Loading...

Weblogs van leden

Zoekresultaten per link: "christus"

Waarschijnlijk weten we allemaal wel, dat destijds op die gedenkwaardige Pinksterdag in Jeruzalem de Heilige Geest werd uitgestort. De kerk ontstaat dan, zou je kunnen zeggen.

Er heerst een enorm enthousiasme! Duizenden(!) komen tot diep persoonlijk geloof, laten zich daarom dopen en worden ook vervuld met de Heilige Geest!

En dan begint de zegentocht van het Evangelie over de wereld.

Wonderen en tekenen volgen de verkondiging van de Blijde Boodschap Oók strijd is er en tegenstand, maar tóch, niet te stuiten is de stroom van levend water over een wereld, die dorst naar werkelijke vrede. Wij kunnen daarover lezen in het boek Handelingen, dat een enthousiast verslag geeft van die eerste periode, toen. Ik vraag mij wel eens af, wanneer ik de handelingen van de kerk nú lees, zowel de berichten van de hoogste organen, maar ook die van vele gemeenten, waar dat geweldige enthousiasme gebleven is: die blijde verwondering over de grote daden Gods; dat getuigen van de levende Heer, dat verlangen naar een machtige opwekking, ook in onze dagen. Werkt de Heilige Geest dan niet meer in deze tijd?

Dát kán ik niet geloven:

Wanneer ik naast al die kerkelijke berichten ook eens een blad lees, waarin verslagen staan van bijvoorbeeld het zendingsveld, dan treft mij toch wel het grote verschil: Dáár vind ik een sfeer van grote blijdschap en opgewektheid; de toekomst is doorzichtig, want wij hebben een lévende Heer, die ons heel persoonlijk kent en óók wil helpen. Ik lees er over genezing en bevrijding uit de macht van het kwade, van bekering en vervulling met de Heilige Geest. Het is alsof het boek Handelingen niet geëindigd is bij hoofdstuk 28 …….

Nu kunnen wij daar als moderne christenen wel een beetje over glimlachen, want is dat niet té eenvoudig, té kinderlijk geloof van waaruit deze mensen leven?

Ik vraag mij af of wij ons daar zo makkelijk van af mogen maken. Zij getuigen van de grote dingen, die God in hun leven heeft gedaan! En kijk, het goede nieuws, dat wij de moeite van het vermelden waard vinden, bestaat vaak alleen maar uit een berichtje over de opbrengst van de collecten, een bijzondere dienst, die we meemaakten en wat dies meer zij. Zou er in ónze gemeente, bij ónze omgang met dezelfde God niets voorvallen, dat méér Zijn liefde kan illustreren?

En zou zoiets dan niet zéker verteld moeten worden?

Als onze lippen eens een werkelijke loflied zou weerklinken over de grote daden Gods in ons leven, zou dat niet méér inslaan en schokkender zijn dan welk ander nieuws dan ook?

En vooral, zou het niet eerlijker zijn tegenover God?

Of …. Gebeurt er nooit iets..?

Doet God geen wonderen meer in deze sceptische wereld?

 

Ik vergeet nooit weer het verhaal van een predikant, die pas bij zijn afscheidsdienst durfde getuigen van genezing, die hij als jonge man persoonlijk mocht ervaren. Eerder had hij er niet over durven praten, omdat hij bang was voor weerstanden in de gemeente. Hij beleed dat toen als schuld. En térecht naar mijn mening, want ik geloof, dat een éérder getuigenis veel mensen zou hebben bemoedigd en dat het de gemeente tot grote zegen zou zijn geweest!

Ik zou daarom voor willen pleiten, dat wij niet alleen in ons leven grote dingen van de levende God gaan verwachte, maar daar ook van durven getuigen, heel openlijk, wanneer wij ze meemaken, opdat duidelijk zal worden, dat óók in déze tijd Gods Heilige Geest nog krachtig werkt en dat Pinksteren nog steeds een realiteit is.

 

Ds. E. Beekman




Gedachten over de hemel

Er is veel in mijn christelijke geloof dat ik niet volledig begrijp. Maar toch begrijp ik genoeg om mij een liefdevol mens te maken, een mens vol vertrouwen en rust. Wat voor mij nog een raadsel blijft, is het menselijk lijden. Maar ook hier heb ik de genade ontvangen om mijn vragen in Gods handen te leggen. Heeft God zelf tenslotte niet intens geleden? Wie had er in de tijd van Jezus verwacht dat Hij op zo’n wrede manier aan het houten kruis zou eindigen, maar dat Hij juist daardoor de deur naar God en de hemel voor ons opende? Wie kon toen weten, op het moment dat Hij vlak voor Zijn dood naar Zijn Vader uitschreeuwde, dat Zijn wanhoop de voorloper was van onze eeuwige redding? -Christina Rosetti

 

***

 

Als je je soms eenzaam voelt, denk dan eens aan al die vrienden die je nog gaat krijgen in de eeuwigheid. Denk aan die hemelse dimensie die gaat komen na onze aardse leerschool. Daar waar je met Jezus en Zijn ontelbare kinderen zult leven in het licht, met een nieuw en onverwoestbaar lichaam. Denk eens aan al die mensen die je daar zult ontmoeten! Kun je je de vreugde voorstellen van een vriendschap die nooit zal verkillen? De blijdschap die de diepe gemeenschap met anderen, die we vandaag nog niet eens ontmoet hebben, met zich meebrengt? Kunnen we die korte tijd waarin we hier op aarde met eenzaamheid geconfronteerd worden niet verdragen, in de wetenschap dat God ons aan het voorbereiden is op de eeuwigheid? Richt je tot God. Hij kent je hart. Zoek Zijn aangezicht op momenten van diepe eenzaamheid en vind troost en gemeenschap in de aanwezigheid van de Vader, zoals ook Jezus zelf daar Zijn kracht vond in het uur van Zijn nood. -Henry van Dyke.

 

***

 

De sterren die uit lijken te doven als de eerste morgenstralen het landschap verlichten, sterven toch niet af in het duister van de nacht omdat wij ze niet meer zien? Nu straalt hun licht elders en op iemand anders. Er zitten twee kanten aan het sterven; de aardse kant en dan is er de hemelse kant. Hier op aarde zullen de gesloten lippen nooit meer spreken, maar daar, in de hemel, breken diezelfde lippen uit in een lied dat nooit meer zal ophouden. Hier op aarde zullen de zachte voeten niet langer rondlopen, maar daar, in de hemel zullen diezelfde voeten de eeuwigheid doorkruisen.

 

 

Hier wringen we onze handen en staan de tranen in onze ogen terwijl wij het verlies proberen te verwerken als een geliefde is heengegaan. In de hemel is er gejuich en geklap. Geliefden zijn weer verenigd. De aardse kant is maar zo’n klein deel van het leven. Probeer alles te zien in het grotere en geestelijke perspectief. Vergeet nooit de hemelse kant.

 

***

 

Barmhartig is de God die in elke omstandigheid troost. (2 Korinthe 1:3 Het Boek) De God die ons in elke omstandigheid troost? Wat een prachtige uitspraak. Wat een belofte! ‘In elke omstandigheid’ betekent echt ‘in elke omstandigheid’. Er zijn geen uitzonderingen. Maar als wij die troost willen moeten we besluiten om Gods woord ook daadwerkelijk te geloven. Wij moeten er voor kiezen om de woorden van angst en twijfel die ons worden toegefluisterd te verwerpen.‘Mijn gezicht zo onbewogen als een rots.’ (Jesaja 50:7) Je weigert je over te geven aan twijfel en ontmoediging. God heeft het gezegd. Het is waar. Mijn geloof rust in het woord van een God die niet liegt en mij het eeuwige leven geschonken heeft. -Hannah Withall Smith

 

***

 

Dr. J. R. Miller beschrijft een ontmoeting die hij had met een ouderpaar toen hij met hen aan het bed van hun doodzieke zoontje zat. “Ik praatte met hen over Gods liefde en Zijn wil voor ons en voordat ik voor hen wilde bidden vroeg ik hen: ‘Wat wilt u dat ik God vraag om voor jullie te doen?’ Het was even stil en toen sprak de vader diep geëmotioneerd: ‘Dat durf ik niet te zeggen. Ik wil het liever in Gods handen leggen. Alleen God weet waarlijk wat het beste is voor mijn zoontje en voor ons. Misschien is het beter dat ons kind de winter van dit aardse bestaan nog niet verlaat, maar misschien ook roept God hem naar de eeuwige hemelse lente en geeft Hij hem de kroon zonder het lijden. Wij hebben alles gedaan in ons aardse vermogen. Nu is het woord aan God zelf. Vraag aan God voor ons of wij Hem mogen vertrouwen in Zijn grote wijsheid en Hij ons daar de kracht voor mag geven.

 

***

 

“Hoop? Waarop moet ik hopen?” sprak de ontredderde vrouw verslagen. Haar man was recentelijk overleden en haar pijn was ondraaglijk. Waar was de hoop? In de Schrift staat geschreven: “Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.” (1 Tessalonicenzen 4:14) De gezichten waar wij zo naar verlangen zullen ons weer toelachen. De stemmen van hen die ons zo dierbaar zijn zullen weer als muziek in onze oren klinken. Onze geliefden van weleer zullen weer bij ons zijn in ons hemels verblijf. Daar ligt de hoop en het vertrouwen.

