Loading...

Weblogs van leden

Zoekresultaten per link: "leven"

Waarschijnlijk weten we allemaal wel, dat destijds op die gedenkwaardige Pinksterdag in Jeruzalem de Heilige Geest werd uitgestort. De kerk ontstaat dan, zou je kunnen zeggen.

Er heerst een enorm enthousiasme! Duizenden(!) komen tot diep persoonlijk geloof, laten zich daarom dopen en worden ook vervuld met de Heilige Geest!

En dan begint de zegentocht van het Evangelie over de wereld.

Wonderen en tekenen volgen de verkondiging van de Blijde Boodschap Oók strijd is er en tegenstand, maar tóch, niet te stuiten is de stroom van levend water over een wereld, die dorst naar werkelijke vrede. Wij kunnen daarover lezen in het boek Handelingen, dat een enthousiast verslag geeft van die eerste periode, toen. Ik vraag mij wel eens af, wanneer ik de handelingen van de kerk nú lees, zowel de berichten van de hoogste organen, maar ook die van vele gemeenten, waar dat geweldige enthousiasme gebleven is: die blijde verwondering over de grote daden Gods; dat getuigen van de levende Heer, dat verlangen naar een machtige opwekking, ook in onze dagen. Werkt de Heilige Geest dan niet meer in deze tijd?

Dát kán ik niet geloven:

Wanneer ik naast al die kerkelijke berichten ook eens een blad lees, waarin verslagen staan van bijvoorbeeld het zendingsveld, dan treft mij toch wel het grote verschil: Dáár vind ik een sfeer van grote blijdschap en opgewektheid; de toekomst is doorzichtig, want wij hebben een lévende Heer, die ons heel persoonlijk kent en óók wil helpen. Ik lees er over genezing en bevrijding uit de macht van het kwade, van bekering en vervulling met de Heilige Geest. Het is alsof het boek Handelingen niet geëindigd is bij hoofdstuk 28 …….

Nu kunnen wij daar als moderne christenen wel een beetje over glimlachen, want is dat niet té eenvoudig, té kinderlijk geloof van waaruit deze mensen leven?

Ik vraag mij af of wij ons daar zo makkelijk van af mogen maken. Zij getuigen van de grote dingen, die God in hun leven heeft gedaan! En kijk, het goede nieuws, dat wij de moeite van het vermelden waard vinden, bestaat vaak alleen maar uit een berichtje over de opbrengst van de collecten, een bijzondere dienst, die we meemaakten en wat dies meer zij. Zou er in ónze gemeente, bij ónze omgang met dezelfde God niets voorvallen, dat méér Zijn liefde kan illustreren?

En zou zoiets dan niet zéker verteld moeten worden?

Als onze lippen eens een werkelijke loflied zou weerklinken over de grote daden Gods in ons leven, zou dat niet méér inslaan en schokkender zijn dan welk ander nieuws dan ook?

En vooral, zou het niet eerlijker zijn tegenover God?

Of …. Gebeurt er nooit iets..?

Doet God geen wonderen meer in deze sceptische wereld?

 

Ik vergeet nooit weer het verhaal van een predikant, die pas bij zijn afscheidsdienst durfde getuigen van genezing, die hij als jonge man persoonlijk mocht ervaren. Eerder had hij er niet over durven praten, omdat hij bang was voor weerstanden in de gemeente. Hij beleed dat toen als schuld. En térecht naar mijn mening, want ik geloof, dat een éérder getuigenis veel mensen zou hebben bemoedigd en dat het de gemeente tot grote zegen zou zijn geweest!

Ik zou daarom voor willen pleiten, dat wij niet alleen in ons leven grote dingen van de levende God gaan verwachte, maar daar ook van durven getuigen, heel openlijk, wanneer wij ze meemaken, opdat duidelijk zal worden, dat óók in déze tijd Gods Heilige Geest nog krachtig werkt en dat Pinksteren nog steeds een realiteit is.

 

Ds. E. Beekman




Gedachten over de hemel

Er is veel in mijn christelijke geloof dat ik niet volledig begrijp. Maar toch begrijp ik genoeg om mij een liefdevol mens te maken, een mens vol vertrouwen en rust. Wat voor mij nog een raadsel blijft, is het menselijk lijden. Maar ook hier heb ik de genade ontvangen om mijn vragen in Gods handen te leggen. Heeft God zelf tenslotte niet intens geleden? Wie had er in de tijd van Jezus verwacht dat Hij op zo’n wrede manier aan het houten kruis zou eindigen, maar dat Hij juist daardoor de deur naar God en de hemel voor ons opende? Wie kon toen weten, op het moment dat Hij vlak voor Zijn dood naar Zijn Vader uitschreeuwde, dat Zijn wanhoop de voorloper was van onze eeuwige redding? -Christina Rosetti

 

***

 

Als je je soms eenzaam voelt, denk dan eens aan al die vrienden die je nog gaat krijgen in de eeuwigheid. Denk aan die hemelse dimensie die gaat komen na onze aardse leerschool. Daar waar je met Jezus en Zijn ontelbare kinderen zult leven in het licht, met een nieuw en onverwoestbaar lichaam. Denk eens aan al die mensen die je daar zult ontmoeten! Kun je je de vreugde voorstellen van een vriendschap die nooit zal verkillen? De blijdschap die de diepe gemeenschap met anderen, die we vandaag nog niet eens ontmoet hebben, met zich meebrengt? Kunnen we die korte tijd waarin we hier op aarde met eenzaamheid geconfronteerd worden niet verdragen, in de wetenschap dat God ons aan het voorbereiden is op de eeuwigheid? Richt je tot God. Hij kent je hart. Zoek Zijn aangezicht op momenten van diepe eenzaamheid en vind troost en gemeenschap in de aanwezigheid van de Vader, zoals ook Jezus zelf daar Zijn kracht vond in het uur van Zijn nood. -Henry van Dyke.

 

***

 

De sterren die uit lijken te doven als de eerste morgenstralen het landschap verlichten, sterven toch niet af in het duister van de nacht omdat wij ze niet meer zien? Nu straalt hun licht elders en op iemand anders. Er zitten twee kanten aan het sterven; de aardse kant en dan is er de hemelse kant. Hier op aarde zullen de gesloten lippen nooit meer spreken, maar daar, in de hemel, breken diezelfde lippen uit in een lied dat nooit meer zal ophouden. Hier op aarde zullen de zachte voeten niet langer rondlopen, maar daar, in de hemel zullen diezelfde voeten de eeuwigheid doorkruisen.

 

 

Hier wringen we onze handen en staan de tranen in onze ogen terwijl wij het verlies proberen te verwerken als een geliefde is heengegaan. In de hemel is er gejuich en geklap. Geliefden zijn weer verenigd. De aardse kant is maar zo’n klein deel van het leven. Probeer alles te zien in het grotere en geestelijke perspectief. Vergeet nooit de hemelse kant.

 

***

 

Barmhartig is de God die in elke omstandigheid troost. (2 Korinthe 1:3 Het Boek) De God die ons in elke omstandigheid troost? Wat een prachtige uitspraak. Wat een belofte! ‘In elke omstandigheid’ betekent echt ‘in elke omstandigheid’. Er zijn geen uitzonderingen. Maar als wij die troost willen moeten we besluiten om Gods woord ook daadwerkelijk te geloven. Wij moeten er voor kiezen om de woorden van angst en twijfel die ons worden toegefluisterd te verwerpen.‘Mijn gezicht zo onbewogen als een rots.’ (Jesaja 50:7) Je weigert je over te geven aan twijfel en ontmoediging. God heeft het gezegd. Het is waar. Mijn geloof rust in het woord van een God die niet liegt en mij het eeuwige leven geschonken heeft. -Hannah Withall Smith

 

***

 

Dr. J. R. Miller beschrijft een ontmoeting die hij had met een ouderpaar toen hij met hen aan het bed van hun doodzieke zoontje zat. “Ik praatte met hen over Gods liefde en Zijn wil voor ons en voordat ik voor hen wilde bidden vroeg ik hen: ‘Wat wilt u dat ik God vraag om voor jullie te doen?’ Het was even stil en toen sprak de vader diep geëmotioneerd: ‘Dat durf ik niet te zeggen. Ik wil het liever in Gods handen leggen. Alleen God weet waarlijk wat het beste is voor mijn zoontje en voor ons. Misschien is het beter dat ons kind de winter van dit aardse bestaan nog niet verlaat, maar misschien ook roept God hem naar de eeuwige hemelse lente en geeft Hij hem de kroon zonder het lijden. Wij hebben alles gedaan in ons aardse vermogen. Nu is het woord aan God zelf. Vraag aan God voor ons of wij Hem mogen vertrouwen in Zijn grote wijsheid en Hij ons daar de kracht voor mag geven.

