Loading...

Weblogs van leden

Zoekresultaten per link: "here "

Dit waargebeurde verhaal gaat over een man in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij werkte als timmerman. Op een bijzondere dag moest hij een aantal kisten maken voor de kerk. De gemeente had kleren ingezameld en zouden in deze kisten naar weeshuizen in China verzonden worden. Op weg naar huis voelde hij in zijn borstzak om zijn bril te zoeken, maar hij kon hem niet vinden. Toen besefte hij wat er gebeurd was. De bril was natuurlijk onopgemerkt uit zijn borstzak gegleden en in één van de kratten gevallen, die hij gesloten en vastgespijkerd had. Zijn gloednieuwe bril was op weg naar China.

 

Het was een moeilijke tijd, financieel gezien, en het gezin had zes kinderen. De man had een hoop geld betaald voor die bril en hij was echt van streek door de gedachte om nu weer een nieuwe bril te moeten kopen. "Het is niet eerlijk", zei hij gefrustreerd tegen God toen hij naar huis reed. "Ik ben U altijd zeer trouw geweest in het geven van mijn tijd en mijn geld om Uw werk, en nu heb ik dit."

 

Maanden later was de directeur van het weeshuis op verlof in het land waar de man woonde. Hij wilde alle kerken die hem in China steunden bezoeken, dus kwam hij een zondag spreken bij de man in de kleine gemeente. De zendeling begon door de mensen te bedanken voor hun trouw in de ondersteuning van het weeshuis. "Maar het meest van al", zei hij, "wil ik jullie bedanken voor het sturen van de bril. Weet u, de communisten hadden net een maand ervoor het hele weeshuis ondersteboven gehaald, ze hadden alles vernietigd, inclusief mijn bril. Ik was wanhopig. Zelfs al had ik het geld, er was gewoon geen manier om de bril te vervangen. Omdat ik niet goed kon zien ervoer ik hoofdpijn, elke dag. Dus mijn collega's en ik waren er voortdurend voor aan het bidden. Toen kwamen jullie kratten. Toen mijn personeel hen los maakten vonden ze een bril, ingeklemd tussen twee dekens." De zendeling zweeg om zijn woorden te laten bezinken. Toen vervolgde hij, nog steeds gegrepen door het wonder van dit alles: "Mensen, toen ik de bril opzette, was het alsof de bril speciaal voor mij op maat gemaakt was. Alleen voor mij! Dus wil ik jullie bedanken voor deze levering."

 

De mensen in de gemeente luisterden en waren blij voor deze wonderbaarlijke bril. Maar de zendeling moest zeker hun kerk hebben verward met een andere, dachten ze. Er was geen bril op de lijst van spullen die naar het buitenland werden verstuurd. Maar er was één timmerman, die met tranen over zijn gezicht in zijn bank zat te luisteren, realiserend dat de Meester Timmerman hem op een bijzondere manier gebruikt had.

 

Er zijn momenten waarin we God de schuld geven in plaats van Hem te danken. Misschien is het iets wat we vaker moeten proberen. Misschien heeft Hij wel een heel andere reden om iets niet te laten lukken, of dat er iets niet gaat wat jij zou willen. Hij heeft een plan met al onze levens...

 

Waarschijnlijk weten we allemaal wel, dat destijds op die gedenkwaardige Pinksterdag in Jeruzalem de Heilige Geest werd uitgestort. De kerk ontstaat dan, zou je kunnen zeggen.

Er heerst een enorm enthousiasme! Duizenden(!) komen tot diep persoonlijk geloof, laten zich daarom dopen en worden ook vervuld met de Heilige Geest!

En dan begint de zegentocht van het Evangelie over de wereld.

Wonderen en tekenen volgen de verkondiging van de Blijde Boodschap Oók strijd is er en tegenstand, maar tóch, niet te stuiten is de stroom van levend water over een wereld, die dorst naar werkelijke vrede. Wij kunnen daarover lezen in het boek Handelingen, dat een enthousiast verslag geeft van die eerste periode, toen. Ik vraag mij wel eens af, wanneer ik de handelingen van de kerk nú lees, zowel de berichten van de hoogste organen, maar ook die van vele gemeenten, waar dat geweldige enthousiasme gebleven is: die blijde verwondering over de grote daden Gods; dat getuigen van de levende Heer, dat verlangen naar een machtige opwekking, ook in onze dagen. Werkt de Heilige Geest dan niet meer in deze tijd?

Dát kán ik niet geloven:

Wanneer ik naast al die kerkelijke berichten ook eens een blad lees, waarin verslagen staan van bijvoorbeeld het zendingsveld, dan treft mij toch wel het grote verschil: Dáár vind ik een sfeer van grote blijdschap en opgewektheid; de toekomst is doorzichtig, want wij hebben een lévende Heer, die ons heel persoonlijk kent en óók wil helpen. Ik lees er over genezing en bevrijding uit de macht van het kwade, van bekering en vervulling met de Heilige Geest. Het is alsof het boek Handelingen niet geëindigd is bij hoofdstuk 28 …….

Nu kunnen wij daar als moderne christenen wel een beetje over glimlachen, want is dat niet té eenvoudig, té kinderlijk geloof van waaruit deze mensen leven?

Ik vraag mij af of wij ons daar zo makkelijk van af mogen maken. Zij getuigen van de grote dingen, die God in hun leven heeft gedaan! En kijk, het goede nieuws, dat wij de moeite van het vermelden waard vinden, bestaat vaak alleen maar uit een berichtje over de opbrengst van de collecten, een bijzondere dienst, die we meemaakten en wat dies meer zij. Zou er in ónze gemeente, bij ónze omgang met dezelfde God niets voorvallen, dat méér Zijn liefde kan illustreren?

En zou zoiets dan niet zéker verteld moeten worden?

Als onze lippen eens een werkelijke loflied zou weerklinken over de grote daden Gods in ons leven, zou dat niet méér inslaan en schokkender zijn dan welk ander nieuws dan ook?

En vooral, zou het niet eerlijker zijn tegenover God?

Of …. Gebeurt er nooit iets..?

Doet God geen wonderen meer in deze sceptische wereld?

 

Ik vergeet nooit weer het verhaal van een predikant, die pas bij zijn afscheidsdienst durfde getuigen van genezing, die hij als jonge man persoonlijk mocht ervaren. Eerder had hij er niet over durven praten, omdat hij bang was voor weerstanden in de gemeente. Hij beleed dat toen als schuld. En térecht naar mijn mening, want ik geloof, dat een éérder getuigenis veel mensen zou hebben bemoedigd en dat het de gemeente tot grote zegen zou zijn geweest!

Ik zou daarom voor willen pleiten, dat wij niet alleen in ons leven grote dingen van de levende God gaan verwachte, maar daar ook van durven getuigen, heel openlijk, wanneer wij ze meemaken, opdat duidelijk zal worden, dat óók in déze tijd Gods Heilige Geest nog krachtig werkt en dat Pinksteren nog steeds een realiteit is.