 

Bron:actiefonline

De Heer is mijn herder

 

Wie kent deze Bijbelpassage nu niet? En toch is het heel verfrissend weer eens stil te staan bij deze machtige woorden en de diepe weldadige betekenis van deze psalm goed tot ons te laten doordringen. Het woord ‘herder’ behoeft natuurlijk nauwelijks enige uitleg. Iedereen weet wat een herder is, maar als wij er voor het gemak even het woordenboek op naslaan krijgen we inspirerende woorden te zien als: “Hoeder, beschermer, bewaker, leidsman.” Alles wat onze Heer is.

 

Soms kennen we een Bijbelpassage zo goed dat we die bijna achterstevoren kunnen opzeggen. Bijbelverzen die we haast kunnen dromen. Johannes 3:16 is er ook zo een. En juist doordat wij die verzen zo goed kennen bestaat het gevaar dat de diepe betekenis ons nauwelijks meer raakt en de ware levende, geestelijke kracht die in zo’n passage verborgen ligt niet echt tot ons doordringt.

 

Jezus zei: “Alles wat Ik u gezegd heb, is Geest en leven.” Om de ware kracht uit een Bijbelpassage in ons op te nemen en zo profijt te kunnen trekken van het levengevende water wordt van ons wat discipline gevraagd. Alleen door stil en diep over Gods Woord na te denken dringt de overweldigende waarheid van de uitspraak onze soms wat verharde harten binnen.

 

Zo geldt dat ook voor de woorden van Psalm 23. Stel je dat toch eens voor; de Heer, de schepper van hemel en aarde, Hij die alles in Zijn hand houdt, die de diepste uithoeken van het universum kent en niet door tijd wordt beïnvloed, is de herder van jou en van mij.

 

Door Zijn Zoon Jezus Christus heeft God zich voor eeuwig aan ons verbonden. Jezus, terwijl Hij de koning was, heeft er voor gekozen herder te zijn, en zich dagelijks bezig te houden met obstinate en vaak oerdomme schapen.

 

 

Als Jezus nu eens letterlijk naast ons zou lopen, onze hand zou vast houden en alles wat ons bezighoudt zachtmoedig en teder met ons zou doorspreken, waar zou onze angst dan nog zijn? Zorgen over morgen, twijfel over ons eigen kunnen, verdriet over gisteren? Die zouden toch zeker geen enkele kans meer hebben? Natuurlijk niet. Jezus is er toch?

 

Door de rust en het Godsvertrouwen die Jezus uitstraalt zouden wij slechts vreugde ervaren, opwinding en vertrouwen. De lach zou niet van ons gezicht zijn te slaan, want de Herder loopt naast ons. Dan zouden wij onze vermoeide hoofden keer op keer weer op de borst leggen van Hem die ons hart kent en begaan is met onze pijn. Maar Jezus loopt naast ons. Hij houdt onze hand wel degelijk vast, en Hij is precies zo’n herder.

 

“Wat een onzin,” zegt de wereld, die kortstondig en smakelijk lacht om zoveel onnozel, kinderlijk geloof, waarna hij hoofdschuddend verder trekt op zijn eenzame tocht door het duister. “Zo eenvoudig kan het toch niet zijn?” vraagt ook onze twijfel zich soms vertwijfeld af.

 

Maar waar de wereld doorploegt in de hoop, de hartverscheurende ellende van een leven zonder eeuwige hoop zelf op te lossen, wil Jezus niets liever dan ons laten zien wat voor een geweldige Herder Hij is. “Houd moed,” zei Hij. “Ik heb de wereld overwonnen. Ik ben de goede herder, die Zijn leven neerlegt voor het welzijn van de schapen.”

 

Wereldse herders kunnen dat niet. Als puntje bij paaltje komt, besluiten die telkens weer dat het beter is om de schapen neer te leggen voor de herder. Maar de goede herder is er wel. Durf te geloven dat Jezus werkelijk die herder is die Hij zegt te zijn. Neem de tijd voor een gesprek met Hem en luister stil naar Zijn zachte, liefdevolle stem. Telkens weer is Zijn boodschap voor een ieder die Hem op zo’n manier eert en benadert hetzelfde: “Ik houd van je.”

 

Bron:actiefonline



Intocht van de Koning

De intocht van Koning Jezus in Jeruzalem is in het evangelie zó belangrijk! dat alle vier de evangelieschrijvers hem beschrijven. Het was een wonderlijke situatie: daar kwam de Vredevorst zijn stad binnen. Maar wat moet Hij eenzaam geweest zijn, midden tussen de menigte. Midden tussen nieuwsgierige kijkers, blij verraste discipelen en jaloerse Farizeeën wist Jezus: Ik kom hier niet om eer te krijgen, maar om te lijden en te sterven.

 

Gods heerlijkheid in de tempel

In heel deze geschiedenis van Johannes 12 moeten we er eens op letten, hoe hier van a tot z de profetieën uit het Oude Testament vervuld worden. Dan verstaan we er de rijkdom pas ten volle van. Ik breng u eerst het tempelvisioen van Ezechiël 40-48 in herinnering. Midden in de ballingschap, toen alles voor Gods volk en Gods tempel voorbij leek te zijn, kreeg Ezechiël zicht op de dagen van herstel. Lag alles nu in puin? Er zou een nieuwe tempel komen, zo heerlijk als in geen mensenhart was opgekomen. Leek de HERE nu zijn volk vergeten te hebben? Hij zou naar hen omzien als nooit tevoren! "En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit oostelijke richting... en de heerlijkheid des HEREN ging het huis binnen door de poort, die naar het oosten gericht was" ,zo lezen we in Ezechiël 43:2 en 4. Daarna werd het nog groter: de heerlijkheid des HEREN vervulde het huis, en een stem klonk: dit is de plaats van mijn troon, waar Ik wonen zal onder de Israëlieten tot in eeuwigheid (vers. 7). En wanneer is dat nu uitgekomen? Of moet dat nog gebeuren? Sommigen menen, dat er nog een tempel van steen moet komen, naar Ezechiëls visioen. Dat Gods' heerlijkheid dan door de poort zal binnenkomen. En wacht maar eens af, dán zul je de heerlijkheid van Israëls" Koning zien!

Maar kijkt u nu eens in Johannes 12. Uit oostelijke richting (daar lag Bethanië) kwam de Heere Jezus, door de Oostpoort de stad en de tempel binnen. Hij was zojuist gezalfd met mirre als een Koning (Joh. 12:3), zoals eenmaal de wijzen uit het oosten de geboren Koning der Joden zalfden. Hij is ontvangen en ingehaald als de Koning. Zo stond Hij daar in de tempel, de Zoon van God die heel de tempeldienst vervullen zou. En in Hem, in Jezus Christus, zou nu de heerlijkheid van Israëls God het huis vervullen.

 

Heerlijkheid aan het kruis

Ja maar, denkt u misschien, dit was toch Jezus’ komst in vernedering? Hij ging toch sterven, en nog niet "heersen tot in eeuwigheid", en nog niet oordelen en richten? Hoor, wat Jezus zèlf zegt.' Als enkele Grieken Jezus willen zien, dan zegt Jezus: "De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden" (vs. ,23). Uit het verband blijkt, dat Christus daar zijn kruisdood mee bedoelt. Zijn verheerlijking, de heerlijkheid des HEREN, zal zichtbaar worden ...aan het kruis! Daar vervulde ,Hij de hele tempeldienst, met al zijn offers en ceremoniën. Daar vervulde Hij de profetie van Ezechiël. Voor eeuwig zou Gods tempel te Jeruzalem staan, en zijn troon opgericht. Israël was niet vergeten, maar het was door God tot het centrum van de hele wereld gemaakt.

Nu zochten de volken der wereld "de wortel van Isaï" en van Sion uit zou het heil naar de heidenen stromen. Wat velen vandaag niet erkennen, zagen zelfs de Farizeeën op die dag: "Zie, de gehele wereld loopt Hem na" (vs. 19).

 

Uw koning komt

Zijn alle profetieën dan létterlijk uitgekomen bij Jezus' komst? Wel, daar is iets merkwaardigs mee. Kijkt u maar naar de tweede profetie, die bij Jezus' intocht vervuld werd. Namelijk die van Zacharia 9:9: “Wees niet bevreesd, dochter Sions, zie, uw Koning komt, gezeten op het veulen van een ezel" (Joh. 12:15). Dat rijden op een ezelsveulen, dat heeft Jezus inderdaad letterlijk vervuld, als een teken.

Maar Johannes zegt er eerlijk bij, dat de discipelen dat pas achteraf begrepen hebben. En weet u waarom'! Omdat er zoveel kanten aan de profetie zaten, waarvan' het net leek of die in Jezus juist niet vervuld werden. Namelijk, dat Hij Jeruzalem en Efraïm van de vijandelijke wapens zou zuiveren.