 

***

 

“Hoop? Waarop moet ik hopen?” sprak de ontredderde vrouw verslagen. Haar man was recentelijk overleden en haar pijn was ondraaglijk. Waar was de hoop? In de Schrift staat geschreven: “Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.” (1 Tessalonicenzen 4:14) De gezichten waar wij zo naar verlangen zullen ons weer toelachen. De stemmen van hen die ons zo dierbaar zijn zullen weer als muziek in onze oren klinken. Onze geliefden van weleer zullen weer bij ons zijn in ons hemels verblijf. Daar ligt de hoop en het vertrouwen.

 

Bron:actiefonline

De Heer is mijn herder

 

Wie kent deze Bijbelpassage nu niet? En toch is het heel verfrissend weer eens stil te staan bij deze machtige woorden en de diepe weldadige betekenis van deze psalm goed tot ons te laten doordringen. Het woord ‘herder’ behoeft natuurlijk nauwelijks enige uitleg. Iedereen weet wat een herder is, maar als wij er voor het gemak even het woordenboek op naslaan krijgen we inspirerende woorden te zien als: “Hoeder, beschermer, bewaker, leidsman.” Alles wat onze Heer is.

 

Soms kennen we een Bijbelpassage zo goed dat we die bijna achterstevoren kunnen opzeggen. Bijbelverzen die we haast kunnen dromen. Johannes 3:16 is er ook zo een. En juist doordat wij die verzen zo goed kennen bestaat het gevaar dat de diepe betekenis ons nauwelijks meer raakt en de ware levende, geestelijke kracht die in zo’n passage verborgen ligt niet echt tot ons doordringt.

 

Jezus zei: “Alles wat Ik u gezegd heb, is Geest en leven.” Om de ware kracht uit een Bijbelpassage in ons op te nemen en zo profijt te kunnen trekken van het levengevende water wordt van ons wat discipline gevraagd. Alleen door stil en diep over Gods Woord na te denken dringt de overweldigende waarheid van de uitspraak onze soms wat verharde harten binnen.

 

Zo geldt dat ook voor de woorden van Psalm 23. Stel je dat toch eens voor; de Heer, de schepper van hemel en aarde, Hij die alles in Zijn hand houdt, die de diepste uithoeken van het universum kent en niet door tijd wordt beïnvloed, is de herder van jou en van mij.

 

Door Zijn Zoon Jezus Christus heeft God zich voor eeuwig aan ons verbonden. Jezus, terwijl Hij de koning was, heeft er voor gekozen herder te zijn, en zich dagelijks bezig te houden met obstinate en vaak oerdomme schapen.

 

 

Als Jezus nu eens letterlijk naast ons zou lopen, onze hand zou vast houden en alles wat ons bezighoudt zachtmoedig en teder met ons zou doorspreken, waar zou onze angst dan nog zijn? Zorgen over morgen, twijfel over ons eigen kunnen, verdriet over gisteren? Die zouden toch zeker geen enkele kans meer hebben? Natuurlijk niet. Jezus is er toch?

 

Door de rust en het Godsvertrouwen die Jezus uitstraalt zouden wij slechts vreugde ervaren, opwinding en vertrouwen. De lach zou niet van ons gezicht zijn te slaan, want de Herder loopt naast ons. Dan zouden wij onze vermoeide hoofden keer op keer weer op de borst leggen van Hem die ons hart kent en begaan is met onze pijn. Maar Jezus loopt naast ons. Hij houdt onze hand wel degelijk vast, en Hij is precies zo’n herder.

 

“Wat een onzin,” zegt de wereld, die kortstondig en smakelijk lacht om zoveel onnozel, kinderlijk geloof, waarna hij hoofdschuddend verder trekt op zijn eenzame tocht door het duister. “Zo eenvoudig kan het toch niet zijn?” vraagt ook onze twijfel zich soms vertwijfeld af.

 

Maar waar de wereld doorploegt in de hoop, de hartverscheurende ellende van een leven zonder eeuwige hoop zelf op te lossen, wil Jezus niets liever dan ons laten zien wat voor een geweldige Herder Hij is. “Houd moed,” zei Hij. “Ik heb de wereld overwonnen. Ik ben de goede herder, die Zijn leven neerlegt voor het welzijn van de schapen.”

 

Wereldse herders kunnen dat niet. Als puntje bij paaltje komt, besluiten die telkens weer dat het beter is om de schapen neer te leggen voor de herder. Maar de goede herder is er wel. Durf te geloven dat Jezus werkelijk die herder is die Hij zegt te zijn. Neem de tijd voor een gesprek met Hem en luister stil naar Zijn zachte, liefdevolle stem. Telkens weer is Zijn boodschap voor een ieder die Hem op zo’n manier eert en benadert hetzelfde: “Ik houd van je.”

 

Bron:actiefonline



En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.

Mattheüs 28:20

 

Kunnen we daar 'amen' op zeggen? Weten we zeker dat Hij ons draagt, elke dag? Niet een poosje wel en een poosje niet, nee, alle dagen? Aan Hem ligt het niet, Hij heeft beloofd: op Mij mag je rekenen, al de dagen!

 

Wat een prachtige woorden in het evangelie van Mattheüs. Die woorden zijn net als vleugels die uitgespreid zijn boven de mensen die van Hem getuigen. Onder die vleugels vinden ze bescherming en veiligheid in moeilijke tijden.  En die komen er in het leven van iedere mens. Hij zegt: Vergeet het niet bij al het werk dat jullie voor Mij doen: ik ben er bij.

 

Immanuël betekent: God met ons. Maar als de Here Jezus terug komt is het: wij met Hem, voor altijd. Dat is nog beter.

 

Maar ja, zijn we wel geschikt om een getuige van Hem te zijn? Kijk eens hoe het ging  in het begin, boeren en vissers. Petrus  die faalde bij het vuur in de voorhof…  hij krijgt een nieuw vuur, een nieuwe opdracht: weid Mijn schapen. Als zij er niet geweest waren, wie zouden het goede nieuws dan verteld hebben? Zij waren echte getuigen, zij waren erbij geweest. En wij, die in Hem geloven, mogen de fakkel brandend houden tot Hij komt!

 

Zeg niet als Petrus: ik ken Hem niet,

merk op hoe Hij in liefde naar u ziet,

hoe Hij Zijn leven ons aanbiedt.

 

Bron: Geborgen in Zijn hand


Siska Nov 11 '17 · Mijn reacties: 2 · Linken: leven, jezus, here , here, heilige-geest, god, getuigen, geborgenheid, christelijk, evangelie

De boer

 

Ik heb vandaag toegezien toen een boer zijn land ploegde.

Het malse groen van het veld en de verdorde wingerd die reeds vrucht gedragen had en de tere scheutjes die te laat waren opgekomen allemaal vielen onder de onverbiddelijke kouters van de tractor.

Hoe kaal en donker zag het veld er toen uit. Er was alleen nog één strook groen overgebleven.

Maar de tractor reed ook daar op af en meedogenloos werd de grond omgewoeld.

 

Alleen zwarte aarde bleef over, omgewoeld opengereten.

Gekerfde, gekneusde grond.

Ik dacht er aan hoe diezelfde aarde de planten die haar toevertrouwd waren geweest, zorgvuldig had gevoed. Onzelfzuchtig had ze al haar krachten afgegeven en de boer een rijke oogst bezorgd.

 

En nu ze alles had opgeofferd, nu moest ze de onbarmhartige geest van de ploeg verduren.

En toch, in dat open gebroken veld lag het geheim van de volgende oogst.

Braambessen kunt u plukken in de weiden en kettinkjes van madeliefjes kunt u rijgen waar het gras op onberoerde, harde grond groeit.

Maar de oogst het volle voedzame koren komt van de aarde,die de kouters van de ploeg heeft gevoeld.

Ik zag het aan en vroeg mezelf af.

"Is het leven alle pijn en verdriet waard?".

En ik moest daarop bevestigend antwoorden.

 

Het lijden heeft waarde voor het heden en voor de toekomst voor vandaag en voor de eeuwigheid.

De Man van Smarten, met de doornenkroon op het hoofd en de doornagelde handen had Zich overgegeven om te lijden en om die reden bezit ik nu het eeuwige leven.

 

Toen ik hieraan dacht bad ik: "Heer, hier ben ik, ga Uw gang". Want ik weet dat Zijn liefde ver boven alle liefde uitgaat en dat Hij niet zal toelaten dat wij zonder noodzaak pijn moeten verduren.