 

Ds. E. Beekman




Gedachten over de hemel

Er is veel in mijn christelijke geloof dat ik niet volledig begrijp. Maar toch begrijp ik genoeg om mij een liefdevol mens te maken, een mens vol vertrouwen en rust. Wat voor mij nog een raadsel blijft, is het menselijk lijden. Maar ook hier heb ik de genade ontvangen om mijn vragen in Gods handen te leggen. Heeft God zelf tenslotte niet intens geleden? Wie had er in de tijd van Jezus verwacht dat Hij op zo’n wrede manier aan het houten kruis zou eindigen, maar dat Hij juist daardoor de deur naar God en de hemel voor ons opende? Wie kon toen weten, op het moment dat Hij vlak voor Zijn dood naar Zijn Vader uitschreeuwde, dat Zijn wanhoop de voorloper was van onze eeuwige redding? -Christina Rosetti

 

***

 

Als je je soms eenzaam voelt, denk dan eens aan al die vrienden die je nog gaat krijgen in de eeuwigheid. Denk aan die hemelse dimensie die gaat komen na onze aardse leerschool. Daar waar je met Jezus en Zijn ontelbare kinderen zult leven in het licht, met een nieuw en onverwoestbaar lichaam. Denk eens aan al die mensen die je daar zult ontmoeten! Kun je je de vreugde voorstellen van een vriendschap die nooit zal verkillen? De blijdschap die de diepe gemeenschap met anderen, die we vandaag nog niet eens ontmoet hebben, met zich meebrengt? Kunnen we die korte tijd waarin we hier op aarde met eenzaamheid geconfronteerd worden niet verdragen, in de wetenschap dat God ons aan het voorbereiden is op de eeuwigheid? Richt je tot God. Hij kent je hart. Zoek Zijn aangezicht op momenten van diepe eenzaamheid en vind troost en gemeenschap in de aanwezigheid van de Vader, zoals ook Jezus zelf daar Zijn kracht vond in het uur van Zijn nood. -Henry van Dyke.

 

***

 

De sterren die uit lijken te doven als de eerste morgenstralen het landschap verlichten, sterven toch niet af in het duister van de nacht omdat wij ze niet meer zien? Nu straalt hun licht elders en op iemand anders. Er zitten twee kanten aan het sterven; de aardse kant en dan is er de hemelse kant. Hier op aarde zullen de gesloten lippen nooit meer spreken, maar daar, in de hemel, breken diezelfde lippen uit in een lied dat nooit meer zal ophouden. Hier op aarde zullen de zachte voeten niet langer rondlopen, maar daar, in de hemel zullen diezelfde voeten de eeuwigheid doorkruisen.

 

 

Hier wringen we onze handen en staan de tranen in onze ogen terwijl wij het verlies proberen te verwerken als een geliefde is heengegaan. In de hemel is er gejuich en geklap. Geliefden zijn weer verenigd. De aardse kant is maar zo’n klein deel van het leven. Probeer alles te zien in het grotere en geestelijke perspectief. Vergeet nooit de hemelse kant.

 

***

 

Barmhartig is de God die in elke omstandigheid troost. (2 Korinthe 1:3 Het Boek) De God die ons in elke omstandigheid troost? Wat een prachtige uitspraak. Wat een belofte! ‘In elke omstandigheid’ betekent echt ‘in elke omstandigheid’. Er zijn geen uitzonderingen. Maar als wij die troost willen moeten we besluiten om Gods woord ook daadwerkelijk te geloven. Wij moeten er voor kiezen om de woorden van angst en twijfel die ons worden toegefluisterd te verwerpen.‘Mijn gezicht zo onbewogen als een rots.’ (Jesaja 50:7) Je weigert je over te geven aan twijfel en ontmoediging. God heeft het gezegd. Het is waar. Mijn geloof rust in het woord van een God die niet liegt en mij het eeuwige leven geschonken heeft. -Hannah Withall Smith

 

***

 

Dr. J. R. Miller beschrijft een ontmoeting die hij had met een ouderpaar toen hij met hen aan het bed van hun doodzieke zoontje zat. “Ik praatte met hen over Gods liefde en Zijn wil voor ons en voordat ik voor hen wilde bidden vroeg ik hen: ‘Wat wilt u dat ik God vraag om voor jullie te doen?’ Het was even stil en toen sprak de vader diep geëmotioneerd: ‘Dat durf ik niet te zeggen. Ik wil het liever in Gods handen leggen. Alleen God weet waarlijk wat het beste is voor mijn zoontje en voor ons. Misschien is het beter dat ons kind de winter van dit aardse bestaan nog niet verlaat, maar misschien ook roept God hem naar de eeuwige hemelse lente en geeft Hij hem de kroon zonder het lijden. Wij hebben alles gedaan in ons aardse vermogen. Nu is het woord aan God zelf. Vraag aan God voor ons of wij Hem mogen vertrouwen in Zijn grote wijsheid en Hij ons daar de kracht voor mag geven.

 

***

 

“Hoop? Waarop moet ik hopen?” sprak de ontredderde vrouw verslagen. Haar man was recentelijk overleden en haar pijn was ondraaglijk. Waar was de hoop? In de Schrift staat geschreven: “Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.” (1 Tessalonicenzen 4:14) De gezichten waar wij zo naar verlangen zullen ons weer toelachen. De stemmen van hen die ons zo dierbaar zijn zullen weer als muziek in onze oren klinken. Onze geliefden van weleer zullen weer bij ons zijn in ons hemels verblijf. Daar ligt de hoop en het vertrouwen.

 

Bron:actiefonline

De Heer is mijn herder

 

Wie kent deze Bijbelpassage nu niet? En toch is het heel verfrissend weer eens stil te staan bij deze machtige woorden en de diepe weldadige betekenis van deze psalm goed tot ons te laten doordringen. Het woord ‘herder’ behoeft natuurlijk nauwelijks enige uitleg. Iedereen weet wat een herder is, maar als wij er voor het gemak even het woordenboek op naslaan krijgen we inspirerende woorden te zien als: “Hoeder, beschermer, bewaker, leidsman.” Alles wat onze Heer is.

 

Soms kennen we een Bijbelpassage zo goed dat we die bijna achterstevoren kunnen opzeggen. Bijbelverzen die we haast kunnen dromen. Johannes 3:16 is er ook zo een. En juist doordat wij die verzen zo goed kennen bestaat het gevaar dat de diepe betekenis ons nauwelijks meer raakt en de ware levende, geestelijke kracht die in zo’n passage verborgen ligt niet echt tot ons doordringt.

 

Jezus zei: “Alles wat Ik u gezegd heb, is Geest en leven.” Om de ware kracht uit een Bijbelpassage in ons op te nemen en zo profijt te kunnen trekken van het levengevende water wordt van ons wat discipline gevraagd. Alleen door stil en diep over Gods Woord na te denken dringt de overweldigende waarheid van de uitspraak onze soms wat verharde harten binnen.

 

Zo geldt dat ook voor de woorden van Psalm 23. Stel je dat toch eens voor; de Heer, de schepper van hemel en aarde, Hij die alles in Zijn hand houdt, die de diepste uithoeken van het universum kent en niet door tijd wordt beïnvloed, is de herder van jou en van mij.

 

Door Zijn Zoon Jezus Christus heeft God zich voor eeuwig aan ons verbonden. Jezus, terwijl Hij de koning was, heeft er voor gekozen herder te zijn, en zich dagelijks bezig te houden met obstinate en vaak oerdomme schapen.

 

 

Als Jezus nu eens letterlijk naast ons zou lopen, onze hand zou vast houden en alles wat ons bezighoudt zachtmoedig en teder met ons zou doorspreken, waar zou onze angst dan nog zijn? Zorgen over morgen, twijfel over ons eigen kunnen, verdriet over gisteren? Die zouden toch zeker geen enkele kans meer hebben? Natuurlijk niet. Jezus is er toch?

