Loading...

Weblogs van leden

Zoekresultaten per link: "bijbel"

Waarschijnlijk weten we allemaal wel, dat destijds op die gedenkwaardige Pinksterdag in Jeruzalem de Heilige Geest werd uitgestort. De kerk ontstaat dan, zou je kunnen zeggen.

Er heerst een enorm enthousiasme! Duizenden(!) komen tot diep persoonlijk geloof, laten zich daarom dopen en worden ook vervuld met de Heilige Geest!

En dan begint de zegentocht van het Evangelie over de wereld.

Wonderen en tekenen volgen de verkondiging van de Blijde Boodschap Oók strijd is er en tegenstand, maar tóch, niet te stuiten is de stroom van levend water over een wereld, die dorst naar werkelijke vrede. Wij kunnen daarover lezen in het boek Handelingen, dat een enthousiast verslag geeft van die eerste periode, toen. Ik vraag mij wel eens af, wanneer ik de handelingen van de kerk nú lees, zowel de berichten van de hoogste organen, maar ook die van vele gemeenten, waar dat geweldige enthousiasme gebleven is: die blijde verwondering over de grote daden Gods; dat getuigen van de levende Heer, dat verlangen naar een machtige opwekking, ook in onze dagen. Werkt de Heilige Geest dan niet meer in deze tijd?

Dát kán ik niet geloven:

Wanneer ik naast al die kerkelijke berichten ook eens een blad lees, waarin verslagen staan van bijvoorbeeld het zendingsveld, dan treft mij toch wel het grote verschil: Dáár vind ik een sfeer van grote blijdschap en opgewektheid; de toekomst is doorzichtig, want wij hebben een lévende Heer, die ons heel persoonlijk kent en óók wil helpen. Ik lees er over genezing en bevrijding uit de macht van het kwade, van bekering en vervulling met de Heilige Geest. Het is alsof het boek Handelingen niet geëindigd is bij hoofdstuk 28 …….

Nu kunnen wij daar als moderne christenen wel een beetje over glimlachen, want is dat niet té eenvoudig, té kinderlijk geloof van waaruit deze mensen leven?

Ik vraag mij af of wij ons daar zo makkelijk van af mogen maken. Zij getuigen van de grote dingen, die God in hun leven heeft gedaan! En kijk, het goede nieuws, dat wij de moeite van het vermelden waard vinden, bestaat vaak alleen maar uit een berichtje over de opbrengst van de collecten, een bijzondere dienst, die we meemaakten en wat dies meer zij. Zou er in ónze gemeente, bij ónze omgang met dezelfde God niets voorvallen, dat méér Zijn liefde kan illustreren?

En zou zoiets dan niet zéker verteld moeten worden?

Als onze lippen eens een werkelijke loflied zou weerklinken over de grote daden Gods in ons leven, zou dat niet méér inslaan en schokkender zijn dan welk ander nieuws dan ook?

En vooral, zou het niet eerlijker zijn tegenover God?

Of …. Gebeurt er nooit iets..?

Doet God geen wonderen meer in deze sceptische wereld?

 

Ik vergeet nooit weer het verhaal van een predikant, die pas bij zijn afscheidsdienst durfde getuigen van genezing, die hij als jonge man persoonlijk mocht ervaren. Eerder had hij er niet over durven praten, omdat hij bang was voor weerstanden in de gemeente. Hij beleed dat toen als schuld. En térecht naar mijn mening, want ik geloof, dat een éérder getuigenis veel mensen zou hebben bemoedigd en dat het de gemeente tot grote zegen zou zijn geweest!

Ik zou daarom voor willen pleiten, dat wij niet alleen in ons leven grote dingen van de levende God gaan verwachte, maar daar ook van durven getuigen, heel openlijk, wanneer wij ze meemaken, opdat duidelijk zal worden, dat óók in déze tijd Gods Heilige Geest nog krachtig werkt en dat Pinksteren nog steeds een realiteit is.

 

Ds. E. Beekman




Gedachten over de hemel

Er is veel in mijn christelijke geloof dat ik niet volledig begrijp. Maar toch begrijp ik genoeg om mij een liefdevol mens te maken, een mens vol vertrouwen en rust. Wat voor mij nog een raadsel blijft, is het menselijk lijden. Maar ook hier heb ik de genade ontvangen om mijn vragen in Gods handen te leggen. Heeft God zelf tenslotte niet intens geleden? Wie had er in de tijd van Jezus verwacht dat Hij op zo’n wrede manier aan het houten kruis zou eindigen, maar dat Hij juist daardoor de deur naar God en de hemel voor ons opende? Wie kon toen weten, op het moment dat Hij vlak voor Zijn dood naar Zijn Vader uitschreeuwde, dat Zijn wanhoop de voorloper was van onze eeuwige redding? -Christina Rosetti

 

***

 

Als je je soms eenzaam voelt, denk dan eens aan al die vrienden die je nog gaat krijgen in de eeuwigheid. Denk aan die hemelse dimensie die gaat komen na onze aardse leerschool. Daar waar je met Jezus en Zijn ontelbare kinderen zult leven in het licht, met een nieuw en onverwoestbaar lichaam. Denk eens aan al die mensen die je daar zult ontmoeten! Kun je je de vreugde voorstellen van een vriendschap die nooit zal verkillen? De blijdschap die de diepe gemeenschap met anderen, die we vandaag nog niet eens ontmoet hebben, met zich meebrengt? Kunnen we die korte tijd waarin we hier op aarde met eenzaamheid geconfronteerd worden niet verdragen, in de wetenschap dat God ons aan het voorbereiden is op de eeuwigheid? Richt je tot God. Hij kent je hart. Zoek Zijn aangezicht op momenten van diepe eenzaamheid en vind troost en gemeenschap in de aanwezigheid van de Vader, zoals ook Jezus zelf daar Zijn kracht vond in het uur van Zijn nood. -Henry van Dyke.

 

***

 

De sterren die uit lijken te doven als de eerste morgenstralen het landschap verlichten, sterven toch niet af in het duister van de nacht omdat wij ze niet meer zien? Nu straalt hun licht elders en op iemand anders. Er zitten twee kanten aan het sterven; de aardse kant en dan is er de hemelse kant. Hier op aarde zullen de gesloten lippen nooit meer spreken, maar daar, in de hemel, breken diezelfde lippen uit in een lied dat nooit meer zal ophouden. Hier op aarde zullen de zachte voeten niet langer rondlopen, maar daar, in de hemel zullen diezelfde voeten de eeuwigheid doorkruisen.

 

 

Hier wringen we onze handen en staan de tranen in onze ogen terwijl wij het verlies proberen te verwerken als een geliefde is heengegaan. In de hemel is er gejuich en geklap. Geliefden zijn weer verenigd. De aardse kant is maar zo’n klein deel van het leven. Probeer alles te zien in het grotere en geestelijke perspectief. Vergeet nooit de hemelse kant.

 

***

 

Barmhartig is de God die in elke omstandigheid troost. (2 Korinthe 1:3 Het Boek) De God die ons in elke omstandigheid troost? Wat een prachtige uitspraak. Wat een belofte! ‘In elke omstandigheid’ betekent echt ‘in elke omstandigheid’. Er zijn geen uitzonderingen. Maar als wij die troost willen moeten we besluiten om Gods woord ook daadwerkelijk te geloven. Wij moeten er voor kiezen om de woorden van angst en twijfel die ons worden toegefluisterd te verwerpen.‘Mijn gezicht zo onbewogen als een rots.’ (Jesaja 50:7) Je weigert je over te geven aan twijfel en ontmoediging. God heeft het gezegd. Het is waar. Mijn geloof rust in het woord van een God die niet liegt en mij het eeuwige leven geschonken heeft. -Hannah Withall Smith

 

***

 

Dr. J. R. Miller beschrijft een ontmoeting die hij had met een ouderpaar toen hij met hen aan het bed van hun doodzieke zoontje zat. “Ik praatte met hen over Gods liefde en Zijn wil voor ons en voordat ik voor hen wilde bidden vroeg ik hen: ‘Wat wilt u dat ik God vraag om voor jullie te doen?’ Het was even stil en toen sprak de vader diep geëmotioneerd: ‘Dat durf ik niet te zeggen. Ik wil het liever in Gods handen leggen. Alleen God weet waarlijk wat het beste is voor mijn zoontje en voor ons. Misschien is het beter dat ons kind de winter van dit aardse bestaan nog niet verlaat, maar misschien ook roept God hem naar de eeuwige hemelse lente en geeft Hij hem de kroon zonder het lijden. Wij hebben alles gedaan in ons aardse vermogen. Nu is het woord aan God zelf. Vraag aan God voor ons of wij Hem mogen vertrouwen in Zijn grote wijsheid en Hij ons daar de kracht voor mag geven.