0 Heilige Geest, laat Uw ploeg maar gaan over de akker van mijn leven.

Er is nog zoveel van mezelf dat begraven en zoveel van U dat gezaaid moet worden.

                                                                                                                                                                    

D. M. Stewart

 

Bent u wedergeboren?

De Here Jezus heeft eens gezegd: ”Verwonder u niet, dat Ik u gezegd hebt: Gijlieden moet wederom geboren worden”(Joh.3:7).

De vraag die ik nu aan u stel is: Bent u wedergeboren? U luistert misschien heel geregeld naar deze radioboodschappen, u leest misschien uw Bijbel, gaat naar de kerk en bidt. Maar bent u wedergeboren?

Er waren mensen in Laodicea waarvan u kunt lezen in Openbaringen 3, die aardig religieus waren. Als je ze vroeg, ”Hoe gaat het geestelijk met je? ”dan zeiden ze: “We zijn rijk, heel rijk en we hebben aan geen ding gebrek”. Maar er ontbrak een heel belangrijk ding bij hen. Dat was, dat de Here Jezus buiten de deur van hun hart stond, en daarom klopte Hij aan hun hart. Hij zei: Als je de deur open doet, dan kom Ik binnen en dan kom Ik bij je wonen.

Kijk, als u nog niet wedergeboren bent, dan is dat eigenlijk het antwoord om wedergeboren te worden. Is het zo eenvoudig? Ja, want als Jezus in uw hart komt, dan doet Hij dat wonder, dat u geboren wordt in de familie van God. Jezus zegt, ”Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden”. Dit is een moeten, dit is een weg die u moet gaan. Jazeker, het wonder van de wedergeboorte doe Ik, maar jullie moeten komen – u moet komen. Zou u dat willen? Als dat zo is, wat moet u dan doen? Jezus klopt en nu moet u Hem binnenlaten. Wat gebeurt er als Jezus in uw hart Komt? Dan ziet Hij uw zonden; en u ziet ze ineens ook heel duidelijk, dat kan niet anders.

Maar dan is het heerlijke, dat u weet wat u met uw zonden moet doen – dan gaat u uw zonden belijden. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”(1 Joh. 1:9). Het bloed van Jezus maakt ons rein. Dan gaat Jezus in uw hart aan het werk, dan gaat Hij de zonden die u Hem belijdt rein maken. Is dat alles wat uw zonden betreft? Nee, het is niet alleen een belijden, het is ook: u er vanaf keren. Maar nu staat u niet meer alleen, nu gaat u die strijd tegen de zonden samen met Jezus dragen.

Zelf kunt u het niet, maar Hij kan het wel. Hij geeft zijn Heilige Geest in uw hart, en die brengt mee de vrucht des Geestes (Gal. 5:22): Liefde, vrede, goedheid, zelfbeheersing, vriendelijkheid… De Bijbel wordt dan ineens zo heel anders, dan wordt het een liefdesbrief van God. Als u Jezus vraagt om in uw hart te komen dan komt Hij, en zijn Geest getuigt met uw geest dat u een kind van God bent. Dan gaat u de Bijbel in zover begrijpen dat het u geweldig gelukkig maakt, omdat u het antwoord ziet op uw problemen, de grootste problemen die u hebt in uw leven.

Iedereen heeft minstens twee grote problemen, en dat is het probleem van de zonde en van de dood. En die worden beantwoord. Kijk, aan het kruis heeft Jezus de zonden gedragen van de hele wereld; ook uw zonden. Daar heeft Hij alles volbracht. Hij heeft ontzettend geleden, vreselijke pijn gehad, maar dat wilde Hij uit liefde om voor uw en mijn zonden te boeten.

Maar we worden ook sterk in de strijd tegen onze zonden. U bent verlost en u bent ook overwinnend over uw zonden met Jezus. Dat komen tot Jezus is een begin. De geboorte van een kindje is een begin, en de wedergeboorte is ook een begin. Het is het begin van leven tot eer van God – een overwinnend leven, een leven sterk door de verlossing en de hulp en de nabijheid van de Here Jezus.

Bent u wedergeboren? Bent u het niet? Kom dan tot Jezus! Wat moet u doen? Heel eenvoudig tot Hem spreken. Hij heeft geklopt aan de deur van uw hart en u hebt het gehoord vandaag; en nu wacht Hij. De Here Jezus is een “gentleman”; Hij forceert de deur van uw hart niet. U moet hem opendoen, en als u echt zegt zodat u het meent, “Ja, Here Jezus”, dan komt Hij binnen. En dan staat er in Johannes 1:12., “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden”. Dan bent U een kind van God. Wilt u het doen?

Laten we samen bidden. “Heer Jezus, wilt U de weg vrijmaken van haar, van hem, die nu een besluit voor u wil nemen. Wilt u alle tegenstand, alle twijfel, alle “ja maars” wegnemen, en ook alle duivels en demonen, want die willen niet dat ze het doen; maar ik dank U dat U die weg wilt sturen. Maakt U de weg klaar tussen U en haar en hem. Dank U, Heer, dank U.”

Nu zijn we even stil, en geeft u aan de Here uw antwoord…

“Dank U, dat hij of zij nu kan zeggen: Ja, Heer Jezus, kom in mijn hart, maak mij een kind van God, doe dat grote wonder in mij dat ik geboren word in uw familie. Dank U wel, Here Jezus. Amen.”

Nu moet U zelf nog langer gaan spreken met de Here. U hoort bij Hem, Hij hoort alles wat u zegt en Hij heeft u zo lief!


Bron: Een Boodschap van Overvloed

Radiotoespraken van Corrie ten Boom


Siska Mar 18 '17 · Mijn reacties: 1 · Linken: god, bijbel, evangelie, heilige geest, here, here , jezus, leven, wedergeboren

Midden op het plein staat een kerkje. Het heeft naast de ingang drie gebrandschilderde ramen. In het ene is een kruis zichtbaar, in het tweede een anker en in het derde een hart: de symbolen voor geloof, hoop en liefde. Van binnenuit zijn overdag de symbolen duidelijk te zien in de volgorde geloof, hoop en liefde. Van buitenaf zie je echter het duidelijkst als het donker is en de kroonlampen branden. Maar dan zie je nog iets: de volgorde is omgekeerd. Om binnen te komen zie je eerst het hart van de liefde, dan het anker van de hoop en tenslotte het kruis van het geloof. Voor de levende gemeente die binnen is , behoort de volgorde te zijn, geloof, hoop en liefde. Er kan immers geen sprake zijn van hoop en liefde zonder het geloof als een gave van de heilige geest. Maar zij die buiten zijn kijken daar anders tegenaan. Zij willen eerst zien dat er onderlinge liefde is bij hen die zeggen dat zij Christen zijn. Pas dan wil hij of zij wel eens praten over de toekomst, over de hoop, voordat men wenst te komen tot het geloof. Dat geeft een geweldige verantwoordelijkheid aan hen die binnen de gemeente zijn: hoe is het met de liefde en de hoop? Straalt de gemeente, stralen wij iets uit van de liefde? De gemeente van Korinthe werd verdeeld door onderlinge twist en groepsvorming. Paulus schrijft daar hartstochtelijk tegenin over het enige dat telt; Geloof, hoop en liefde, maar de meeste van die is De Liefde.

 


Siska Mar 5 '17 · Linken: hoop, geloof, liefde, leven, jezus

Dodenherdenking

 

Ik ben verzekerd dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods.

 

Romeinen 8:39                                                                            Lezen: Romeinen 8:31-39

 

In 1941 zat ik in Rotterdam gevangen. In vijf cellen naast mijn cel zaten vijf door de nazi’s ter dood veroordeelden. Ze hadden een Engelse piloot geholpen. Een bewaker – nog een goeie – liet ’s avonds laat zes celdeuren open, zodat ik naar deze vijf toe kon gaan.

De jongste was Bastiaan Barendregt. Enkele dagen voordat hij gefusilleerd werd, las ik met hem het slot van Romeinen 8. Hij mocht nog een brief naar huis schrijven. Hij schreef: “Lieve Vader en Moeder. Voordat u deze brief leest, moet u Romeinen 8:31-39 lezen”. Dan gaat hij verder: ”Als u deze brief leest, ben ik er niet meer, maar u moet weten, dat als ik tegen de muur sta, deze woorden zullen leven in mijn hart. Ik dank u voor alles. Mijn konijnen zijn voor zus. Laat ze goed voor ze zorgen”.