Ja, zeg maar dat Hij zijn gericht ten uitvoer zou brengen. En wat zag je daarvan?' U weet toch, dat dat dé grote aanstoot is geweest voor de mensen in Jezus' tijd? De Romeinen heersten nog, de verdrukker was er nog altijd. Ja, en toch was Jezus ook de Richter, de Koning die het oordeel uitsprak. Hoort u maar opnieuw Johannes 12, waar Jezus in het zicht van het lijden zegt: "NU gaat er een oordeel over deze wereld" (12:31). Een oordeel, allereerst omdat de satan, de gróte vijand van Israël buitengeworpen werd. En verder een oordeel over allen, die de duisternis liever zouden hebben dan het licht. Met dat oordeel is Hij nu nog bezig, tot 'aan zijn wederkomst. Ja, het is zo anders dan de mensen dachten. Het is misschien zelfs' anders dan wij gedacht zouden hebben bij het lezen van de profetie. Want het leek veel meer over een wereldlijk gericht te gaan, met wereldlijke eer voor Israël.

Maar daar zei Jezus nu over tegen Johannes de Doper: "Zalig, 'wie aan Mij geen aanstoot neemt". De discipelen hebben later begrepen wat er aan de hand was, daar bij de Oostpoort van Jeruzalem. Wij mogen het nu ook zien: Israëls eer is gekomen in Jezus Christus, die ook onze Heiland is. Zo heeft Hij de profetie vervuld. Hij, die Jeruzalem als Koning binnenging om de Heerlijkheid des Heren te tonen in zijn lijden. Hij die nu op de troon gezeten is aan Gods rechterhand.

Onze verwachting moet maar steeds gericht zijn op één ding: Hij komt! Hij komt nog eenmaal, om al Gods woorden volkomen waar te maken.


 W. Smouter

http://www.opbouwonline.nl/artikel.php?id=10837

 

 

Er is geen weg tót Christus...

Tijdens een grote opwekking van het werk Gods liep een dienstknecht van de Heere langzaam het gangpad af van een goedgevuld gebouw. Toen hij een jonge man zag met betraande ogen en een gezicht waarop diepe droefheid zich aftekende, stopte hij even om met hem te spreken.
Meteen werd hem ernstig de vraag gesteld: "Kunt u mij de weg tot Christus vertellen?"
"Neen," luidde het met nadruk uitgesproken antwoord, "ik kan je de weg tot Christus niet vertellen."
"Neemt u mij niet kwalijk," zei de vraagsteller, "ik veronderstelde dat u een dienaar van het Evangelie was."
"Dat ben ik ook," was het antwoord.
"En u kunt mij niet de weg tot Christus vertellen?"
"Neen," antwoordde de predikant opnieuw, "ik kan je de weg tot Christus niet vertellen."
De blik van verbazing waarmee dit antwoord ontvangen werd, maakte al snel plaats voor een uitdrukking van droefheid en de jonge man boog zijn hoofd in stilte, alsof hij diep teleurgesteld was.
"Mijn vriend," sprak de predikant plechtig, "er is geen weg tot Christus.
Jij denkt over Hem alsof Hij daar in de verste hoek van deze zaal staat en je wilt weten hoe je door deze menigte en over deze zitplaatsen heen moet komen om Hem te bereiken. Maar jouw gedachten berusten niet op waarheid. Hij is afgedaald uit de hemel op het kruis om daar de zonde te niet te doen door Zijns Zelfs offerande. Dan komt Hij vervolgens niet slechts tot die hoek van de zaal daar, maar tot op exact deze plaats waar jij nu staat en teder legt Hij Zijn hand op je en spreekt, zoals Hij tot de geraakte sprak: "Mens, uw zonden zijn u vergeven" (Luk.5:20).
Jij denkt over Christus alsof Hij een halfvoltooide brug over een rivier zou zijn en trillend van paniek sta jij op de oever van die brede stroom en verlangt van mij dat ik je vertel hoe je de overkant moet bereiken en hoe je moet te ontkomen aan het vuur dat met grote snelheid op een verloren zondaar afkomt.
Maar jouw gedachten berusten niet op waarheid. Hij overbrugt de rivier niet slechts voor de helft, maar Hij overspant de gehele machtige kloof tussen jou en God en jij hoeft niets te doen dan meteen op Hem te vertrouwen voor de zaligheid, hier en nu, want "door Dezen wordt een iegelijk die gelooft, gerechtvaardigd" (Hand 13:39).

De volgende dag had de predikant het genoegen om te zien hoe de jonge man al zingend gezangenbundels liep uit te delen in het gebouw.
Toen Jezus zei:"Ik ben de Weg"(Joh.14:6) bedoelde Hij daar niet mee dat Hij de halve weg was of tweederde van de weg of zelfs negentiende van de weg, doch de GEHELE weg.
Hij heeft de GEHELE schuld, die wij hadden, betaald; Hij heeft de GEHELE straf, die de wet eiste als voldoening voor de zonde, gedragen; Hij heeft het GEHELE werk, dat naar Gods eis gedaan moest worden, volbracht, "opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene, die uit het geloof van Jezus is" (Rom.3:26). Liefde kan niet dieper bukken, want Hij is afgedaald in de diepten van menselijke schuld en rampspoed: "de HEERE heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen" (Joh.53:6).
Liefde kan ons niet hoger opheffen, want hierna zal Hij ons geven om met Hem te zitten in Zijn troon (Openb.3:21).


Hij is de GEHELE weg tussen deze uitersten en hoe zwart ook onze vlekken, hoe ver we ook zijn afgedwaald, hoe dood en verdorven en walgelijk wij ook zijn in zonden en misdaden: "Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben" (1Tim.1:15).


Daarom is het niet naar het Evangelie om tegen een ontwaakte zondaar te spreken alsof de Heiland Zich op een grote afstand van hem bevindt en hij zich wat moet opknappen door bidden en worstelen en beloven voordat hij de hoop kan koesteren dat hij zal worden aangenomen.

Er is nog minder afstand dan de dikte van het dunste draadje spinrag tussen de ziel en Jezus.

Degene die de aandacht van een zoekende ziel wijst op de kerk of op de middelen of wettisme of op het eigen ik (alsof dat ook maar iets zou kunnen helpen om verzoening te verkrijgen), is een blinde leidsman der blinden.

Vertel zo’n ziel van Christus’ volbrachte werk. Vertel hem, dat als loon op dit volbrachte werk God hem bidt om zich te laten verzoenen.

Vertel hem, dat vergeving en het eeuwige leven worden aangeboden zonder geld en zonder prijs. Vertel hem, dat nabij hem het Woord is, in zijn mond en in zijn hart. Daarom is er geen weg tot Christus want: "Zie, nu is het de welaangename tijd, zie nu is het de dag der zaligheid" (2 Kor.6:2).

Ik ben met u, alle dagen.  Mattheüs 28:20

 

Lezen: Psalmen 118:14-23

 

Jezus is met ons vandaag, morgen, overmorgen, elke dag, alle dagen.

Wij zijn vaak bang en bezorgd. De machten, die de wereld en het leven beheersen, zijn sterk, soms oppermachtig. Wij kunnen er niet tegenop. Wie niet werelds wil strijden, wordt weggedrukt en zo nodig weggetrapt.

Boven het rumoer van alle wereldse machten horen wij de stem van de Heer: “Ik ben met u, alle dagen , tot aan de voleinding der wereld”.

Wij hoeven niet bang en bezorgd te zijn. Bang moeten wij zijn, wanneer wij ons leven leven op wereldse wijze. Wanneer wij ons vertrouwen aan Christus schenken en geloven in de komst van zijn Rijk, levend uit zijn belofte: “Ik ben met u alle dagen” , hoeven we niet  bevreesd te zijn.

Waarom zouden we?

Het ergste, dat gebeuren kan, is dat het werk ons uit handen wordt geslagen en de wereldse machten het winnen. Maar ook dan zijn we niet alleen, al zal het één van de moeilijkste dagen van ons leven zijn. Ook dan mislukt ons werk niet en winnen de wereldse machten het niet.

Jezus is alle dagen met ons en ook op de donkerste en moeilijkste dag van ons leven is hem alle macht op aarde gegeven. Hij is met ons totdat zijn Rijk komt: de voleinding der wereld.

 

J.J. Buskes


In deze presentatie spreekt Stephen Bohr over het dienstwerk van Jezus in het kamp, voordat Hij naar de voorhof ging om te sterven. Er worden 7 redenen gegeven waarom het nodig was dat Jezus een mens werd. Onder andere: Zodat Jezus kon onthullen hoe God werkelijk is; zodat Jezus voor onze zonden kon sterven; zodat wij konden weten dat Hij met ons meevoelt; zodat Hij verzocht kon worden om degenen die verzocht worden te helpen; zodat Hij door de macht van de Heilige Geest een volmaakt rechtvaardig menselijk leven kon ontwikkelen dat Hij aan ons kon toerekenen; zodat Hij als een meevoelende en onpartijdige Rechter kan optreden. De menselijkheid van Christus is alles voor ons.