 

***

 

“Hoop? Waarop moet ik hopen?” sprak de ontredderde vrouw verslagen. Haar man was recentelijk overleden en haar pijn was ondraaglijk. Waar was de hoop? In de Schrift staat geschreven: “Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.” (1 Tessalonicenzen 4:14) De gezichten waar wij zo naar verlangen zullen ons weer toelachen. De stemmen van hen die ons zo dierbaar zijn zullen weer als muziek in onze oren klinken. Onze geliefden van weleer zullen weer bij ons zijn in ons hemels verblijf. Daar ligt de hoop en het vertrouwen.

 

Bron:actiefonline

De Heer is mijn herder

 

Wie kent deze Bijbelpassage nu niet? En toch is het heel verfrissend weer eens stil te staan bij deze machtige woorden en de diepe weldadige betekenis van deze psalm goed tot ons te laten doordringen. Het woord ‘herder’ behoeft natuurlijk nauwelijks enige uitleg. Iedereen weet wat een herder is, maar als wij er voor het gemak even het woordenboek op naslaan krijgen we inspirerende woorden te zien als: “Hoeder, beschermer, bewaker, leidsman.” Alles wat onze Heer is.

 

Soms kennen we een Bijbelpassage zo goed dat we die bijna achterstevoren kunnen opzeggen. Bijbelverzen die we haast kunnen dromen. Johannes 3:16 is er ook zo een. En juist doordat wij die verzen zo goed kennen bestaat het gevaar dat de diepe betekenis ons nauwelijks meer raakt en de ware levende, geestelijke kracht die in zo’n passage verborgen ligt niet echt tot ons doordringt.

 

Jezus zei: “Alles wat Ik u gezegd heb, is Geest en leven.” Om de ware kracht uit een Bijbelpassage in ons op te nemen en zo profijt te kunnen trekken van het levengevende water wordt van ons wat discipline gevraagd. Alleen door stil en diep over Gods Woord na te denken dringt de overweldigende waarheid van de uitspraak onze soms wat verharde harten binnen.

 

Zo geldt dat ook voor de woorden van Psalm 23. Stel je dat toch eens voor; de Heer, de schepper van hemel en aarde, Hij die alles in Zijn hand houdt, die de diepste uithoeken van het universum kent en niet door tijd wordt beïnvloed, is de herder van jou en van mij.

 

Door Zijn Zoon Jezus Christus heeft God zich voor eeuwig aan ons verbonden. Jezus, terwijl Hij de koning was, heeft er voor gekozen herder te zijn, en zich dagelijks bezig te houden met obstinate en vaak oerdomme schapen.

 

 

Als Jezus nu eens letterlijk naast ons zou lopen, onze hand zou vast houden en alles wat ons bezighoudt zachtmoedig en teder met ons zou doorspreken, waar zou onze angst dan nog zijn? Zorgen over morgen, twijfel over ons eigen kunnen, verdriet over gisteren? Die zouden toch zeker geen enkele kans meer hebben? Natuurlijk niet. Jezus is er toch?

 

Door de rust en het Godsvertrouwen die Jezus uitstraalt zouden wij slechts vreugde ervaren, opwinding en vertrouwen. De lach zou niet van ons gezicht zijn te slaan, want de Herder loopt naast ons. Dan zouden wij onze vermoeide hoofden keer op keer weer op de borst leggen van Hem die ons hart kent en begaan is met onze pijn. Maar Jezus loopt naast ons. Hij houdt onze hand wel degelijk vast, en Hij is precies zo’n herder.

 

“Wat een onzin,” zegt de wereld, die kortstondig en smakelijk lacht om zoveel onnozel, kinderlijk geloof, waarna hij hoofdschuddend verder trekt op zijn eenzame tocht door het duister. “Zo eenvoudig kan het toch niet zijn?” vraagt ook onze twijfel zich soms vertwijfeld af.

 

Maar waar de wereld doorploegt in de hoop, de hartverscheurende ellende van een leven zonder eeuwige hoop zelf op te lossen, wil Jezus niets liever dan ons laten zien wat voor een geweldige Herder Hij is. “Houd moed,” zei Hij. “Ik heb de wereld overwonnen. Ik ben de goede herder, die Zijn leven neerlegt voor het welzijn van de schapen.”

 

Wereldse herders kunnen dat niet. Als puntje bij paaltje komt, besluiten die telkens weer dat het beter is om de schapen neer te leggen voor de herder. Maar de goede herder is er wel. Durf te geloven dat Jezus werkelijk die herder is die Hij zegt te zijn. Neem de tijd voor een gesprek met Hem en luister stil naar Zijn zachte, liefdevolle stem. Telkens weer is Zijn boodschap voor een ieder die Hem op zo’n manier eert en benadert hetzelfde: “Ik houd van je.”

 

Bron:actiefonline



Bent u wedergeboren?

De Here Jezus heeft eens gezegd: ”Verwonder u niet, dat Ik u gezegd hebt: Gijlieden moet wederom geboren worden”(Joh.3:7).

De vraag die ik nu aan u stel is: Bent u wedergeboren? U luistert misschien heel geregeld naar deze radioboodschappen, u leest misschien uw Bijbel, gaat naar de kerk en bidt. Maar bent u wedergeboren?

Er waren mensen in Laodicea waarvan u kunt lezen in Openbaringen 3, die aardig religieus waren. Als je ze vroeg, ”Hoe gaat het geestelijk met je? ”dan zeiden ze: “We zijn rijk, heel rijk en we hebben aan geen ding gebrek”. Maar er ontbrak een heel belangrijk ding bij hen. Dat was, dat de Here Jezus buiten de deur van hun hart stond, en daarom klopte Hij aan hun hart. Hij zei: Als je de deur open doet, dan kom Ik binnen en dan kom Ik bij je wonen.

Kijk, als u nog niet wedergeboren bent, dan is dat eigenlijk het antwoord om wedergeboren te worden. Is het zo eenvoudig? Ja, want als Jezus in uw hart komt, dan doet Hij dat wonder, dat u geboren wordt in de familie van God. Jezus zegt, ”Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden”. Dit is een moeten, dit is een weg die u moet gaan. Jazeker, het wonder van de wedergeboorte doe Ik, maar jullie moeten komen – u moet komen. Zou u dat willen? Als dat zo is, wat moet u dan doen? Jezus klopt en nu moet u Hem binnenlaten. Wat gebeurt er als Jezus in uw hart Komt? Dan ziet Hij uw zonden; en u ziet ze ineens ook heel duidelijk, dat kan niet anders.

Maar dan is het heerlijke, dat u weet wat u met uw zonden moet doen – dan gaat u uw zonden belijden. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”(1 Joh. 1:9). Het bloed van Jezus maakt ons rein. Dan gaat Jezus in uw hart aan het werk, dan gaat Hij de zonden die u Hem belijdt rein maken. Is dat alles wat uw zonden betreft? Nee, het is niet alleen een belijden, het is ook: u er vanaf keren. Maar nu staat u niet meer alleen, nu gaat u die strijd tegen de zonden samen met Jezus dragen.

Zelf kunt u het niet, maar Hij kan het wel. Hij geeft zijn Heilige Geest in uw hart, en die brengt mee de vrucht des Geestes (Gal. 5:22): Liefde, vrede, goedheid, zelfbeheersing, vriendelijkheid… De Bijbel wordt dan ineens zo heel anders, dan wordt het een liefdesbrief van God. Als u Jezus vraagt om in uw hart te komen dan komt Hij, en zijn Geest getuigt met uw geest dat u een kind van God bent. Dan gaat u de Bijbel in zover begrijpen dat het u geweldig gelukkig maakt, omdat u het antwoord ziet op uw problemen, de grootste problemen die u hebt in uw leven.

Iedereen heeft minstens twee grote problemen, en dat is het probleem van de zonde en van de dood. En die worden beantwoord. Kijk, aan het kruis heeft Jezus de zonden gedragen van de hele wereld; ook uw zonden. Daar heeft Hij alles volbracht. Hij heeft ontzettend geleden, vreselijke pijn gehad, maar dat wilde Hij uit liefde om voor uw en mijn zonden te boeten.