Op 19 september werd Bastiaan Barendregt gefusilleerd. Op zijn verjaardag. Hij werd op die dag tweeëntwintig.

Jezus Christus is ter wille van de aarde ten hemel gevaren en zit voor ons aan Gods rechterhand. Onmenselijke macht behoort niet tot de goddelijke orde. En wat is de toekomst der mensheid waard, als de zorg voor de konijnen er niet meer in thuis hoort?

Dodenherdenking sluit in, dat wij ons oefenen in geloof en menselijkheid, gelovend, dat Christus aan Gods rechterhand voor ons bidt en niets ons kan scheiden van Gods liefde. Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

 

Uit: Brood voor het Hart

Door: J.J. Buskes

Het Onze Vader

 

Bidt gij aldus. . .

 

Mattheüs 6:9                                                                Lezen: Mattheüs 6:9-13

 

Het is 3 mei. Morgen is het dodenherdenking.

Lex Althoff was 38 toen hij door de nazi’s vanwege zijn verzetswerk werd gefusilleerd.

Hij was van kerk en geloof vervreemd. In de gevangenis hield hij een dagboek bij. Die honderd dagen zijn voor hem beslissend geweest. Hij zocht naar houvast, maar zijn intellect stond ontvankelijkheid voor de Heiland van zijn jeugd in de weg, totdat. . .

“30 mei. 100ste dag. 12 uur. Wellicht de gelukkigste dag van mijn leven. In deze 8 dagen van nieuwe eenzaamheid, de laatste termijn van de 100 dagen, die ik mij gesteld had, ben ik herboren met Gods hulp. Ik kan nu alle dingen dragen en ben voorgoed verlost van angst. Ik ben bereid te sterven, welgemoed, en bereid te leven, welgemoed”.

Met nadruk zegt hij, dat dit niet “door nood en ellende een beetje godsdienstwaanzin” is, maar “door de hulp van buiten een niet meer te schokken Godsvertrouwen”.

Als testament voor zijn dochtertje schreef hij de woorden: “Ik heb honderdmaal liever dat mijn dochtertje het Onze Vader leert bidden dan dat zij wat ter wereld ook bereikt”.

Hier valt niets aan toe te voegen.

Alleen dit: Jezus zegt: gij dan bidt aldus. . . Onze Vader. . .

 

Uit: Brood voor het Hart

Door: J.J. Buskes

Christus in de hele Bijbel

 

Hij is de grotere Izaak, de geliefde Zoon van de Vader Die als offer gebracht werd, maar Die niet door de dood kon worden vastgehouden.

 

Hij is de grotere Jakob, de behoedzame herder, Die Zijn kudde met grote zorgzaamheid leidt.

 

Hij is de grotere Jozef, Die Zich niet voor Zijn broeders schaamt, hoe gering en ellendig ze ook mogen zijn.

 

Hij is de grotere Melchizedek, omdat Hij als priester een volmaakt en eeuwig geldend offer bracht.

 

Hij is de grotere Mozes, want Zijn wet is door Gods Geest op de tafelen van vlees van ons hart geschreven.

 

Hij is de grotere Jozua, en leidt ons met Zijn oneindige trouw naar het Beloofde Land.

 

Hij is de grotere David, en alle tegenstanders zullen zich aan Hem onderwerpen.

 

Hij is de grotere Salomo, vol wijsheid en heerlijkheid regeert Hij een eeuwig vrederijk.

 

Hij is de grotere Simson, en heeft door Zijn dood al Zijn vijanden overwonnen.

 

Christus is het Die we in de Heilige Schrift moeten zoeken om Hem waarachtig te kennen en met Hem de oneindige rijkdommen die ons door het geloof ten deel vallen. Wie zorgvuldig de Schriften bestudeert, beginnend bij de wet van Mozes tot de profeten, zal geen enkel woord vinden dat niet naar Hem verwijst. Daarom was het voor de apostel Paulus belangrijk  >>niets anders te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd<<.

 

Johannes Calvijn

 

Kerst

Het is zo gemakkelijk gezegd.
Het zijn vijf letters.
Het roept sfeer op.
Het roept eenzaamheid op.
Het roept actie op.
Het is een woord met vele accepten.
Het is voor iedereen weer anders.
Maar wat is Kerst voor mij?
Een religie of toch meer?

van kerst is komen, want Hij Jezus Christus kwam voor mij als kind zo klein.
van engelen die waren daar bij, brachten verwachtingen voor jou en mij.
van rust en vertrouwen, daar kan ik op bouwen.
van stilte in de stormen van mijn leven.
T is troost en tastbaar voor mij geworden, in dit leven.
Niet als een kind is Hij voor mij gebleven.
Niet als een gekruisigde die in dood is gebleven.
Maar als de opgestane Heer en Koning.
Die voor mij bid en pleit bij de Vader in de hemel.
Mij een plaats bereid voor in de Eeuwigheid.
Dat is Kerst voor mij.


Een naam vol vreugde: God, Die met ons is,

Die naast je loopt; Hij Die Zich wil ontfermen,

al ga je door een dal vol duisternis,

Hij is erbij: Zijn arm zal je beschermen.

 

Immanuël: een naam vol warmte en licht,

een grote God, Die een klein mens kan wezen,

Die al zijn liefde op ons heeft gericht

om ons geschonden leven te genezen.

 

Immanuël: Hij is ons zeer nabij,

een mens als wij, Die onder ons wil wonen

en Zoon van God. Wie kan er, zoals Hij,

het beeld des Vaders beter aan ons tonen?

 

In Betlehem is ’t englenlied gehoord

dat zong van vrede, vreugde, welbehagen;

en nog weerklinkt dit lied in Jezus’ woord:

‘Vrees niet! Zie ik ben met u, alle dagen!’

 

Nel Benschop




 

Op de grens van licht en duister tussen zorgen en verdriet,

Kwam Hij zonder glans en Luister, met een ster in het verschiet.

Troost en liefde van de Vader, kwamen tot ons in een kind.

 

En geen mens staat ons ooit nader, dan de Zoon door God bemint.

Steeds weer tussen licht en duister, horen mensen groot en klein.

Door de wind het zacht gefluister, ook voor jou zal ik er zijn!



De liefde

 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.  Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.  Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.  Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,  ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.

De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan –  want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.  Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

1 Korintiërs 13

In het  Bijbelsdagboek die ik lees, staat deze week Klaagliederen centraal van Jeremia. Vanmorgen las ik deze mooie overdenking. Gods liefde en trouw word hier zo mooi in beschreven. Laten wij op Hem blijven hopen, ook in de stormen van ons leven, Siska

 

Nochtans

 

De Heere is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.  Klaagliederen 3:24

 

Tot nu toe zongen de klaagzangen alleen maar in mineur. En neerslachtig vraag je je af: Ís er geen enkel straaltje licht?

Onze dagtekst is een venster van hoop. In het donkere huis van ellende, waarin de dichter ronddoolt als in een gevangenis, is er plotseling een venster. Het biedt een hoopvol uitzicht. Het biedt uitzicht op God, die Heere is in onverbrekelijke trouw en genade.

Zelf in het bitterste uur zijn er van die trouw en genade de onmiskenbare tekenen. De dichter is er nog, het volk is er nog. Dat vindt toch alleen maar zijn grond in de goedertierenheden des Heeren.

Ze hadden zich een volslagen vernietiging waardig gemaakt. Toch is die niet gekomen. En de dichter kan alleen maar belijden: ‘Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn’. Door alles heen is de Heere trouw gebleven aan zijn woord, aan zijn verbond. Zo kan de dichter er zelf nog troost in vinden, dat de Heere zijn Deel is. Van Gods kant staat dat immers onomstotelijk vast. En wat is dat groot. Bij de in tocht in Kanaän had iedere stam, uitgezonderd die van Levi, zijn deel gekregen. Daarvan mocht je leven, daarin vond je je bestaan. Nu was dat deel verloren gegaan. De heidenen waren gekomen en hadden stout het erfland in genomen. Het volk was bedreigd tot in haar bestaansvoorwaarden. Hoe kon het nog leven?

Midden in deze onmogelijkheden klinkt de geweldige belijdenis: ‘De Heere is mijn Deel’. Hij zal voor mij, voor ons zorgen. We vinden onze bestaansgrond in Hem. We mogen van Hem leven. Hij is oneindig veel meer dan enig stuk land. Daarom hopen wij op Hem.