 

Door de rust en het Godsvertrouwen die Jezus uitstraalt zouden wij slechts vreugde ervaren, opwinding en vertrouwen. De lach zou niet van ons gezicht zijn te slaan, want de Herder loopt naast ons. Dan zouden wij onze vermoeide hoofden keer op keer weer op de borst leggen van Hem die ons hart kent en begaan is met onze pijn. Maar Jezus loopt naast ons. Hij houdt onze hand wel degelijk vast, en Hij is precies zo’n herder.

 

“Wat een onzin,” zegt de wereld, die kortstondig en smakelijk lacht om zoveel onnozel, kinderlijk geloof, waarna hij hoofdschuddend verder trekt op zijn eenzame tocht door het duister. “Zo eenvoudig kan het toch niet zijn?” vraagt ook onze twijfel zich soms vertwijfeld af.

 

Maar waar de wereld doorploegt in de hoop, de hartverscheurende ellende van een leven zonder eeuwige hoop zelf op te lossen, wil Jezus niets liever dan ons laten zien wat voor een geweldige Herder Hij is. “Houd moed,” zei Hij. “Ik heb de wereld overwonnen. Ik ben de goede herder, die Zijn leven neerlegt voor het welzijn van de schapen.”

 

Wereldse herders kunnen dat niet. Als puntje bij paaltje komt, besluiten die telkens weer dat het beter is om de schapen neer te leggen voor de herder. Maar de goede herder is er wel. Durf te geloven dat Jezus werkelijk die herder is die Hij zegt te zijn. Neem de tijd voor een gesprek met Hem en luister stil naar Zijn zachte, liefdevolle stem. Telkens weer is Zijn boodschap voor een ieder die Hem op zo’n manier eert en benadert hetzelfde: “Ik houd van je.”

 

Bron:actiefonline



Intocht van de Koning

De intocht van Koning Jezus in Jeruzalem is in het evangelie zó belangrijk! dat alle vier de evangelieschrijvers hem beschrijven. Het was een wonderlijke situatie: daar kwam de Vredevorst zijn stad binnen. Maar wat moet Hij eenzaam geweest zijn, midden tussen de menigte. Midden tussen nieuwsgierige kijkers, blij verraste discipelen en jaloerse Farizeeën wist Jezus: Ik kom hier niet om eer te krijgen, maar om te lijden en te sterven.

 

Gods heerlijkheid in de tempel

In heel deze geschiedenis van Johannes 12 moeten we er eens op letten, hoe hier van a tot z de profetieën uit het Oude Testament vervuld worden. Dan verstaan we er de rijkdom pas ten volle van. Ik breng u eerst het tempelvisioen van Ezechiël 40-48 in herinnering. Midden in de ballingschap, toen alles voor Gods volk en Gods tempel voorbij leek te zijn, kreeg Ezechiël zicht op de dagen van herstel. Lag alles nu in puin? Er zou een nieuwe tempel komen, zo heerlijk als in geen mensenhart was opgekomen. Leek de HERE nu zijn volk vergeten te hebben? Hij zou naar hen omzien als nooit tevoren! "En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit oostelijke richting... en de heerlijkheid des HEREN ging het huis binnen door de poort, die naar het oosten gericht was" ,zo lezen we in Ezechiël 43:2 en 4. Daarna werd het nog groter: de heerlijkheid des HEREN vervulde het huis, en een stem klonk: dit is de plaats van mijn troon, waar Ik wonen zal onder de Israëlieten tot in eeuwigheid (vers. 7). En wanneer is dat nu uitgekomen? Of moet dat nog gebeuren? Sommigen menen, dat er nog een tempel van steen moet komen, naar Ezechiëls visioen. Dat Gods' heerlijkheid dan door de poort zal binnenkomen. En wacht maar eens af, dán zul je de heerlijkheid van Israëls" Koning zien!

Maar kijkt u nu eens in Johannes 12. Uit oostelijke richting (daar lag Bethanië) kwam de Heere Jezus, door de Oostpoort de stad en de tempel binnen. Hij was zojuist gezalfd met mirre als een Koning (Joh. 12:3), zoals eenmaal de wijzen uit het oosten de geboren Koning der Joden zalfden. Hij is ontvangen en ingehaald als de Koning. Zo stond Hij daar in de tempel, de Zoon van God die heel de tempeldienst vervullen zou. En in Hem, in Jezus Christus, zou nu de heerlijkheid van Israëls God het huis vervullen.

 

Heerlijkheid aan het kruis

Ja maar, denkt u misschien, dit was toch Jezus’ komst in vernedering? Hij ging toch sterven, en nog niet "heersen tot in eeuwigheid", en nog niet oordelen en richten? Hoor, wat Jezus zèlf zegt.' Als enkele Grieken Jezus willen zien, dan zegt Jezus: "De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden" (vs. ,23). Uit het verband blijkt, dat Christus daar zijn kruisdood mee bedoelt. Zijn verheerlijking, de heerlijkheid des HEREN, zal zichtbaar worden ...aan het kruis! Daar vervulde ,Hij de hele tempeldienst, met al zijn offers en ceremoniën. Daar vervulde Hij de profetie van Ezechiël. Voor eeuwig zou Gods tempel te Jeruzalem staan, en zijn troon opgericht. Israël was niet vergeten, maar het was door God tot het centrum van de hele wereld gemaakt.

Nu zochten de volken der wereld "de wortel van Isaï" en van Sion uit zou het heil naar de heidenen stromen. Wat velen vandaag niet erkennen, zagen zelfs de Farizeeën op die dag: "Zie, de gehele wereld loopt Hem na" (vs. 19).

 

Uw koning komt

Zijn alle profetieën dan létterlijk uitgekomen bij Jezus' komst? Wel, daar is iets merkwaardigs mee. Kijkt u maar naar de tweede profetie, die bij Jezus' intocht vervuld werd. Namelijk die van Zacharia 9:9: “Wees niet bevreesd, dochter Sions, zie, uw Koning komt, gezeten op het veulen van een ezel" (Joh. 12:15). Dat rijden op een ezelsveulen, dat heeft Jezus inderdaad letterlijk vervuld, als een teken.

Maar Johannes zegt er eerlijk bij, dat de discipelen dat pas achteraf begrepen hebben. En weet u waarom'! Omdat er zoveel kanten aan de profetie zaten, waarvan' het net leek of die in Jezus juist niet vervuld werden. Namelijk, dat Hij Jeruzalem en Efraïm van de vijandelijke wapens zou zuiveren.

Ja, zeg maar dat Hij zijn gericht ten uitvoer zou brengen. En wat zag je daarvan?' U weet toch, dat dat dé grote aanstoot is geweest voor de mensen in Jezus' tijd? De Romeinen heersten nog, de verdrukker was er nog altijd. Ja, en toch was Jezus ook de Richter, de Koning die het oordeel uitsprak. Hoort u maar opnieuw Johannes 12, waar Jezus in het zicht van het lijden zegt: "NU gaat er een oordeel over deze wereld" (12:31). Een oordeel, allereerst omdat de satan, de gróte vijand van Israël buitengeworpen werd. En verder een oordeel over allen, die de duisternis liever zouden hebben dan het licht. Met dat oordeel is Hij nu nog bezig, tot 'aan zijn wederkomst. Ja, het is zo anders dan de mensen dachten. Het is misschien zelfs' anders dan wij gedacht zouden hebben bij het lezen van de profetie. Want het leek veel meer over een wereldlijk gericht te gaan, met wereldlijke eer voor Israël.