Maar we worden ook sterk in de strijd tegen onze zonden. U bent verlost en u bent ook overwinnend over uw zonden met Jezus. Dat komen tot Jezus is een begin. De geboorte van een kindje is een begin, en de wedergeboorte is ook een begin. Het is het begin van leven tot eer van God – een overwinnend leven, een leven sterk door de verlossing en de hulp en de nabijheid van de Here Jezus.

Bent u wedergeboren? Bent u het niet? Kom dan tot Jezus! Wat moet u doen? Heel eenvoudig tot Hem spreken. Hij heeft geklopt aan de deur van uw hart en u hebt het gehoord vandaag; en nu wacht Hij. De Here Jezus is een “gentleman”; Hij forceert de deur van uw hart niet. U moet hem opendoen, en als u echt zegt zodat u het meent, “Ja, Here Jezus”, dan komt Hij binnen. En dan staat er in Johannes 1:12., “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden”. Dan bent U een kind van God. Wilt u het doen?

Laten we samen bidden. “Heer Jezus, wilt U de weg vrijmaken van haar, van hem, die nu een besluit voor u wil nemen. Wilt u alle tegenstand, alle twijfel, alle “ja maars” wegnemen, en ook alle duivels en demonen, want die willen niet dat ze het doen; maar ik dank U dat U die weg wilt sturen. Maakt U de weg klaar tussen U en haar en hem. Dank U, Heer, dank U.”

Nu zijn we even stil, en geeft u aan de Here uw antwoord…

“Dank U, dat hij of zij nu kan zeggen: Ja, Heer Jezus, kom in mijn hart, maak mij een kind van God, doe dat grote wonder in mij dat ik geboren word in uw familie. Dank U wel, Here Jezus. Amen.”

Nu moet U zelf nog langer gaan spreken met de Here. U hoort bij Hem, Hij hoort alles wat u zegt en Hij heeft u zo lief!


Bron: Een Boodschap van Overvloed

Radiotoespraken van Corrie ten Boom


Siska Mar 18 '17 · Mijn reacties: 1 · Linken: god, bijbel, evangelie, heilige geest, here, here , jezus, leven, wedergeboren

Christus in de hele Bijbel

 

Hij is de grotere Izaak, de geliefde Zoon van de Vader Die als offer gebracht werd, maar Die niet door de dood kon worden vastgehouden.

 

Hij is de grotere Jakob, de behoedzame herder, Die Zijn kudde met grote zorgzaamheid leidt.

 

Hij is de grotere Jozef, Die Zich niet voor Zijn broeders schaamt, hoe gering en ellendig ze ook mogen zijn.

 

Hij is de grotere Melchizedek, omdat Hij als priester een volmaakt en eeuwig geldend offer bracht.

 

Hij is de grotere Mozes, want Zijn wet is door Gods Geest op de tafelen van vlees van ons hart geschreven.

 

Hij is de grotere Jozua, en leidt ons met Zijn oneindige trouw naar het Beloofde Land.

 

Hij is de grotere David, en alle tegenstanders zullen zich aan Hem onderwerpen.

 

Hij is de grotere Salomo, vol wijsheid en heerlijkheid regeert Hij een eeuwig vrederijk.

 

Hij is de grotere Simson, en heeft door Zijn dood al Zijn vijanden overwonnen.

 

Christus is het Die we in de Heilige Schrift moeten zoeken om Hem waarachtig te kennen en met Hem de oneindige rijkdommen die ons door het geloof ten deel vallen. Wie zorgvuldig de Schriften bestudeert, beginnend bij de wet van Mozes tot de profeten, zal geen enkel woord vinden dat niet naar Hem verwijst. Daarom was het voor de apostel Paulus belangrijk  >>niets anders te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd<<.

 

Johannes Calvijn

 

Strijd, het is een grote strijd onder gelovigen, als het over het aardse Israël gaat. Is het aardse Israël nog steeds Gods volk??? En die vraag, brengt erg veel strijd onder elkaar.

Ik persoonlijk geloofde al langere tijd, dat Gods volk bestaat uit gelovige Israëlieten en gelovige 'heidenen', door het geloof in Jezus Christus.

Romeinen 3 : 29-30. Ook Romeinen 4, het hele hoofdstuk is geweldig, dat Abraham de vader van de gelovigen is. Zowel de onbesnedene (heidenen)  als ook de besnedenen (Israël). Maar alleen door geloof. Romeinen 9 : 23-29, Gods volk bestaat uit Joden en heidenen, in Jezus Christus.

Ook in de Galatenbrief schrijft Paulus dat er geen onderscheid meer is tussen Jood en Griek, (heiden). Gal. 26-29. Hele hoofdstuk is mooi om te lezen.

Efeziërs 2 : 11-22 is geweldig om te lezen. Jezus haalde die vijandschap weg in Zijn eigen lichaam aan het kruis. Efeziërs 3 : 1-7, over het grote geheimenis, wat nooit eerder bekend is gemaakt, waar Paulus over spreekt, dat door het geloof in Christus de 'heidenen' mede-erfgenamen zijn in Christus. Wat eerst alleen voor Israël telde. Maar dat vond pas plaats door geloof in Jezus Christus.

Er zijn nog zoveel Bijbelteksten te vinden, dat God in Christus Jood/heiden, heeft samengevoegd, door het geloof in de Messias/Jezus Christus.


Vele mensen willen een leer brengen om de ware gelovige Jood/heiden weer los te zien van elkaar.

Dan horen we over de vervangingsleer!!!!!!!  het onderscheid tussen de Gemeente en over Israël. Opname gemeente, enz. Daar is een mooie duidelijke uitleg van, http://mijnvriendenenik.com/site/video/view/113 


De gemeente Gods bestaat juist alleen maar uit gelovige Joden/Israëlieten en...gelovigen uit de volken. En samen zijn deze broeders en zusters Gods volk, en Jezus Christus Gemeente. Er is géén  onderscheid meer.


Raar toch...terwijl de eerste gemeente bestond als alleen maar uit Joden. Handelingen. Maar...ook lezen we in Handelingen over de eerste vervolgingen, Jood tegen Jood. Tenminste...de ongelovige Joden, tegen de Joden die Jezus als hun Messias hadden aangenomen.

Profeteerde God niet steeds, in het O.T. over een rest/overblijfsel, van Israël.

Of zou men daar misschien overheen kijken??? Is het juist niet geweldig dat Gods belofte over de heilige Geest is uitgekomen op Pinksterdag. En is het niet geweldig dat Zacharia 2 : 11-12,  uitgekomen is, "Juich en verblijd u, dochter van Sion, want zie, IK kom, en zal in uw midden wonen, spreekt de Heere. Veel heidenvolken zullen op die dag bij de Heere gevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk zijn, en IK zal in hun midden wonen.".

Samen.



Maar nu...hoe denken de gelovige Joden/Israëlieten daar zelf over. Lees de getuigenissen, en zie hun strijd, en hun vragen. Ook bij velen lees je, dat ze ervanuit gingen dat zij de Messias Jezus niet nodig hebben. De naam Jezus mocht men niet uitspreken. Lees hun ervaringen.   Erg aangrijpend, maar ook erg bemoedigend.    

Als we de getuigenissen lezen, komt steeds de teksten uit Jesaja 53 naar voren.        


Het bijzondere van alles is...dat de Joodse broeders/zusters ons als 'niet Joden', wél zien in die eenheid door Jezus Christus.


Dat nog velen in Israël mogen toegevoegd worden, samen met de gelovigen uit de volken, aan het Lichaam van Christus Jezus de opgestane Heer.


http://www.jewishtestimonies.com/nl/gideon-levytam-hoe-ik-de-messias-van-israel-vond/


Een naam vol vreugde: God, Die met ons is,

Die naast je loopt; Hij Die Zich wil ontfermen,

al ga je door een dal vol duisternis,

Hij is erbij: Zijn arm zal je beschermen.

 

Immanuël: een naam vol warmte en licht,

een grote God, Die een klein mens kan wezen,

Die al zijn liefde op ons heeft gericht

om ons geschonden leven te genezen.

 

Immanuël: Hij is ons zeer nabij,

een mens als wij, Die onder ons wil wonen

en Zoon van God. Wie kan er, zoals Hij,

het beeld des Vaders beter aan ons tonen?

 

In Betlehem is ’t englenlied gehoord

dat zong van vrede, vreugde, welbehagen;

en nog weerklinkt dit lied in Jezus’ woord:

‘Vrees niet! Zie ik ben met u, alle dagen!’

 

Nel Benschop




 

Op de grens van licht en duister tussen zorgen en verdriet,

Kwam Hij zonder glans en Luister, met een ster in het verschiet.