Als u er soms geen gat meer in inziet. Het liep allemaal zo anders. U verloor zoveel van wat u zekerheid en rust gaf. U denkt misschien wel alles kwijt te zijn. We mogen wijzen op de Heere. Hij wil ons Deel zijn. Onze enige Troost in leven en in sterven. Christus had tenslotte geen deel  meer over. Alles gaf Hij eraan. Zelfs zijn deel in God. Zo hing Hij arm en berooid aan het kruis. Daar is God het erfdeel geworden voor allen die Hem verwachten.

 

Lezen: Klaagl. 3:21-32

Zingen: Ps.42:5

 

Bron: Gods weg met de mensen.

           Drs. M. van Campen

 

 

Het eeuwige zuigeling schap van de gelovige

 

Wij kennen tegenwoordig in de gemeente een verschijnsel dat ik ‘het eeuwige zuigeling schap van de gelovige’ noem.

Er zijn leden in onze gemeenten die, hoewel ze al jaren de boodschap hebben gehoord, nog steeds onveranderde mensen zijn. Voortdurend hebben zij een voorganger nodig om voor hen te zorgen: hij moet hun luiers verschonen, talkpoeder op hun billetjes doen en controleren of hun melk niet te heet is. De gemeente van Christus lijkt soms meer op een ziekenhuis dan op een leger.

Soms houden wij onszelf voor de gek, omdat wij in aantal toenemen. Wij menen dat dit groei is. Maar numerieke groei is niet hetzelfde als geestelijke groei.


Vaak merken we die situatie wel op, maar we weten niet wat we eraan moeten doen.

Wij zeggen tegen onze mensen: ‘U moet vrucht dragen voor Jezus. U moet meer van Gods goedheid ervaren. U moet meer liefde hebben, meer vrede.’ Maar van zuigelingen kun je zulke eigenschappen niet verwachten. Die tref je alleen aan bij volwassenen.

Dit was ook Paulus’ klacht, toen hij een gebrek aan geestelijke groei opmerkte in de gemeente van Korinte. ‘Jullie zijn nog steeds zuigelingen,’ zei hij.

 

Aan de Galaten schreef hij dat hij voor hen opnieuw de weeën van een geboorte moest meemaken.

En de mensen aan wie de Hebreeënbrief is gericht, behoorden al leermeesters te zijn, maar ze hadden nog steeds onderwijs in de basisprincipes van het christelijk geloof nodig. Zij konden alleen maar melk verdragen en geen vast voedsel.

Toen ik een jaar of acht was, kwam er in onze kerk een voorganger met een mooie baard op bezoek. In die dagen waren baarden niet zo ‘in’ als tegenwoordig. Ik vond die baard geweldig. In mijn ogen leek die man dan ook op een prins!

Dus begon ik de Heer om een baard te vragen. Ik herinner mij dat ik er zelfs een dag voor gevast heb.

Mijn moeder vroeg: ‘Juan, eet je vandaag niet?’

Ik antwoordde: ‘Nee, moeder, ik vast.’

‘Maar waarom vast je dan?’

‘Het is voor iets wat ik geheim wil houden,’ legde ik uit. De baard kwam niet, hoeveel ik ook bad en vastte. Maar toen ik zestien was, kreeg ik vanzelf een baard, als gevolg van natuurlijke groei en ontwikkeling. Ik hoefde er niet voor te bidden.

In de kerk/gemeente gaat het niet veel anders. Groei komt voort uit leven.

 

Als wij geestelijk leven, nemen wij toe in liefde, vreugde, vrede, volharding, zachtmoedigheid en de andere karaktereigenschappen van Christus. Ze zijn de natuurlijke vrucht van een geestelijk leven; geen enkele inspanning van ons kan daar iets aan toevoegen.

Een van de belangrijkste oorzaken waarom wij in de gemeente zo weinig groei zien, is dat wij ons concentreren op begrippen in plaats van op het leven, het leven in Christus.                                      


Wij zijn ons ervan bewust welke leerstellingen we aanhangen, tot welk theologisch systeem wij behoren en welke principes we in elk geval dienen vast te houden.

Wat bedoel ik nu precies, als ik zeg dat wij ‘begrip gericht’ zijn?

Stel dat u mij vraagt: ‘Broeder Ortiz, wilt u ons een Bijbelstudie geven over het begrip vreugde?’ dan zal ik dat uiteraard graag doen.

Ik ga naar mijn studeerkamer, neem een concordantie van de plank en zoek het woord ‘vreugde’ op. Ik noteer alle verzen waarin het woord vreugde voorkomt. Tjonge, wat zijn het er veel! Ik kies de teksten die het best passen bij de boodschap die ik wil brengen en laat de rest achterwege.

Ik heb mijn studie klaar. Bij de volgende bijeenkomst kom ik binnen en ik zeg: ‘Broeders, wij gaan het vandaag over vreugde hebben. Het woord vreugde heeft in het Grieks een andere betekenis dan in onze taal, omdat het Grieks rijker is.

Maar het Hebreeuws gaat nóg dieper dan het Grieks.

Abraham zei over vreugde… Jezus zei over vreugde…

Paulus zei over vreugde… Spurgeon zei over vreugde…’

En de mensen zeggen: ‘Wat een geweldige studie! Dank u wel, broeder.’

Dan merkt iemand op: ‘Deze boodschap over vreugde is geweldig, broeder Ortiz. Kunnen we uw notities niet krijgen?’ ‘Tuurlijk, we kunnen fotokopieën maken, die u mag hebben.’

Ze vouwen hun kopieën op, stoppen die in hun Bijbel en vergeten de boodschap.

Maar niemand hééft  die vreugde! Ze kennen nu wel het begrip vreugde, maar het léven van vreugde kennen ze niet.

Wat hebt u? Het begrip? Of Degene die het leven is?

 

Sommige mensen lijken te denken dat Petrus ons potlood en papier zal geven, als wij bij de hemelpoort aankomen.

‘Tien vragen. Als je er zeven goed hebt, ga je regelrecht de hemel in. Als je er tussen de vier en zeven goed hebt, ga je naar het vagevuur. Heb je er minder dan vier goed, dan verdwijn je direct naar de hel.

Eerste vraag. Welke visie heb je op de doop? Is het besprenkeling, onderdompeling, moet het gebeuren in de naam van de drie-enige God, of moet je drie keer onder water? Kruis het goede antwoord aan.’

Wat een probleem! Je kunt niet afkijken bij iemand naast je, want aan de ene kant staat iemand van het Leger des Heils en aan de andere kant een katholiek. En jij bent b.v.b. baptist. Jullie zullen dus alle drie verschillende antwoorden hebben!

Sommige mensen maken zich erg druk om dit soort zaken en dat brengt ook binnen de kerken verdeeldheid. 

Maar het gaat niet om de juiste manier van dopen. Het gaat er uiteindelijk om of Jezus in je hart leeft. In het Koninkrijk der hemelen bestaan zulke tentamens over de leer niet. Petrus zal daar niet staan met pen en papier. Hij heeft een stethoscoop waarmee hij je hart onderzoekt!

Misschien neem je al je dogmatische boeken wel mee, om goed voorbereid te zijn op de test.

‘Petrus, waar moet ik tentamen doen?’

Petrus haalt zijn stethoscoop uit zijn zak. ‘Tik, tik, tik, tik.’

‘Kom binnen.’

‘Maar hoe staat het dan met het tentamen?’ ‘Dat zit wel snor. Je hebt het leven; dus hoor je hier.’

Verlossing betekent dat je van de dood overgaat in het leven.

‘Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben’ (1 Joh. 3:13). Liefde is de uiting van leven. Maar als iemand niet precies gelooft zoals jij, groeit er vaak haat in plaats van liefde.

Ik ben niet tegen theologie. Ik beklemtoon alleen dat, als het leven niet in u is, u de best denkbare theologie kunt hebben en toch verloren zijn!

Leerstellingen hebben hun eigen plaats, maar bepaald niet de allereerste. Die plaats is alleen voor Jezus. ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven.’ Niet: ‘Wie de juiste dogma’s heeft, heeft het leven.’ Maar wie de juiste Persoon heeft!

Als wij Hem in ons hart hebben en van daaruit leven, beginnen we geestelijk te groeien.                  We gaan meer op Hem lijken.

Zijn leven in ons wordt steeds meer zichtbaar in de wijze

waarop we leven.                                                                                                                                                

Paulus zegt dat wij veranderen naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is      (2 Kor. 3:18).

Als uw vreugde wegsijpelt op het moment dat er problemen komen, moet u een vreugde krijgen die toeneemt tot ze overstroomt, een vreugde die niet weg geroofd kan worden.

Dan zult u geestelijk groeien, in liefde, vreugde, vrede en volharding.

Als u vandaag gemakkelijker kunt liefhebben dan gisteren, dan betekent het dat u gegroeid bent.