Maar daar zei Jezus nu over tegen Johannes de Doper: "Zalig, 'wie aan Mij geen aanstoot neemt". De discipelen hebben later begrepen wat er aan de hand was, daar bij de Oostpoort van Jeruzalem. Wij mogen het nu ook zien: Israëls eer is gekomen in Jezus Christus, die ook onze Heiland is. Zo heeft Hij de profetie vervuld. Hij, die Jeruzalem als Koning binnenging om de Heerlijkheid des Heren te tonen in zijn lijden. Hij die nu op de troon gezeten is aan Gods rechterhand.

Onze verwachting moet maar steeds gericht zijn op één ding: Hij komt! Hij komt nog eenmaal, om al Gods woorden volkomen waar te maken.


 W. Smouter

http://www.opbouwonline.nl/artikel.php?id=10837

 

 

En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.

Mattheüs 28:20

 

Kunnen we daar 'amen' op zeggen? Weten we zeker dat Hij ons draagt, elke dag? Niet een poosje wel en een poosje niet, nee, alle dagen? Aan Hem ligt het niet, Hij heeft beloofd: op Mij mag je rekenen, al de dagen!

 

Wat een prachtige woorden in het evangelie van Mattheüs. Die woorden zijn net als vleugels die uitgespreid zijn boven de mensen die van Hem getuigen. Onder die vleugels vinden ze bescherming en veiligheid in moeilijke tijden.  En die komen er in het leven van iedere mens. Hij zegt: Vergeet het niet bij al het werk dat jullie voor Mij doen: ik ben er bij.

 

Immanuël betekent: God met ons. Maar als de Here Jezus terug komt is het: wij met Hem, voor altijd. Dat is nog beter.

 

Maar ja, zijn we wel geschikt om een getuige van Hem te zijn? Kijk eens hoe het ging  in het begin, boeren en vissers. Petrus  die faalde bij het vuur in de voorhof…  hij krijgt een nieuw vuur, een nieuwe opdracht: weid Mijn schapen. Als zij er niet geweest waren, wie zouden het goede nieuws dan verteld hebben? Zij waren echte getuigen, zij waren erbij geweest. En wij, die in Hem geloven, mogen de fakkel brandend houden tot Hij komt!

 

Zeg niet als Petrus: ik ken Hem niet,

merk op hoe Hij in liefde naar u ziet,

hoe Hij Zijn leven ons aanbiedt.

 

Bron: Geborgen in Zijn hand


Siska Nov 11 '17 · Mijn reacties: 2 · Linken: leven, jezus, here , here, heilige-geest, god, getuigen, geborgenheid, christelijk, evangelie

Bent u wedergeboren?

De Here Jezus heeft eens gezegd: ”Verwonder u niet, dat Ik u gezegd hebt: Gijlieden moet wederom geboren worden”(Joh.3:7).

De vraag die ik nu aan u stel is: Bent u wedergeboren? U luistert misschien heel geregeld naar deze radioboodschappen, u leest misschien uw Bijbel, gaat naar de kerk en bidt. Maar bent u wedergeboren?

Er waren mensen in Laodicea waarvan u kunt lezen in Openbaringen 3, die aardig religieus waren. Als je ze vroeg, ”Hoe gaat het geestelijk met je? ”dan zeiden ze: “We zijn rijk, heel rijk en we hebben aan geen ding gebrek”. Maar er ontbrak een heel belangrijk ding bij hen. Dat was, dat de Here Jezus buiten de deur van hun hart stond, en daarom klopte Hij aan hun hart. Hij zei: Als je de deur open doet, dan kom Ik binnen en dan kom Ik bij je wonen.

Kijk, als u nog niet wedergeboren bent, dan is dat eigenlijk het antwoord om wedergeboren te worden. Is het zo eenvoudig? Ja, want als Jezus in uw hart komt, dan doet Hij dat wonder, dat u geboren wordt in de familie van God. Jezus zegt, ”Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden”. Dit is een moeten, dit is een weg die u moet gaan. Jazeker, het wonder van de wedergeboorte doe Ik, maar jullie moeten komen – u moet komen. Zou u dat willen? Als dat zo is, wat moet u dan doen? Jezus klopt en nu moet u Hem binnenlaten. Wat gebeurt er als Jezus in uw hart Komt? Dan ziet Hij uw zonden; en u ziet ze ineens ook heel duidelijk, dat kan niet anders.

Maar dan is het heerlijke, dat u weet wat u met uw zonden moet doen – dan gaat u uw zonden belijden. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”(1 Joh. 1:9). Het bloed van Jezus maakt ons rein. Dan gaat Jezus in uw hart aan het werk, dan gaat Hij de zonden die u Hem belijdt rein maken. Is dat alles wat uw zonden betreft? Nee, het is niet alleen een belijden, het is ook: u er vanaf keren. Maar nu staat u niet meer alleen, nu gaat u die strijd tegen de zonden samen met Jezus dragen.

Zelf kunt u het niet, maar Hij kan het wel. Hij geeft zijn Heilige Geest in uw hart, en die brengt mee de vrucht des Geestes (Gal. 5:22): Liefde, vrede, goedheid, zelfbeheersing, vriendelijkheid… De Bijbel wordt dan ineens zo heel anders, dan wordt het een liefdesbrief van God. Als u Jezus vraagt om in uw hart te komen dan komt Hij, en zijn Geest getuigt met uw geest dat u een kind van God bent. Dan gaat u de Bijbel in zover begrijpen dat het u geweldig gelukkig maakt, omdat u het antwoord ziet op uw problemen, de grootste problemen die u hebt in uw leven.

Iedereen heeft minstens twee grote problemen, en dat is het probleem van de zonde en van de dood. En die worden beantwoord. Kijk, aan het kruis heeft Jezus de zonden gedragen van de hele wereld; ook uw zonden. Daar heeft Hij alles volbracht. Hij heeft ontzettend geleden, vreselijke pijn gehad, maar dat wilde Hij uit liefde om voor uw en mijn zonden te boeten.

Maar we worden ook sterk in de strijd tegen onze zonden. U bent verlost en u bent ook overwinnend over uw zonden met Jezus. Dat komen tot Jezus is een begin. De geboorte van een kindje is een begin, en de wedergeboorte is ook een begin. Het is het begin van leven tot eer van God – een overwinnend leven, een leven sterk door de verlossing en de hulp en de nabijheid van de Here Jezus.

Bent u wedergeboren? Bent u het niet? Kom dan tot Jezus! Wat moet u doen? Heel eenvoudig tot Hem spreken. Hij heeft geklopt aan de deur van uw hart en u hebt het gehoord vandaag; en nu wacht Hij. De Here Jezus is een “gentleman”; Hij forceert de deur van uw hart niet. U moet hem opendoen, en als u echt zegt zodat u het meent, “Ja, Here Jezus”, dan komt Hij binnen. En dan staat er in Johannes 1:12., “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden”. Dan bent U een kind van God. Wilt u het doen?

Laten we samen bidden. “Heer Jezus, wilt U de weg vrijmaken van haar, van hem, die nu een besluit voor u wil nemen. Wilt u alle tegenstand, alle twijfel, alle “ja maars” wegnemen, en ook alle duivels en demonen, want die willen niet dat ze het doen; maar ik dank U dat U die weg wilt sturen. Maakt U de weg klaar tussen U en haar en hem. Dank U, Heer, dank U.”