Christus in de hele Bijbel

 

Hij is de grotere Izaak, de geliefde Zoon van de Vader Die als offer gebracht werd, maar Die niet door de dood kon worden vastgehouden.

 

Hij is de grotere Jakob, de behoedzame herder, Die Zijn kudde met grote zorgzaamheid leidt.

 

Hij is de grotere Jozef, Die Zich niet voor Zijn broeders schaamt, hoe gering en ellendig ze ook mogen zijn.

 

Hij is de grotere Melchizedek, omdat Hij als priester een volmaakt en eeuwig geldend offer bracht.

 

Hij is de grotere Mozes, want Zijn wet is door Gods Geest op de tafelen van vlees van ons hart geschreven.

 

Hij is de grotere Jozua, en leidt ons met Zijn oneindige trouw naar het Beloofde Land.

 

Hij is de grotere David, en alle tegenstanders zullen zich aan Hem onderwerpen.

 

Hij is de grotere Salomo, vol wijsheid en heerlijkheid regeert Hij een eeuwig vrederijk.

 

Hij is de grotere Simson, en heeft door Zijn dood al Zijn vijanden overwonnen.

 

Christus is het Die we in de Heilige Schrift moeten zoeken om Hem waarachtig te kennen en met Hem de oneindige rijkdommen die ons door het geloof ten deel vallen. Wie zorgvuldig de Schriften bestudeert, beginnend bij de wet van Mozes tot de profeten, zal geen enkel woord vinden dat niet naar Hem verwijst. Daarom was het voor de apostel Paulus belangrijk  >>niets anders te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd<<.

 

Johannes Calvijn

 

Kerst

Het is zo gemakkelijk gezegd.
Het zijn vijf letters.
Het roept sfeer op.
Het roept eenzaamheid op.
Het roept actie op.
Het is een woord met vele accepten.
Het is voor iedereen weer anders.
Maar wat is Kerst voor mij?
Een religie of toch meer?

van kerst is komen, want Hij Jezus Christus kwam voor mij als kind zo klein.
van engelen die waren daar bij, brachten verwachtingen voor jou en mij.
van rust en vertrouwen, daar kan ik op bouwen.
van stilte in de stormen van mijn leven.
T is troost en tastbaar voor mij geworden, in dit leven.
Niet als een kind is Hij voor mij gebleven.
Niet als een gekruisigde die in dood is gebleven.
Maar als de opgestane Heer en Koning.
Die voor mij bid en pleit bij de Vader in de hemel.
Mij een plaats bereid voor in de Eeuwigheid.
Dat is Kerst voor mij.


Een plons in het water, golvende kringen, en dan was het water weer stil.

Kleine luchtbellen kwamen naar boven. Een zendeling stond aan de oever van de Indische Oceaan en tuurde in de diepte. Eindelijk - daar kwam een donker hoofd boven water en twee lachende ogen keken hem tegemoet.

 

De oude parelvisser schudde het water van zijn nog lenige lichaam.

 

"Wat kun jij duiken, Rambau!" riep zendeling David Morse die hier gekomen was om aan de mensen de blijde boodschap te brengen van redding door Christus Jezus. "Kijk deze maar eens, Sahib" (=leraar) zei Rambau en nam een pareloester van tussen zijn tanden. Hij opende hem - daar lag een glanzende parel op zijn hand.

 

 

 "Wat een mooie!"

"Ach", zei Rambau, "hij is goed, maar er zijn betere parels, veel betere. Kijk, hier ziet u een paar foutjes. Weet u, gisteren sprak u met mij over God. Maar ik ben en blijf een Hindoe. Wij moeten erg veel doen om bij God te komen. Zoals deze parel kleine foutjes heeft, zo heb ik veel fouten en zonden. Deze moet ik eerst goed maken en ervoor boeten".

 

"Beste vriend Rambau, God biedt aan elke zondaar, die aan Hem zijn fouten en zonden belijdt, volle vergeving, ieder die met berouw tot Hem komt en de Here Jezus Christus aanvaardt als zijn Verlosser, wordt aangenomen als een kind van God. Begrijp je dat?"

"Nee, Sahib, zoals ik u al meer zei: Dit gaat me te gemakkelijk. Misschien ben ik te trots, maar ik wil ervoor werken om een plaats in de hemel te krijgen. Ik ben van plan, voor mijn zonden een pelgrimstocht naar Delhi te maken en zo hoop ik, Gods barmhartigheid te zullen verdienen."

 

"Rambau, misschien kun je die lange reis niet eens volbrengen. Vandaag is het de tijd van Gods genade; morgen kan het al te laat zijn.

Bovendien, Gods genade kunnen we niet verdienen, want Hij wil het geven.

Gods Zoon, Jezus Christus, heeft geleden op het kruis en alles volbracht wat nodig is voor onze redding. God wenst alleen dat we onze zonden aan Hem vertellen en dan geloven dat Zijn Zoon de schuld betaald heeft voor zondaars die tot Hem komen. Hij is de enige Redder.

Buiten Hem om gaat het niet. Dan ga je onherroepelijk verloren."

Maar Rambau schudde het hoofd en ging naar huis.

 

 

En alles wat Morse, hoe vaak ook, tot de parelvisser zei, hielp niets. Hij wilde Christus niet aanvaarden. Toch werden ze vrienden, de zendeling en de oude visser.

 

Op een dag kwam Rambau bij de prediker op bezoek. Hij had een doosje bij zich en zei: "Sahib Morse, hierin zit één voorwerp. Ik wil u hierover vertellen.

Ik had een zoon. Hij was ook een duiker. Hij was de snelste parelvisser aan de Indische kust. Hij had het scherpste oog en de langste adem. Hij kon 30 meter diep duiken. Hij was de vreugde van mijn hart.

Altijd droomde hij ervan, nog mooiere parels te vinden. En werkelijk, eens op een dag vond hij wat hij zocht. Maar die schelp was bijna onbereikbaar - zo diep en zo vast tussen de rotsspleten. Hij haalde hem boven, maar... hij was te lang onder water gebleven, zijn hart had te veel geleden. Kort daarna stierf hij."

 

De oude man boog zijn hoofd en een ogenblik ging een korte siddering van diepe smart door zijn lichaam...

"... Jarenlang heb ik deze parel bewaard. Maar nu ga ik naar Delhi en kom misschien niet meer levend terug. Nu geef ik hem aan u, mijn beste vriend."

 

Het was één van de grootste parels die hier ooit gevonden waren, er lag een wonderlijke glans overheen. De zendeling bekeek hem aandachtig en stil. Hij was even sprakeloos.

"Rambau, wat een parel!"

"Ja, deze wonderschone parel is foutloos", antwoordde de Indiër.

 

Nu kwam de zendeling op een gedachte en zei:

"Laat me deze wondere parel van je kopen.

Ik bied er duizend dollar voor."

Stram richtte de man zich rechtop. Ernstig en streng antwoordde hij: "Sahib, deze parel is onbetaalbaar. Geen mens ter wereld heeft genoeg geld om te betalen wat deze parel mij waard is. Ik wil hem niet verkopen, ik wil hem u alleen geven als een geschenk."

 

"Nee, Rambau, hoe graag ik hem ook wil hebben - ik kan hem niet aannemen. Misschien ben ik te trots, maar aannemen vind ik te gemakkelijk. Ik wil ervoor betalen of ervoor werken."

 

"Begrijpt u dan niet, of wilt u het niet begrijpen, Sahib - mijn enige zoon gaf zijn leven om deze parel te verkrijgen. Haar waarde bestaat uit het levensbloed van mijn lieve jongen. Ik kan hem niet verkopen - alleen maar schenken. Neem hem aan als een bewijs van de liefde die ik voor u heb."

 

"Rambau", zei Morse langzaam, "ik gebruikte de woorden, die jij tegenover God gebruikt hebt."

 

De duiker keek de prediker lang en onderzoekend aan en langzaam, langzaamaan begon hij het te begrijpen.

 

"God biedt u het heil aan als een gratis gift, kosteloos. Het is zo groot en onbetaalbaar, dat geen mens op aarde het zou kunnen betalen. Het heeft aan God het levensbloed gekost van Zijn eniggeboren Zoon om de toegang tot de hemel vrij te maken. Door pelgrimsreizen van duizenden kilometers zou je Gods genade niet kunnen verdienen. Maar Hij gaf daarvoor vrijwillig Zijn geliefde Zoon in de vreselijke dood aan het kruis. De liefde van God en Zijn verlossing voor zondaars zoals jij en ik kunnen we alleen maar gelovend en dankend aannemen.'

 

Het werd licht in het hart van de oude parelvisser. "Nu begrijp ik het", zei hij, keerde zich om en liep peinzend weg.

Na een uur kwam hij terug en zei: "Ik wacht niet langer, maar ik wil nu, zoals ik ben, tot God komen. Ik kan niets verdienen, want ik sta bij Hem in de schuld. Als een verloren mens wil ik die onbegrijpelijke liefde van God aannemen en Hem en Zijn Zoon Jezus Christus daarvoor danken."