Troost en liefde van de Vader, kwamen tot ons in een kind.

 

En geen mens staat ons ooit nader, dan de Zoon door God bemint.

Steeds weer tussen licht en duister, horen mensen groot en klein.

Door de wind het zacht gefluister, ook voor jou zal ik er zijn!



Het was tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog. In het oosten van Duitsland waren de Russische troepen ver doorgedrongen. Kort voor Kerstmis 1944 waren de Duitsers in het westen nog een wanhopig tegenoffensief begonnen: de slag in de Ardennen. Er werd hevig gestreden in de bossen van de noordelijke uitlopers van de Eifel. Een inwoner van Aken, een stad die erg te lijden had onder bombardementen, had zijn vrouw en zijn twaalfjarige zoon ondergebracht in een jachthut midden in de bossen. Het was de avond voor Kerstmis. De vrouw en de jongen zaten samen stil in de hut bij het licht van een paar kaarsen. Hoe anders was deze avond dan Kerstmis in vroegere jaren! Plotseling werd er op de deur geklopt. Met bevend hart deed de vrouw open. Daar stonden drie Amerikaanse soldaten die van hun troepenonderdeel waren afgesneden. Eén van hen was gewond en bloedde hevig. De mannen waren gewapend en hadden zich ook zo naar binnen kunnen dringen. Maar ze bleven stil staan, bewogen zich niet en smeekten met hun ogen. Een gesprek was moeilijk, want moeder en zoon verstonden geen Engels. In gebroken Frans konden ze samen spreken. Frau Müller wenkte de drie mannen binnen te komen. Ze wist dat dat gevaarlijk was. De Amerikanen waren immers vijanden. Maar Frau Müller was een christin en in haar hart was de liefde van Christus. De gewonde soldaat werd op het bed van de jongen gelegd en verzorgd. Hans, de jongen, wreef met sneeuw de blauw bevroren voeten van de mannen. Drie dagen lang hadden ze al rondgedwaald in de bossen op zoek naar de Amerikanen en op hun hoede voor de Duitsers. Al gauw beschouwde de moederlijke Duitse vrouw de vreemden als grote jongens, die wat hun leeftijd betreft haar eigen zonen hadden kunnen zijn. Ze had nog een vette haan, die ze eigenlijk tot Nieuwjaar had willen bewaren in de hoop dat haar man dan met een kort verlof thuis zou zijn. Nu werd de haan geslacht en vrijwillig voor de vijanden opgeofferd. Al gauw hing er een heerlijke lucht van gebraden haan in de kamer. Opeens werd er weer op de deur geklopt. In de verwachting nog meer verdwaalde Amerikanen te zien, deed de twaalfjarige Hans zonder aarzelen de deur van de hut open.

 

Buiten stonden vier mannen in uniform: Duitsers! Moeder en zoon stonden eerst verstijfd van schrik. Er was immers de harde wet: wie vijandelijke soldaten herbergt, pleegt landverraad. Ze konden allemaal wel doodgeschoten worden. Maar de moeder herstelde zich snel. Haar gezicht was bleek, maar haar stem was rustig toen ze zei: 'Gezegend Kerstmis!' De soldaten beantwoordden de groet. Ze legden uit dat ze de weg naar hun legereenheid verloren hadden en vroegen beleefd of ze in de hut mochten overnachten. 'Natuurlijk mag dat,' zei de vrouw, 'kom maar binnen. U kunt zo dadelijk aanzitten aan onze kerstmaaltijd, waarbij nòg drie onverwachte gasten zijn. Maar u moet hen wel zonder meer als vrienden beschouwen.' De leider van de Duitsers was een onderofficier. Hij vroeg bars: 'Hebt u Amerikanen in huis?' De moeder keek hem recht in de ogen en zei: 'Het is kerstnacht en hier wordt niet geschoten!  Jullie zouden mijn zonen kunnen zijn en die daarbinnen ook. Eén van hen is gewond en vecht voor zijn leven. Zijn beide kameraden zijn hongerig en, net als jullie, doodmoe. In deze kerstnacht denken we niet aan doden!' De onderofficier staarde haar aan. Enkele eindeloze seconden heerste er zwijgen. Toen, na een hernieuwd liefdevol verzoek van de vrouw, legden de vier soldaten hun wapens op de kist met houtblokken in de gang. Ook de 'vijanden' leverden hun wapens in. Verlegen stonden de Duitsers en de Amerikanen schouder aan schouder in de kleine kamer. Nu was de moederlijke vrouw in haar element. Ze vonden allemaal een zitplaats: de twee Duitsers en de twee Amerikanen op haar grote bed. Moeder Müller keek in haar provisiekast en haalde alles tevoorschijn wat ze kon missen. Al gauw was het kerstmaal klaar. Eén van de Duitse soldaten had nog een roggebrood bij zich dat moeder Müller sneed. Toen ze allemaal om de tafel zaten bij het schijnsel van de kaarsen, sprak moeder Müller het gewone tafelgebed uit: 'Kom, Here Jezus, wees onze Gast...' Daarbij schoten haar de tranen in de ogen. Ook de oorlogsmoede soldaten uit de twee elkaar vijandige kampen waren ontroerd. Ze waren weer jongens, allemaal ver van huis. Het was of ze bij hun moeder aan tafel zaten op deze kerstavond. Het was dan ook heel vanzelfsprekend dat één van de Duitsers, een student in de medicijnen, zich over de wonden van de Amerikaanse soldaat boog voor een onderzoek. Allen waren opgelucht toen hij in vloeiend Engels constateerde: 'De wond is gelukkig niet door de kou geïnfecteerd. De man heeft alleen veel bloed verloren. Hij heeft nu rust nodig en versterkend voedsel.' Het was tegen middernacht toen de 'vredesmaaltijd' beëindigd was. Moeder Müller nam haar gasten, behalve de rustig slapende gewonde Harry, nog even mee naar de open deur. Ze keken in de heldere winternacht op naar de sterrenhemel. 'Kijk,' wees de vrouw, 'is het niet net de kerstster?' Prachtig straalde de Sirius, de helderste ster aan de hemel, neer op het wonderlijke kleine gezelschap daar beneden. De oorlog leek opeens heel ver en bijna vergeten. De privé wapenstilstand duurde ook voort tot de morgen. De Duitsers en de Amerikanen gingen nu gescheiden wegen. Harry kreeg het laatste ei van moeder Müller en een slokje rode wijn. De anderen kregen een bord havermout. Van twee stokken en een tafelkleed werd een draagbaar gemaakt voor de gewonde. De onderofficier wees de Amerikanen op een kaart hoe ze het beste hun troepenonderdeel konden terugvinden. Vlak voordat ze weggingen gaf de gastvrouw de wapens terug. Ontroerd zei ze: 'God beware jullie allemaal en moge Hij jullie spoedig in vrede doen terugkeren in jullie familiekring!' De Duitsers en Amerikanen gaven elkaar een hand en gingen in tegenovergestelde richting weg. Toen moeder en zoon weer samen in de hut waren, haalde moeder de oud familiebijbel tevoorschijn. De jongen zag hoe ze de Bijbel opsloeg bij de kerstgeschiedenis. In de afgelopen nacht was er een stukje werkelijkheid geworden van het woord dat de engel gesproken had: vrede op aarde! Ook bij een ander vers bleef de vinger van de lezende vrouw rusten: 'En zij trokken langs een andere weg naar hun land terug.' Dat wordt gezegd van de wijzen uit het Oosten, die uit verre landen gekomen waren om het kindje Jezus te huldigen. Zou er misschien ook een andere, een nieuwe weg zijn die de Amerikaanse en Duitse soldaten gingen, nadat zij deze bijzondere gebeurtenis met elkaar beleefd hadden?

 

 Uit Lichtstralen



Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt, zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.

Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen.  En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.  Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen. Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, bij U vandaan komt.

Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen, en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt. Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.

 Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt. Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben.

Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.

Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid. En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.  Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld. Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen.    Johannes  17



De liefde

 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.  Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.  Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.  Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,  ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.

De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan –  want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.  Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

1 Korintiërs 13

Ik kwam nog een mooi, bemoedigend stukje tegen op onze computer. Dat wou ik met jullie delen. Het is niet van mij, maar ben er wel door geraakt. Veel leesplezier.

 

Geen Wonder – wat is een wonder.

Door Evert Everts

|  1 januari 2008

 

Gebeuren er nog wonderen? Soms zijn we geneigd te zeggen: ‘vast wel, op het zendingsveld. Maar niet bij ons, hoor!’ Klopt dat eigenlijk wel?

