooit terugkeert. Natuurlijk zijn het bestaan en de daden van deze in duisternis levende mensen niet voor God verborgen want Hij is als hemelse Rechter van alles op de hoogte. Toch zijn ze voor God “onzichtbaar” omdat Hij niets van Zichzelf in hen terugvindt.

Here, Here, hebben wij niet in uw naam....

Onder deze in de duisternis levende mensen zijn er zelfs die als verdediging voor hun goddeloosheid menen te kunnen aanvoeren wat Jezus verwoordde in Matth. 7:22-23: “Velen(!!) zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid”. Jezus antwoordt hen hier zelfs dat Hij hen nooit heeft gekend. Waarom? Omdat ze onzichtbaar voor Hem zijn gebleven doordat Zijn liefde (die ieder mens verlicht) nooit door hen teruggekaatst werd. Anders gezegd: Zijn liefde werd door deze huichelaars nooit beantwoord.

Binnen het christendom bevinden zich nogal wat van dergelijke toneelspelers, die in de ogen van veel mensen doorgaan voor “mannen Gods”. Hun zorgvuldig opgebouwde reputatie kunnen ze overeind houden omdat massa's (met geestelijke blindheid geslagen) kinderen Gods domweg niet in staat zijn om hun huichelachtigheid vanuit de bijbel aan te tonen. De realiteit is echter dat voor deze, aan het evangelie ongehoorzame, schijnapostelen geldt wat Jezus over hen zei in Joh. 3:19: “Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos”. Konden deze dienaren van de duisternis tijdens hun leven nog hun schijnheiligheid overeind houden, zodra ze tegenover de hemelse Rechter komen te staan wordt dat een compleet ander verhaal. Dat lazen we al in Matth. 7:22-23.
Deze wolven in schapenvacht hebben dan ook absoluut niet in Jezus' Naam gehandeld maar in naam van hun opdrachtgever: de satan. Het resultaat van hun vergeefse uitvluchten bracht Jezus onder woorden in Matth. 8:11-12: “Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaäk en Jacob in het Koninkrijk der hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars”. Vanuit de duisternis waar ze (door hun ongehoorzaamheid aan het evangelie) al in leefden zullen ze in de buitenste duisternis terechtkomen en dat zal hun eeuwige bestemming zijn. Een bestemming van waaruit geen terugkeer mogelijk is. Want wie het licht van God, Zijn liefde, niet laat terugkeren naar de Schepper en dus Zijn liefde niet beantwoordt zal uiteindelijk zelf nooit meer terugkeren uit de duisternis die hij/zij heeft liefgehad, met alle ellendige gevolgen van dien.

DeHoeksteen Aug 19 '13 · Linken: god, jezus, licht, liefde

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God: het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen, ononderbroken. En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept. -- Hebreeen 13:15-16
    12 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17