 

Dit verhaal is waar gebeurd.

Wanneer u dit een duidelijke illustratie vindt van het aanbod van Gods liefde, wilt u dan nu ook tot Hem gaan? Wat zal uw antwoord zijn? Een nee of een heilig ja? Het gebeurde toen, het gebeurd ook vandaag nog steeds weer, en nu kan het bij u gebeuren. Dit kan het moment voor u zijn... Het ligt aan uw keuze !



 

Een naam vol vreugde: God, Die met ons is,

Die naast je loopt; Hij Die Zich wil ontfermen,

al ga je door een dal vol duisternis,

Hij is erbij: Zijn arm zal je beschermen.

 

Immanuël: een naam vol warmte en licht,

een grote God, Die een klein mens kan wezen,

Die al zijn liefde op ons heeft gericht

om ons geschonden leven te genezen.

 

Immanuël: Hij is ons zeer nabij,

een mens als wij, Die onder ons wil wonen

en Zoon van God. Wie kan er, zoals Hij,

het beeld des Vaders beter aan ons tonen?

 

In Betlehem is ’t englenlied gehoord

dat zong van vrede, vreugde, welbehagen;

en nog weerklinkt dit lied in Jezus’ woord:

‘Vrees niet! Zie ik ben met u, alle dagen!’

 

Nel Benschop




 

Het was tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog. In het oosten van Duitsland waren de Russische troepen ver doorgedrongen. Kort voor Kerstmis 1944 waren de Duitsers in het westen nog een wanhopig tegenoffensief begonnen: de slag in de Ardennen. Er werd hevig gestreden in de bossen van de noordelijke uitlopers van de Eifel. Een inwoner van Aken, een stad die erg te lijden had onder bombardementen, had zijn vrouw en zijn twaalfjarige zoon ondergebracht in een jachthut midden in de bossen. Het was de avond voor Kerstmis. De vrouw en de jongen zaten samen stil in de hut bij het licht van een paar kaarsen. Hoe anders was deze avond dan Kerstmis in vroegere jaren! Plotseling werd er op de deur geklopt. Met bevend hart deed de vrouw open. Daar stonden drie Amerikaanse soldaten die van hun troepenonderdeel waren afgesneden. Eén van hen was gewond en bloedde hevig. De mannen waren gewapend en hadden zich ook zo naar binnen kunnen dringen. Maar ze bleven stil staan, bewogen zich niet en smeekten met hun ogen. Een gesprek was moeilijk, want moeder en zoon verstonden geen Engels. In gebroken Frans konden ze samen spreken. Frau Müller wenkte de drie mannen binnen te komen. Ze wist dat dat gevaarlijk was. De Amerikanen waren immers vijanden. Maar Frau Müller was een christin en in haar hart was de liefde van Christus. De gewonde soldaat werd op het bed van de jongen gelegd en verzorgd. Hans, de jongen, wreef met sneeuw de blauw bevroren voeten van de mannen. Drie dagen lang hadden ze al rondgedwaald in de bossen op zoek naar de Amerikanen en op hun hoede voor de Duitsers. Al gauw beschouwde de moederlijke Duitse vrouw de vreemden als grote jongens, die wat hun leeftijd betreft haar eigen zonen hadden kunnen zijn. Ze had nog een vette haan, die ze eigenlijk tot Nieuwjaar had willen bewaren in de hoop dat haar man dan met een kort verlof thuis zou zijn. Nu werd de haan geslacht en vrijwillig voor de vijanden opgeofferd. Al gauw hing er een heerlijke lucht van gebraden haan in de kamer. Opeens werd er weer op de deur geklopt. In de verwachting nog meer verdwaalde Amerikanen te zien, deed de twaalfjarige Hans zonder aarzelen de deur van de hut open.

 

Buiten stonden vier mannen in uniform: Duitsers! Moeder en zoon stonden eerst verstijfd van schrik. Er was immers de harde wet: wie vijandelijke soldaten herbergt, pleegt landverraad. Ze konden allemaal wel doodgeschoten worden. Maar de moeder herstelde zich snel. Haar gezicht was bleek, maar haar stem was rustig toen ze zei: 'Gezegend Kerstmis!' De soldaten beantwoordden de groet. Ze legden uit dat ze de weg naar hun legereenheid verloren hadden en vroegen beleefd of ze in de hut mochten overnachten. 'Natuurlijk mag dat,' zei de vrouw, 'kom maar binnen. U kunt zo dadelijk aanzitten aan onze kerstmaaltijd, waarbij nòg drie onverwachte gasten zijn. Maar u moet hen wel zonder meer als vrienden beschouwen.' De leider van de Duitsers was een onderofficier. Hij vroeg bars: 'Hebt u Amerikanen in huis?' De moeder keek hem recht in de ogen en zei: 'Het is kerstnacht en hier wordt niet geschoten!  Jullie zouden mijn zonen kunnen zijn en die daarbinnen ook. Eén van hen is gewond en vecht voor zijn leven. Zijn beide kameraden zijn hongerig en, net als jullie, doodmoe. In deze kerstnacht denken we niet aan doden!' De onderofficier staarde haar aan. Enkele eindeloze seconden heerste er zwijgen. Toen, na een hernieuwd liefdevol verzoek van de vrouw, legden de vier soldaten hun wapens op de kist met houtblokken in de gang. Ook de 'vijanden' leverden hun wapens in. Verlegen stonden de Duitsers en de Amerikanen schouder aan schouder in de kleine kamer. Nu was de moederlijke vrouw in haar element. Ze vonden allemaal een zitplaats: de twee Duitsers en de twee Amerikanen op haar grote bed. Moeder Müller keek in haar provisiekast en haalde alles tevoorschijn wat ze kon missen. Al gauw was het kerstmaal klaar. Eén van de Duitse soldaten had nog een roggebrood bij zich dat moeder Müller sneed. Toen ze allemaal om de tafel zaten bij het schijnsel van de kaarsen, sprak moeder Müller het gewone tafelgebed uit: 'Kom, Here Jezus, wees onze Gast...' Daarbij schoten haar de tranen in de ogen. Ook de oorlogsmoede soldaten uit de twee elkaar vijandige kampen waren ontroerd. Ze waren weer jongens, allemaal ver van huis. Het was of ze bij hun moeder aan tafel zaten op deze kerstavond. Het was dan ook heel vanzelfsprekend dat één van de Duitsers, een student in de medicijnen, zich over de wonden van de Amerikaanse soldaat boog voor een onderzoek. Allen waren opgelucht toen hij in vloeiend Engels constateerde: 'De wond is gelukkig niet door de kou geïnfecteerd. De man heeft alleen veel bloed verloren. Hij heeft nu rust nodig en versterkend voedsel.' Het was tegen middernacht toen de 'vredesmaaltijd' beëindigd was. Moeder Müller nam haar gasten, behalve de rustig slapende gewonde Harry, nog even mee naar de open deur. Ze keken in de heldere winternacht op naar de sterrenhemel. 'Kijk,' wees de vrouw, 'is het niet net de kerstster?' Prachtig straalde de Sirius, de helderste ster aan de hemel, neer op het wonderlijke kleine gezelschap daar beneden. De oorlog leek opeens heel ver en bijna vergeten. De privé wapenstilstand duurde ook voort tot de morgen. De Duitsers en de Amerikanen gingen nu gescheiden wegen. Harry kreeg het laatste ei van moeder Müller en een slokje rode wijn. De anderen kregen een bord havermout. Van twee stokken en een tafelkleed werd een draagbaar gemaakt voor de gewonde. De onderofficier wees de Amerikanen op een kaart hoe ze het beste hun troepenonderdeel konden terugvinden. Vlak voordat ze weggingen gaf de gastvrouw de wapens terug. Ontroerd zei ze: 'God beware jullie allemaal en moge Hij jullie spoedig in vrede doen terugkeren in jullie familiekring!' De Duitsers en Amerikanen gaven elkaar een hand en gingen in tegenovergestelde richting weg. Toen moeder en zoon weer samen in de hut waren, haalde moeder de oud familiebijbel tevoorschijn. De jongen zag hoe ze de Bijbel opsloeg bij de kerstgeschiedenis. In de afgelopen nacht was er een stukje werkelijkheid geworden van het woord dat de engel gesproken had: vrede op aarde! Ook bij een ander vers bleef de vinger van de lezende vrouw rusten: 'En zij trokken langs een andere weg naar hun land terug.' Dat wordt gezegd van de wijzen uit het Oosten, die uit verre landen gekomen waren om het kindje Jezus te huldigen. Zou er misschien ook een andere, een nieuwe weg zijn die de Amerikaanse en Duitse soldaten gingen, nadat zij deze bijzondere gebeurtenis met elkaar beleefd hadden?

 

 Uit Lichtstralen



Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.

Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen.  En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.  Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen. Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, bij U vandaan komt.

Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen, en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt. Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.

 Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt. Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben.

Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.

Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid. En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.  Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld. Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen.    Johannes  17



De wet en de Profeten door Jezus in Mattheüs 22:37-39 samengevat.

 

U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

Dit is het eerste en het grote gebod.