Niet dat u vandaag per se meer van de leer begrijpt dan gisteren; dat heeft alleen maar met uw verstand te maken.

 

Het oude volk Israël was anders dan andere volken, omdat het Gods volk was. Het was een koninkrijk van priesters, geleid door de Geest van God, door middel van profeten.

Maar het wilde zijn zoals andere volken, die koningen hadden om hen voor te gaan in oorlogen.

Het is verdrietig, maar de kerk is telkens opnieuw bezweken voor de verleiding om zo te worden als andere religies.

Wat is een religie?

Een religie heeft een stichter: Mohammed, Boeddha, Confucius, Zoroaster. Wat zo’n stichter heeft gezegd, wordt in een boek opgeschreven. Als de stichter sterft, laat hij het boek na. Zijn volgelingen proberen te doen wat erin staat.

De moslims hebben de Koran. Zij ontlenen hun leerstellingen aan dat boek.

 

Ons christendom heeft óók een stichter, Jezus Christus, die lang geleden is gestorven. Wat Hij onderwees, kwam in de Bijbel te staan. Nu ontlenen wij vaak leerstellingen aan de Bijbel op een manier alsof Hij net zo dood is als bijvoorbeeld Mohammed.

Daardoor hebben we christenen die geloven in een vrije wil én mensen die dat niet doen.

We hebben mensen die geloven in een duizendjarig rijk, en allerlei variaties daarop. Er zijn talloze verschillende opvattingen, allemaal binnen dezelfde kerk. We hebben onderlinge strijd en bekogelen elkaar met Bijbelteksten: ‘Lees dát maar eens, of dát.’

We doen vaak alsof onze ‘stichter’ net zo dood is als de stichters van andere godsdiensten. Op deze manier brengen wij Christus inderdaad terug tot hun niveau. Wij vinden het erg dat de moslims Jezus gelijkstellen met Mohammed, maar wij doen precies hetzelfde!                                                    Christus is voor ons toch vaak niet méér dan Mohammed voor de moslims? Wij zorgen er dus voor dat Jezus ons vandaag niets te zeggen heeft.

Hij kan vandaag niets doen. Hij is toch weg? We hebben zijn Boek en dat is het dan…                                                                                                                                                  Maar, prijs de Heer voor het Boek, omdat juist dat Boek, de Bijbel, ons zegt dat Hij leeft!

Het grote verschil tussen ons en de aanhangers van andere godsdiensten is dat onze ‘grondlegger’ nog leeft en het hoofd van de kerk is.                                                                                                                                                                       Het probleem is alleen dat we Hem niet veel laten doen. Ook al wéten we dat Hij het hoofd van de kerk is, de realiteit is dat Hij weinig te zeggen heeft, omdat alles geregeld wordt door onze commissies.

 

De kerk/gemeente  weet niet wat er moet gebeuren wanneer de Geest Zich roert. ‘Wat is dit toch?’ vragen wij ons af. ‘We moeten wel voorzichtig zijn, hoor.’ Er is paniek en er zijn problemen.

Er komt verdeeldheid. Waarom? Omdat de structuren van de kerk maar al te vaak een belemmering vormen voor de levende Christus.

Als je een kerkdienst bijwoont, wordt er vaak gesproken over de Samaritaanse vrouw, of Zacheüs, of de tien melaatsen, of de vervloeking van de vijgenboom, of Christus die de storm op het meer van Galilea stilt, of de blinde Bartimeüs, of de vermenigvuldiging van de broden en de vissen; of alweer over de Samaritaanse vrouw en Zacheüs en de tien melaatsen; en voor de afwisseling de Samaritaanse vrouw en Zacheüs… alsof Jezus, sinds Hij stierf, niets meer heeft gedaan!

Ik denk dat Hij Zich soms knap verveelt als Hij naar onze preken luistert. Ze doen denken aan begrafenissen, want op begrafenissen hebben we het ook over wat de overledene heeft gedaan toen hij nog leefde.

Een student die in onze kerk tot geloof gekomen was, zei eens tegen mij: ‘Broeder Ortiz, de eerste zes maanden heb ik in de gemeente veel geleerd. Na zes maanden merkte ik dat ik evenveel wist als alle anderen. Ik wist bijvoorbeeld alles over de wederkomst van Jezus, de grote verdrukking, de wedergeboorte en de drie-eenheid. Vanaf dat moment is mijn kennis op hetzelfde peil gebleven.’

Talloze mensen gaan niet meer naar kerkdiensten, omdat ze zich daar vervelen. Niet omdat de diensten slecht zijn, maar omdat er zo weinig verandering is. Dezelfde gezangen, dezelfde boodschap, dezelfde liturgie.

Je moet nogal wat kunnen verdragen om telkens weer naar dit soort samenkomsten toe te gaan. Dat geldt ook voor God.

Veel mensen richten zich op de activiteiten die een gemeente of een kerk ontplooit en niet op Jezus Christus. We gaan naar een samenkomst, vervolgens naar een Bijbelstudie- avond, en aansluitend naar een gebedsbijeenkomst.

Ons leven bestaat zowat uit samenkomsten. Wij meten ons geestelijk welzijn zelfs af aan het aantal samenkomsten dat we bezoeken. Iemand die alle samenkomsten bezoekt, geldt als zeer geestelijk. ‘O, hij is een goed christen. Hij ontbreekt op geen enkele samenkomst.’

Maar als iemand één of twee zondagen niet komt, zeggen we: ‘Hij glijdt af.’

Ik ben niet tegen samenkomsten, maar ik vraag me wel af wat er met ons zou gebeuren, als alle kerken vandaag dichtgingen.

Hoe zou het met ons christendom gesteld zijn? Nee, de kern van ons christenleven moet Christus zélf zijn, en niet de samenkomst.

Als wij ons zo concentreren op ideeën en begrippen, in plaats van op de levende Christus, is het dan verwonderlijk dat we niet méér groei zien bij Gods volk?

 

Maar goddank, er zijn over de hele wereld mensen die geen genoegen nemen met deze gang van zaken. Ze zijn het moe om te proberen zoals Jezus te leven en zich voortdurend mislukkelingen te voelen. Ze weten dat ze te weinig liefde en vreugde hebben, en ze verlangen ernaar Hem beter te leren kennen, opdat ze levende brieven van Christus zouden mogen worden.

We hebben een nieuwe generatie christenen nodig, die weet dat de kerk zich richt op een Persóón die in haar midden woont. Jezus heeft ons niet achtergelaten met een boek en de woorden: ‘Hier heb je de Bijbel. Probeer erachter te komen wat erin staat, maar gebruik wel je concordantie en

commentaren. Het beste ermee!’

Nee, dat heeft Hij niet gezegd.

‘Zie, waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden’ (Mat. 18:20). Hij heeft ons niet als wezen achtergelaten. Hijzelf is in ons. ‘Ik laat je niet in een troosteloze eenzaamheid achter. Ik zelf zal bij je komen. Ik laat niet alleen een boek achter. Ik ben er zelf, in je hart.’

 

Paulus bad dat de kinderen van God zouden weten dat Christus door het geloof in hun hart leefde en dat de ‘inwendige mens’ door de Heilige Geest gesterkt mocht worden. Ook nu moeten we weten dat Christus in ons woont.

Wij moeten weten dat we niet langer ons eigen leven leiden, maar dat Christus ons leven is. We moeten erkennen dat Hij in ons woont, en dat onze oude mens met Hem gekruisigd is.

Omdat Hij ons leven is, hebben we deel aan zijn karakter.

We hoeven niet te proberen in eigen kracht na te volgen wat de Bijbel over zijn manier van leven zegt. We hoeven niet te vasten en te bidden voor meer van zijn liefde, vreugde en vrede. We hoeven alleen maar te weten dat de Auteur van het boek ín ons woont, en dat Hij ons alles is.

Als wij dat weten, komt de groei vanzelf. Ons leven verandert, omdat er steeds meer van Christus zichtbaar wordt.

Alleen deze openbaring – dat Christus in ons is – kan geestelijke vrucht voortbrengen.

Wij zingen wel eens: ‘Richt uw oog slechts op Jezus.’ In dit boek gaan we ons oog richten op Hem: Jezus, onze Verlosser, ons leven. Dat geldt voor ons persoonlijk en voor de gemeente/kerk.

Hij moet het kloppende hart van de gemeente zijn; van Hem moet haar leven komen.

‘Jezus, wij richten ons oog op U, opdat wij mogen weten dat wij uw leven in ons dragen en wij dat leven leiden door geloof.’