De geschiedenis van huiskerken in China bevat veel wonderen. Het aantal gelovigen wordt geschat op 100 miljoen of veel meer. Een bezoeker uit Amerika woonde een conferentie van kerkelijke leiders bij. In een te kleine ruimte zaten de mensen dik opeen gepakt in rijen op de grond. Op een zeker moment begon een leider pagina’s uit een boek te scheuren en uit te delen aan de mensen op de grond.

Tot zijn schrik bleek het dat de man allemaal stukken uit een bijbel aan het scheuren was. Hij vroeg wat de reden was van deze vernieling van het Woord van God. Het antwoord sneed hem door het hart. ‘Er zijn hier ongeveer 150 dominees vandaag’, antwoordde de man, ‘en maar vijf van ons bezitten een bijbel.’ Nu scheuren we die bijbels in stukken, zodat iedereen met een deel van de bijbel naar huis kan terugkeren en hij tenminste een bijbelboek heeft om zijn gemeente te onderwijzen.

De bezoeker zag hoe de bijbelboeken van hand tot hand gingen. ‘Heb jij het al over Genesis gehad? Nog niet? Nu, hier heb ik ‘t’. Rats! ‘Is bij jou Lukas al aan de beurt geweest? Dit is Lukas,’ Rats! Het geluid van het scheuren van bladzijden vulde de ruimte.

Toen begonnen de leiders hun gast vragen te stellen. ‘Is Jezus al bekend geworden in andere landen, of kennen we Hem alleen nog maar in China?’ De man vertelde van de miljoenen gelovigen over heel de wereld. De kerkleiders slaakten kreten van vreugde. Ze waren zeer onder de indruk te horen van kerken die vrij waren om samen te komen wanneer ze maar wilden. Ze waren ondersteboven van het feit dat er personen waren die zelf meerdere bijbels in hun bezit hadden, en ook nog studieboeken.

Plotseling barstten er enkelen in tranen uit. ‘Waarom, God, hebt u ons niet zo lief als de geloven in Europa en Amerika? Waarom kunnen wij niet zulke wonderen meemaken zoals U onder hen doet?’ De bezoeker kon zijn oren niet geloven. Hij vroeg waarom ze dit zeiden. Want wat er bij hen in China gebeurde leek toch zo op wat er in de tijd van de apostelen plaats vond. Er vonden wonderlijke genezingen plaats. Duizenden kwamen tot geloof in Jezus. Bijna de helft van de dominees hadden meerdere jaren in de gevangenis doorgebracht omdat ze hun geloof hadden uitgedragen, en vaak was er in de gevangenis een nieuwe kerk ontstaan. Hoe konden ze deze wonderen vergelijken met wat de bezoeker had verteld over de westerse wereld?

De Chinezen waren zeer verbaasd dat hun gast hen niet begreep. ‘Wat is wonderlijker?’, vroegen ze hem. ‘Dat wij onze bijbels verdelen, hoofdstuk voor hoofdstuk, –of dat jullie ze hebben per dozijn, en ook nog liedboeken en studiemateriaal? Wat is meer een wonder: dat chinezen genezen worden met honderden tegelijk en duizenden mensen kunnen getuigen dat Jezus hen genezen heeft, –of, dat jullie naar de dokter kunnen gaan wanneer jullie dat nodig hebben? Wat is wonderlijker? Dat wij van huis tot huis rondgaan om onze diensten te houden, steeds op verschillende dagen in de week en op wisselende tijdstippen op de dag, –of, dat jullie de hele dag naar de kerk kunnen gaan, elke dag, en dat niemand er aan denkt om jullie of jullie dominee te arresteren? Wat is meer een wonder? Dat wij de gevangenis als ons theologisch trainings instituut zien –of, dat jullie kunnen studeren in speciale scholen voor hen die geloven in Christus? Wat is wonderlijker?

Toen was het voor de bezoeker tijd voor tranen. Hij realiseerde zich dat, wat hij ‘gewoon’ had gevonden in zijn eigen land, gezien werd als het grootste wonder voor de meesten in de gelovige en vervolgde wereld.

We moeten maar voorzichtig te zijn om het woord ‘wonder’ te definiëren. Wat wij ‘gewoon’ vinden is niets minder dan het wonderlijke werk van God. Alleen als we dat zien, kunnen we dankbaar leven met God en de verantwoordelijkheid nemen die dit met zich meebrengt.

DeHoeksteen Nov 2 '13 · Mijn reacties: 1 · Linken: bijbel, god, vrijheid, wonder, china, jezus-christus, gevangenschap

Gods Boek de Bijbel, Zijn woorden, beloften, zegeningen, wijzen allemaal naar Jezus Christus, die de vervulling is van Gods  beloften en het einddoel van ons geloof.

Wij lezen in de Bijbel over onze zonden, daarom heeft ieder mens Gods oordeel nodig. Maar...ook van herstel en Genade door Gods Zoon, Jezus Christus.

Veel wat we lezen in de Bijbel, kunnen wij niet begrijpen, alleen door Gods Heilige Geest krijgen we steeds meer inzicht in het geweldigste Boek, de Bijbel.

We gaan steeds meer zien, wat God en Jezus Christus ons duidelijk willen maken.

De woorden in de Bijbel zijn Gods eigen woorden, Zijn plan met de mensheid, en met u persoonlijk. Over de grootste Redding door Zijn Zoon Jezus Christus, Zijn sterven en opstanding voor de mensheid.

Wij hebben altijd Gods Heilige Geest nodig voor uitleg, en alles wat wij lezen.

Wij worden niet voor niets steeds weer gewaarschuwd voor dwaalleren, die overal om ons heen zijn. Veel zelfbedachte theorieën die de wereld rondgaan. Waardoor de wonderlijke woorden uit Gods Woord, totaal uitgehold worden, en van hun Kracht worden beroofd.

Laten we ons leiden door de Geest van Christus, als wij de Bijbel lezen.

 

Soms moeten we wachten op antwoorden op vraagstukken. Maar wees niet bang, God zelf op Zijn tijd zal het antwoord geven. Soms zijn we er nog niet klaar voor. Gods Woord, Christus Woord omvat zo veel, dat Hijzelf ons er in leid.

 

Houd vast aan Jezus onze Heer, Verlosser en Koning, en het zal gegeven worden. Laten we onze ogen altijd gericht houden op Hem, Jezus Christus.

Psalm 32 : 8, geweldige bemoediging, "Ik leer en onderwijs u aangaande de weg die gij gaan moet; Ik raad u; Mijn oog is op u".

Dat mogen wij ons ook eigen maken. In ons leven als ook in het Bijbellezen.

 

Esther

 

 

 

 

Dit is met recht een wereldoorlog omdat elke hoek en elk aspect van ons leven er mee gemoeid is en oorlogsgebied is. De cultuur, de overheid, justitie, ziekenhuizen, universiteiten en scholen, de zakenwereld en de entertainment industrie, onze huizen en gezinnen, onze harten en gedachten, alles is erbij betrokken. Eraan ontsnappen is geen optie, omdat we de wereld niet kunnen verlaten, waar we nu eenmaal in leven. We kunnen ook ons lichaam niet verlaten, omdat dat de woning van onze ziel is.

 

Sommigen hebben geprobeerd om zichzelf van de wereld te isoleren, in een poging geestelijker te worden. Na eeuwen van felle vervolging, waarin het Romeinse rijk het christelijk geloof probeerde uit te delgen, gaf het zich uiteindelijk gewonnen aan het christendom. Veel christenen wisten niet goed om te gaan met de nieuw verworven vrijheid van godsdienst en probeerden geestelijke martelaren te worden. Zij isoleerden zichzelf van de wereld en leefden als kluizenaars.

 

Simeon was één van de eerste asceten. Hij leefde in de vierde eeuw. Hij koos ervoor het leven van een herder te leven, in een poging om een waarachtige geestelijke status te bereiken. Maar het herdersleven vond hij niet geïsoleerd genoeg en hij besloot als een kluizenaar te gaan leven. Daarvoor trok hij zich terug in een klooster. Negen jaar lang zette hij geen voet buiten zijn kamer. Maar nog was hij niet tevreden over de mate van teruggetrokkenheid en de door hem bereikte geestelijke staat. Hij besloot de woestijn in te trekken, waar hij een paal neerzette van zo’n 2,5 meter hoogte om daarop te leven. Maar ook dit bood hem onvoldoende afstand van het kwaad uit de wereld, dus maakte hij de paal circa 18 meter hoog. Dertig jaar lang leefde Simeon boven op deze paal, in de hoop dat het zijn ziel goed zou doen.