En het tweede, hieraan gelijk, is:  U zult uw naaste liefhebben als uzelf.




In het  Bijbelsdagboek die ik lees, staat deze week Klaagliederen centraal van Jeremia. Vanmorgen las ik deze mooie overdenking. Gods liefde en trouw word hier zo mooi in beschreven. Laten wij op Hem blijven hopen, ook in de stormen van ons leven, Siska

 

Nochtans

 

De Heere is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.  Klaagliederen 3:24

 

Tot nu toe zongen de klaagzangen alleen maar in mineur. En neerslachtig vraag je je af: Ís er geen enkel straaltje licht?

Onze dagtekst is een venster van hoop. In het donkere huis van ellende, waarin de dichter ronddoolt als in een gevangenis, is er plotseling een venster. Het biedt een hoopvol uitzicht. Het biedt uitzicht op God, die Heere is in onverbrekelijke trouw en genade.

Zelf in het bitterste uur zijn er van die trouw en genade de onmiskenbare tekenen. De dichter is er nog, het volk is er nog. Dat vindt toch alleen maar zijn grond in de goedertierenheden des Heeren.

Ze hadden zich een volslagen vernietiging waardig gemaakt. Toch is die niet gekomen. En de dichter kan alleen maar belijden: ‘Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn’. Door alles heen is de Heere trouw gebleven aan zijn woord, aan zijn verbond. Zo kan de dichter er zelf nog troost in vinden, dat de Heere zijn Deel is. Van Gods kant staat dat immers onomstotelijk vast. En wat is dat groot. Bij de in tocht in Kanaän had iedere stam, uitgezonderd die van Levi, zijn deel gekregen. Daarvan mocht je leven, daarin vond je je bestaan. Nu was dat deel verloren gegaan. De heidenen waren gekomen en hadden stout het erfland in genomen. Het volk was bedreigd tot in haar bestaansvoorwaarden. Hoe kon het nog leven?

Midden in deze onmogelijkheden klinkt de geweldige belijdenis: ‘De Heere is mijn Deel’. Hij zal voor mij, voor ons zorgen. We vinden onze bestaansgrond in Hem. We mogen van Hem leven. Hij is oneindig veel meer dan enig stuk land. Daarom hopen wij op Hem.

Als u er soms geen gat meer in inziet. Het liep allemaal zo anders. U verloor zoveel van wat u zekerheid en rust gaf. U denkt misschien wel alles kwijt te zijn. We mogen wijzen op de Heere. Hij wil ons Deel zijn. Onze enige Troost in leven en in sterven. Christus had tenslotte geen deel  meer over. Alles gaf Hij eraan. Zelfs zijn deel in God. Zo hing Hij arm en berooid aan het kruis. Daar is God het erfdeel geworden voor allen die Hem verwachten.

 

Lezen: Klaagl. 3:21-32

Zingen: Ps.42:5

 

Bron: Gods weg met de mensen.

           Drs. M. van Campen

 

 

Het eeuwige zuigeling schap van de gelovige

 

Wij kennen tegenwoordig in de gemeente een verschijnsel dat ik ‘het eeuwige zuigeling schap van de gelovige’ noem.

Er zijn leden in onze gemeenten die, hoewel ze al jaren de boodschap hebben gehoord, nog steeds onveranderde mensen zijn. Voortdurend hebben zij een voorganger nodig om voor hen te zorgen: hij moet hun luiers verschonen, talkpoeder op hun billetjes doen en controleren of hun melk niet te heet is. De gemeente van Christus lijkt soms meer op een ziekenhuis dan op een leger.

Soms houden wij onszelf voor de gek, omdat wij in aantal toenemen. Wij menen dat dit groei is. Maar numerieke groei is niet hetzelfde als geestelijke groei.


Vaak merken we die situatie wel op, maar we weten niet wat we eraan moeten doen.

Wij zeggen tegen onze mensen: ‘U moet vrucht dragen voor Jezus. U moet meer van Gods goedheid ervaren. U moet meer liefde hebben, meer vrede.’ Maar van zuigelingen kun je zulke eigenschappen niet verwachten. Die tref je alleen aan bij volwassenen.

Dit was ook Paulus’ klacht, toen hij een gebrek aan geestelijke groei opmerkte in de gemeente van Korinte. ‘Jullie zijn nog steeds zuigelingen,’ zei hij.

 

Aan de Galaten schreef hij dat hij voor hen opnieuw de weeën van een geboorte moest meemaken.

En de mensen aan wie de Hebreeënbrief is gericht, behoorden al leermeesters te zijn, maar ze hadden nog steeds onderwijs in de basisprincipes van het christelijk geloof nodig. Zij konden alleen maar melk verdragen en geen vast voedsel.

Toen ik een jaar of acht was, kwam er in onze kerk een voorganger met een mooie baard op bezoek. In die dagen waren baarden niet zo ‘in’ als tegenwoordig. Ik vond die baard geweldig. In mijn ogen leek die man dan ook op een prins!

Dus begon ik de Heer om een baard te vragen. Ik herinner mij dat ik er zelfs een dag voor gevast heb.

Mijn moeder vroeg: ‘Juan, eet je vandaag niet?’

Ik antwoordde: ‘Nee, moeder, ik vast.’

‘Maar waarom vast je dan?’

‘Het is voor iets wat ik geheim wil houden,’ legde ik uit. De baard kwam niet, hoeveel ik ook bad en vastte. Maar toen ik zestien was, kreeg ik vanzelf een baard, als gevolg van natuurlijke groei en ontwikkeling. Ik hoefde er niet voor te bidden.

In de kerk/gemeente gaat het niet veel anders. Groei komt voort uit leven.

 

Als wij geestelijk leven, nemen wij toe in liefde, vreugde, vrede, volharding, zachtmoedigheid en de andere karaktereigenschappen van Christus. Ze zijn de natuurlijke vrucht van een geestelijk leven; geen enkele inspanning van ons kan daar iets aan toevoegen.

Een van de belangrijkste oorzaken waarom wij in de gemeente zo weinig groei zien, is dat wij ons concentreren op begrippen in plaats van op het leven, het leven in Christus.                                      


Wij zijn ons ervan bewust welke leerstellingen we aanhangen, tot welk theologisch systeem wij behoren en welke principes we in elk geval dienen vast te houden.

Wat bedoel ik nu precies, als ik zeg dat wij ‘begrip gericht’ zijn?

Stel dat u mij vraagt: ‘Broeder Ortiz, wilt u ons een Bijbelstudie geven over het begrip vreugde?’ dan zal ik dat uiteraard graag doen.

Ik ga naar mijn studeerkamer, neem een concordantie van de plank en zoek het woord ‘vreugde’ op. Ik noteer alle verzen waarin het woord vreugde voorkomt. Tjonge, wat zijn het er veel! Ik kies de teksten die het best passen bij de boodschap die ik wil brengen en laat de rest achterwege.

Ik heb mijn studie klaar. Bij de volgende bijeenkomst kom ik binnen en ik zeg: ‘Broeders, wij gaan het vandaag over vreugde hebben. Het woord vreugde heeft in het Grieks een andere betekenis dan in onze taal, omdat het Grieks rijker is.

Maar het Hebreeuws gaat nóg dieper dan het Grieks.

Abraham zei over vreugde… Jezus zei over vreugde…

Paulus zei over vreugde… Spurgeon zei over vreugde…’

En de mensen zeggen: ‘Wat een geweldige studie! Dank u wel, broeder.’

Dan merkt iemand op: ‘Deze boodschap over vreugde is geweldig, broeder Ortiz. Kunnen we uw notities niet krijgen?’ ‘Tuurlijk, we kunnen fotokopieën maken, die u mag hebben.’

Ze vouwen hun kopieën op, stoppen die in hun Bijbel en vergeten de boodschap.

Maar niemand hééft  die vreugde! Ze kennen nu wel het begrip vreugde, maar het léven van vreugde kennen ze niet.

Wat hebt u? Het begrip? Of Degene die het leven is?

 

Sommige mensen lijken te denken dat Petrus ons potlood en papier zal geven, als wij bij de hemelpoort aankomen.

‘Tien vragen. Als je er zeven goed hebt, ga je regelrecht de hemel in. Als je er tussen de vier en zeven goed hebt, ga je naar het vagevuur. Heb je er minder dan vier goed, dan verdwijn je direct naar de hel.

Eerste vraag. Welke visie heb je op de doop? Is het besprenkeling, onderdompeling, moet het gebeuren in de naam van de drie-enige God, of moet je drie keer onder water? Kruis het goede antwoord aan.’

Wat een probleem! Je kunt niet afkijken bij iemand naast je, want aan de ene kant staat iemand van het Leger des Heils en aan de andere kant een katholiek. En jij bent b.v.b. baptist. Jullie zullen dus alle drie verschillende antwoorden hebben!

Sommige mensen maken zich erg druk om dit soort zaken en dat brengt ook binnen de kerken verdeeldheid. 