 

Door Juan Carlos Ortiz

 

 

 

DeHoeksteen Okt 19 '13 · Linken: christus, christus , leven, jezus

Leven uit en met God  

                                                            (gebed naar Romeinen 12:9-21)

 

HEER, help me alstublieft om U oprecht lief te hebben,

mijn medemensen te achten en te eren,

in liefde met hen verbonden te zijn en help me

om het kwade te haten en het goede aan te nemen.

 

HEER, doordring me met Uw geest,

opdat ik standvastig ben en U steeds trouw blijf,

in blijde hoop Uw komst verwacht en

en ik mij door niets van het gebed laat afbrengen.

 

HEER, help me om gastvrij, hulpvaardig en

vredelievend te zijn, dat ik niemand iets slechts

toe wens en voor mijn vijanden bid en ieder

persoonlijk in Uw naam kan zegenen.

 

HEER, geef me een nederig hart, opdat ik

niet denk dat ik wijs ben, of trots en ingebeeld

aan zelfoverschatting en betweterigheid lijdt

en dat ik me voor kleine dingen niet te goed voel.

 

HEER, laat me blij zijn met de blijden en met

verdrietige mensen huilen, onrecht nooit met nieuw

onrecht vergelden, maar erop bedacht zijn om het goede

te doen en voor zover het aan mij ligt, vrede te bewaren.

 

HEER, herinner me er steeds aan dat het Uw zaak is

om me recht te verschaffen en geef me de kracht

om me nooit door het kwade te laten overwinnen, maar

al het kwaad in Uw genade met goedheid te overwinnen.

 

Karl-Heinz Gries     

 

DeHoeksteen Okt 2 '13 · Mijn reacties: 1 · Linken: gods-trouw, vredelievend, liefde, leven, god, geest, gebed

Dit is met recht een wereldoorlog omdat elke hoek en elk aspect van ons leven er mee gemoeid is en oorlogsgebied is. De cultuur, de overheid, justitie, ziekenhuizen, universiteiten en scholen, de zakenwereld en de entertainment industrie, onze huizen en gezinnen, onze harten en gedachten, alles is erbij betrokken. Eraan ontsnappen is geen optie, omdat we de wereld niet kunnen verlaten, waar we nu eenmaal in leven. We kunnen ook ons lichaam niet verlaten, omdat dat de woning van onze ziel is.

 

Sommigen hebben geprobeerd om zichzelf van de wereld te isoleren, in een poging geestelijker te worden. Na eeuwen van felle vervolging, waarin het Romeinse rijk het christelijk geloof probeerde uit te delgen, gaf het zich uiteindelijk gewonnen aan het christendom. Veel christenen wisten niet goed om te gaan met de nieuw verworven vrijheid van godsdienst en probeerden geestelijke martelaren te worden. Zij isoleerden zichzelf van de wereld en leefden als kluizenaars.

 

Simeon was één van de eerste asceten. Hij leefde in de vierde eeuw. Hij koos ervoor het leven van een herder te leven, in een poging om een waarachtige geestelijke status te bereiken. Maar het herdersleven vond hij niet geïsoleerd genoeg en hij besloot als een kluizenaar te gaan leven. Daarvoor trok hij zich terug in een klooster. Negen jaar lang zette hij geen voet buiten zijn kamer. Maar nog was hij niet tevreden over de mate van teruggetrokkenheid en de door hem bereikte geestelijke staat. Hij besloot de woestijn in te trekken, waar hij een paal neerzette van zo’n 2,5 meter hoogte om daarop te leven. Maar ook dit bood hem onvoldoende afstand van het kwaad uit de wereld, dus maakte hij de paal circa 18 meter hoog. Dertig jaar lang leefde Simeon boven op deze paal, in de hoop dat het zijn ziel goed zou doen.

 

De apostel Paulus waarschuwde dat dergelijke dingen een schijn van geestelijkheid hebben, maar in feite waardeloos zijn. Hij veroordeelde deze “valse nederigheid” en “eigendunkelijke godsdienst”, “met zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam”, de houding van “raak niet, smaak niet, roer niet aan”, als: “zonder enige waarde en slechts dienende tot bevrediging van het vlees” (Kolossenzen 2:16-23).

 

 

Een probleem van het hart 

 

Onze Heer leert dat onreinheid niet komt door dingen van buiten, maar vanuit ons eigen hart: “Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken,...” (Matthéüs 15:19). Geen spelonk is afgelegen genoeg, geen paal is hoog genoeg om te ontsnappen aan de wereld. Het probleem ligt namelijk in elk menselijk hart. Waar we ook heen gaan, we nemen onze problemen met ons mee. In feite zijn we zelf onze ergste vijand.

 

In Romeinen 12:2 staat dat wij niet “gelijkvormig aan deze wereld moeten worden”. Wereldgelijkvormigheid is elke activiteit zonder God of die tegen God in gaat. Het is het gebruik (of misbruik) van Gods prachtige schepping of schepselen voor de bevrediging van de zondige, egoïstische, gevallen natuur van de mens.

 

Wereldgelijkvormigheid is de onwil om Gods heerlijkheid te weerspiegelen, waarvoor we uiteindelijk geschapen zijn. Wereldgelijkvormigheid maakt het onmogelijk om de zaken vanuit Gods perspectief te zien. Wereldgelijkvormigheid wil slechts de mens behagen, niet God. Wereldgelijkvormigheid gaat veel verder dan opzichtige make-up of het obsessief volgen van de laatste modegrillen van de wereld. Het zijn “de lusten van het vlees, de lusten van de ogen en een hoogmoedig leven”, het najagen van gezondheid, rijkdom en geld, roem en comfort, genoegens van het leven en bezittingen.

 

 

Misleiding 

 

In deze strijd tegen wereldgelijkvormigheid moeten we weten wie de vijand is, hoe deze eruit ziet en waar deze zit. Wereldgelijkvormigheid kan heel misleidend zijn. Wanneer de wereld zijn ware natuur laat zien van slavernij, corruptie, perversiteit en misdaad, hebben de meesten de vijand wel in de gaten. Maar als de vijand verborgen is, zien velen het gevaar niet, zoals een visser een aantrekkelijk aas gebruikt om de haak in te verbergen. De wereld belooft ware liefde en veroorzaakt gebroken harten, gebroken gezinnen en gebroken gezondheid. Socialistische politici beloven de hemel en veroorzaken hel op aarde. Gokken belooft een fortuin, maar veroorzaakt een absoluut bankroet. Drugs en alcohol beloven heerlijke gevoelens, maar veroorzaken verslaving en een miserabel leven.

 

Wereldgelijkvormigheid heeft meer achting voor het lichaam dan voor de ziel. Materiële, uiterlijke zaken zijn belangrijker dan de geestelijke. Wereldgelijkvormigheid moedigt ons aan om in de beste en duurste kleding gekleed te gaan, de duurste auto’s te rijden, van de nieuwste technologieën gebruik te maken, de knapste vriend of vriendin te hebben. Meisjes moeten de modernste outfit hebben en hun haar volgens de nieuwste trend geknipt en gekapt hebben. Jongens moeten vooral hun lichamen getraind hebben, veel geld en dure IPhones hebben, ten koste van hun zielen.

 

Een christen die wereldgelijkvormig is heeft te veel van Christus om werkelijk van de wereld te kunnen genieten en te veel van de wereld om zich werkelijk in Christus te kunnen verheugen. We zijn wereldgelijkvormig als we denken en spreken zoals de wereld, ons kleden, ons gedragen en eruit zien zoals de wereld.

 

 

Leven in het licht van de eeuwigheid 

 

We moeten meer waarde hechten aan onze zielen dan aan onze lichamen en de eeuwigheid boven het hier en nu plaatsen. We moeten leren om God te vrezen, Die ons zal bevrijden van mensenvrees, die ons lam legt. We moeten leven ter eer van God en voor Zijn goedkeuring en niet de goedkeuring van mensen zoeken. We moeten meer bezig zijn met het verzamelen van schatten in de hemel dan het verzamelen van schatten op aarde. We moeten leven in het licht van de eeuwigheid: “Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden” (Matthëüs 6:33 ).

  

Materiële dingen zijn op zich niet zondig. Alle dingen die door God geschapen zijn, zijn goed, zolang we ze met dankbaarheid ontvangen en gebruiken zoals God het voor ons heeft bedoeld en het in de Bijbel beschreven staat. Maar onze zondige natuur is geneigd tot het kwade en we zijn in staat zelfs goede dingen tot onze eigen schade te gebruiken. Voedsel is een gave van God, maar vraatzucht is een zonde. Wereldgelijkvormigheid kan bijna alles in het leven verdraaien. We moeten leren om alles te doen tot eer van God. Geen enkel aspect uit ons leven kan buiten de heerschappij van de Here Jezus. Onze bezittingen, relaties, familie, opleiding, sport en vrije tijd moeten onder de heerschappij van de Here Jezus worden gebracht.