Nu zijn we even stil, en geeft u aan de Here uw antwoord…

“Dank U, dat hij of zij nu kan zeggen: Ja, Heer Jezus, kom in mijn hart, maak mij een kind van God, doe dat grote wonder in mij dat ik geboren word in uw familie. Dank U wel, Here Jezus. Amen.”

Nu moet U zelf nog langer gaan spreken met de Here. U hoort bij Hem, Hij hoort alles wat u zegt en Hij heeft u zo lief!


Bron: Een Boodschap van Overvloed

Radiotoespraken van Corrie ten Boom


Siska Mar 18 '17 · Mijn reacties: 1 · Linken: god, bijbel, evangelie, heilige geest, here, here , jezus, leven, wedergeboren

Een plons in het water, golvende kringen, en dan was het water weer stil.

Kleine luchtbellen kwamen naar boven. Een zendeling stond aan de oever van de Indische Oceaan en tuurde in de diepte. Eindelijk - daar kwam een donker hoofd boven water en twee lachende ogen keken hem tegemoet.

 

De oude parelvisser schudde het water van zijn nog lenige lichaam.

 

"Wat kun jij duiken, Rambau!" riep zendeling David Morse die hier gekomen was om aan de mensen de blijde boodschap te brengen van redding door Christus Jezus. "Kijk deze maar eens, Sahib" (=leraar) zei Rambau en nam een pareloester van tussen zijn tanden. Hij opende hem - daar lag een glanzende parel op zijn hand.

 

 

 "Wat een mooie!"

"Ach", zei Rambau, "hij is goed, maar er zijn betere parels, veel betere. Kijk, hier ziet u een paar foutjes. Weet u, gisteren sprak u met mij over God. Maar ik ben en blijf een Hindoe. Wij moeten erg veel doen om bij God te komen. Zoals deze parel kleine foutjes heeft, zo heb ik veel fouten en zonden. Deze moet ik eerst goed maken en ervoor boeten".

 

"Beste vriend Rambau, God biedt aan elke zondaar, die aan Hem zijn fouten en zonden belijdt, volle vergeving, ieder die met berouw tot Hem komt en de Here Jezus Christus aanvaardt als zijn Verlosser, wordt aangenomen als een kind van God. Begrijp je dat?"

"Nee, Sahib, zoals ik u al meer zei: Dit gaat me te gemakkelijk. Misschien ben ik te trots, maar ik wil ervoor werken om een plaats in de hemel te krijgen. Ik ben van plan, voor mijn zonden een pelgrimstocht naar Delhi te maken en zo hoop ik, Gods barmhartigheid te zullen verdienen."

 

"Rambau, misschien kun je die lange reis niet eens volbrengen. Vandaag is het de tijd van Gods genade; morgen kan het al te laat zijn.

Bovendien, Gods genade kunnen we niet verdienen, want Hij wil het geven.

Gods Zoon, Jezus Christus, heeft geleden op het kruis en alles volbracht wat nodig is voor onze redding. God wenst alleen dat we onze zonden aan Hem vertellen en dan geloven dat Zijn Zoon de schuld betaald heeft voor zondaars die tot Hem komen. Hij is de enige Redder.

Buiten Hem om gaat het niet. Dan ga je onherroepelijk verloren."

Maar Rambau schudde het hoofd en ging naar huis.

 

 

En alles wat Morse, hoe vaak ook, tot de parelvisser zei, hielp niets. Hij wilde Christus niet aanvaarden. Toch werden ze vrienden, de zendeling en de oude visser.

 

Op een dag kwam Rambau bij de prediker op bezoek. Hij had een doosje bij zich en zei: "Sahib Morse, hierin zit één voorwerp. Ik wil u hierover vertellen.

Ik had een zoon. Hij was ook een duiker. Hij was de snelste parelvisser aan de Indische kust. Hij had het scherpste oog en de langste adem. Hij kon 30 meter diep duiken. Hij was de vreugde van mijn hart.

Altijd droomde hij ervan, nog mooiere parels te vinden. En werkelijk, eens op een dag vond hij wat hij zocht. Maar die schelp was bijna onbereikbaar - zo diep en zo vast tussen de rotsspleten. Hij haalde hem boven, maar... hij was te lang onder water gebleven, zijn hart had te veel geleden. Kort daarna stierf hij."

 

De oude man boog zijn hoofd en een ogenblik ging een korte siddering van diepe smart door zijn lichaam...

"... Jarenlang heb ik deze parel bewaard. Maar nu ga ik naar Delhi en kom misschien niet meer levend terug. Nu geef ik hem aan u, mijn beste vriend."

 

Het was één van de grootste parels die hier ooit gevonden waren, er lag een wonderlijke glans overheen. De zendeling bekeek hem aandachtig en stil. Hij was even sprakeloos.

"Rambau, wat een parel!"

"Ja, deze wonderschone parel is foutloos", antwoordde de Indiër.

 

Nu kwam de zendeling op een gedachte en zei:

"Laat me deze wondere parel van je kopen.

Ik bied er duizend dollar voor."

Stram richtte de man zich rechtop. Ernstig en streng antwoordde hij: "Sahib, deze parel is onbetaalbaar. Geen mens ter wereld heeft genoeg geld om te betalen wat deze parel mij waard is. Ik wil hem niet verkopen, ik wil hem u alleen geven als een geschenk."

 

"Nee, Rambau, hoe graag ik hem ook wil hebben - ik kan hem niet aannemen. Misschien ben ik te trots, maar aannemen vind ik te gemakkelijk. Ik wil ervoor betalen of ervoor werken."

 

"Begrijpt u dan niet, of wilt u het niet begrijpen, Sahib - mijn enige zoon gaf zijn leven om deze parel te verkrijgen. Haar waarde bestaat uit het levensbloed van mijn lieve jongen. Ik kan hem niet verkopen - alleen maar schenken. Neem hem aan als een bewijs van de liefde die ik voor u heb."

 

"Rambau", zei Morse langzaam, "ik gebruikte de woorden, die jij tegenover God gebruikt hebt."

 

De duiker keek de prediker lang en onderzoekend aan en langzaam, langzaamaan begon hij het te begrijpen.

 

"God biedt u het heil aan als een gratis gift, kosteloos. Het is zo groot en onbetaalbaar, dat geen mens op aarde het zou kunnen betalen. Het heeft aan God het levensbloed gekost van Zijn eniggeboren Zoon om de toegang tot de hemel vrij te maken. Door pelgrimsreizen van duizenden kilometers zou je Gods genade niet kunnen verdienen. Maar Hij gaf daarvoor vrijwillig Zijn geliefde Zoon in de vreselijke dood aan het kruis. De liefde van God en Zijn verlossing voor zondaars zoals jij en ik kunnen we alleen maar gelovend en dankend aannemen.'

 

Het werd licht in het hart van de oude parelvisser. "Nu begrijp ik het", zei hij, keerde zich om en liep peinzend weg.

Na een uur kwam hij terug en zei: "Ik wacht niet langer, maar ik wil nu, zoals ik ben, tot God komen. Ik kan niets verdienen, want ik sta bij Hem in de schuld. Als een verloren mens wil ik die onbegrijpelijke liefde van God aannemen en Hem en Zijn Zoon Jezus Christus daarvoor danken."

 

Dit verhaal is waar gebeurd.

Wanneer u dit een duidelijke illustratie vindt van het aanbod van Gods liefde, wilt u dan nu ook tot Hem gaan? Wat zal uw antwoord zijn? Een nee of een heilig ja? Het gebeurde toen, het gebeurd ook vandaag nog steeds weer, en nu kan het bij u gebeuren. Dit kan het moment voor u zijn... Het ligt aan uw keuze !