Maar het gaat niet om de juiste manier van dopen. Het gaat er uiteindelijk om of Jezus in je hart leeft. In het Koninkrijk der hemelen bestaan zulke tentamens over de leer niet. Petrus zal daar niet staan met pen en papier. Hij heeft een stethoscoop waarmee hij je hart onderzoekt!

Misschien neem je al je dogmatische boeken wel mee, om goed voorbereid te zijn op de test.

‘Petrus, waar moet ik tentamen doen?’

Petrus haalt zijn stethoscoop uit zijn zak. ‘Tik, tik, tik, tik.’

‘Kom binnen.’

‘Maar hoe staat het dan met het tentamen?’ ‘Dat zit wel snor. Je hebt het leven; dus hoor je hier.’

Verlossing betekent dat je van de dood overgaat in het leven.

‘Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben’ (1 Joh. 3:13). Liefde is de uiting van leven. Maar als iemand niet precies gelooft zoals jij, groeit er vaak haat in plaats van liefde.

Ik ben niet tegen theologie. Ik beklemtoon alleen dat, als het leven niet in u is, u de best denkbare theologie kunt hebben en toch verloren zijn!

Leerstellingen hebben hun eigen plaats, maar bepaald niet de allereerste. Die plaats is alleen voor Jezus. ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven.’ Niet: ‘Wie de juiste dogma’s heeft, heeft het leven.’ Maar wie de juiste Persoon heeft!

Als wij Hem in ons hart hebben en van daaruit leven, beginnen we geestelijk te groeien.                  We gaan meer op Hem lijken.

Zijn leven in ons wordt steeds meer zichtbaar in de wijze

waarop we leven.                                                                                                                                                

Paulus zegt dat wij veranderen naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is      (2 Kor. 3:18).

Als uw vreugde wegsijpelt op het moment dat er problemen komen, moet u een vreugde krijgen die toeneemt tot ze overstroomt, een vreugde die niet weg geroofd kan worden.

Dan zult u geestelijk groeien, in liefde, vreugde, vrede en volharding.

Als u vandaag gemakkelijker kunt liefhebben dan gisteren, dan betekent het dat u gegroeid bent.

Niet dat u vandaag per se meer van de leer begrijpt dan gisteren; dat heeft alleen maar met uw verstand te maken.

 

Het oude volk Israël was anders dan andere volken, omdat het Gods volk was. Het was een koninkrijk van priesters, geleid door de Geest van God, door middel van profeten.

Maar het wilde zijn zoals andere volken, die koningen hadden om hen voor te gaan in oorlogen.

Het is verdrietig, maar de kerk is telkens opnieuw bezweken voor de verleiding om zo te worden als andere religies.

Wat is een religie?

Een religie heeft een stichter: Mohammed, Boeddha, Confucius, Zoroaster. Wat zo’n stichter heeft gezegd, wordt in een boek opgeschreven. Als de stichter sterft, laat hij het boek na. Zijn volgelingen proberen te doen wat erin staat.

De moslims hebben de Koran. Zij ontlenen hun leerstellingen aan dat boek.

 

Ons christendom heeft óók een stichter, Jezus Christus, die lang geleden is gestorven. Wat Hij onderwees, kwam in de Bijbel te staan. Nu ontlenen wij vaak leerstellingen aan de Bijbel op een manier alsof Hij net zo dood is als bijvoorbeeld Mohammed.

Daardoor hebben we christenen die geloven in een vrije wil én mensen die dat niet doen.

We hebben mensen die geloven in een duizendjarig rijk, en allerlei variaties daarop. Er zijn talloze verschillende opvattingen, allemaal binnen dezelfde kerk. We hebben onderlinge strijd en bekogelen elkaar met Bijbelteksten: ‘Lees dát maar eens, of dát.’

We doen vaak alsof onze ‘stichter’ net zo dood is als de stichters van andere godsdiensten. Op deze manier brengen wij Christus inderdaad terug tot hun niveau. Wij vinden het erg dat de moslims Jezus gelijkstellen met Mohammed, maar wij doen precies hetzelfde!                                                    Christus is voor ons toch vaak niet méér dan Mohammed voor de moslims? Wij zorgen er dus voor dat Jezus ons vandaag niets te zeggen heeft.

Hij kan vandaag niets doen. Hij is toch weg? We hebben zijn Boek en dat is het dan…                                                                                                                                                  Maar, prijs de Heer voor het Boek, omdat juist dat Boek, de Bijbel, ons zegt dat Hij leeft!

Het grote verschil tussen ons en de aanhangers van andere godsdiensten is dat onze ‘grondlegger’ nog leeft en het hoofd van de kerk is.                                                                                                                                                                       Het probleem is alleen dat we Hem niet veel laten doen. Ook al wéten we dat Hij het hoofd van de kerk is, de realiteit is dat Hij weinig te zeggen heeft, omdat alles geregeld wordt door onze commissies.

 

De kerk/gemeente  weet niet wat er moet gebeuren wanneer de Geest Zich roert. ‘Wat is dit toch?’ vragen wij ons af. ‘We moeten wel voorzichtig zijn, hoor.’ Er is paniek en er zijn problemen.

Er komt verdeeldheid. Waarom? Omdat de structuren van de kerk maar al te vaak een belemmering vormen voor de levende Christus.

Als je een kerkdienst bijwoont, wordt er vaak gesproken over de Samaritaanse vrouw, of Zacheüs, of de tien melaatsen, of de vervloeking van de vijgenboom, of Christus die de storm op het meer van Galilea stilt, of de blinde Bartimeüs, of de vermenigvuldiging van de broden en de vissen; of alweer over de Samaritaanse vrouw en Zacheüs en de tien melaatsen; en voor de afwisseling de Samaritaanse vrouw en Zacheüs… alsof Jezus, sinds Hij stierf, niets meer heeft gedaan!

Ik denk dat Hij Zich soms knap verveelt als Hij naar onze preken luistert. Ze doen denken aan begrafenissen, want op begrafenissen hebben we het ook over wat de overledene heeft gedaan toen hij nog leefde.

Een student die in onze kerk tot geloof gekomen was, zei eens tegen mij: ‘Broeder Ortiz, de eerste zes maanden heb ik in de gemeente veel geleerd. Na zes maanden merkte ik dat ik evenveel wist als alle anderen. Ik wist bijvoorbeeld alles over de wederkomst van Jezus, de grote verdrukking, de wedergeboorte en de drie-eenheid. Vanaf dat moment is mijn kennis op hetzelfde peil gebleven.’

Talloze mensen gaan niet meer naar kerkdiensten, omdat ze zich daar vervelen. Niet omdat de diensten slecht zijn, maar omdat er zo weinig verandering is. Dezelfde gezangen, dezelfde boodschap, dezelfde liturgie.

Je moet nogal wat kunnen verdragen om telkens weer naar dit soort samenkomsten toe te gaan. Dat geldt ook voor God.

Veel mensen richten zich op de activiteiten die een gemeente of een kerk ontplooit en niet op Jezus Christus. We gaan naar een samenkomst, vervolgens naar een Bijbelstudie- avond, en aansluitend naar een gebedsbijeenkomst.

Ons leven bestaat zowat uit samenkomsten. Wij meten ons geestelijk welzijn zelfs af aan het aantal samenkomsten dat we bezoeken. Iemand die alle samenkomsten bezoekt, geldt als zeer geestelijk. ‘O, hij is een goed christen. Hij ontbreekt op geen enkele samenkomst.’

Maar als iemand één of twee zondagen niet komt, zeggen we: ‘Hij glijdt af.’

Ik ben niet tegen samenkomsten, maar ik vraag me wel af wat er met ons zou gebeuren, als alle kerken vandaag dichtgingen.

Hoe zou het met ons christendom gesteld zijn? Nee, de kern van ons christenleven moet Christus zélf zijn, en niet de samenkomst.

Als wij ons zo concentreren op ideeën en begrippen, in plaats van op de levende Christus, is het dan verwonderlijk dat we niet méér groei zien bij Gods volk?

 

Maar goddank, er zijn over de hele wereld mensen die geen genoegen nemen met deze gang van zaken. Ze zijn het moe om te proberen zoals Jezus te leven en zich voortdurend mislukkelingen te voelen. Ze weten dat ze te weinig liefde en vreugde hebben, en ze verlangen ernaar Hem beter te leren kennen, opdat ze levende brieven van Christus zouden mogen worden.

We hebben een nieuwe generatie christenen nodig, die weet dat de kerk zich richt op een Persóón die in haar midden woont. Jezus heeft ons niet achtergelaten met een boek en de woorden: ‘Hier heb je de Bijbel. Probeer erachter te komen wat erin staat, maar gebruik wel je concordantie en

commentaren. Het beste ermee!’

Nee, dat heeft Hij niet gezegd.

‘Zie, waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden’ (Mat. 18:20). Hij heeft ons niet als wezen achtergelaten. Hijzelf is in ons. ‘Ik laat je niet in een troosteloze eenzaamheid achter. Ik zelf zal bij je komen. Ik laat niet alleen een boek achter. Ik ben er zelf, in je hart.’