 

In onze dagelijkse beslissingen moeten wij de goede strijd van het geloof strijden. We kunnen het niet opgeven. De oorlog tegen wereldgelijkvormigheid is niet slechts een strijd tegen uiterlijke dingen. Wereldgelijkvormigheid is een geestelijke ziekte van het hart die bevochten moet worden door het geloof. We hebben hiervoor een nieuw hart nodig en de kracht van de Heilige Geest die elk aspect van ons leven moet doordringen. “Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?” (Matthéüs 16:26).

 

De wereld zegt dat we onszelf kunnen rechtvaardigen: “Ik ben een goed mens! Het is niet mijn fout!” De Bijbel moedigt ons aan om onze zonden te belijden. De wereld zegt dat we onze zonden moeten bedekken. De Bijbel zegt: “Zondig niet meer”. De wereld zegt: “Neem wraak!” De Bijbel leert: Doe restitutie – breng terug, repareer en betaal.

 

De wereld zegt: “Maak plezier!” Het Woord zegt: “Bekeer je!” De wereld zegt: “Kom op voor jezelf!” Het Woord zegt: “Verneder jezelf onder de machtige hand Gods. God biedt weerstand aan de hoogmoedigen, maar Hij geeft genade aan de nederigen van hart.’’

 

We hebben een keuze: zoek de goedkeuring, het applaus van de wereld, of zoek de goedkeuring van God alleen. Doe wat populair is of doe wat goed is. Zoek je eigen voordeel of zoek het voordeel van anderen. Wees politiek correct of wees een getuige voor de Waarheid. Neem de brede weg of neem de smalle weg. Accepteer de mening van de meerderheid of accepteer Gods Woord. Laat je meedrijven met de grote stroom of neem stelling. Elke beslissing die we nemen maakt ons meer een inwoner van de hel of de hemel. Leef in het licht van de eeuwigheid en je zult de strijd winnen tegen wereldgelijkvormigheid.

 

“Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:33)

 

Dr. Peter Hammond

 

 

Bron: www.cftnederland.nl

Er stond laatst een bijzondere advertentie in een huis-aan-huis krant:

 

Hengelsport-vereniging  “ SP ”  (Simon Petrus)

Met beschikking over rijke viswateren, zoekt dringend

NIEUWE LEDEN.

Wij vergaderen regelmatig!

Vaste agendapunten daarbij zijn:

.…Visie op het vis

…. Overvloed aan vis

.…De uitdaging van het vangen van het vis!

 

 

Toen de vereniging eens voltallig bijeen was, suggereerde één der leden, dat er een echt VISBELEID nodig was. Men stelde daarom, zeer zorgvuldig, een voorlopig visvang-definitie op en later volgde er uiteraard nog eens een definitieve definitie.

 

Ook werd er, even zorgvuldig, een doelstelling geformuleerd.

Werkwijze en vis-strategie werden ontwikkeld en grondig bestudeerd. Kortom, het was op de vergaderingen een drukte van belang.

 

Later besefte men wel erg éénzijdig bezig te zijn met de hele materie. Het vissen was namelijk alleen maar benaderd vanuit het gezichtpunt van de visser en niet vanuit dat van de vis…

 

Hoe kijkt een vis tegen de wereld van de vissers aan?

Hoe komt de visser over op de vissen?

Wat eten vissen-en wanneer eten ze het liefst?

Dát  zijn allemaal belangrijke en interessante vragen…

 

Dus begon men dat alles eens heel grondig te onderzoeken!

Men woonde conferenties bij over het vissen. Sommigen reisden naar veraf gelegen plaatsen om de verschillende soorten vis en andere vis-methodes aan een grondige studie te onderwerpen. Enkele actieve leden haalden zelf een “graad” in de viskunde…

Maar, al met al was er niemand, die viste….

Er werd nu een commissie gevormd om vissers uit te zenden!

Maar, omdat er natuurlijk veel meer visplaatsen waren dan vissers, moest die commissie eerst de prioriteiten vaststellen.

Een voorkeurslijst van visplaatsen werd op de publicatieborden van de vereniging gehangen.

 

 Maar…. nog steeds viste er niemand!

 

Er werd toen een enquête gehouden, om eens “uit te vissen” hoe het kwam, dat er niemand viste.

Maar, zoals gebruikelijk, vulde de meeste leden de vragenlijst niet in. Dat gebrek aan “mee-denken” veroorzaakte, zeer begrijpelijk, behoorlijk wat verontrusting bij het bestuur.

 

Toch, van de mensen die wel op de enquête reageerden, voelden sommige zich geroepen om de totale materie van “het vissen” nu eens grondiger te gaan bestuderen.

 

Anderen gingen zich vervolgens toeleggen op het leveren van de benodigde visuitrusting.

Een aantal andere leden wilde wel actief zijn om de vissers te bemoedigen!

 

Door het grote aantal vergaderingen, conferenties en studiedagen over al deze onderwerpen had echter niemand tijd om te vissen….

 

Jaap (what ’s in a name?) was aangetrokken door die advertentie en werd lid van de Hengelsport-Vereniging “SP”

Na een inspirerende vereniging-avond begon hij onmiddellijk te vissen! Hij probeerde het één en ander eens uit, kreeg de smaak te pakken en ving een paar prachtige exemplaren.

Op de eerstvolgende vergadering vertelde Jaap het verhaal van die mooie vangst. Hij werd uitbundig geprezen om het behaalde resultaat!

 

Er werd gelijk ook maar afgesproken, dat hij enkele voordrachten zou houden over “hoe” hij het had gedaan…

Maar, door al die spreekbeurten, en natuurlijk (want dat kon niet uitblijven) zijn verkiezing in het bestuur van de vereniging had Jaap geen tijd meer om te vissen.

 

Al gauw voelde hij zich onrustig en onvoldaan.

’t Was allemaal wel aardig en interessant, maar hij wilde zo graag die ruk aan zijn vislijn weer eens voelen.

Dus annuleerde Jaap al zijn spreekbeurten, trad af als bestuurslid en zei tegen een vriend “Ga je mee vissen…?”

 

Dat deden ze.

Gewoon met z ’n tweeën. En ze vingen de éne vis na de andere. Er waren genoeg vissen te vangen en maar heel weinig vissers.

 

En ik? Dat, lieve mensen, is een klemmende vraag….

 

Ik heb mij óók heel vaak door allerlei goede en zelfs noodzakelijke dingen laten afhouden van WIE ik MOET zijn en WAT ik WIL zijn: Een “Visser van mensen”

 

Een bevriend predikant zei eens tegen mij: Wij zijn zo druk bezig met al het “Kerkenwerk” dat we geen tijd meer hebben voor het “Werk van de Kerk!”

Voor het “vissen van mensen” is natuurlijk iets meer nodig dan ingooien, beet hebben en binnenhalen…

 

Vissen van mensen betekent: bidden-getuigen-Barmhartige Samaritaan zijn-opnieuw leren luisteren naar mensen, maar bovenal naar God.

 

Het betekent ook: jezelf wegcijferen, samen de Bijbel bestuderen, de “mens”geworden Christus weer laten zien en uiteindelijk vragen om heel bewust en persoonlijk een keus te maken voor die Levende Heiland!

 

Ik wens u allen een GOEDE VANGST!

 

Ds. D. Bouwman

Kent u ’t wonder van het leven

dat in een kastanje zit?

Alles is er in aanwezig,

in die éne bruine pit;

Wortels, bladeren, takken,

en een hele dikke stam.

Ja, dat is niet te bevatten,

’t is compleet een cryptogram.

’t Zal alleen nog jaren duren,

voordat er en boom ontstaat.

Die naast bladeren, takken en een dikke stam,

ook weer vruchten geven gaat.

 

Ja, zo is het christen leven,

ook daar zit een ’zaadje’ in

evenals bij die kastanje,

is dit slechts een begin.

‘t Zaad der ’liefde’ is aanwezig,

Als u Jezus hebt aanvaard.

Maar dat nietig beginsel,

moet nog groeien uiteraard.

Laat de Heer in u regeren,

opdat niet het zaad verdort…

’t Doel van ieder christenleven

is dat Hij verheerlijkt wordt!

 

                                 Annie de Neef- Top

 

 

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf. -- 1 Tessalonicenzen 4:13-14
    23 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17