 

De apostel Paulus waarschuwde dat dergelijke dingen een schijn van geestelijkheid hebben, maar in feite waardeloos zijn. Hij veroordeelde deze “valse nederigheid” en “eigendunkelijke godsdienst”, “met zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam”, de houding van “raak niet, smaak niet, roer niet aan”, als: “zonder enige waarde en slechts dienende tot bevrediging van het vlees” (Kolossenzen 2:16-23).

 

 

Een probleem van het hart 

 

Onze Heer leert dat onreinheid niet komt door dingen van buiten, maar vanuit ons eigen hart: “Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken,...” (Matthéüs 15:19). Geen spelonk is afgelegen genoeg, geen paal is hoog genoeg om te ontsnappen aan de wereld. Het probleem ligt namelijk in elk menselijk hart. Waar we ook heen gaan, we nemen onze problemen met ons mee. In feite zijn we zelf onze ergste vijand.

 

In Romeinen 12:2 staat dat wij niet “gelijkvormig aan deze wereld moeten worden”. Wereldgelijkvormigheid is elke activiteit zonder God of die tegen God in gaat. Het is het gebruik (of misbruik) van Gods prachtige schepping of schepselen voor de bevrediging van de zondige, egoïstische, gevallen natuur van de mens.

 

Wereldgelijkvormigheid is de onwil om Gods heerlijkheid te weerspiegelen, waarvoor we uiteindelijk geschapen zijn. Wereldgelijkvormigheid maakt het onmogelijk om de zaken vanuit Gods perspectief te zien. Wereldgelijkvormigheid wil slechts de mens behagen, niet God. Wereldgelijkvormigheid gaat veel verder dan opzichtige make-up of het obsessief volgen van de laatste modegrillen van de wereld. Het zijn “de lusten van het vlees, de lusten van de ogen en een hoogmoedig leven”, het najagen van gezondheid, rijkdom en geld, roem en comfort, genoegens van het leven en bezittingen.

 

 

Misleiding 

 

In deze strijd tegen wereldgelijkvormigheid moeten we weten wie de vijand is, hoe deze eruit ziet en waar deze zit. Wereldgelijkvormigheid kan heel misleidend zijn. Wanneer de wereld zijn ware natuur laat zien van slavernij, corruptie, perversiteit en misdaad, hebben de meesten de vijand wel in de gaten. Maar als de vijand verborgen is, zien velen het gevaar niet, zoals een visser een aantrekkelijk aas gebruikt om de haak in te verbergen. De wereld belooft ware liefde en veroorzaakt gebroken harten, gebroken gezinnen en gebroken gezondheid. Socialistische politici beloven de hemel en veroorzaken hel op aarde. Gokken belooft een fortuin, maar veroorzaakt een absoluut bankroet. Drugs en alcohol beloven heerlijke gevoelens, maar veroorzaken verslaving en een miserabel leven.

 

Wereldgelijkvormigheid heeft meer achting voor het lichaam dan voor de ziel. Materiële, uiterlijke zaken zijn belangrijker dan de geestelijke. Wereldgelijkvormigheid moedigt ons aan om in de beste en duurste kleding gekleed te gaan, de duurste auto’s te rijden, van de nieuwste technologieën gebruik te maken, de knapste vriend of vriendin te hebben. Meisjes moeten de modernste outfit hebben en hun haar volgens de nieuwste trend geknipt en gekapt hebben. Jongens moeten vooral hun lichamen getraind hebben, veel geld en dure IPhones hebben, ten koste van hun zielen.

 

Een christen die wereldgelijkvormig is heeft te veel van Christus om werkelijk van de wereld te kunnen genieten en te veel van de wereld om zich werkelijk in Christus te kunnen verheugen. We zijn wereldgelijkvormig als we denken en spreken zoals de wereld, ons kleden, ons gedragen en eruit zien zoals de wereld.

 

 

Leven in het licht van de eeuwigheid 

 

We moeten meer waarde hechten aan onze zielen dan aan onze lichamen en de eeuwigheid boven het hier en nu plaatsen. We moeten leren om God te vrezen, Die ons zal bevrijden van mensenvrees, die ons lam legt. We moeten leven ter eer van God en voor Zijn goedkeuring en niet de goedkeuring van mensen zoeken. We moeten meer bezig zijn met het verzamelen van schatten in de hemel dan het verzamelen van schatten op aarde. We moeten leven in het licht van de eeuwigheid: “Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden” (Matthëüs 6:33 ).

  

Materiële dingen zijn op zich niet zondig. Alle dingen die door God geschapen zijn, zijn goed, zolang we ze met dankbaarheid ontvangen en gebruiken zoals God het voor ons heeft bedoeld en het in de Bijbel beschreven staat. Maar onze zondige natuur is geneigd tot het kwade en we zijn in staat zelfs goede dingen tot onze eigen schade te gebruiken. Voedsel is een gave van God, maar vraatzucht is een zonde. Wereldgelijkvormigheid kan bijna alles in het leven verdraaien. We moeten leren om alles te doen tot eer van God. Geen enkel aspect uit ons leven kan buiten de heerschappij van de Here Jezus. Onze bezittingen, relaties, familie, opleiding, sport en vrije tijd moeten onder de heerschappij van de Here Jezus worden gebracht.

 

In onze dagelijkse beslissingen moeten wij de goede strijd van het geloof strijden. We kunnen het niet opgeven. De oorlog tegen wereldgelijkvormigheid is niet slechts een strijd tegen uiterlijke dingen. Wereldgelijkvormigheid is een geestelijke ziekte van het hart die bevochten moet worden door het geloof. We hebben hiervoor een nieuw hart nodig en de kracht van de Heilige Geest die elk aspect van ons leven moet doordringen. “Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?” (Matthéüs 16:26).

 

De wereld zegt dat we onszelf kunnen rechtvaardigen: “Ik ben een goed mens! Het is niet mijn fout!” De Bijbel moedigt ons aan om onze zonden te belijden. De wereld zegt dat we onze zonden moeten bedekken. De Bijbel zegt: “Zondig niet meer”. De wereld zegt: “Neem wraak!” De Bijbel leert: Doe restitutie – breng terug, repareer en betaal.

 

De wereld zegt: “Maak plezier!” Het Woord zegt: “Bekeer je!” De wereld zegt: “Kom op voor jezelf!” Het Woord zegt: “Verneder jezelf onder de machtige hand Gods. God biedt weerstand aan de hoogmoedigen, maar Hij geeft genade aan de nederigen van hart.’’

 

We hebben een keuze: zoek de goedkeuring, het applaus van de wereld, of zoek de goedkeuring van God alleen. Doe wat populair is of doe wat goed is. Zoek je eigen voordeel of zoek het voordeel van anderen. Wees politiek correct of wees een getuige voor de Waarheid. Neem de brede weg of neem de smalle weg. Accepteer de mening van de meerderheid of accepteer Gods Woord. Laat je meedrijven met de grote stroom of neem stelling. Elke beslissing die we nemen maakt ons meer een inwoner van de hel of de hemel. Leef in het licht van de eeuwigheid en je zult de strijd winnen tegen wereldgelijkvormigheid.

 

“Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:33)

 

Dr. Peter Hammond

 

 

Bron: www.cftnederland.nl

door David Baron

Over de 10 stammen van Israël, die in de Assyrische ballingschap terecht kwamen, doen heel wat theorieën de ronde. Ze worden aangeduid als ‘de verloren 10 stammen’, maar hoe verloren zijn ze eigenlijk en maakt het Nieuwe Testament onderscheid tussen de begrippen ‘Joden’, als aanduiding voor de twee stammen en ‘Israël’ als aanduiding voor de tien stammen? Een studie in twee afleveringen van de bekende Joodse bijbelleraar David Baron (1857-1926).
 Een apart koninkrijk

In 975 v. Chr. werd onder koning Jerobeam een apart koninkrijk, bestaande uit tien van de twaalf stammen, opgericht. Haar 250-jarige bestaansgeschiedenis is, op incidentele oplevingen na, een lange, trieste opsomming van onrechtmatige machtsovernames, anarchie en geloofsafval. Na veel waarschuwingen en oordelen wordt het tienstammenrijk uiteindelijk in 721 v. Chr. omvergeworpen. De hoofdstad Samaria wordt verwoest en een deel van de bevolking wordt weggevoerd door de Assyriërs en gedwongen te gaan wonen in “Chalach, aan de Chabor, de rivier van Gozan en in de steden der Meden” (2 Kon. 17:6 en 1 Kron. 5:26). We zetten een aantal feiten op een rij.