 

Paulus bad dat de kinderen van God zouden weten dat Christus door het geloof in hun hart leefde en dat de ‘inwendige mens’ door de Heilige Geest gesterkt mocht worden. Ook nu moeten we weten dat Christus in ons woont.

Wij moeten weten dat we niet langer ons eigen leven leiden, maar dat Christus ons leven is. We moeten erkennen dat Hij in ons woont, en dat onze oude mens met Hem gekruisigd is.

Omdat Hij ons leven is, hebben we deel aan zijn karakter.

We hoeven niet te proberen in eigen kracht na te volgen wat de Bijbel over zijn manier van leven zegt. We hoeven niet te vasten en te bidden voor meer van zijn liefde, vreugde en vrede. We hoeven alleen maar te weten dat de Auteur van het boek ín ons woont, en dat Hij ons alles is.

Als wij dat weten, komt de groei vanzelf. Ons leven verandert, omdat er steeds meer van Christus zichtbaar wordt.

Alleen deze openbaring – dat Christus in ons is – kan geestelijke vrucht voortbrengen.

Wij zingen wel eens: ‘Richt uw oog slechts op Jezus.’ In dit boek gaan we ons oog richten op Hem: Jezus, onze Verlosser, ons leven. Dat geldt voor ons persoonlijk en voor de gemeente/kerk.

Hij moet het kloppende hart van de gemeente zijn; van Hem moet haar leven komen.

‘Jezus, wij richten ons oog op U, opdat wij mogen weten dat wij uw leven in ons dragen en wij dat leven leiden door geloof.’

 

Door Juan Carlos Ortiz

 

 

 

DeHoeksteen Okt 19 '13 · Linken: christus, christus , leven, jezus

Gods Boek de Bijbel, Zijn woorden, beloften, zegeningen, wijzen allemaal naar Jezus Christus, die de vervulling is van Gods  beloften en het einddoel van ons geloof.

Wij lezen in de Bijbel over onze zonden, daarom heeft ieder mens Gods oordeel nodig. Maar...ook van herstel en Genade door Gods Zoon, Jezus Christus.

Veel wat we lezen in de Bijbel, kunnen wij niet begrijpen, alleen door Gods Heilige Geest krijgen we steeds meer inzicht in het geweldigste Boek, de Bijbel.

We gaan steeds meer zien, wat God en Jezus Christus ons duidelijk willen maken.

De woorden in de Bijbel zijn Gods eigen woorden, Zijn plan met de mensheid, en met u persoonlijk. Over de grootste Redding door Zijn Zoon Jezus Christus, Zijn sterven en opstanding voor de mensheid.

Wij hebben altijd Gods Heilige Geest nodig voor uitleg, en alles wat wij lezen.

Wij worden niet voor niets steeds weer gewaarschuwd voor dwaalleren, die overal om ons heen zijn. Veel zelfbedachte theorieën die de wereld rondgaan. Waardoor de wonderlijke woorden uit Gods Woord, totaal uitgehold worden, en van hun Kracht worden beroofd.

Laten we ons leiden door de Geest van Christus, als wij de Bijbel lezen.

 

Soms moeten we wachten op antwoorden op vraagstukken. Maar wees niet bang, God zelf op Zijn tijd zal het antwoord geven. Soms zijn we er nog niet klaar voor. Gods Woord, Christus Woord omvat zo veel, dat Hijzelf ons er in leid.

 

Houd vast aan Jezus onze Heer, Verlosser en Koning, en het zal gegeven worden. Laten we onze ogen altijd gericht houden op Hem, Jezus Christus.

Psalm 32 : 8, geweldige bemoediging, "Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; Mijn oog is op u".

Dat mogen wij ons ook eigen maken. In ons leven als ook in het Bijbellezen.

 

Esther

 

 

 

 

Er stond laatst een bijzondere advertentie in een huis-aan-huis krant:

 

Hengelsport-vereniging  “ SP ”  (Simon Petrus)

Met beschikking over rijke viswateren, zoekt dringend

NIEUWE LEDEN.

Wij vergaderen regelmatig!

Vaste agendapunten daarbij zijn:

.…Visie op het vis

…. Overvloed aan vis

.…De uitdaging van het vangen van het vis!

 

 

Toen de vereniging eens voltallig bijeen was, suggereerde één der leden, dat er een echt VISBELEID nodig was. Men stelde daarom, zeer zorgvuldig, een voorlopig visvang-definitie op en later volgde er uiteraard nog eens een definitieve definitie.

 

Ook werd er, even zorgvuldig, een doelstelling geformuleerd.

Werkwijze en vis-strategie werden ontwikkeld en grondig bestudeerd. Kortom, het was op de vergaderingen een drukte van belang.

 

Later besefte men wel erg éénzijdig bezig te zijn met de hele materie. Het vissen was namelijk alleen maar benaderd vanuit het gezichtpunt van de visser en niet vanuit dat van de vis…

 

Hoe kijkt een vis tegen de wereld van de vissers aan?

Hoe komt de visser over op de vissen?

Wat eten vissen-en wanneer eten ze het liefst?

Dát  zijn allemaal belangrijke en interessante vragen…

 

Dus begon men dat alles eens heel grondig te onderzoeken!

Men woonde conferenties bij over het vissen. Sommigen reisden naar veraf gelegen plaatsen om de verschillende soorten vis en andere vis-methodes aan een grondige studie te onderwerpen. Enkele actieve leden haalden zelf een “graad” in de viskunde…

Maar, al met al was er niemand, die viste….

Er werd nu een commissie gevormd om vissers uit te zenden!

Maar, omdat er natuurlijk veel meer visplaatsen waren dan vissers, moest die commissie eerst de prioriteiten vaststellen.

Een voorkeurslijst van visplaatsen werd op de publicatieborden van de vereniging gehangen.

 

 Maar…. nog steeds viste er niemand!

 

Er werd toen een enquête gehouden, om eens “uit te vissen” hoe het kwam, dat er niemand viste.

Maar, zoals gebruikelijk, vulde de meeste leden de vragenlijst niet in. Dat gebrek aan “mee-denken” veroorzaakte, zeer begrijpelijk, behoorlijk wat verontrusting bij het bestuur.

 

Toch, van de mensen die wel op de enquête reageerden, voelden sommige zich geroepen om de totale materie van “het vissen” nu eens grondiger te gaan bestuderen.

 

Anderen gingen zich vervolgens toeleggen op het leveren van de benodigde visuitrusting.

Een aantal andere leden wilde wel actief zijn om de vissers te bemoedigen!

 

Door het grote aantal vergaderingen, conferenties en studiedagen over al deze onderwerpen had echter niemand tijd om te vissen….

 

Jaap (what ’s in a name?) was aangetrokken door die advertentie en werd lid van de Hengelsport-Vereniging “SP”

Na een inspirerende vereniging-avond begon hij onmiddellijk te vissen! Hij probeerde het één en ander eens uit, kreeg de smaak te pakken en ving een paar prachtige exemplaren.

Op de eerstvolgende vergadering vertelde Jaap het verhaal van die mooie vangst. Hij werd uitbundig geprezen om het behaalde resultaat!

 

Er werd gelijk ook maar afgesproken, dat hij enkele voordrachten zou houden over “hoe” hij het had gedaan…

Maar, door al die spreekbeurten, en natuurlijk (want dat kon niet uitblijven) zijn verkiezing in het bestuur van de vereniging had Jaap geen tijd meer om te vissen.

 

Al gauw voelde hij zich onrustig en onvoldaan.

’t Was allemaal wel aardig en interessant, maar hij wilde zo graag die ruk aan zijn vislijn weer eens voelen.

Dus annuleerde Jaap al zijn spreekbeurten, trad af als bestuurslid en zei tegen een vriend “Ga je mee vissen…?”

 

Dat deden ze.

Gewoon met z ’n tweeën. En ze vingen de éne vis na de andere. Er waren genoeg vissen te vangen en maar heel weinig vissers.

 

En ik? Dat, lieve mensen, is een klemmende vraag….

 

Ik heb mij óók heel vaak door allerlei goede en zelfs noodzakelijke dingen laten afhouden van WIE ik MOET zijn en WAT ik WIL zijn: Een “Visser van mensen”

 

Een bevriend predikant zei eens tegen mij: Wij zijn zo druk bezig met al het “Kerkenwerk” dat we geen tijd meer hebben voor het “Werk van de Kerk!”

Voor het “vissen van mensen” is natuurlijk iets meer nodig dan ingooien, beet hebben en binnenhalen…

 

Vissen van mensen betekent: bidden-getuigen-Barmhartige Samaritaan zijn-opnieuw leren luisteren naar mensen, maar bovenal naar God.

 

Het betekent ook: jezelf wegcijferen, samen de Bijbel bestuderen, de “mens”geworden Christus weer laten zien en uiteindelijk vragen om heel bewust en persoonlijk een keus te maken voor die Levende Heiland!

 

Ik wens u allen een GOEDE VANGST!

 

Ds. D. Bouwman

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken. Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig. -- Jakobus 5:10-11
    16 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17
Versleten schoenen Ik heb me vanmorgen... Meer
Siska Jul 9 '16