 

Het was tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog. In het oosten van Duitsland waren de Russische troepen ver doorgedrongen. Kort voor Kerstmis 1944 waren de Duitsers in het westen nog een wanhopig tegenoffensief begonnen: de slag in de Ardennen. Er werd hevig gestreden in de bossen van de noordelijke uitlopers van de Eifel. Een inwoner van Aken, een stad die erg te lijden had onder bombardementen, had zijn vrouw en zijn twaalfjarige zoon ondergebracht in een jachthut midden in de bossen. Het was de avond voor Kerstmis. De vrouw en de jongen zaten samen stil in de hut bij het licht van een paar kaarsen. Hoe anders was deze avond dan Kerstmis in vroegere jaren! Plotseling werd er op de deur geklopt. Met bevend hart deed de vrouw open. Daar stonden drie Amerikaanse soldaten die van hun troepenonderdeel waren afgesneden. Eén van hen was gewond en bloedde hevig. De mannen waren gewapend en hadden zich ook zo naar binnen kunnen dringen. Maar ze bleven stil staan, bewogen zich niet en smeekten met hun ogen. Een gesprek was moeilijk, want moeder en zoon verstonden geen Engels. In gebroken Frans konden ze samen spreken. Frau Müller wenkte de drie mannen binnen te komen. Ze wist dat dat gevaarlijk was. De Amerikanen waren immers vijanden. Maar Frau Müller was een christin en in haar hart was de liefde van Christus. De gewonde soldaat werd op het bed van de jongen gelegd en verzorgd. Hans, de jongen, wreef met sneeuw de blauw bevroren voeten van de mannen. Drie dagen lang hadden ze al rondgedwaald in de bossen op zoek naar de Amerikanen en op hun hoede voor de Duitsers. Al gauw beschouwde de moederlijke Duitse vrouw de vreemden als grote jongens, die wat hun leeftijd betreft haar eigen zonen hadden kunnen zijn. Ze had nog een vette haan, die ze eigenlijk tot Nieuwjaar had willen bewaren in de hoop dat haar man dan met een kort verlof thuis zou zijn. Nu werd de haan geslacht en vrijwillig voor de vijanden opgeofferd. Al gauw hing er een heerlijke lucht van gebraden haan in de kamer. Opeens werd er weer op de deur geklopt. In de verwachting nog meer verdwaalde Amerikanen te zien, deed de twaalfjarige Hans zonder aarzelen de deur van de hut open.

 

Buiten stonden vier mannen in uniform: Duitsers! Moeder en zoon stonden eerst verstijfd van schrik. Er was immers de harde wet: wie vijandelijke soldaten herbergt, pleegt landverraad. Ze konden allemaal wel doodgeschoten worden. Maar de moeder herstelde zich snel. Haar gezicht was bleek, maar haar stem was rustig toen ze zei: 'Gezegend Kerstmis!' De soldaten beantwoordden de groet. Ze legden uit dat ze de weg naar hun legereenheid verloren hadden en vroegen beleefd of ze in de hut mochten overnachten. 'Natuurlijk mag dat,' zei de vrouw, 'kom maar binnen. U kunt zo dadelijk aanzitten aan onze kerstmaaltijd, waarbij nòg drie onverwachte gasten zijn. Maar u moet hen wel zonder meer als vrienden beschouwen.' De leider van de Duitsers was een onderofficier. Hij vroeg bars: 'Hebt u Amerikanen in huis?' De moeder keek hem recht in de ogen en zei: 'Het is kerstnacht en hier wordt niet geschoten!  Jullie zouden mijn zonen kunnen zijn en die daarbinnen ook. Eén van hen is gewond en vecht voor zijn leven. Zijn beide kameraden zijn hongerig en, net als jullie, doodmoe. In deze kerstnacht denken we niet aan doden!' De onderofficier staarde haar aan. Enkele eindeloze seconden heerste er zwijgen. Toen, na een hernieuwd liefdevol verzoek van de vrouw, legden de vier soldaten hun wapens op de kist met houtblokken in de gang. Ook de 'vijanden' leverden hun wapens in. Verlegen stonden de Duitsers en de Amerikanen schouder aan schouder in de kleine kamer. Nu was de moederlijke vrouw in haar element. Ze vonden allemaal een zitplaats: de twee Duitsers en de twee Amerikanen op haar grote bed. Moeder Müller keek in haar provisiekast en haalde alles tevoorschijn wat ze kon missen. Al gauw was het kerstmaal klaar. Eén van de Duitse soldaten had nog een roggebrood bij zich dat moeder Müller sneed. Toen ze allemaal om de tafel zaten bij het schijnsel van de kaarsen, sprak moeder Müller het gewone tafelgebed uit: 'Kom, Here Jezus, wees onze Gast...' Daarbij schoten haar de tranen in de ogen. Ook de oorlogsmoede soldaten uit de twee elkaar vijandige kampen waren ontroerd. Ze waren weer jongens, allemaal ver van huis. Het was of ze bij hun moeder aan tafel zaten op deze kerstavond. Het was dan ook heel vanzelfsprekend dat één van de Duitsers, een student in de medicijnen, zich over de wonden van de Amerikaanse soldaat boog voor een onderzoek. Allen waren opgelucht toen hij in vloeiend Engels constateerde: 'De wond is gelukkig niet door de kou geïnfecteerd. De man heeft alleen veel bloed verloren. Hij heeft nu rust nodig en versterkend voedsel.' Het was tegen middernacht toen de 'vredesmaaltijd' beëindigd was. Moeder Müller nam haar gasten, behalve de rustig slapende gewonde Harry, nog even mee naar de open deur. Ze keken in de heldere winternacht op naar de sterrenhemel. 'Kijk,' wees de vrouw, 'is het niet net de kerstster?' Prachtig straalde de Sirius, de helderste ster aan de hemel, neer op het wonderlijke kleine gezelschap daar beneden. De oorlog leek opeens heel ver en bijna vergeten. De privé wapenstilstand duurde ook voort tot de morgen. De Duitsers en de Amerikanen gingen nu gescheiden wegen. Harry kreeg het laatste ei van moeder Müller en een slokje rode wijn. De anderen kregen een bord havermout. Van twee stokken en een tafelkleed werd een draagbaar gemaakt voor de gewonde. De onderofficier wees de Amerikanen op een kaart hoe ze het beste hun troepenonderdeel konden terugvinden. Vlak voordat ze weggingen gaf de gastvrouw de wapens terug. Ontroerd zei ze: 'God beware jullie allemaal en moge Hij jullie spoedig in vrede doen terugkeren in jullie familiekring!' De Duitsers en Amerikanen gaven elkaar een hand en gingen in tegenovergestelde richting weg. Toen moeder en zoon weer samen in de hut waren, haalde moeder de oud familiebijbel tevoorschijn. De jongen zag hoe ze de Bijbel opsloeg bij de kerstgeschiedenis. In de afgelopen nacht was er een stukje werkelijkheid geworden van het woord dat de engel gesproken had: vrede op aarde! Ook bij een ander vers bleef de vinger van de lezende vrouw rusten: 'En zij trokken langs een andere weg naar hun land terug.' Dat wordt gezegd van de wijzen uit het Oosten, die uit verre landen gekomen waren om het kindje Jezus te huldigen. Zou er misschien ook een andere, een nieuwe weg zijn die de Amerikaanse en Duitse soldaten gingen, nadat zij deze bijzondere gebeurtenis met elkaar beleefd hadden?