1. Na de scheuring bestond het koninkrijk van Juda niet alleen uit Juda en Benjamin, maar ook uit Levieten die trouw waren gebleven aan het huis van David en aan het godsdienstige centrum in Jeruzalem. Zelfs de Levieten die in de noordelijke delen van het land woonden, lieten alles achter om naar Jeruzalem te komen zoals we kunnen lezen in 2 Kronieken 11:14: “Rechabeam woonde te Jeruzalem, en hij bouwde in Juda vestingsteden … de priesters en de Levieten echter uit geheel Israël voegden zich uit hun gehele gebied bij hem, want de Levieten verlieten hun weidegronden en hun bezittingen en gingen naar Juda en Jeruzalem, omdat Jerobeam en zijn zonen het hun onmogelijk maakten voor de Here het priesterambt te bekleden”.

2. Behalve Juda, Benjamin en Levi waren er ook velen uit het tienstammenrijk, die trouw bleven aan de Heere en aan de enige plek die Hij voor aanbidding op aarde had aangewezen . Onmiddellijk na de opstand kunnen we lezen dat er “na hen” (d.w.z. naar het voorbeeld van de Levieten) “uit al de stammen van Israël, zij die hun hart erop gezet hadden de HERE, de God van Israël, te zoeken, te Jeruzalem zijn gekomen, om aan de HERE, de God hunner vaderen, te offeren. Zij versterkten het koninkrijk Juda” (2 Kron. 11:16, 17)NBG.
Gedurende de hele periode van het koninkrijk van Israël hebben gelovige Israëlieten uit de tien stammen zich afgescheiden en aangesloten bij ‘Juda’. Dit was voornamelijk het geval tijdens perioden van nationale opleving in het zuidelijk koninkrijk en tijdens de regeringen van koningen die de Heere vreesden en zochten (zie 2 Kron. 15:9-15).

3. Zoals we al zagen, vond de uiteindelijke omverwerping van het noordelijk koninkrijk plaats in 721 v. Chr. Wanneer we lezen dat ‘de koning van Assur Samaria innam en Israël in ballingschap voerde naar Assur’, moeten we bedenken dat hij niet het hele volk met zich meevoerde, maar vooral de notabelen en invloedrijken van de natie. Ongetwijfeld bleven velen in het land achter, zoals ook later het geval was na de omverwerping van het zuidelijk koninkrijk door de Babyloniërs (zie 2 Kon. 25:12). Als historisch bewijs hiervoor geldt, dat zo’n 100 jaar na de val van Samaria, tijdens de regering van koning Josia, een gedeelte van Manasse en Efraïm en ‘een overblijfsel vanuit geheel Israël’ zich in het land bevinden en bijdragen aan de inzameling door de Levieten voor de wederopbouw van de Tempel. Ook vierden zij het Pascha mee tijdens het 18e jaar van de regering van deze veelbelovende, jonge koning (2 Kron. 35:18). Tegen deze achtergrond moeten we het zuidelijk koninkrijk van ‘Juda’ zien wanneer ook zij het punt bereiken dat er, vanwege hun afgoderij en geloofsafval van de levende God, geen herstel meer mogelijk is (2 Kron. 36:16). Het zuidelijk koninkrijk bestaat op dat moment dus uit Juda, Benjamin, Levi en ‘een overblijfsel’ uit de andere tien stammen van Israël. Jeruzalem wordt uiteindelijk in 588 voor Christus door Nebukadnezar ingenomen, slechts 133 jaar na de verovering van Samaria door de Assyriërs.                                                                                                                                                              Ondertussen wordt het Assyrische Rijk opgevolgd door het Babylonische Rijk. Babel, dat bij tijden reeds als hoofdstad van het koninkrijk fungeerde, nam de plaats in van Ninevé. Toch was de regio waar Nebukadnezar nu over regeerde dezelfde als waarover Salmanezer en Sargon regeerden, zij het met een iets uitgebreider territorium (zie 2 Kon. 23:29, waar de koning van Babel de koning van Assur wordt genoemd).

De stammen tijdens de ballingschap weer bijeen

De exacte verblijfplaats van de ballingen uit het zuidelijke koninkrijk wordt niet genoemd. De Schrift verklaart dat de drie verschillende groepen van ballingen door Nebukadnezar worden meegenomen ‘naar Babel’. De eerste groep tijdens de regering van Jojakim in 606 v. Chr., de tweede tijdens de regering van Joachin in 599 voor Christus en de derde groep bij de uiteindelijke omverwerping van Jeruzalem tijdens de regering van koning Zedekia in 588 v. Chr. (zie 2 Kon. 24 en 25; Dan. 1).                                                                                         Babel staat niet alleen voor de stad Babel, maar ook voor het hele land waartoe de grondgebieden van het Assyrische Rijk behoorden alsmede de koloniën van ballingen, die vanuit het noordelijk koninkrijk van ‘Israël’ kwamen. Zo zien we bijvoorbeeld Ezechiël, als één van de 10.000 ballingen, die door Nebukadnezar tezamen met Joachin was meegenomen, bij de rivier Chabor in Gozan. Dat is één van de gebieden waar de ballingen van de tien stammen meer dan een eeuw geleden door de Assyriërs waren gebracht. Met de gevangenneming kwam er een einde aan de verdeeldheid en rivaliteit tussen ‘Juda’ en ‘Israël’. Leden van alle stammen zagen gezamenlijk uit naar het beloofde nationale herstel onder het huis van David en met Sion als geestelijk centrum. Joël, Amos, Hosea en de andere profeten tot aan de val van Samaria hadden hen die hoop voorgehouden.                       Die lotsverbondenheid en hoop bevorderde de eenheid onder het volk. De Geschriften van Jeremia, Ezechiël en Daniël, die profeteerden tijdens de ballingschap, geven ons een indruk van de gezamenlijke hoop die onder de leden van de twee koninkrijken leefde. De meest treffende profetie hierover vinden we in Ezechiël 37:15-28.

De gezamenlijke terugkeer naar het land

Sinds de eerste groep ballingen in het jaar 606 v.Chr. door Nebukadnezar naar Babylon waren weggevoerd, waren er precies 70 jaren verlopen. We lezen in Ezra 1:1-3: “In het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië, wekte de HERE … de geest van Kores, de koning van Perzië, op, om door zijn gehele koninkrijk (!), ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan: Zo zegt Kores, de koning van Perzië: alle koninkrijken der aarde heeft de HERE, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort (!) - zijn God zij met hem, hij trekke op naar Jeruzalem, in Juda, en bouwe het huis van de HERE, de God van Israël, dat is de God, die in Jeruzalem woont”NBG.
                                                                                                                                                              Deze bekendmaking had betrekking op het gehele volk in het gehele koninkrijk. Het decreet werd uitgevaardigd in het jaar 536 v. Chr, twee jaar na de verovering van Babel door Kores. Dit ‘gehele koninkrijk’ omvatte ruimschoots het gebied waarover Nebukadnezar en zijn opvolgers regeerden. Het koninkrijk van Babel was trouwens identiek aan dat van Assur, waar het tienstammenrijk naar was afgevoerd. Kores en Darius I worden bijvoorbeeld onafhankelijk van elkaar aangeduid met de titels ‘Koning van Perzië’ (Ezra 4:5), ‘Koning van Babel’ (Ezra 5:13) en ‘Koning van Assur’ (Ezra 6:22).
De oproep van Kores bracht een karavaan naar het beloofde land op de been van: “tweeënveertigduizend driehonderd zestig, behalve hun knechten en hun maagden, die waren zevenduizend driehonderd zevenendertig, en zij hadden tweehonderd zangers en zangeressen” (Ezra 2:64, 65).                                                                                                                                                    Onder leiding van Zerubbabel (afstammeling uit het koningshuis van David), gingen zij van Babel op weg naar Jeruzalem. De leiders van de teruggekeerde ballingen waren “de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin, en de priesters en de Levieten”.                                                                            Maar onder hun leiding reisden ook ballingen uit de andere stammen, nl. “een ieder, wiens geest God verwekte, dat zij optrokken om te bouwen het huis des HEEREN, die te Jeruzalem woont” (Ezra 1:6). Ze werden alleen niet langer genoemd naar de stam waartoe zij behoorden, maar naar hun families en naar hun steden waar zij ooit gewoond hadden. Het is daardoor moeilijk vast te stellen hoeveel er tot Juda en hoeveel er tot Israël behoorden. Maar dat er zich in het gezelschap velen uit het noordelijke rijk bevonden, is duidelijk. Zo wordt er gesproken over 223 mannen van Bethel en Ai (Ezra 2:28). Bethel was het centrum van aanbidding van oude heidense goden ingesteld door Jerobeam. Hoewel Bethel op de grens van Benjamin lag, behoorde het tot Efraïm.