 

 Uit Lichtstralen



Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.

Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen.  En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.  Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen. Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, bij U vandaan komt.

Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen, en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt. Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.

 Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt. Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben.

Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.

Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid. En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.  Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld. Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen.    Johannes  17



Dit is met recht een wereldoorlog omdat elke hoek en elk aspect van ons leven er mee gemoeid is en oorlogsgebied is. De cultuur, de overheid, justitie, ziekenhuizen, universiteiten en scholen, de zakenwereld en de entertainment industrie, onze huizen en gezinnen, onze harten en gedachten, alles is erbij betrokken. Eraan ontsnappen is geen optie, omdat we de wereld niet kunnen verlaten, waar we nu eenmaal in leven. We kunnen ook ons lichaam niet verlaten, omdat dat de woning van onze ziel is.

 

Sommigen hebben geprobeerd om zichzelf van de wereld te isoleren, in een poging geestelijker te worden. Na eeuwen van felle vervolging, waarin het Romeinse rijk het christelijk geloof probeerde uit te delgen, gaf het zich uiteindelijk gewonnen aan het christendom. Veel christenen wisten niet goed om te gaan met de nieuw verworven vrijheid van godsdienst en probeerden geestelijke martelaren te worden. Zij isoleerden zichzelf van de wereld en leefden als kluizenaars.

 

Simeon was één van de eerste asceten. Hij leefde in de vierde eeuw. Hij koos ervoor het leven van een herder te leven, in een poging om een waarachtige geestelijke status te bereiken. Maar het herdersleven vond hij niet geïsoleerd genoeg en hij besloot als een kluizenaar te gaan leven. Daarvoor trok hij zich terug in een klooster. Negen jaar lang zette hij geen voet buiten zijn kamer. Maar nog was hij niet tevreden over de mate van teruggetrokkenheid en de door hem bereikte geestelijke staat. Hij besloot de woestijn in te trekken, waar hij een paal neerzette van zo’n 2,5 meter hoogte om daarop te leven. Maar ook dit bood hem onvoldoende afstand van het kwaad uit de wereld, dus maakte hij de paal circa 18 meter hoog. Dertig jaar lang leefde Simeon boven op deze paal, in de hoop dat het zijn ziel goed zou doen.

 

De apostel Paulus waarschuwde dat dergelijke dingen een schijn van geestelijkheid hebben, maar in feite waardeloos zijn. Hij veroordeelde deze “valse nederigheid” en “eigendunkelijke godsdienst”, “met zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam”, de houding van “raak niet, smaak niet, roer niet aan”, als: “zonder enige waarde en slechts dienende tot bevrediging van het vlees” (Kolossenzen 2:16-23).

 

 

Een probleem van het hart 

 

Onze Heer leert dat onreinheid niet komt door dingen van buiten, maar vanuit ons eigen hart: “Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken,...” (Matthéüs 15:19). Geen spelonk is afgelegen genoeg, geen paal is hoog genoeg om te ontsnappen aan de wereld. Het probleem ligt namelijk in elk menselijk hart. Waar we ook heen gaan, we nemen onze problemen met ons mee. In feite zijn we zelf onze ergste vijand.

 

In Romeinen 12:2 staat dat wij niet “gelijkvormig aan deze wereld moeten worden”. Wereldgelijkvormigheid is elke activiteit zonder God of die tegen God in gaat. Het is het gebruik (of misbruik) van Gods prachtige schepping of schepselen voor de bevrediging van de zondige, egoïstische, gevallen natuur van de mens.

 

Wereldgelijkvormigheid is de onwil om Gods heerlijkheid te weerspiegelen, waarvoor we uiteindelijk geschapen zijn. Wereldgelijkvormigheid maakt het onmogelijk om de zaken vanuit Gods perspectief te zien. Wereldgelijkvormigheid wil slechts de mens behagen, niet God. Wereldgelijkvormigheid gaat veel verder dan opzichtige make-up of het obsessief volgen van de laatste modegrillen van de wereld. Het zijn “de lusten van het vlees, de lusten van de ogen en een hoogmoedig leven”, het najagen van gezondheid, rijkdom en geld, roem en comfort, genoegens van het leven en bezittingen.

 

 

Misleiding 

 

In deze strijd tegen wereldgelijkvormigheid moeten we weten wie de vijand is, hoe deze eruit ziet en waar deze zit. Wereldgelijkvormigheid kan heel misleidend zijn. Wanneer de wereld zijn ware natuur laat zien van slavernij, corruptie, perversiteit en misdaad, hebben de meesten de vijand wel in de gaten. Maar als de vijand verborgen is, zien velen het gevaar niet, zoals een visser een aantrekkelijk aas gebruikt om de haak in te verbergen. De wereld belooft ware liefde en veroorzaakt gebroken harten, gebroken gezinnen en gebroken gezondheid. Socialistische politici beloven de hemel en veroorzaken hel op aarde. Gokken belooft een fortuin, maar veroorzaakt een absoluut bankroet. Drugs en alcohol beloven heerlijke gevoelens, maar veroorzaken verslaving en een miserabel leven.

 

Wereldgelijkvormigheid heeft meer achting voor het lichaam dan voor de ziel. Materiële, uiterlijke zaken zijn belangrijker dan de geestelijke. Wereldgelijkvormigheid moedigt ons aan om in de beste en duurste kleding gekleed te gaan, de duurste auto’s te rijden, van de nieuwste technologieën gebruik te maken, de knapste vriend of vriendin te hebben. Meisjes moeten de modernste outfit hebben en hun haar volgens de nieuwste trend geknipt en gekapt hebben. Jongens moeten vooral hun lichamen getraind hebben, veel geld en dure IPhones hebben, ten koste van hun zielen.

 

Een christen die wereldgelijkvormig is heeft te veel van Christus om werkelijk van de wereld te kunnen genieten en te veel van de wereld om zich werkelijk in Christus te kunnen verheugen. We zijn wereldgelijkvormig als we denken en spreken zoals de wereld, ons kleden, ons gedragen en eruit zien zoals de wereld.

 

 

Leven in het licht van de eeuwigheid 

 

We moeten meer waarde hechten aan onze zielen dan aan onze lichamen en de eeuwigheid boven het hier en nu plaatsen. We moeten leren om God te vrezen, Die ons zal bevrijden van mensenvrees, die ons lam legt. We moeten leven ter eer van God en voor Zijn goedkeuring en niet de goedkeuring van mensen zoeken. We moeten meer bezig zijn met het verzamelen van schatten in de hemel dan het verzamelen van schatten op aarde. We moeten leven in het licht van de eeuwigheid: “Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden” (Matthëüs 6:33 ).

  

Materiële dingen zijn op zich niet zondig. Alle dingen die door God geschapen zijn, zijn goed, zolang we ze met dankbaarheid ontvangen en gebruiken zoals God het voor ons heeft bedoeld en het in de Bijbel beschreven staat. Maar onze zondige natuur is geneigd tot het kwade en we zijn in staat zelfs goede dingen tot onze eigen schade te gebruiken. Voedsel is een gave van God, maar vraatzucht is een zonde. Wereldgelijkvormigheid kan bijna alles in het leven verdraaien. We moeten leren om alles te doen tot eer van God. Geen enkel aspect uit ons leven kan buiten de heerschappij van de Here Jezus. Onze bezittingen, relaties, familie, opleiding, sport en vrije tijd moeten onder de heerschappij van de Here Jezus worden gebracht.

 

In onze dagelijkse beslissingen moeten wij de goede strijd van het geloof strijden. We kunnen het niet opgeven. De oorlog tegen wereldgelijkvormigheid is niet slechts een strijd tegen uiterlijke dingen. Wereldgelijkvormigheid is een geestelijke ziekte van het hart die bevochten moet worden door het geloof. We hebben hiervoor een nieuw hart nodig en de kracht van de Heilige Geest die elk aspect van ons leven moet doordringen. “Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?” (Matthéüs 16:26).

 

De wereld zegt dat we onszelf kunnen rechtvaardigen: “Ik ben een goed mens! Het is niet mijn fout!” De Bijbel moedigt ons aan om onze zonden te belijden. De wereld zegt dat we onze zonden moeten bedekken. De Bijbel zegt: “Zondig niet meer”. De wereld zegt: “Neem wraak!” De Bijbel leert: Doe restitutie – breng terug, repareer en betaal.

 

De wereld zegt: “Maak plezier!” Het Woord zegt: “Bekeer je!” De wereld zegt: “Kom op voor jezelf!” Het Woord zegt: “Verneder jezelf onder de machtige hand Gods. God biedt weerstand aan de hoogmoedigen, maar Hij geeft genade aan de nederigen van hart.’’

 

We hebben een keuze: zoek de goedkeuring, het applaus van de wereld, of zoek de goedkeuring van God alleen. Doe wat populair is of doe wat goed is. Zoek je eigen voordeel of zoek het voordeel van anderen. Wees politiek correct of wees een getuige voor de Waarheid. Neem de brede weg of neem de smalle weg. Accepteer de mening van de meerderheid of accepteer Gods Woord. Laat je meedrijven met de grote stroom of neem stelling. Elke beslissing die we nemen maakt ons meer een inwoner van de hel of de hemel. Leef in het licht van de eeuwigheid en je zult de strijd winnen tegen wereldgelijkvormigheid.

 

“Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:33)

 

Dr. Peter Hammond

 

 

Bron: www.cftnederland.nl

Er stond laatst een bijzondere advertentie in een huis-aan-huis krant:

 

Hengelsport-vereniging  “ SP ”  (Simon Petrus)

Met beschikking over rijke viswateren, zoekt dringend

NIEUWE LEDEN.

Wij vergaderen regelmatig!

Vaste agendapunten daarbij zijn:

.…Visie op het vis

…. Overvloed aan vis

.…De uitdaging van het vangen van het vis!

 

 

Toen de vereniging eens voltallig bijeen was, suggereerde één der leden, dat er een echt VISBELEID nodig was. Men stelde daarom, zeer zorgvuldig, een voorlopig visvang-definitie op en later volgde er uiteraard nog eens een definitieve definitie.

 

Ook werd er, even zorgvuldig, een doelstelling geformuleerd.

Werkwijze en vis-strategie werden ontwikkeld en grondig bestudeerd. Kortom, het was op de vergaderingen een drukte van belang.

 

Later besefte men wel erg éénzijdig bezig te zijn met de hele materie. Het vissen was namelijk alleen maar benaderd vanuit het gezichtpunt van de visser en niet vanuit dat van de vis…

 

Hoe kijkt een vis tegen de wereld van de vissers aan?

Hoe komt de visser over op de vissen?

Wat eten vissen-en wanneer eten ze het liefst?

Dát  zijn allemaal belangrijke en interessante vragen…

 

Dus begon men dat alles eens heel grondig te onderzoeken!

Men woonde conferenties bij over het vissen. Sommigen reisden naar veraf gelegen plaatsen om de verschillende soorten vis en andere vis-methodes aan een grondige studie te onderwerpen. Enkele actieve leden haalden zelf een “graad” in de viskunde…

Maar, al met al was er niemand, die viste….

Er werd nu een commissie gevormd om vissers uit te zenden!

Maar, omdat er natuurlijk veel meer visplaatsen waren dan vissers, moest die commissie eerst de prioriteiten vaststellen.

Een voorkeurslijst van visplaatsen werd op de publicatieborden van de vereniging gehangen.

 

 Maar…. nog steeds viste er niemand!

 

Er werd toen een enquête gehouden, om eens “uit te vissen” hoe het kwam, dat er niemand viste.

Maar, zoals gebruikelijk, vulde de meeste leden de vragenlijst niet in. Dat gebrek aan “mee-denken” veroorzaakte, zeer begrijpelijk, behoorlijk wat verontrusting bij het bestuur.

 

Toch, van de mensen die wel op de enquête reageerden, voelden sommige zich geroepen om de totale materie van “het vissen” nu eens grondiger te gaan bestuderen.

 

Anderen gingen zich vervolgens toeleggen op het leveren van de benodigde visuitrusting.

Een aantal andere leden wilde wel actief zijn om de vissers te bemoedigen!

 

Door het grote aantal vergaderingen, conferenties en studiedagen over al deze onderwerpen had echter niemand tijd om te vissen….

 

Jaap (what ’s in a name?) was aangetrokken door die advertentie en werd lid van de Hengelsport-Vereniging “SP”

Na een inspirerende vereniging-avond begon hij onmiddellijk te vissen! Hij probeerde het één en ander eens uit, kreeg de smaak te pakken en ving een paar prachtige exemplaren.

Op de eerstvolgende vergadering vertelde Jaap het verhaal van die mooie vangst. Hij werd uitbundig geprezen om het behaalde resultaat!

 

Er werd gelijk ook maar afgesproken, dat hij enkele voordrachten zou houden over “hoe” hij het had gedaan…

Maar, door al die spreekbeurten, en natuurlijk (want dat kon niet uitblijven) zijn verkiezing in het bestuur van de vereniging had Jaap geen tijd meer om te vissen.

 

Al gauw voelde hij zich onrustig en onvoldaan.

’t Was allemaal wel aardig en interessant, maar hij wilde zo graag die ruk aan zijn vislijn weer eens voelen.

Dus annuleerde Jaap al zijn spreekbeurten, trad af als bestuurslid en zei tegen een vriend “Ga je mee vissen…?”

 

Dat deden ze.

Gewoon met z ’n tweeën. En ze vingen de éne vis na de andere. Er waren genoeg vissen te vangen en maar heel weinig vissers.

 

En ik? Dat, lieve mensen, is een klemmende vraag….

 

Ik heb mij óók heel vaak door allerlei goede en zelfs noodzakelijke dingen laten afhouden van WIE ik MOET zijn en WAT ik WIL zijn: Een “Visser van mensen”

 

Een bevriend predikant zei eens tegen mij: Wij zijn zo druk bezig met al het “Kerkenwerk” dat we geen tijd meer hebben voor het “Werk van de Kerk!”

Voor het “vissen van mensen” is natuurlijk iets meer nodig dan ingooien, beet hebben en binnenhalen…

 

Vissen van mensen betekent: bidden-getuigen-Barmhartige Samaritaan zijn-opnieuw leren luisteren naar mensen, maar bovenal naar God.

 

Het betekent ook: jezelf wegcijferen, samen de Bijbel bestuderen, de “mens”geworden Christus weer laten zien en uiteindelijk vragen om heel bewust en persoonlijk een keus te maken voor die Levende Heiland!

 

Ik wens u allen een GOEDE VANGST!

 

Ds. D. Bouwman

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken. Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig. -- Jakobus 5:10-11
    15 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17
Versleten schoenen Ik heb me vanmorgen... Meer
Siska Jul 9 '16