Tweede terugkeer

Naar aanleiding van het besluit van Artaxerxes Longimanus in het jaar 458 v. Chr. komt Ezra met nog een groep uit Babel. Een gedeelte van dit koninklijke besluit luidt: “Door mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israël, en van zijn priesters en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga”. Gevolg: “Deze Ezra trok op uit Babel ... ook sommigen van de kinderen Israëls, en van de priesters en de Levieten en de zangers, en de poortwachters, en de Nethinim (tempelhorigen), trokken op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van de koning Arthahsasta1” (Ezra 7:7). Deze groep bestond uit ongeveer 1800 families, de priesters, de Levieten en de tempelhorigen niet meegerekend. Het waren ‘de kinderen Israëls’ ongeacht uit welke stam. Zij kwamen uit alle delen van het Assyrische of Babylonische rijk dat inmiddels terecht was gekomen onder de heerschappij van de Meden en Perzen.
Het volk in Israël groeide en groeide tot de tijd van de Maccabeeën, zo’n 150 jaar later.                                                                                                                                                               Nog eens 150 jaar later, bevinden we ons in de tijd van de HEERE Jezus en is de Joodse populatie in Palestina uitgegroeid tot enkele miljoenen. Vanaf het verval van het Perzische rijk, horen we weinig over de Israëlitische ballingschap in het oude Assur of Babel. Door de verovering van Alexander de Grote kwamen de streken van Babylonië en Media dichterbij. Er werd zelfs een hoofdweg gebaand tussen het oosten en het westen. Vanaf die tijd ontstonden nederzettingen van Joden in Klein-Azië, Cyprus, Kreta en aan de kusten en op de eilanden van de Egeïsche Zee, in Macedonië en in andere delen van Zuid-Europa, in Egypte en in de gehele noordelijke kust van Afrika. Zelfs vonden zij hun weg verder oostwaarts tot in India en China aan toe. Zonder enige twijfel werden veel van deze nederzettingen in de diaspora gevormd door degenen die nooit uit de ballingschap naar het land der vaderen waren teruggekeerd. Dat zij echter tot alle twaalf stammen behoorden, blijkt wel o.a. uit het feit dat Jacobus zijn brief richt aan de twaalf stammen die in de verstrooiing (letterlijk ‘diaspora’ red.) zijn (Jac. 1:1). Twaalf stammen en dus geen verloren stammen!

 

Er stond laatst een bijzondere advertentie in een huis-aan-huis krant:

 

Hengelsport-vereniging  “ SP ”  (Simon Petrus)

Met beschikking over rijke viswateren, zoekt dringend

NIEUWE LEDEN.

Wij vergaderen regelmatig!

Vaste agendapunten daarbij zijn:

.…Visie op het vis

…. Overvloed aan vis

.…De uitdaging van het vangen van het vis!

 

 

Toen de vereniging eens voltallig bijeen was, suggereerde één der leden, dat er een echt VISBELEID nodig was. Men stelde daarom, zeer zorgvuldig, een voorlopig visvang-definitie op en later volgde er uiteraard nog eens een definitieve definitie.

 

Ook werd er, even zorgvuldig, een doelstelling geformuleerd.

Werkwijze en vis-strategie werden ontwikkeld en grondig bestudeerd. Kortom, het was op de vergaderingen een drukte van belang.

 

Later besefte men wel erg éénzijdig bezig te zijn met de hele materie. Het vissen was namelijk alleen maar benaderd vanuit het gezichtpunt van de visser en niet vanuit dat van de vis…

 

Hoe kijkt een vis tegen de wereld van de vissers aan?

Hoe komt de visser over op de vissen?

Wat eten vissen-en wanneer eten ze het liefst?

Dát  zijn allemaal belangrijke en interessante vragen…

 

Dus begon men dat alles eens heel grondig te onderzoeken!

Men woonde conferenties bij over het vissen. Sommigen reisden naar veraf gelegen plaatsen om de verschillende soorten vis en andere vis-methodes aan een grondige studie te onderwerpen. Enkele actieve leden haalden zelf een “graad” in de viskunde…

Maar, al met al was er niemand, die viste….

Er werd nu een commissie gevormd om vissers uit te zenden!

Maar, omdat er natuurlijk veel meer visplaatsen waren dan vissers, moest die commissie eerst de prioriteiten vaststellen.

Een voorkeurslijst van visplaatsen werd op de publicatieborden van de vereniging gehangen.

 

 Maar…. nog steeds viste er niemand!

 

Er werd toen een enquête gehouden, om eens “uit te vissen” hoe het kwam, dat er niemand viste.

Maar, zoals gebruikelijk, vulde de meeste leden de vragenlijst niet in. Dat gebrek aan “mee-denken” veroorzaakte, zeer begrijpelijk, behoorlijk wat verontrusting bij het bestuur.

 

Toch, van de mensen die wel op de enquête reageerden, voelden sommige zich geroepen om de totale materie van “het vissen” nu eens grondiger te gaan bestuderen.

 

Anderen gingen zich vervolgens toeleggen op het leveren van de benodigde visuitrusting.

Een aantal andere leden wilde wel actief zijn om de vissers te bemoedigen!

 

Door het grote aantal vergaderingen, conferenties en studiedagen over al deze onderwerpen had echter niemand tijd om te vissen….

 

Jaap (what ’s in a name?) was aangetrokken door die advertentie en werd lid van de Hengelsport-Vereniging “SP”

Na een inspirerende vereniging-avond begon hij onmiddellijk te vissen! Hij probeerde het één en ander eens uit, kreeg de smaak te pakken en ving een paar prachtige exemplaren.

Op de eerstvolgende vergadering vertelde Jaap het verhaal van die mooie vangst. Hij werd uitbundig geprezen om het behaalde resultaat!

 

Er werd gelijk ook maar afgesproken, dat hij enkele voordrachten zou houden over “hoe” hij het had gedaan…

Maar, door al die spreekbeurten, en natuurlijk (want dat kon niet uitblijven) zijn verkiezing in het bestuur van de vereniging had Jaap geen tijd meer om te vissen.

 

Al gauw voelde hij zich onrustig en onvoldaan.

’t Was allemaal wel aardig en interessant, maar hij wilde zo graag die ruk aan zijn vislijn weer eens voelen.

Dus annuleerde Jaap al zijn spreekbeurten, trad af als bestuurslid en zei tegen een vriend “Ga je mee vissen…?”

 

Dat deden ze.

Gewoon met z ’n tweeën. En ze vingen de éne vis na de andere. Er waren genoeg vissen te vangen en maar heel weinig vissers.

 

En ik? Dat, lieve mensen, is een klemmende vraag….

 

Ik heb mij óók heel vaak door allerlei goede en zelfs noodzakelijke dingen laten afhouden van WIE ik MOET zijn en WAT ik WIL zijn: Een “Visser van mensen”

 

Een bevriend predikant zei eens tegen mij: Wij zijn zo druk bezig met al het “Kerkenwerk” dat we geen tijd meer hebben voor het “Werk van de Kerk!”

Voor het “vissen van mensen” is natuurlijk iets meer nodig dan ingooien, beet hebben en binnenhalen…

 

Vissen van mensen betekent: bidden-getuigen-Barmhartige Samaritaan zijn-opnieuw leren luisteren naar mensen, maar bovenal naar God.

 

Het betekent ook: jezelf wegcijferen, samen de Bijbel bestuderen, de “mens”geworden Christus weer laten zien en uiteindelijk vragen om heel bewust en persoonlijk een keus te maken voor die Levende Heiland!

 

Ik wens u allen een GOEDE VANGST!

 

Ds. D. Bouwman

Zoeken op site

Dagelijks Woord

  • Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken. Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig. -- Jakobus 5:10-11
    15 uur geleden

Forum Onderwerpen

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog... Meer
Siska Okt 19 '18
Het volk Israël door de zee...Exodus... Meer
DeHoeksteen Okt 1 '18
Mooie filmpjes... bewijzen , "de verwoesting... Meer
DeHoeksteen Nov 2 '17
GEHEIMEN VAN DE MUMMIES Specialisten in deze... Meer
Siska Okt 15 '17
Versleten schoenen Ik heb me vanmorgen... Meer
Siska Jul 9 '16